Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BW8421

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15-06-2012
Datum publicatie
15-06-2012
Zaaknummer
01/035117-00
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging terbeschikkingstelling met wijziging van de voorwaarden.

Gronddelicten: medeplegen verkrachting meermalen gepleegd en medeplegen wederechtelijke vrijheidsberoving.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/035117-00

Uitspraakdatum: 15 juni 2012

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1979],

verblijvende te [woonplaats], [adres].

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van de rechtbank van 28 februari 2001 is [terbeschikkinggestelde] ter beschikking

gesteld.

Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beschikking van deze rechtbank van 27

juni 2011 met één jaar verlengd, met handhaving van de voorwaarden betreffende de

beëindiging van de verpleging waartoe op 16 juli 2010 is beslist.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 11 mei 2012 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 1 juni 2012.

Hierbij zijn de officier van justitie, de getuige-deskundige (naam reclasseringsmedewerkster), reclasseringsmedewerkster bij de Reclassering Nederland, regio Midden-Oost Nederland, locatie Almelo, de terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouwe gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

- het advies tot verlenging van de terbeschikkingstelling van de reclassering d.d. 6 april

2012, ondertekend door medewerkers van de reclasseringsinstelling te Almelo;

- het rapport van psychiater d.d. 18 maart 2012;

- het voortgangsverslag TBS d.d. 21 oktober 2011 van de Reclassering Nederland,

Toezichtunit Eindhoven.

Ter zitting van 1 juni 2012 heeft de getuige-deskundige twee voortgangsverslagen

overgelegd betreffende de terbeschikkinggestelde, respectievelijk d.d. 12 augustus 2011 en

7 februari 2012. Deze verslagen zijn in het dossier gevoegd.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van medeplegen van verkrachting, meermalen gepleegd en medeplegen van vrijheidsberoving, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. De hiervoor genoemde misdrijven betreffen misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

Psychiater (naam psychiater) heeft een psychiatrisch onderzoek ingesteld naar [terbeschikkinggestelde]. Daarvan heeft hij een rapport opgemaakt d.d.18 maart 2012. Dit rapport houdt onder meer in,,als forensisch psychiatrische beschouwing:

"Vergeleken met eerder onderzoek in 2011 zijn er bij het onderhavige onderzoek geen nieuwe gezichtspunten ten aanzien van de diagnostiek naar voren gekomen. Er is sprake van een antisociale persoonlijkheidsstoornis met daarbij, zoals uit eerder verricht onderzoek blijkt, ook kenmerken van psychopathie. Bij het vorige onderzoek, een jaar geleden, werd door ondergetekende geadviseerd om de TBS-maatregel met één jaar te verlengen. Argumenten hiervoor waren dat er ondanks een groot aantal positieve ontwikkelingen, zoals het feit dat betrokkene op dat moment stabiel functioneerde, geen drugs of alcohol gebruikte, zich goed aan afspraken met de reclassering en GGZ hield en werk had, een aantal factoren aanwezig waren die een risico in zich droegen. Dit betrof het feit dat betrokkene, hoewel hij op zich goed meewerkt, eigenlijk weinig heil in de geboden begeleiding en hulp zag, weinig oog toonde voor de potentiële risico's die er bestonden, recent vader was geworden en plannen had om met zijn vriendin en haar drie overige kinderen te gaan samenwonen. Inmiddels is een jaar verstreken. Na een aantal stabiele maanden is er een dreigende situatie ontstaan tussen betrokkene en zijn moeder, die een time-out opname in de Rooyse Wissel nodig heeft gemaakt. Hoewel moeder hier zeker een rol in heeft gehad geeft de escalatie toch aan dat betrokkene kwetsbaar is en dat zijn frustratietolerantie beperkingen kent. Op het moment dat de time-out geëffectueerd zou worden liet betrokkene dreigend en intimiderend gedrag zien, zonder dat het evenwel tot daadwerkelijk fysiek agressief gedrag is gekomen. Nadat betrokkene enkele maanden in de kliniek heeft doorgebracht, heeft hij vanaf september 2011 de draad weer opgepakt. Tot op heden gaat dat goed. Betrokkene houdt zich goed aan de afspraken met de reclassering en de GGZ. Door de reclassering wordt zijn houding als open en positief ervaren, maar betrokkene laat doorschemeren dat hij zelf niet veel aan deze contacten heeft en zich aan afspraken houdt omdat het verplicht is. Hetzelfde geldt voor de begeleiding door de GGZ. Op meerdere gebieden bestaan onzekere en spanninggevende omstandigheden. Betrokkene woont nu enkele maanden samen in een gezin met vier kleine kinderen. Rond enkele van deze kinderen bestaan problemen, reden waarom Jeugdzorg is ingeschakeld. Het vader moeten zijn in een gezin met vier kinderen met de daarbij komende problemen, het pas korte tijd samenwonen, de conflictueuze verhouding met zijn moeder door wie hij nog steeds zegt lastig te worden gevallen, het feit dat betrokkene geen vast of meer regulier werk heeft gevonden tot op heden, ondanks zijn inspanningen, zijn alle factoren die zijn situatie op dit moment onzeker en kwetsbaar maken. Zorgelijk is dat betrokkene deze problematiek niet onder ogen wil zien en er dus ook niet voldoende op anticipeert. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat hij de relatiegesprekken, die juist bedoeld zijn om een positieve bijdrage aan het systeem te leveren en problemen te voorkomen, eigenlijk afwijst. Zoals ook vorig jaar is geconstateerd heeft betrokkene het gevoel alles zelf te kunnen oplossen en daarbij geen hulp nodig te hebben. Hij geeft dan ook aan dat hij als de TBS-maatregel zou aflopen alle hulp en begeleiding meteen zou staken. Omdat betrokkenes indexdelict nu juist plaatsvond vanwege zijn grote moeite met het omgaan met het uitgaan van een relatie, is op dit moment meer zekerheid over de stabiliteit en duurzaamheid van de huidige relatie nodig om op verantwoorde wijze de TBS-maatregel te doen aflopen. Mocht onverhoopt de huidige relatie stuklopen dan zou dat betekenen dat betrokkene niet alleen zijn vriendin verliest, maar mogelijk ook het contact met zijn en haar kinderen. Een dergelijk scenario zou voor betrokkene, juist vanwege zijn grote betrokkenheid bij deze kinderen, zeer moeilijk en ook risicovol kunnen worden. Op basis van bovenstaande overwegingen is dan ook het advies om de TBS-maatregel voor één jaar te verlengen. In dat jaar kan dan, op geleide van de ontwikkelingen, de begeleiding geleidelijk aan worden verminderd in intensiteit en contactfrequentie."

Voorts houdt dit rapport onder meer in, als beantwoording van de vragen:

"Het risico op recidief gewelddadig gedrag is verantwoord in het huidige begeleidings- en behandelkader. De kans op herhaling is bij voortduren van het huidige kader beperkt. Het moet verantwoord worden geacht om in het komende jaar, uitgaande van een gunstig beloop, de frequentie en intensiteit van de begeleiding geleidelijk aan te verminderen en daarbij de verantwoordelijkheid meer bij betrokkene te leggen in aanloop naar een mogelijke beëindiging van de maatregel na een jaar."

De deskundige adviseert de maatregel van terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar

en voorwaardelijke beëindiging van het bevel tot verpleging te continueren.

Het adviesrapport van de reclassering d.d. 6 april 2012 houdt onder meer in als advies:

"Vanwege de nog maar korte duur van het samenwonen, drie maanden, het nog niet gevonden hebben van (vast) werk, de financiële zorgen en problemen die dat met zich meebrengt, zijn we van mening dat de situatie nog meer stabiliteit behoeft alvorens het o.i. verantwoord is om de voorwaardelijke beëindiging van de TBS te beëindigen. De betrokkenheid van Bureau Jeugdzorg en de onduidelijkheid die nog bestaat aangaande oudste twee kinderen komt de stabiliteit niet ten goede. Op emotioneel vlak kan dit voor betrokkene en zijn vriendin ontwrichtend en/of destabiliserend werken."

Het advies van de reclassering luidt, mede gelet op de bevindingen van de psychiater,

verlenging van de voorwaardelijke beëindiging van de TBS met één jaar, ingegeven door zorg en ten behoeve van verdere stabilisering.

Hierbij kunnen volgens de reclassering de volgende voorwaarden vervallen:

• betrokkene zal gaan wonen bij zijn moeder en stiefvader in Helmond;

• betrokkene verleent zonodig zijn medewerking aan een Forensisch Psychiatrisch Toezicht door FPC de Rooyse Wissel.

In de navolgende voorwaarde zou volgens reclassering een aanpassing kunnen worden geformuleerd in die zin dat "Forensisch Psychiatrische Kliniek te Helmond en Novadic-Kentron" kan vervallen:

• Betrokkene stelt zich gedurende de voorwaardelijke beëindiging onder

(psychotherapeutische) behandeling (met inbegrip van begeleiding in de relatie met zijn vriendin) van de Forensisch Psychiatrische Kliniek te Helmond en Novadic-Kentron of een door de reclassering aangewezen instelling, zolang de Forensisch Psychiatrische Kliniek te Helmond of Novadic-Kentron of deze andere instellingen en de reclassering dit noodzakelijk achten.

Deze voorwaarde zou dan kunnen luiden:

• Betrokkene stelt zich onder behandeling( met inbegrip van begeleiding in de relatie met zijn vriendin) van een door de reclassering aangewezen instelling zolang de reclassering en deze instelling dit noodzakelijk achten.

De getuige-deskundige heeft ter zitting gepersisteerd bij de inhoud van het rapport van de reclassering van 6 april 2012. Voorts heeft zij het volgende ter toelichting opgemerkt, kort en zakelijk weergegeven:

Het feit dat [terbeschikkinggestelde] thans werk heeft en inmiddels zes maanden bij het gezin woont, verandert het advies in de kern niet. De in het rapport geschetste positieve lijn en stabiliteit lijken te worden voortgezet maar de periode van deze positieve lijn en stabiliteit is nog erg kort. Bijvoorbeeld tijdens perioden van werkloosheid waren er wel enige spanningen en in de contacten met de vaders van de kinderen. Eén kind in het gezin van de partner van [terbeschikkinggestelde] was al voor zijn komst uit huis geplaatst en Bureau Jeugdzorg denkt dat de situatie thuis sinds de komst van [terbeschikkinggestelde] stabieler is geworden. De ontwikkelingen zijn gunstig maar het betreft nog steeds een korte periode. De zorg voor de situatie is meer reden voor verlenging dan het recidivegevaar; als er kinken in de kabels komen, dan lopen de risico's wel op. Onze inzet is om [terbeschikkinggestelde] nog een jaar, maar dan steeds meer aan de zijlijn te begeleiden. Ik zie een afbouw in komend jaar in de begeleiding.

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Ik ben het niet eens met verlenging. De argumenten voor een verlenging betreffen slechts aannames. Ik heb een zware periode met spanningen gekend maar ik heb me er doorheen geslagen. Financieel is het wel moeilijk geweest toen ik geen werk had, maar ik heb nu werk bij een bakkerij met zicht op een vast dienstverband en voel me erg verantwoordelijk voor de kinderen.

Ik heb in een emotionele bui gezegd dat wanneer de maatregel van terbeschikkingstelling is geëindigd, ik geen hulp meer wil, van niemand. Dat is echter geen realiteit. Ik zeg echter wel eens dingen die ik achteraf gezien beter niet had kunnen zeggen.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling met één jaar.

De raadsvrouwe van de terbeschikkinggestelde heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vordering en daartoe aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven, dat als argument voor verlenging van de maatregel wordt aangedragen de duurzaamheid van de stabiliteit in de huidige situatie, maar dat het wettelijk criterium inhoudt dat er geen verlenging volgt indien het recidiverisico aanvaardbaar is, hetgeen volgens de psychiater het geval is. De raadsvrouwe is van mening dat de reclassering niet onderbouwt waarin het gevaar van recidive zich zou kunnen voordoen bij beëindiging van de maatregel. Zij is van mening dat niet aan het recidivecriterium is voldaan.

De raadsvrouwe merkt daarnaast op dat [terbeschikkinggestelde] zich de afgelopen periode

voortreffelijk staande heeft gehouden, zijn verantwoordelijkheid heeft genomen, werk heeft gevonden en er geen sprake is van terugval.

De rechtbank verenigt zich met het advies van de psychiater voornoemd en met het advies van de reclassering en de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de getuige-deskundige.

De rechtbank neemt enerzijds in ogenschouw dat er in het afgelopen jaar sprake is van een positieve ontwikkeling en dat verdachte werk heeft gevonden met mogelijk zicht op een vaste dienstbetrekking. Anderszijds stelt de rechtbank vast dat de periode van samenwonen van [terbeschikkinggestelde] met zijn partner nog relatief kort van duur is en er sprake is van een complexe gezinssituatie.

Ook neemt de rechtbank in aanmerking dat de psychiater concludeert dat het gevaar voor herhaling van strafbare feiten bij voortduring van het huidig kader beperkt is.

Gelet op het vorenstaande, gezien artikel 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

De rechtbank zal de terbeschikkingstelling van [terbeschikkinggestelde] verlengen onder aanpassing van de voorwaarden die de rechtbank bij beslissing van 16 juli 2010 aan de beëindiging van de verpleging van overheidswege van [terbeschikkinggestelde] heeft verbonden, als hierna vermeld.

DE BESLISSING

De rechtbank:

verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met één jaar;

wijzigt de voorwaarden verbonden aan de beëindiging van de verpleging van overheidswege van [terbeschikkinggestelde], omschreven in de beslissing van deze rechtbank van 16 juli 2010 in die zin dat deze komen te luiden:

- betrokkene zal zich niet schuldig zal maken aan strafbare feiten;

- betrokkene stelt zich onder toezicht van Reclassering Nederland en zal zich houden aan de voorschriften en aanwijzingen door of namens deze instelling aan hem te geven;

- betrokkene stelt zich onder ambulante behandeling( met inbegrip van begeleiding in de relatie met

zijn vriendin) van een door de reclassering aangewezen instelling zolang de reclassering

en deze instelling dit noodzakelijk achten;

- betrokkene zal niet verhuizen en/of elders gaan wonen zonder overleg met en toestemming van de reclassering;

- betrokkene zal geen alcohol en/of drugs gebruiken en verleent zijn medewerking aan urine- en drugscreening (UDS).

Deze beslissing is gegeven door:

mr. M. Senden, voorzitter,

mrs. A.M. Kooijmans-de Kort en Y.N.M. Rijlaarsdam, leden,

in tegenwoordigheid van J.F.A. Verhagen, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 15 juni 2012.

Mr. Y.N.M. Rijlaarsdam is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.