Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BW6532

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
25-05-2012
Datum publicatie
25-05-2012
Zaaknummer
01/845071-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging tbs met twee jaar.

Index-delicten: mensenhandel en pedoseksuele delicten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK ’s-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/845071-07

Uitspraakdatum: 25 mei 2012

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1969],

verblijvende in [kliniek].

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van de rechtbank van 28 november 2007 is betrokkene ter beschikking gesteld.

Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beschikking van het gerechtshof te

Arnhem van 10 maart 2011 met twee jaar verlengd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 6 april 2012 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 mei 2012.

Hierbij zijn de officier van justitie, de deskundige en de ter beschikking gestelde en zijn raadsman gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

- het advies van [kliniek] d.d. 14 maart 2012, opgemaakt door

drs. H.J. van der Lugt, hoofd van de inrichting, drs. Z. Acherrat, psychiater, en

drs. A.W. Sierksma, klinisch psycholoog, hoofd behandeling;

- de omtrent de ter beschikking gestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

- het persoonsdossier van de ter beschikking gestelde.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van “met iemand die de leeftijd van 12 jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd” en “mensenhandel, terwijl de feiten worden gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl de persoon ten aanzien van wie de feiten worden gepleegd, de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, meermalen gepleegd en mensenhandel, terwijl de persoon ten aanzien van wie de feiten worden gepleegd, de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft gepleegd” en “met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen”, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. De hiervoor genoemde misdrijven betreffen misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van het hoofd van de inrichting is onder meer het navolgende gesteld:

“Kernproblematiek.

Bij betrokkene is sprake van een combinatie van seksuele deviatie, in de vorm van pedofilie,

en een seksuele gepreoccupeerdheid. Tevens is er sprake van een antisociale

persoonlijkheidsstoornis met afhankelijke trekken.

Belangrijk is op te merken dat betrokkene tijdens de aan hem opgelegde behandeling

vanwege het plegen van pedoseksuele delicten teruggevallen is in delictgedrag zonder dit

aan zijn behandelaars te melden.

Ten aanzien van het recidiverisico kan gesteld worden dat in eerste instantie vooral de

pedoseksuele voorkeur van betrokkene in combinatie met de cognitieve vervormingen,

waarmee hij zijn delictgedrag rechtvaardigt, en zijn tekort aan copingvaardigheden de

voornaamste risicofactoren vormen. (…)

Delictgevaar.

Voor wat betreft de door betrokkene gepleegde delicten, is de seksueel deviante voorkeur de

belangrijkste delictgerelateerde factor. Er is bij betrokkene sprake van meerdere parafilieën

waaronder pedofilie en (in het verleden) exhibitionisme. Er zijn geen andere specifieke

factoren of psychosociale stressoren die bij hebben bijgedragen aan de totstandkoming van

de delicten. De maatschappelijke inbedding is goed te noemen destijds en er komen ook

geen duidelijke situationele factoren naar voren die hebben bijgedragen aan het

delictgedrag.

Ook zijn er geen duidelijke en overtuigende aanwijzingen dat betrokkene ervaren

spanningen heeft geseksualiseerd ten tijde van de delicten. Betrokkene is al vanaf vroege

leeftijd bezig met seksualiteit en heeft frequent seksueel contact wat een duidelijke en

eenzijdige relatie tussen ervaren spanningen en seksualiteit minder aannemelijk maakt ten

tijde van de delicten. Dat betrokkene momenteel benoemt dat hij ervaren spanningen en

contacten met vrouwen seksualiseert, komt wellicht omdat hij zijn pedoseksuele geaardheid

meer naar de achtergrond wil schuiven. Te meer daar hij ook aangeeft op volwassen

vrouwen te vallen en het feit dat de kliniek hem ziet als iemand met een pedoseksuele

voorkeur, erg vervelend zegt te vinden.

Wanneer gekeken wordt naar de risicotaxatie-instrumenten valt betrokkene op basis van de

score op de Static-99 in de risicocategorie ‘Hoog’. Wanneer verder naar de SVR-20

gekeken wordt, komt er nog een aantal delictgerelateerde factoren naar voren waarvan zijn

seksuele geaardheid de belangrijkste factor is. Deze delictgerelateerde factor heeft samen

met zowel betrokkenes gebrekkige introspectieve als gebrekkige empathische vermogens, in

het verleden geleid tot een zeer hardnekkig delictpatroon.

Betrokkene is zoals eerder gesteld iemand die al vanaf vroege leeftijd met seks en

seksualiteit bezig is geweest.

Hij is het verleden meerdere malen veroordeeld voor verschillende zedendelicten en is

binnen een opgelegde therapie gekomen tot de indexdelicten. Hoewel hij momenteel

openheid geeft van zaken over zijn seksualiteit, gaat dat naar de mening van

ondergetekende teveel over (vermeende) gevoelens van hetero- en (in mindere mate)

homoseksualiteit en minder over pedoseksualiteit waar betrokkene immers meerdere malen

voor veroordeeld is.

De in het verleden opgedane heteroseksuele contacten hebben (naar de mening van de

rapporteur van de Risicotaxatie) de functie gehad van het aan het zicht van de buitenwereld

onttrekken van homo- en pedoseksuele gevoelens.

Om het gevaar op recidive bij onbegeleide verloven te minimaliseren, is het van belang om

de verloven zo controleerbaar mogelijk te maken en blijvend goed zicht te houden op

betrokkenes risicosignalen. Dit om de kans op het kunnen komen tot een proces van

‘grooming’ zo klein mogelijk te houden, te meer daar betrokkene gezien de ernstige

schendingen van voorwaarden in het verleden, niet alleen maar geloofd kan worden op zijn

woord. Dit dient langdurig gerealiseerd te kunnen worden. Als dergelijke verloven

gerealiseerd kunnen worden (middels bijvoorbeeld contactmomenten, belafspraken e.d.),

wordt het gevaar op recidive ingeschat op laag. Mochten dergelijke verloven niet te

realiseren zijn en krijgen ze een meer ‘los’ en niet doelgericht karakter, dan is het

gevaar op recidive op de midden- en lange termijn bij onbegeleide verloven in te schatten

als matig tot hoog. Seks en seksualiteit hebben een groot deel van betrokkenes leven

bepaald. Het feit dat hij momenteel aangeeft haast niet met seks(ualiteit) bezig te zijn en

zich seksueel het meest aangetrokken zegt te voelen tot volwassen vrouwen, wordt als niet

realistisch ingeschat. (...)

Beschouwing.

Betrokkene is een 43-jarige man, die veroordeeld is tot een gevangenisstraf van 24 maanden

en ter beschikking stelling met bevel tot verpleging van overheidswege, vanwege het plegen

van seksuele delicten bij minderjarige (pre)pubertaire jongens. Hij is eerder met justitie in

aanraking geweest in verband met seksueel grensoverschrijdend gedrag naar jongens en het

in bezit hebben en verspreiden van kinderpornografie.

Betrokkene heeft vervolgens een ambulante forensische behandeling opgelegd gekregen en

tijdens deze behandeling is betrokkene gerecidiveerd in het bovenbeschreven indexdelict,

wat hij verzwegen heeft voor zijn behandelaar. In een verder verleden is betrokkene in

aanraking geweest met justitie in verband met geweldpleging en diefstal/heling.

De persoonlijkheidsproblematiek wordt gekenmerkt door antisociale en afhankelijke

kenmerken. Opgemerkt moet worden dat het niet gaat om harde antisociale gedragingen.

De laatste periode zijn juist de afhankelijke en vermijdende kenmerken van betrokkene

zichtbaar en bespreekbaar geworden (geremdheid, angst, voorzichtigheid, schaamte)

Aanwijzingen voor het bestaan -zoals aanvankelijk vermoed- van een pervasieve

ontwikkelingsstoornis zijn niet gevonden. Er is wel sprake van een aantal kenmerken, die in

die richting wijzen (rigiditeit/ starheid/gebrek aan souplesse, dispositie tot overprikkeld

raken, dichotoom denken, behoefte aan voorspelbaarheid/overzicht/routine, contactuele

kenmerken, gebrekkige empathie).

Betrokkene maakt vorderingen in zijn behandel- en verloftraject.

Op 6 maart is een machtiging onbegeleid verlof afgegeven door het ministerie.

Betrokkene stelt zich in zijn behandeling begeleidbaar en stuurbaar op.

Hij maakt in voldoende mate inzichtelijk waar hij in zijn behandeling en tijdens zijn

verloven tegenaan loopt. Hij bespreekt dit tijdens mentorgesprekken en is hierin open en

transparant, ook ten aanzien van de prikkels op seksueel gebied waar hij tijdens zijn verlof

mee wordt geconfronteerd. Betrokkene volgt inmiddels een individuele psychotherapie, hij

gaat deelnemen aan de Terugvalpreventiegroep (tbv daders van pedoseksuele

delicten in de fase van onbegeleid verlof) en is gestart met de libidoremmende medicatie,

waarmee hij zich bereid toont ingrijpende stappen te willen zetten ter verdere vermindering

van het recidiverisico.

In het gehele traject is de fase van het onbegeleide verlof een opstap naar de

resocialisatieafdeling van de kliniek.

Via de weg van de geleidelijkheid zal worden gestreefd naar een zo zelfstandig mogelijke

woon-/werksituatie, waarbij sprake zal zijn van langdurige externe controle. Met dit traject

voor ogen, waarin vrijheden geleidelijk aan binnen een verantwoord risicomanagement

zullen worden uitgebreid, adviseren wij de terbeschikkingstelling met twee jaar te

verlengen.

Conclusie en advies.

Wij adviseren u de aan betrokkene opgelegde maatregel van terbeschikkingstelling te

verlengen. Gelet op de ons inziens benodigde duur om een substantieel deel van het

resocialisatietraject te realiseren is ons advies de TBS met twee jaar te verlengen.”

De ter beschikking gestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Ik ben het niet eens met een verlenging van twee jaar.

Misschien kan over een jaar worden gekeken hoe het is verlopen.

Ik vind die verloven heerlijk. Voorafgaand aan de verloven heb ik een voorbespreking. Dan wordt besproken hoe de stemming is en waar ik naartoe ga. Als ik terug kom wordt mij gevraagd hoe het is geweest en waar ik tegenaan ben gelopen.

Ik heb nu vier keer onbegeleid verlof gehad. Tijdens die verloven ben ik naar de stad gegaan, heb ik mijn boodschapjes gedaan en heb ik een kopje koffie gedronken.

Ik mag nu twee keer per week vier uur op onbegeleid verlof. Ik heb een fiets aangeschaft en volgende week zaterdag ga ik voor het eerst een fietsroute fietsen.

Ik ben op zoek naar werk. Het is heerlijk om buiten te werken.

Ik ben tevreden met hoe het nu gaat.

Ik gebruik libidoremmende middelen. Ik heb wel een beetje last van de bijwerkingen. Ik bespreek dat. Ik ben niet iemand die snel opgeeft, dus ik ga wel door met het gebruik van libidoremmende middelen.

Ik volg individuele therapie. Dat is af en toe best wel pittig. Ik kom hierdoor tot meer inzichten.

Het blijft heel gevoelig om over het delict waarvoor ik nu in de tbs zit te praten. Na het plegen van het delict ben ik in paniek geraakt en ben ik suïcidaal geweest. Ik ben bang dat wanneer ik over het delict ga praten dat weer naar boven komt. Met de vrouw van wie ik individuele therapie krijg ben ik nu aan het bekijken of dit delict via traumaverwerking kan worden besproken.

Ik hoor nu dat het een halfjaar tot driekwartjaar duurt voordat een overstap naar de resocialisatieafdeling kan worden gemaakt. Ik vraag me af waarom dat zo lang moet duren.

Ik denk dat wanneer ik vijf dagen in de week werk, en ik de controle van de reclassering, mijn psycholoog, mijn buddy en mijn netwerk heb, dit voldoende is. Er zijn andere manieren om controle uit te oefenen dan zo strak vanuit de kliniek. Er zijn andere instanties die net zo goed controle kunnen uitoefenen.

De deskundige de heer Verbruggen, optredend namens voormelde inrichting, heeft het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

Betrokkene staat aan het begin van het resocialisatietraject. De eerstvolgende fase is dat hij werk vindt en een dagbesteding heeft. Daarna kan een overgang naar de resocialisatieafdeling plaatsvinden. We gaan er van uit dat dat traject vanaf nu nog minimaal een halfjaar tot driekwartjaar duurt. Dan is een halfjaar tot driekwartjaar nodig voor de volgende stap. Dat is de stap naar een trainingswoning. Daarna moet nog de overgang vanuit [gemeente] naar de regio van herkomst plaatsvinden.

We willen dat graag in het kader van het proefverlof laten plaatsvinden. Naar mijn mening dient dit onder de paraplu van de dwangverpleging te gebeuren.

Betrokkene gebruikt nu libidoremmende middelen. Hij is meer open. Hij krijgt meer vrijheden en die moeten we controleren. We moeten kijken hoe hij met spanningen omgaat. Als de tbs nu wordt beëindigd is het recidiverisico matig tot hoog.

Het is belangrijk dat gedragspatronen langdurig inslijten. In het verleden had hij werk, maar vond daarnaast toch het seksuele gebeuren plaats. Hij moet een bevredigend leven opbouwen. We moeten kijken hoe dit door andere activiteiten kan worden verbeterd, zodat het recidiverisico wordt teruggedrongen.

Betrokkene vraagt waarom het een halfjaar tot driekwartjaar duurt voordat een overgang kan worden gemaakt.

Die overgang roept altijd veel spanningen op. We moeten dat monitoren. Het is niet verantwoord om het sneller te doen.

Een voorwaardelijke beëindiging over een jaar lijkt mij te voortvarend. We willen goed controleren of betrokkene de verantwoordelijkheden die krijgt aan kan. Bij een voorwaardelijke beëindiging valt de controle van de kliniek weg. Het controlemechanisme van de reclassering is veel minder.

Het recidiverisico wordt bij het gebruik van libidoremmende middelen verminderd. Het gebruik van libidoremmende middelen is een van de voorwaarden voor het starten van onbegeleid verlof geweest. Het ligt zeer sterk in de verwachting dat dit, indien een voorwaardelijke beëindiging aan de orde zal komen, ook een van de voorwaarden verbonden aan de voorwaardelijke beëindiging zal zijn.

Alleen het gebruik van libidoremmende medicatie is niet voldoende om het recidiverisico te verminderen. Hij zal daarnaast nog een aantal dingen moeten doen om een meer zelfstandig leven te leiden.

Er is een wachtlijst voor de resocialisatieafdeling. Over het algemeen is de wachttijd een paar maanden. Ik verwacht dat het niet veel meer dan twee maanden zal zijn.

De raadsman vraagt mij of het mogelijk is dat betrokkene in plaats van naar de trainingswoning naar het GGz gaat. Dat is theoretisch mogelijk. Als de reclassering zich daar in kan vinden is het mogelijk. Het is dan de verantwoordelijkheid van de reclassering.

Wij vinden echter dat betrokkene intensievere begeleiding nodig heeft.

Onze ervaring is dat de reclassering minder controle kan uitoefenen dan de kliniek.

De officier van justitie heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Ik persisteer bij de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar. In maart 2011 heeft het gerechtshof aangegeven dat de behandeling zich nog in het beginstadium bevond.

Nu is pas begonnen met het verlenen van wat vrijheden.

Tijdens een eerdere begeleiding wegens een pedoseksueel delict is betrokkene gerecidiveerd.

De kliniek geeft aan dat er heel goed moet worden gemonitord. Betrokkene geeft wel wat meer openheid, maar er moet een vinger aan de pols worden gehouden. Betrokkene heeft nu tweemaal per week vier uur onbegeleid verlof. Er zal nog een heel traject moeten volgen om de controle wat meer los te kunnen laten.

Ik vind het heel begrijpelijk dat de kliniek het onverantwoord vindt om de controle buiten de kliniek te leggen.

Een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging is volgend jaar nog niet aan de orde.

Ik verzoek u de tbs met bevel tot verpleging met twee jaar te verlengen.

De raadsman van de ter beschikking gestelde heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Het gaat er mijn cliënt met name om dat over een jaar de dwangverpleging voorwaardelijk kan worden beëindigd. Mijn cliënt wil het komende jaar gebruiken om werk te zoeken.

Mijn cliënt wil dat de tbs nu met één jaar wordt verlengd en dat de dwangverpleging volgend jaar voorwaardelijk zal worden beëindigd. Dit onder streng toezicht van de reclassering en eventueel via een GGz-instelling.

De deskundige heeft aangegeven dat een jaar iets te kort is. Het zal ook iets meer dan een jaar duren voordat de dwangverpleging voorwaardelijk zal worden beëindigd. Op de volgende zitting zal, alvorens de dwangverpleging daadwerkelijk wordt beëindigd, het onderzoek voor drie maanden worden geschorst teneinde een onderzoek naar de voorwaardelijke beëindiging te laten plaatsvinden.

Het risico kan in een jaar voldoende worden verlaagd. Ten aanzien van de openheid gaat het goed. Ook het gebruik van de libidoremmende medicatie is van essentieel belang. Als mijn cliënt deze medicatie blijft gebruiken dan brengt dat een behoorlijke verlaging van het recidiverisico met zich.

In het komende jaar kunnen de onbegeleide verloven worden uitgebreid en kan mijn cliënt op zoek gaan naar werk. Hij is al bezig met het zoeken naar werk.

Vervolgens kan er een fase intreden waarin de reclassering er bemoeienis mee krijgt en mijn cliënt verder kan worden geresocialiseerd in het kader van een voorwaardelijke beëindiging.

De rechtbank heeft in 2007 een tbs met bevel tot verpleging opgelegd, terwijl de deskundigen een tbs met voorwaarden hadden geadviseerd. De mogelijkheid van een tbs met voorwaarden is toen afgeketst, omdat er bij de GGz geen mogelijkheden waren. Toen is maar gekozen voor een tbs met bevel tot verpleging. Naar mijn mening dient de duur van de dwangverpleging dan ook zo kort mogelijk worden gehouden en dient een voorwaardelijke beëindiging zo snel mogelijk te worden gerealiseerd. Mijns inziens dienen de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging in ieder geval over een jaar te worden onderzocht.

Ik verzoek u de tbs met één jaar te verlengen, zodat volgend jaar de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging kunnen worden onderzocht.

De rechtbank verenigt zich met het advies van voornoemde inrichting, met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige.

Gelet op het vorenstaande, gezien artikel 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

De rechtbank is, anders dan de ter beschikking gestelde en de raadsman, van oordeel dat de terbeschikkingstelling met twee jaar dient te worden verlengd. De ter beschikking gestelde staat aan het begin van het resocialisatietraject. Hij heeft pas vier onbegeleide verloven gehad en krijgt thans tweemaal per week vier uur verlof. Deze onbegeleide verloven dienen derhalve nog aanzienlijk te worden uitgebreid. Bovendien heeft de deskundige aangegeven dat de ter beschikking gestelde over werk en een dagbesteding dient te beschikken alvorens een overgang naar de resocialisatieafdeling kan plaatsvinden. Na een positief afgerond verblijf op de resocialisatieafdeling zal een overgang naar een trainingswoning dienen plaats te vinden. Tot slot zal nog een overplaatsing van [gemeente] naar de plaats van herkomst dienen plaats te vinden. De deskundige heeft aangegeven dat dit gehele traject nog geruime tijd in beslag zal nemen en zal een periode van een jaar ruimschoots overstijgen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging over een jaar nog niet aan de orde kan zijn. De rechtbank ziet derhalve geen aanleiding de terbeschikkingstelling met één in plaats van twee jaren te verlengen en is van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar eist.

DE BESLISSING

De rechtbank:

verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met twee jaar.

Deze beslissing is gegeven door

mr. E.M.J. Raeijmaekers, voorzitter,

mr. C.B.M. Bruens en mr. N.I.B.M. Buljevic, leden,

in tegenwoordigheid van mr. F. van Hulst, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 25 mei 2012.