Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BW8396

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
07-06-2012
Datum publicatie
14-06-2012
Zaaknummer
798980
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

In het tussenvonnis is eiseres in de gelegenheid gesteld te bewijzen dat een bepaald computerprogramma aan gedaagde was geleverd. Eiseres heeft stukken in het geding gebracht waaruit volgens haar blijkt dat gedaagde haar nieuwsbrief ontving, dat in die nieuwsbrief op 9 maart 2010 stond vermeld hoe het computerprogramma moet worden geïnstalleerd en dat de nieuwsbrief van 29 maart 2010 slechts bestemd was voor gebruikers van het computerprogramma en uitleg bevat over hoe het programma moet worden gebruikt.

Nog daargelaten dat naar het oordeel van de kantonrechter uit de stukken niet zonder meer blijkt dat gedaagde de nieuwsbrieven die eiseres heeft overgelegd ook heeft ontvangen, levert het enkele versturen van die nieuwsbrieven geen leverin van het computerprogramma op. Ingevolge artikel 2 Auteurswet juncto artikel 3:96 BW dienen zaken als de onderhavige namelijk te worden geleverd door een daartoe bestemde akte. De enkele vermelding van de wijze waarop een computerprogramma kan worden geïnstalleerd in een nieuwsbrief kan niet worden gekwalificeerd als een leveringsakte. Vordering (tot betaling voor het computerprogramma) afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2012/217
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector Kanton, locatie ‘s-Hertogenbosch

Zaaknummer : 798980 / 253

Rolnummer : 11 – 11832

Uitspraak : 7 juni 2012

in de zaak van:

de besloten vennootschap Vastgoed Service Center B.V.,

gevestigd te Lelystad,

eiseres,

gemachtigde: GGN Brabant,

t e g e n :

[gedaagde]

wonende en zaakdoende te [woonplaats],

gedaagde,

procederend in persoon.

Partijen zullen verder worden aangeduid als ‘VSC’ en ‘[gedaagde]’.

1. De verdere procedure

Na het tussenvonnis van 8 maart 2012 heeft VSC op de rolzitting van 5 april 2012 een akte uitlating genomen. Vervolgens heeft [gedaagde] op de rolzitting van 3 mei 2012 mondeling gereageerd. Daarna is vonnis bepaald op heden.

2. De verdere beoordeling

2.1. De kantonrechter verwijst naar het tussenvonnis van 8 maart 2012 en blijft bij wat daarin is overwogen en beslist.

2.2. Omdat in dat vonnis reeds op de vordering in reconventie is beslist, behoeft die vordering in dit vonnis geen bespreking meer. Daarom zal slechts de vordering in conventie worden besproken en slechts op die vordering worden beslist.

2.3. Naar het oordeel van de kantonrechter is VSC er niet in geslaagd te bewijzen dat het TMS–programma aan [gedaagde] is geleverd. Op grond van artikel 2 Auteurswet juncto artikel 3:96 BW dienen zaken als de onderhavige te worden geleverd door een daartoe bestemde akte. De enkele vermelding van de wijze waarop een computerprogramma kan worden geïnstalleerd in een nieuwsbrief kan niet worden gekwalificeerd als een leveringsakte. Nog daargelaten dat uit de door VSC geproduceerde stukken niet zonder meer blijkt dat [gedaagde] de nieuwsbrieven die VSC heeft overgelegd ook heeft ontvangen (er blijkt immers alleen uit dat [gedaagde] op 7 juli 2010 was aangemeld voor de nieuwsbrief) levert het enkele versturen van de nieuwsbrieven dus geen levering van de licentie van het TMS-programma op.

2.4. De vordering in conventie betreft slechts facturen voor het TMS-programma, en is, omdat niet in rechte vast is komen te staan dat dat programma is geleverd, niet toewijsbaar.

2.5. VSC wordt, als de in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld in de proceskosten in conventie. Die worden op nihil begroot omdat onbekend is (of en zo ja) welke kosten [gedaagde] heeft gehad.

3. De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering in conventie af;

veroordeelt VSC in de proceskosten, die tot op heden aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op nihil.

Aldus gewezen door mr. P.A.M. Penders, kantonrechter, en in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juni 2012.

Zaaknummer: 798980 / 253 blad 2

vonnis