Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BW9016

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
07-06-2012
Datum publicatie
21-06-2012
Zaaknummer
248243 EX RK 12-107
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wrakingsverzoek toegewezen vanwege schijn van partijdigheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2012/344
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Wrakingskamer

Zaaknummer / rekestnummer: 248243 EX RK 12-107

Beschikking van 7 juni 2012

in de zaak van

[verzoekster]

wonende te [woonplaats],

verzoekster,

gemachtigde: mr. J. Roose

tegen

mr. J.H.L.M. Snijders,

in haar hoedanigheid van rechter in de rechtbank te ’s-Hertogenbosch bij de behandeling van de zaak met zaaknummer: AWB 12/1467,

verweerster.

Partijen zullen hierna respectievelijk verzoekster en de rechter worden genoemd.

1. Procesverloop

1.1 De wrakingskamer heeft kennisgenomen van:

- het proces verbaal van de terechtzitting in de hoofdzaak van 5 juni 2012 met daarin opgenomen het voorliggende wrakingsverzoek;

- de schriftelijke reactie van de rechter van 5 juni 2012 op het wrakingsverzoek;

- de nadere schriftelijke toelichting op het wrakingsverzoek van 6 juni 2012 door mr. J. Roose;

- de nadere schriftelijke reactie van de rechter van 7 juni 2012;

- het dossier in de hoofdzaak;

1.2 De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek heeft plaatsgevonden op 7 juni 2012.

Verzoekster is in persoon verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde mr. J. Roose. Zij hebben het wrakingsverzoek nader mondeling toegelicht.

In haar schriftelijke reactie heeft de rechter voorafgaand aan de zitting aangegeven het niet nodig te achten te worden gehoord en ter zitting aanwezig te zijn. In de schriftelijke reactie heeft de rechter wel haar standpunt ten aanzien van het wrakingsverzoek naar voren gebracht.

De wederpartij van verzoekster in de hoofdzaak is hoewel daartoe te zijn uitgenodigd, niet ter zitting verschenen.

2. Het verzoek en het verweer

2.1 Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de procedure met zaaknummer AWB 12/1467. Door en namens verzoekster is betoogd dat de rechter niet voldoende onpartijdig is om dat geschil te beoordelen.

2.2 Ter onderbouwing van het wrakingverzoek, is door en namens verzoekster- kort en zakelijk weergegeven - gewezen op de volgende feiten en omstandigheden.

2.2.1 De hoofdzaak is een procedure tussen verzoekster en verweerder, de Staatssecretaris van Financiën, Directoraat-Generaal Belastingdienst. In die procedure wordt verzoekster een aantal gedragingen verweten die vrijwel geheel berusten op een onderzoek verricht door de FIOD / ECD.

2.2.2 Op 5 juni 2012 heeft de gemachtigde van verzoekster, na raadpleging van het register nevenfuncties van rechters, geconstateerd dat de rechter als nevenfunctie heeft trainer bij Cocon B.V. Dit is een commercieel bedrijf dat zich richt op het geven van trainingen. Een van de klanten van Cocon B.V. was de FIOD / ECD. Onlangs is Cocon B.V. de FIOD / ECD als klant kwijtgeraakt. De financiële positie van Cocon B.V. is weinig transparant. Dat maakt het niet mogelijk te controleren of het aanbestedingscontract van de FIOD / ECD een substantieel deel van de omzet van Cocon B.V. uitmaakte. Wel is gebleken dat de FIOD / ECD een grote klant van Cocon B.V. was. Cocon B.V. kan er dus belang bij hebben de FIOD / ECD als klant terug te krijgen.

2.2.3 Daarnaast heeft de rechter, in dienst van Cocon B.V., trainingen gegeven aan medewerkers van de FIOD / ECD. Mogelijk heeft zij trainingen gegeven aan medewerkers die bij het onderzoek tegen verzoekster betrokken zijn geweest.

2.2.4 Ook heeft de rechter in haar schriftelijke reactie van 5 juni 2012 gesteld dat verzoekster de haar verweten gedragingen heeft erkend, terwijl dat slechts voor een van de verweten gedragingen gold. Daaruit kan worden geconcludeerd dat de rechter of over onvoldoende dossierkennis heeft beschikt, of zich al een oordeel over deze zaak had gevormd.

2.2.5 Voorts heeft de rechter aangegeven dat er niet een dusdanig spoedeisend belang bij verzoekster aanwezig was, dat met de behandeling van dit wrakingverzoek niet kon worden gewacht tot de eerstvolgende reguliere zitting van de wrakingskamer, terwijl verzoekster opkomt tegen een ontslagbeslissing op staande voet.

2.2.6 Door alle hiervoor genoemde feiten en omstandigheden apart en in onderlinge samenhang bezien, is de schijn ontstaan dat de rechter niet voldoende onpartijdig is om in de hoofdzaak als rechter op te treden.

2.3.1 De rechter heeft aangegeven niet in de wraking te berusten en heeft in dat kader aangevoerd dat zij vanaf 2004 op zeer incidentele basis de training “optreden als getuige ter terechtzitting” voor Cocon Training en Advies, geeft. Zij kent de cursisten meestal niet bij hun echte naam en zij weet niet of zij ooit training heeft gegeven aan de ambtenaren van de FIOD / ECD die bij het onderzoek in de hoofdzaak betrokken zijn geweest.

2.3.2 Daarnaast heeft de rechter ter terechtzitting van 5 juni 2012 verklaard dat zij geen enkele commerciële of financiële verbondenheid met de Belastingdienst en/of de FIOD / ECD en/of Cocon B.V. heeft aangezien Cocon Training en Advies sinds enkele maanden geen praktijktrainingen meer aan medewerkers van deze organisaties geeft omdat de aanbesteding voor het geven van trainingen aan een ander opleidingsinstituut is vergund.

2.3.3 Tenslotte heeft de rechter aangevoerd dat op de zitting van 5 juni 2012 geen aanvang is gemaakt met de inhoudelijke behandeling van de hoofdzaak en dat de rechter daarom niet heeft kunnen verifiëren of hetgeen zij uit het dossier ten aanzien van de gedragingen van verzoekster had opgemaakt, strookte met het actuele standpunt van verzoekster.

2.3.4 De rechter is van oordeel dat de activiteiten die zij in het verleden voor Cocon Training en Advies heeft verricht en de opmerkingen die zij ter zitting van 5 juni 2012 heeft gemaakt, niet in de weg staan aan het geven een onpartijdig oordeel in de hoofdzaak.

3. De beoordeling

3.1 Allereerst dient de wrakingskamer te beoordelen of verzoekster het wrakingsverzoek tijdig heeft ingediend. De wraking van de rechter door verzoekster is tijdig ter terechtzitting van 5 juni 2012 gedaan. Verzoekster is immers voor het eerst op de ochtend van 5 juni 2012 met de nevenfunctie van de rechter als trainer bekend geworden. Verzoekster is ontvankelijk in het wrakingsverzoek.

3.2 Ingevolge artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht, dient te worden beoordeeld of sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

3.3 De wrakingskamer stelt voorop dat de rechter uit hoofde van haar aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat de rechter met betrekking tot een procespartij vooringenomen is, althans dat de dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

3.4.1 Op grond van de hiervoor genoemde stukken en de toelichting die daarop door en namens verzoekster bij de behandeling van dit wrakingsverzoek is gegeven, stelt de wrakingskamer het navolgende vast.

3.4.2 Tijdens een strafrechtelijk onderzoek is geconstateerd dat verzoekster telefonisch contact heeft gehad met de verdachte in die strafzaak. Op basis van de inhoud van die gesprekken is door de FIOD / ECD een onderzoek naar verzoekster gestart. Uit dit onderzoek zijn zodanig zwaarwegende bezwaren tegen verzoekster naar voren gekomen dat de werkgeefster van verzoekster daarin aanleiding heeft gezien haar te ontslaan. Met dat ontslag is verzoekster het niet eens en zij heeft in de hoofdzaak een voorlopige voorziening aan de bestuursrechter gevraagd om het ontslagbesluit te schorsen.

3.4.3 Uit het register nevenfuncties van rechters blijkt dat de rechter als nevenfunctie heeft, trainer bij Cocon Training en Advies, zijnde kennelijk een handelsnaam van Cocon B.V. Dit bedrijf verzorgt onder andere praktijktrainingen aan medewerkers van de FIOD / ECD. In het verleden heeft de rechter praktijktrainingen gegeven aan medewerkers van FIOD/ECD. Niet is vastgesteld dat de rechter trainingen heeft gegeven aan medewerkers van de FIOD / ECD die betrokken zijn geweest bij het onderzoek naar de gedragingen van verzoekster die tot haar ontslag hebben geleid.

3.4.4 De Belastingdienst c.q. de FIOD / ECD was een grotere klant van Cocon B.V. Het bedrijf had omvangrijke contracten met die instellingen. In het voorjaar van 2012 zijn de trainingen die deze instellingen door Cocon B.V. liet verzorgen, aan een ander trainingsinstituut vergund.

3.5.1 De rechter heeft aangevoerd dat zij de cursisten die zij training heeft gegeven meestal niet bij naam kent en dat zij niet weet of zij de opsporingsambtenaren die bij het onderzoek betrokken zijn, ooit heeft ontmoet tijdens trainingen. Dat moge zo zijn, maar dat neemt niet weg dat verzoekster kan volhouden dat zij niet weet of dat juist is, dat zij zich ongemakkelijk voelt bij het idee dat de rechter de opsporingsambtenaren die haar hebben verhoord mogelijk toch kent en zij zich daarom afvraagt of de rechter wel volledig onpartijdig is.

3.5.2 Voorts heeft de rechter aangevoerd dat zij geen enkel commercieel belang heeft bij Cocon B.V. De belangen van de rechter als trainer voor Cocon B.V., in welke hoedanigheid zij trainingen heeft gegeven aan opsporingsambtenaren van FIOD / ECD, kunnen echter niet worden geacht geheel los te staan van het belang van Cocon B.V. om FIOD / ECD weer als klant te verwerven.

3.5.3 De wrakingskamer is van oordeel dat de omstandigheden dat de rechter betrokken is bij Cocon B.V. en in dat verband trainingen heeft gegeven aan opsporingsambtenaren van FIOD/ECD in de onderhavige zaak de bij verzoekster bestaande vrees voor een gebrek aan onpartijdigheid van de rechter rechtvaardigen.

Het gaat in dit verband niet om de vraag of de rechter daadwerkelijk vooringenomen is in deze zaak, maar om de vaststelling dat de genoemde omstandigheden bij verzoekster de schijn (kunnen) wekken dat de rechter niet onpartijdig is. Ook de schijn van partijdigheid van de rechter dient te worden vermeden. Om die reden zal het verzoek toegewezen worden.

4. De beslissing

De wrakingskamer:

Wijst het verzoek tot wraking van mr. J.H.L.M. Snijders, in de zaak met zaaknummer

AWB 12/1467, toe.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.J.C. Adang, voorzitter, mr. J.H. Wiggers en

mr. J.M.A. van Atteveld, leden, en uitgesproken op 7 juni 2012 in tegenwoordigheid van de griffier.

4

248243 EX RK 12-107