Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BW8709

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15-06-2012
Datum publicatie
19-06-2012
Zaaknummer
AWB 10-2878
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2013:BZ7565, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Het ontrekken van een kerk aan de eredienst en sloopplannen staan aanwijzing als gemeentelijk monument niet in de weg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ’s-HERTOGENBOSCH

Sector bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 10/2878

Uitspraak van de meervoudige kamer van 15 juni 2012 in de zaak tussen

het bestuur van de R.K. Parochie Sint Norbertus

gevestigd te Berlicum, eiser,

(gemachtigden mr. M.B.P. Geeraedts en mr. F.C.J.J. Jessen)

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sint-Michielsgestel,

verweerder,

(gemachtigden mr. D. de Jong en B.A.H. Leenen).

Als partij van rechtswege heeft aan de zaak deelgenomen de Historische Vereniging Berlicum Middelrode.

<b>Procesverloop</b>

Bij besluit van 23 juli 2010 (bestreden besluit) heeft verweerder de Sacramentskerk te Middelrode aangewezen als gemeentelijk monument.

Tegen dit besluit heeft eiser beroep ingesteld.

De zaak is gevoegd behandeld met de zaak geregistreerd onder nummer AWB 10/1728 op de zitting van 23 maart 2012, waar eiser zich heeft laten vertegenwoordigen door [naam A], bijgestaan door de gemachtigden van eiser. Namens de partij van rechtswege is verschenen [naam B]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

<b>Overwegingen</b>

<u>De feiten.</u>

1. Op 24 maart 2009 heeft de partij van rechtswege verweerder verzocht de Sacramentskerk te Middelrode als gemeentelijk monument aan te wijzen. Op verzoek van verweerder heeft PRC B.V. Bodegraven (hierna: PRC) onderzoek laten doen door het Monumenten Advies Bureau Nijmegen naar de cultuurhistorische en monumentale waarde van de Sacramentskerk. In november 2009 is hierover gerapporteerd. Op 1 maart 2010 heeft de monumentencommissie van de gemeente Sint-Michielsgestel geadviseerd de Sacramentskerk aan te wijzen als gemeentelijk monument. Nadat eiser tegen het ontwerpbesluit zijn zienswijze heeft ingediend, heeft verweerder bij het bestreden besluit besloten de Sacramentskerk te Middelrode als gemeentelijk monument aan te wijzen. Bij besluit van 20 april 2010 heeft verweerder ook de Sint Petruskerk te Berlicum aangewezen als gemeentelijk monument. Eiser is voornemens deze kerk te slopen en de Sacramentskerk te Middelrode te verkopen. Volgens eiser zijn beide plannen onlosmakelijk met elkaar verbonden. Mede uit de opbrengst van de verkoop van de Sacramentskerk is eiser voornemens een nieuw liturgisch centrum in Berlicum te bouwen ter vervanging van de beide kerken.

<u>Het wettelijk kader ten tijde hier van belang.</u>

2. Ingevolge artikel 1, aanhef en onder a, eerste onderdeel, van de Erfgoedverordening Gemeente Sint-Michielsgestel 2009 (hierna: de verordening) wordt onder gemeentelijk monument verstaan: een overeenkomstig deze verordening als beschermd gemeentelijk monument aangewezen zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde.

Ingevolge artikel 2 van de verordening wordt bij de toepassing van deze verordening rekening gehouden met het gebruik van het monument.

Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de verordening kan het college, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een monument aanwijzen als gemeentelijk monument.

Ingevolge het derde lid, vraagt het college advies aan de monumentencommissie, voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt. (…).

Ingevolge het vierde lid voert het college overleg met de eigenaar, voordat het een (kerkelijk) monument als gemeentelijk monument aanwijst.

<u>De monumentale waarde.</u>

3. Eiser heeft allereerst aangevoerd dat de Sacramentskerk geen monumentale waarde heeft. Daartoe is aangevoerd dat in 2003 in opdracht van verweerder en in samenwerking met onder meer de partij van rechtswege alle cultuurhistorisch waardevolle panden en objecten in de gemeente zijn geïnventariseerd, waarbij de Sacramentskerk niet is geselecteerd.

4. Het betoog van eiser faalt. Naar het oordeel van de rechtbank ontneemt een eerder op verzoek van verweerder door de monumentencommissie ingenomen standpunt ten aanzien van de monumentale waarde van een pand verweerder niet de bevoegdheid hetzelfde pand op een later moment alsnog als gemeentelijk monument aan te wijzen. Daarbij komt dat het thans bestreden besluit is gebaseerd op de in opdracht van PRC opgestelde cultuurhistorische analyse en waardebepaling van november 2009 van het Monumenten Advies Bureau Nijmegen, dat een overzicht heeft gegeven van de diverse waarden conform de Richtlijn Bouwhistorisch Onderzoek. De rechtbank acht dit advies gezien de tekst voldoende gemotiveerd en concludent. Naar het oordeel van de rechtbank kan niet staande worden gehouden dat verweerder dit advies niet mede aan zijn besluit ten grondslag heeft mogen leggen. Bij gebreke van een door eiser overgelegd deskundigenrapport heeft verweerder zich op basis van dit advies en het advies van de monumentencommissie in redelijkheid op het standpunt mogen stellen dat de Sacramentskerk monumentale waarde heeft. Dat er meerdere met de Sacramentskerk vergelijkbare naoorlogse kerken zijn, doet hier niet aan af. Dat de Sacramentskerk monumentale waarde heeft is door eiser overigens ter zitting erkend.

<u>De belangenafweging.</u>

5. Eiser heeft voorts betoogd dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het belang de Sacramentskerk aan te wijzen als gemeentelijk monument in redelijkheid zwaarder heeft mogen wegen dan het financiële belang van eiser. Daartoe heeft eiser aangevoerd dat het handhaven van beide kerken in verband met de onderhoudskosten en het teruglopend aantal kerkgangers niet meer is op te brengen. Volgens eiser wordt verkoop van de Sacramentskerk ten behoeve van hergebruik bemoeilijkt doordat de monumentale status kopers afschrikt. Daar komt nog bij dat het Bisdom als voorwaarde voor instemming met herbestemming van de Sacramentskerk heeft gesteld dat het pand niet meer als kerk herkenbaar mag zijn. Als eiser de kerk niet kan verkopen zal dat tot intering op het eigen vermogen leiden en uiteindelijk tot het faillissement van eiser. Volgens eiser heeft verweerder onvoldoende rekening gehouden met de financiële gevolgen van het aanwijzen van de Sacramentskerk als gemeentelijk monument.

6. Aan verweerder komt op grond van de verordening de discretionaire bevoegdheid toe de Sacramentskerk als gemeentelijke monument aan te wijzen. Verweerder dient daarbij rekening te houden met het gebruik van het monument, zoals voorgeschreven in artikel 2 van de verordening, alsmede met de belangen, zoals genoemd in de toelichting op artikel 3 van de verordening.

7. Ten aanzien van het gebruik van de Sacramentskerk is de rechtbank van oordeel dat het teruglopend aantal kerkgangers en de stijgende kosten voor onderhoud geen beletselen behoefden te zijn om de kerk als gemeentelijk monument aan te wijzen. Dat het Bisdom alleen bereid is medewerking aan herbestemming te verlenen als de kerk niet meer als kerk herkenbaar is, behoefde voor verweerder evenmin reden te zijn om af te zien van het bestreden besluit.

8. Tot slot overweegt de rechtbank dat de aanwijzing als gemeentelijk monument van de Sint Petruskerk aan verlening van een sloopvergunning niet in de weg hoeft te staan. Zo'n vergunning kan worden verleend indien in het concrete geval de belangen van de aanvrager, afgewogen tegen de belangen van het beschermde monument, naar het oordeel van de vergunningverlener in redelijkheid moeten prevaleren. Bij deze afweging kunnen de slechte bouwkundige staat van de kerk en de financiële gevolgen van renovatie betrokken worden.

9. De rechtbank komt tot de conclusie dat verweerder alle relevante feiten en omstandigheden voldoende heeft meegewogen, zodat het besluit voldoende zorgvuldig is voorbereid. Voorts kan de motivering het besluit dragen.

10. Het beroep is ongegrond.

11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

12. Beslist wordt als volgt.

<b>Beslissing</b>

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.A.J. Zijlstra, voorzitter en mr. A. Venekamp en mr. F. Tadic, leden, in aanwezigheid van mr. H.J. van der Meiden, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2012.

<HR ALIGN="left" WIDTH="50%">

<i>Partijen kunnen tegen deze uitspraak binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.</i>

Afschriften verzonden: