Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BW8661

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
12-06-2012
Datum publicatie
19-06-2012
Zaaknummer
01/834284/11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Tussenverdachte en aangeefster, beiden veertien jaar oud, hebben op vrijwillige basis sekuselen handelingen plaatsgevonden. Verdachte wordt vrijgesproken omdat dit geen ontuchtig handelen als bedoeld in artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht oplevert.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/834284-11

Datum uitspraak: 12 juni 2012

Vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1997],

wonende te [woonplaats], [adres].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek achter gesloten deuren ter terechtzitting van 29 mei 2012.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 23 april 2012.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 15 juni 2011 te Helmond, in elk geval in het arrondissement 's-Hertogenbosch, met [slachtoffer], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het ontuchtig kussen van die [slachtoffer] op haar mond en/of (daarbij) duwen/brengen van zijn, verdachtes, tong in de mond van die [slachtoffer] en/of het betasten van en/of wrijven over de borsten en/of billen van die [slachtoffer] en/of het duwen/brengen van en/of wrijven met, een of meer van zijn, verdachtes, vingers over en/of tegen en/of in de vagina van die [slachtoffer];

(artikel 247 Wetboek van Strafrecht)

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is.

De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen.

Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Het standpunt van de officier van justitie.

Het tenlastegelegde is wettig en overtuigend te bewijzen. De door verdachte gepleegde handelingen hebben een ontuchtig karakter aangezien er geen affectieve relatie tussen verdachte en het slachtoffer was.

Het standpunt van de verdediging.

Vrijspraak van het tenlastegelegde. Dat er seksuele handelingen zijn verricht zoals in de tenlastelegging omschreven, staat niet ter discussie. Echter, deze handelingen zijn niet in strijd met de sociaal-ethische norm. Het ontuchtig karakter is aan de handelingen komen te ontvallen, nu er sprake is van een zeer gering leeftijdsverschil en een vrijwillig contact/ wederzijds goedvinden, dan wel een situatie waarin verdachte ervan kon en mocht uitgaan dat er sprake was van wederzijds goedvinden/vrijwillig contact.

Vrijspraak.

De rechtbank stelt vast dat er seksueel contact is geweest tussen twee leeftijdsgenoten.

De vraag waarvoor de rechtbank zich gesteld ziet is of deze handelingen ontuchtig zijn in de zin van artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht.

Gezien de memorie van toelichting bij dit wetsartikel gaat het bij het begrip 'ontuchtige handelingen' om handelingen van seksuele aard die in strijd zijn met de sociaal ethische norm. In deze zaak staat zodoende de vraag centraal of de handelingen die hebben plaatsgevonden in strijd zijn met de sociaal-ethische normen en derhalve een ontuchtig karakter hebben.

Gesteld kan worden dat de sociaal-ethische norm de afgelopen jaren is verschoven, in die zin dat jeugdigen op steeds jongere leeftijd seksuele handelingen verrichten. Artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht strekt echter tot bescherming van de seksuele integriteit van personen, die daartoe zelf, gelet op hun jeugdige leeftijd in het algemeen geacht worden niet of onvoldoende in staat te zijn. Hier moet naar het oordeel van de rechtbank, ondanks genoemde verschuiving, onverkort aan worden vastgehouden.

Onder omstandigheden kan aan zodanige handelingen met een minderjarige tussen de twaalf en zestien jaar het ontuchtig karakter ontbreken. In de onderhavige zaak dient naar het oordeel van de rechtbank de vraag beantwoord te worden of er omstandigheden waren, waardoor het ontuchtig karakter van de door verdachte gepleegde handelingen is komen te vervallen.

Daartoe overweegt de rechtbank dat in het arrest van de Hoge Raad van 24 juni 1997, NJ 1997, 676 is bepaald dat het ontuchtige karakter kan ontbreken bij seksueel contact met een minderjarige als het gaat om een vrijwillig contact tussen personen die slechts in geringe mate in leeftijd verschillen. Ook het gerechtshof in Arnhem is een aantal jaren later tot een vrijspraak gekomen in een zaak omdat het ontuchtig karakter ten aanzien van de seksuele handelingen ontbrak (28 april 2005, NJ 2005, 278).

De rechtbank heeft uit de inhoud van (deze) uitspraken een drietal criteria gedistilleerd en op de onderhavige zaak toegepast. Zij zal deze criteria hieronder nader bespreken.

Het moet allereerst gaan om een gering leeftijdsverschil tussen verdachte en aangeefster. Daarnaast moeten verdachte en aangeefster een min of meer affectieve relatie hebben gehad waarbinnen de seksuele handelingen zijn verricht. Tenslotte moet er geen aanleiding zijn om aan te nemen dat de aangeefster de handelingen tegen haar zin heeft verricht, dan wel een ondergeschikte positie ten aanzien van verdachte heeft gehad.

Verdachte en aangeefster waren op het moment dat de handelingen hebben plaatsgevonden beiden 14 jaar oud. Er kan dus worden gezegd dat er sprake was van een gering leeftijdsverschil.

Verdachte en aangeefster kenden elkaar 'via via' en ze hadden via 'ping' (sms/chatdienst van Blackberry) een aantal weken contact met elkaar, welk contact resulteerde in een afspraak bij de fietsbrug te Helmond in de vroege ochtend van 15 juni 2011.

Verdachte verklaart dat via 'ping' alle seksuele handelingen zoals die zijn begaan, vooraf tussen hem en aangeefster zijn afgesproken. Aangeefster ontkent dit.

Omdat de aanwezige bewijsmiddelen, in het bijzonder de verklaring van getuige [getuige], niet uitsluiten dat tussen verdachte en aangeefster een dergelijke afspraak is gemaakt en die bewijsmiddelen zodoende niet voldoende dwingend zijn om de lezing van aangeefster hierover als juist te aanvaarden, blijft de mogelijkheid open dat tevoren onderling is afgesproken om seksueel contact te hebben.

Uit de aanwezige bewijsmiddelen blijkt voorts dat aangeefster niet aan verdachte te kennen heeft gegeven dat zij niet was gediend van de door hem gepleegde handelingen, waardoor verdachte niet kon weten dat aangeefster een en ander niet wilde.

Uit de bewijsmiddelen blijkt wel dat aangeefster zelf ook actief heeft meegedaan door de tongzoen te beantwoorden. Aangeefster verklaart bovendien dat tijdens het zoenen verdachte niet heeft kunnen merken dat zij niet wilde.

Naar het oordeel van de rechtbank dient wat er zich tussen verdachte en aangeefster heeft afgespeeld gebracht te worden onder de noemer van het experimenteren op seksueel gebied tussen leeftijdgenootjes en zijn deze handelingen niet in strijd met de sociaal-ethische normen.. Zodoende is het ontuchtig karakter van de seksuele handelingen komen te vervallen. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken.

De vordering van de benadeelde partij.

Nu verdachte van het hem tenlastegelegde feit zal worden vrijgesproken, dient de benadeelde partij in de vordering niet ontvankelijk te worden verklaard.

De benadeelde partij zal worden verwezen in de kosten door de verdachte in deze strafzaak gemaakt als na te melden.

DE UITSPRAAK

De rechtbank.

- Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

- Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in haar vordering. Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M. Lammers, voorzitter en tevens kinderrechter,

mr. J.M.P. Willemse en mr. W.T.A.M. Verheggen, leden,

in tegenwoordigheid van M.P.M. van Goethem, griffier,

en is uitgesproken op 12 juni 2012.

Mr. W.T.A.M. Verheggen is buiten staat dit vonnis mee te ondertekenen.