Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BW9083

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
08-06-2012
Datum publicatie
22-06-2012
Zaaknummer
01/025313-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging terbeschikkingstelling met één jaar. Gronddelict: brandstichting meermalen gepleegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK ’s-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/025313-04

Uitspraakdatum: 8 juni 2012

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1954],

verblijvende in FPC De Kijvelanden/

vervolgvoorziening Stichting Maatschappelijk Opvang (SMO)

Breda e.o., locatie De Gaarshof.

Het onderzoek van de zaak.

Bij arrest van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beschikking van deze rechtbank van 2 juli 2010 met twee jaar verlengd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 11 mei 2012 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 8 juni 2012. Hierbij zijn de officier van justitie, de getuige-deskundige en de terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouwe gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

- het advies van drs. M.A. Polak, psychiater, voorzitter Raad van Bestuur, prof. dr. W.J. Schudel, psychiater, hoofd Risicomanagement en Behandeling, van de inrichting waar betrokkene verblijft, d.d. 16 april 2012;

- een rapport van de psycholoog drs. F.C.P. Zuidhof d.d. 2 maart 2012;

- een rapport van zenuwarts/psychiater D.H.J. Boeykend d.d. 8 februari 2012;

- de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

- het persoonsdossier van terbeschikkinggestelde.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van ‘opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is, meermalen gepleegd en opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en diefstal’, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. De hiervoor genoemde misdrijven betreffen misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van de inrichting is onder meer het navolgende gesteld:

“Ten aanzien van de toekomst is er sprake van een groot aantal risicofactoren. Indien de terbeschikkingstelling van [terbeschikkinggestelde] nu zou worden beëindigd is er nog niets geregeld omtrent huisvesting en een adequate dagbesteding. Tevens wordt verwacht dat de heer [terbeschikkinggestelde] niet de capaciteiten beschikt om een aanvaardbaar bestaan op te bouwen in de maatschappij. Daarnaast is zijn motivatie en interne drijfveer ook zeer beperkt om aan de slag te gaan en zijn zaken te regelen. Tevens is het sociale netwerk zeer beperkt. Er is enkel contact met een paar familieleden en dit beperkt zich voornamelijk tot telefonisch contact. Verwacht wordt dat deze familieleden niet in staat zullen zijn om steun en controle te bieden die [terbeschikkinggestelde] behoeft. Indien de terbeschikkingstelling nu beëindigd zou worden dan wordt verwacht dat [terbeschikkinggestelde] zich zal terug trekken en stressvolle situaties zal gaan vermijden. De kans op een isolement is daarbij zeer sterk aanwezig, daarbij zal hij terugvallen in middelenmisbruik.

Het middelenmisbruik zal de drempel verlagen tot het plegen van nieuwe delicten. Het zal dan voornamelijk gaan om vermogensdelicten om het middelenmisbruik te kunnen bekostigen. Naast het terugvallen in middelenmisbruik en het plegen van vermogensdelicten bestaat de kans dat de heer [terbeschikkinggestelde] een zwervend bestaan gaat leiden. Dit in combinatie met de verlaagde drempel door het middelenmisbruik maken de kans op delictgedrag als vernieling en brandstichting op de korte tot middellange termijn zeer aannemelijk.

Indien het traject wordt ingezet wat men nu voor ogen heeft, namelijk een plaatsing in een beschermde woonvorm, dan is het risico op delictgedrag aanzienlijk minder. In de beschermde woonvorm krijgt [terbeschikkinggestelde] de juiste controle en sturing. Het risico bestaat echter wel dat [terbeschikkinggestelde] terug zal vallen in middelenmisbruik. Dit zal echter niet snel leiden tot delictgedrag aangezien hij hier minder snel in een isolement zal geraken en daarnaast ook geen zwervend bestaan zal gaan leiden. Tevens zal hij binnen de beschermde woonvorm de juiste dagbesteding aangeboden krijgen om van de straat te blijven. Zolang externe structurering en controle aanwezig is kan een hoog risico op delictgedrag gecontroleerd worden.

Samenvattende beschrijving m.b.t. het verband tussen stoornis, gevaar, geboden behandeling en de prognose.

Bij [terbeschikkinggestelde] is sprake van een persoonlijkheidsstoornis niet anderszins omschreven, middelenafhankelijkheid en een cognitieve stoornis niet anderszins omschreven. Deze pathologie houdt rechtstreeks verband met de door hem gepleegde indexdelicten. Daarnaast is hij behept met een ernstige leveraandoening, hetgeen hem fysiek beperkt belastbaar maakt.

Op 17 december 2007 is de behandeling van [terbeschikkinggestelde] in de Kijvelanden van start gegaan. Deze behandeling heeft volop in het teken gestaan van het motiveren van [terbeschikkinggestelde] voor zijn behandeling en het volgen van behandelonderdelen. Hij heeft behandelaren lange tijd van zich trachten af te houden door middel van een weinig serieuze presentatie en ‘playing crazy’, waardoor analyse en bewerking van zijn risicofactoren lange tijd beperkt van de grond is gekomen. Inmiddels is hier beduidend minder sprake van geweest de laatste periode in de kliniek en heeft [terbeschikkinggestelde] steeds meer deelgenomen aan de behandelonderdelen. Risicofactoren kunnen besproken worden en de heer Van der

[terbeschikkinggestelde] heeft meer probleembesef verkregen. Tegelijkertijd blijft hij geneigd zijn risicofactoren af te zwakken. De indruk bestaat dat hij dit vooral doet om niet geconfronteerd te hoeven worden met sterke schaamte- en minderwaardigheidsgevoelens. Ook de neiging tot vermijding is niet geheel verdwenen. De verloven zijn echter altijd goed verlopen er is sprake van een goede werkrelatie met de behandelaren, zowel in de kliniek als op de Gaarshof. De heer [terbeschikkinggestelde] kan langdurig op de Gaarshof verblijven. Een zorgvuldige inbedding waar zicht is op en begeleiding bij het functioneren van [terbeschikkinggestelde] is van

belang om de nog resterende risico’s op herhaling van delicten gelijkwaardig aan de indexdelicten in de toekomst te voorkomen. De Kijvelanden is van mening dat het begeleidingsaanbod van de Gaarshof goed aansluit bij de zorgbehoefte van [terbeschikkinggestelde]. Op basis van bovenstaande adviseren wij de maatregel van [terbeschikkinggestelde] met 1 jaar te verlengen.”

In voornoemd advies van de zenuwarts/psychiater D.H.J. Boeykens d.d. 8 februari 2012 is onder meer het navolgende gesteld:

“Onderzochte is lijdende aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens, niet alleen in de zin van een cognitieve stoornis en een persoonlijkheidsstoornis met antisociale vermijdende kenmerken maar ook in de zin dat de afhankelijkheid van drugs en rustgevende middelen onder gecontroleerde omstandigheden in remissie is. Ondergetekende beoordeelt de diagnostische conclusies van de kliniek als adequaat. Bij betrokkene kan het risico op een geweldsdelict zeker niet uitgesloten worden indien hij door het wegvallen van een duidelijke structuur opnieuw drugs zou gebruiken en mede hierdoor in een sociaal isolement zou terechtkomen. Het reële risico op geweldsdelicten inclusief brandstichting in dergelijke omstandigheden hangt samen met de gebrekkige copingmechanismen van betrokkene.

Ondergetekende beoordeelt de risicoprognose van de kliniek als adequaat. Met het oog op benodigde zorg en begeleiding is het gezien de beperkte groeimogelijkheden van betrokkenen noodzakelijk dat de duidelijke en veilige structuur waarin betrokkene zich nu bevindt gehandhaafd wordt. Slechts in de mate dat betrokkene erin slaagt om zich in de huidige woonomstandigheden goed te integreren, kan een geleidelijk loslaten van de beveiliging tot de mogelijkheden behoren. Ondergetekende beoordeelt de behandeling of begeleiding en het risicomanagement van de kliniek als adequaat. Ondergetekende adviseert de maatregel terbeschikkingstelling te verlengen met de duur van 1 jaar. Aangezien betrokkene nog maar korte tijd in de Gaarshof verblijft en er nog geen sprake is van voldoende integratie adviseert ondergetekende de verpleging te continueren.”

In voornoemd advies van de psycholoog F.C.P. Zuidhof d.d. 2 maart 2012 is onder meer het navolgende gesteld:

“Er is sprake van een langdurige afhankelijkheid van drugs (heroïne, cocaïne, cannabis) en alcohol, thans door tbs-behandeling in langdurige volledige remissie is (onder toezicht). Er zijn verder geen aanwijzingen voor objectiveerbare cognitieve problemen c.q. verval in strikte zin, doch waarschijnlijk is er wel sprake van een milde cognitieve achteruitgang door langdurig drugs- en alcoholgebruik (cognitieve stoornis NAO). Tot slot zijn er aanwijzingen voor een persoonljkheidsstoomis NAO (afhankelijke, vermijdende en antisociale trekken).

Deze diagnosestelling is nagenoeg conform de tot nu toe gevoerde diagnose. De diagnostische conclusies zoals gesteld door het FPC De Kijvelanden (2010/11) - komen globaal genomen overeen met die van ondergetekende.

Betrokkene is nog steeds alleszins te beschouwen als een nog immer verslavingsgevoelige man met een beperkt persoonlijk en sociaal draagvlak, waardoor bij het opheffen van de terbeschikkingstelling het risico op instabilisering waarschijnlijk zal toenemen met herval in middelenmisbruik en recidive in verwervingscriminaliteit. Om het recidiverisico laag te houden is het aangewezen het thans vigerende intensieve tbs-zorgkader te continueren (psychiatrische zorg (m.n. medicatie en beschermd wonen) en begeleiding (De Gaarshof en of soortgelijke instellingen). Positief is dat betrokkene zich tot heden uitstekend houdt aan de geldende richtlijnen, de psychosociale begeleiding c.q. psychiatrische zorg alsmede dat hij zich hulpvragend, -accepterend en transparant opstelt.

- De bevindingen van de gestandaardiseerde risicotaxatie zijn over de gehele breedte overeenkomstig de klinische bevindingen. De meest recente risicotaxatie - zoals gesteld door het FPC De Kijvelanden (2010/11) -is state-of-the-art en komt in belangrijke mate overeen met de bevindingen van ondergetekende. Wat zijn, met het oog op benodigde zorg en beveiliging, uw overwegingen ten aanzien van de verdere behandeling of begeleiding en het risicomanagement van onderzochte? De prognose is gunstig. Wat het verdere perspectief betreft is het wenselijk de terbeschikkingstelling met verpleging - thans transmuraal kader nog voor een jaar te verlengen.

De inhoud en uitvoering van de behandeling alsmede de thans vigerende transmurale plaatsing en het daarbij behorende risicomanagement worden als adequaat en efficiënt beoordeeld.”

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Ik kan mij vinden in een verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar. Ik ben bezig met de resocialisatie. Ik moet leren mij buiten zelfstandig te gaan bewegen. Ik ben het eens met de inhoud van het rapport van de kliniek. Ik heb een hele tijd geen drugs meer gebruikt. Soms komt het gebruik van drugs wel in mijn gedachten, maar daar moet ik mij dan overheen zetten omdat het gewoon niet mag. Ik moet leren actiever te worden. Ik slik medicijnen waardoor ik traag word. Het klopt dat de volgende stap door mij gezet moet worden.

De getuige-deskundige M. Franken, optredend namens voormelde inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Zij heeft voorts het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

Het gaat op dit moment erg goed met de terbeschikkinggestelde. Hij moet wat actiever worden en hij moet leren zichzelf buiten te kunnen redden. We zijn met hele kleine stapjes op de goede weg. Hij is binnen de instelling zelfstandiger worden. Tegen de tijd dat er sprake zou zijn van beëindiging van de terbeschikkingstelling, kan hij bij De Gaarshof blijven. Kijkend naar het traject waar hij nu in zit, is een verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar weer erg lang. Het is eerlijker de terbeschikkingstelling met een jaar te verlengen en daarna opnieuw te bekijken. Het is aan de terbeschikkinggestelde. Hij moet die kamer uit.

De officier van justitie heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Ik persisteer bij mijn vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar. Aan de formele vereisten voor een verlenging is voldaan.

De raadsvrouwe van de terbeschikkinggestelde heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

De rapporteurs zijn het met elkaar eens. Cliënt wil natuurlijk vrij, maar snapt dat dit op dit moment geen reële optie is. Hij laat zelfinzicht zien. Er is sprake van een positieve lijn. Cliënt verzet zich niet tegen een verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar.

De rechtbank verenigt zich met het advies van voornoemde inrichting, met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de getuige-deskundige en de adviezen van de psycholoog F.C.P. Zuidhof en de psychiater D.H.J. Boeykens.

Gelet op het vorenstaande, gezien de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

DE BESLISSING

De rechtbank:

verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met één jaar.

Deze beslissing is gegeven door

mr. M.L.W.M. Viering, voorzitter,

mr. A.M. Kooijmans-de Kort en mr. Y.N.M. Rijlaarsdam, leden,

in tegenwoordigheid van L. Scholl, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 8 juni 2012.

Mr. Rijlaarsdam is buiten staat deze beslissing te ondertekenen.