Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BW5331

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
09-05-2012
Datum publicatie
11-05-2012
Zaaknummer
01/833070-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging plaatsing in een inrichting voor jeugdigen met 15 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/833070-07

Beslissing verlenging plaatsing in een inrichting voor jeugdigen

Beslissing in de zaak van de veroordeelde:

[veroordeelde]

geboren te [geboorteplaats] op [1990],

verblijvende in [naam kliniek].

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van de rechtbank van 22 november 2007 is de veroordeelde geplaatst in een inrichting voor jeugdigen. Deze plaatsing is voor het laatst, bij beschikking van deze rechtbank d.d. 29 september 2010 met 9 maanden verlengd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank d.d. 23 maart 2012, strekt tot verlenging van de termijn van plaatsing van voornoemde veroordeelde voor de duur van 15 maanden.

Deze vordering is behandeld op de achter gesloten deuren gehouden terechtzitting van deze rechtbank van 25 april 2012.

Daarbij zijn de officier van justitie, de veroordeelde, zijn raadsvrouwe en de deskundige gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

- het advies van de [justitiële inrichting naam], ondertekend door [rapporteur 1], gedragswetenschapper, Gz-psycholoog en behandel-coördinator en [rapporteur 2], directeur JJI, d.d. 20 maart 2012;

- de omtrent de geplaatste veroordeelde gehouden wettelijke aantekeningen;

- het persoonsdossier van de veroordeelde.

De beoordeling.

De vordering is tijdig ingediend.

De plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is toegepast ter zake van:

- diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen;

- diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels;

- diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

- diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

- poging tot diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

- diefstal;

- diefstal;

- aangifte doen dat een strafbaar feit gepleegd is, wetende dat het niet gepleegd is;

- poging tot diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen is een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De rechtbank heeft bij het opleggen van de maatregel tevens geoordeeld, dat verdachte ten tijde van het plegen in verminderde mate toerekeningsvatbaar was.

In voornoemd advies van de inrichting is onder meer het navolgende gesteld:

"Gesteld kan worden dat binnen een omgeving waar voldoende structuur en sturing aanwezig is, risicofactoren een mindere rol lijken te spelen en de kans op recidive dan ook verlaagd lijkt te zijn. Het opnieuw recidiveren tijdens het STP doet echter vermoeden dat de zelfsturingsvaardigheden van[veroordeelde] nog niet voldoende ontwikkeld zijn om deze sterke punten en ontwikkeling ook vast te houden wanneer de structuur afneemt. Het recidiverisico is met behulp van een SAVRY in kaart gebracht en kan op grond van zijn gedrag en de getoonde vaardigheden op de behandelgroep als hoog worden beschouwd, wanneer toezicht en structuur wegvallen (bijv. bij onttrekking). (...)

Beschouwend kan geconcludeerd worden dat [veroordeelde] voldoende vaardigheden heeft geleerd om binnen de structuur en controlebiedende kaders van een inrichting stabiel te kunnen functioneren binnen een inrichting. [veroordeelde] lijkt zich steeds op gedreven wijze in te zetten om structuur en continuïteit in zijn dagelijks leven aan te brengen. Hij is goed gemotiveerd diploma's te behalen en zijn inzet op school (zowel intern als extern) is altijd goed geweest. Op sociaal gebied blijft een groot punt van zorg zijn vriendengroep en aantrekkingskracht vanuit het criminele circuit, Hij overziet de gevolgen van zijn gedrag nog onvoldoende. Hij is tamelijk impulsief en vertoont dan gedrag waardoor hij later in de problemen komt. Bij zijn afwegingen om wetsovertredend gedrag wel of niet uit te voeren wordt hij nog nauwelijks door morele overwegingen gehinderd. Het morele compas is zeer zwak, samenhangend met een inadequate gewetensontwikkeling. Wanneer [veroordeelde] zich wederom wil gaan invoegen binnen het kerngezin, dan zal er zeer intensieve aandacht dienen te zijn voor de gezinsdynamiek. Met name de afwijzende reactie van vader jegens zijn zoon kan een sterk negatief effect hebben op [veroordeelde] en diens functioneren. Tevens lijkt er sprake van een opvoedingsklimaat waarbij begrenzing en toezicht buitenshuis onvoldoende aangesproken kunnen worden.

De behandeldoelen zijn gelegen in het werken aan probleeminzicht, het signaleren van situaties die tot mogelijke problemen kunnen leiden, daarop leren anticiperen door zijn probleemoplossingvaardigheden te vergroten, het leren omgaan met situaties waarin hij kiest voor een crimineel gedrag, het vergroten van het extern geweten, het versterken van opvoedingsvaardigheden van ouders en het versterken van het sociale netwerk, het vinden van een passende baan opleiding, en het adequaat invullen van een vrijtijdsbesteding. De termijn waarbinnen gezorgd kan worden voor een dusdanige aanwezigheid van deze vaardigheden zodat een start gemaakt kan worden met een STP/proefverlof, wordt rekenend vanaf oktober 2011 (terugkeerdatum uit PI) geschat op 9 tot 12 maanden. De termijn om binnen het STP de voortgang te waarborgen en vaardigheden, voor zoverre haalbaar, uit te breiden om te zorgen voor voldoende stabiliteit en vermindering van het recidiverisico, wordt in ieder geval op nogmaals een periode van 6 maanden ingeschat. Om die reden wordt voorzien dat nog een periode van circa 15 maanden verlenging van de PIJ-maatregel nodig is om de behandeldoelen te kunnen realiseren. (...)

Een gedwongen kader lijkt noodzakelijk. Bij het wegvallen hiervan, vervalt ook de controle en begeleiding die [veroordeelde] nog nodig lijkt te hebben. Binnen de JJI is [veroordeelde] voldoende vaardig, maar met het wegvallen van de structuur en kaders lijkt [veroordeelde] toch nog kwetsbaar en gevoelig, waarbij hij omgaat met delinquente leeftijdsgenoten en recidiveert.

[inrichting] adviseert de PII-maatregel met 15 maanden te verlengen. In de eerste periode (9 maanden) zal het verlof van [veroordeelde] weer worden ingezet en verder (qua vrijheden) worden uitgebouwd. Er zal in deze periode tevens aandacht dienen te zijn voor een nadere analyse van problematiek (o.a. middels psychiatrische screening), het (indien mogelijk) vergroten van inzicht, danwel het intrainen van vaardigheden, terugvalpreventie en gezinsbegeleiding. Een gedegen voorbereiding op het STP is van grote invloed op het verlagen van het recidiverisico. Wanneer externe structuur niet voldoende ingebouwd is en er onvoldoende voorbereiding aanwezig is, is de kans groot dat [veroordeelde] te weinig sturing krijgt en recidiveert. De resterende tijd van de termijn (ca. 6 maanden) kan dan als STP ingezet worden. Na de termijn van verlenging kan bezien worden of een verlenging van het STP dan nog noodzakelijk is en een bijdrage levert aan verdere afname van het recidiverisico."

De getuige/deskundige [getuige-deskundige], optredend namens de inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Zij heeft voorts het navolgende, zakelijk weergegeven, verklaard:

We moeten ervoor zorgen dat [veroordeelde] weer snel met proefverlof kan gaan. Er valt binnen de inrichting weinig voor hem te leren. Hij moet met meer toezicht en controle naar buiten om te leren. [veroordeelde] heeft wanneer hij buiten de inrichting is toezicht van de inrichting in de vorm van een PIJ en toezicht van de reclassering nodig, nog meer dan in het verleden. Wij hopen dat [veroordeelde] dan leert goede keuzes te maken wanneer hij in een vrije situatie is. Wanneer hij zijn school heeft afgerond, kan [veroordeelde] met goed gedrag iets behouden en winnen. Hij zal dan zelf een afweging moeten maken.

U vraagt mij naar het risico op herhaling. Wanneer [veroordeelde] nu zonder toezicht naar buiten gaat en hij komt een vriend tegen die een beroep op hem doet, dan vrees ik dat hij weer dezelfde verkeerde keuze gaat maken. Ik acht die kans groot.

U vraagt mij of verlenging van de PIJ-maatregel in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van [veroordeelde] zou zijn. Wanneer de maatregel niet verlengd zou worden en [veroordeelde] zou worden vrijgelaten, is de kans heel groot dat hij weer de fout ingaat en vast komt te zitten. Dat zou niet in het belang van [veroordeelde], maar ook niet in het belang van de maatschappij zijn. Opleiding en werk zijn heel belangrijk voor [veroordeelde]. Zijn familie vindt het ook belangrijk dat hij zijn diploma haalt. [veroordeelde] is goed gemotiveerd. Wanneer hij naar buiten gaat en opnieuw de fout ingaat, zal zijn opleiding ook weer stil komen te staan. Het ROC in [gemeente] is bereid [veroordeelde] een allerlaatste kans te geven om de BBL-opleiding te doen. Hij moet deze kans dan wel aangrijpen. [inrichting] en de reclassering willen hem ook nog een allerlaatste kans geven.

Sinds ongeveer drie weken heeft [veroordeelde] weer de begeleid verlofstatus. Het is niet gemakkelijk geweest het ministerie te bewegen hem deze status te geven. Het begeleid verlof loopt nu goed. Hij gaat twee keer per week met begeleid verlof. Eén keer in de week gaat hij naar zijn ouderlijk huis. Aan het andere begeleide verlof wordt een andere invulling gegeven. Toestemming voor uitbreiding van het verlof van [veroordeelde] zal ik alleen krijgen wanneer ik een weekinvulling voor [veroordeelde] heb. Mijns inziens zal dit na de zomervakantie zijn. Ik hoop dat hij in september de opleiding aan het ROC kan gaan volgen en daarvoor heeft hij onbegeleid verlof nodig.

U vraagt mij in hoeverre de zaken nu anders liggen dan de vorige keer. Het klopt dat [veroordeelde] in februari 2011 tijdens zijn verlof veel op het spel zette. [veroordeelde] is echter inmiddels 22 jaar geworden en het is hem zwaar gevallen dat hij op die leeftijd nog geen diploma heeft terwijl leeftijdsgenoten dat wel al hebben. Ik denk dat wij hem als toezichthouder nog meer achter de broek moeten zitten in de periode dat hij met onbegeleid verlof gaat.

In augustus of september 2012 starten met STP is niet haalbaar, nu voor het aanvragen hiervan meer tijd nodig is. Ik krijg dat niet voor elkaar. De aanvraagtermijn van STP is vier tot zes weken. Wanneer ik een dergelijke aanvraag indien, moet ik bovendien aan kunnen tonen dat een bepaald aantal verloven reeds goed is verlopen. Om STP in te kunnen zetten is dus meer tijd nodig. Gerekend vanaf oktober 2011 duurt het 9 maanden tot een jaar voordat gestart kan worden met een STP/proefverlof. Er wordt ingezet op het volgen van de opleiding aan het ROC in september 2012. Wanneer dit goed gaat kan na ongeveer 2 maanden proefverlof aangevraagd worden. Een dergelijke aanvraag moet immers wel goed onderbouwd zijn. Tot de tijd dat [veroordeelde] op proefverlof kan gaan, zit hij niet alleen maar binnen. Hij is bezig met het behalen van een diploma, welk diploma hij nodig heeft voor de opleiding die hij in augustus/september gaat volgen, en heeft een dagbesteding. Het is niet zinloos binnen zitten. Hij werkt wel degelijk ergens naar toe. Wij hopen dat [veroordeelde] dan in oktober of november 2012 op proefverlof zou kunnen. De resterende maanden van de

PIJ-maatregel zal hij dan op proefverlof zijn. Ik ben van mening dat verlenging van de PIJ-maatregel voor een periode van 15 maanden nodig is.

De officier van justitie heeft onder meer aangevoerd:

Er ligt een duidelijke rapportage over hoe veroordeelde er nu voor staat. Het leidt geen twijfel dat [veroordeelde] een intelligente jongeman is. Toen hij in februari 2011 opnieuw in zijn verlof een strafbaar feit pleegde, heeft hij echter een grote fout gemaakt. Dit geeft wel weer aan hoe moeilijk het is om de juiste keuze te maken. Mijns inziens is door deze fout voldaan aan het criterium dat de veiligheid de verlenging van de maatregel eist. Binnen de inrichting gaat het wel goed met veroordeelde. Buiten de inrichting moet hij het nog leren. Het proefverlof is al weer heel snel aan de orde. Ik denk dat veroordeelde van geluk mag spreken dat hij nu alweer naar buiten mag. Het ministerie is immers heel terughoudend in het verlenen van proefverlof onder deze omstandigheden. Wanneer ik het hele traject bekijk, snap ik dat veroordeelde zegt van de PIJ-maatregel af te willen. Aan het criterium voor verlenging van de maatregel is echter voldaan en de rapportage betreffende veroordeelde en de daarop gegeven toelichting ter terechtzitting ondersteunen mijn standpunt dat de termijn van de PIJ-maatregel verlengd moet worden. Ik vind bovendien dat de termijn van 15 maanden ook passend en genoegzaam is onderbouwd. Ik persisteer bij de vordering tot verlenging van de termijn van plaatsing van veroordeelde in een inrichting voor jeugdigen voor de duur van 15 maanden.

De veroordeelde heeft onder meer aangevoerd:

De jongen met wie ik de inbraak in februari 2011 gepleegd heb, beschouw ik als een vriend. Deze vriend had schulden. Drie á vier weken voordat ik het feit pleegde heb ik hem aangeboden mijn studiefinanciering te gebruiken om zijn geldproblemen op te lossen. Hij sloeg dat aanbod af en zei dat hij er wel iets op zou verzinnen. Dat was een paar weken later niet gebeurd. Vervolgens kwam hij me op 2 februari 2011 ophalen en hij vroeg aan mij of ik hem kon helpen. Ik wist meteen waar het over ging. Ik heb niet getwijfeld en meteen 'ja' gezegd.

Ik ben van mening dat ik de juiste begeleiding en de juiste mensen om me heen moet hebben om te voorkomen dat ik weer de fout in ga. Dan moet het mij lukken niet opnieuw de fout in te gaan. Ik heb tijdens mijn eerdere verloven meer mogelijkheden gehad om verkeerde dingen te doen, maar dat heb ik toen niet gedaan. Ik heb dus niet altijd verkeerde keuzes gemaakt. Ik ben zes maanden vanuit een half open inrichting (een BBI) met de trein naar school en naar huis gegaan. Dat is goed gegaan.

Ik ben het niet eens met verlenging van de termijn van de PIJ-maatregel voor de duur van 15 maanden. Ik vind dat ik uitbehandeld ben. Dat zijn gedragsdeskundigen eerder ook eens geweest met mij. Ik heb binnen de inrichting niets meer te leren. Ik ben klaar om naar buiten te gaan. Ik ben nu 22 jaar. Ik ben een volwassen kerel die op zijn eigen benen moet kunnen staan. Ik kan mezelf binnen de inrichting niet bewijzen. Ik heb geleerd om mijn eigen keuzes te maken. Ik heb inderdaad een foute keuze gemaakt, maar ik heb ook goede keuzes gemaakt. Ik ben van mening dat ik het alleen kan. De PIJ-maatregel kan nu weliswaar nog verlengd worden, maar de maatregel gaat een keer ophouden en dan moet ik het ook alleen doen. Ik ben in de inrichting nu bezig met een MKB-opleiding. Ik doe in juni examen. Verder sport ik veel en houd ik van koken. Ik ga twee keer in de week op verlof. Één keer in de week ga ik dan naar mijn ouders en tijdens mijn andere verlofmoment regel ik praktische zaken zoals een paspoort. Ik ben in de inrichting dus wel een opleiding aan het volgen, maar dat kan ik buiten ook.

De raadsvrouwe heeft onder meer aangevoerd:

Aan de eerste twee voorwaarden voor verlenging van de termijn van de maatregel is voldaan, maar de vraag is of de verlenging in het belang is van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van cliënt. Cliënt functioneert in alle inrichtingen prima. Hij verveelt zich binnen de inrichting. Ik begrijp dat hij zich verveelt, omdat hij klaar is. Zijn leerpunten liggen buiten de inrichting. Wanneer de structuur van de inrichting wegvalt, komt er een situatie om de hoek kijken die gevaar oplevert. De vraag is of je dat gevaar af kunt dekken. Cliënt is tweemaal nadat het binnen goed ging, vervolgens buiten de fout ingegaan. Wellicht is het biologisch bepaald dat cliënt op dit punt de fout ingaat. Het belang van cliënt bij verlenging van de PIJ-maatregel zou zijn gelegen in het afronden van zijn opleiding en het vinden van werk. Ik vraag me af of dit dan binnen het kader van een PIJ-maatregel moet. Is deze maatregel noodzakelijk hiervoor? De kernvraag is dus of men nog iets kan met cliënt. Ik heb het idee dat wanneer cliënt, die binnen uitgeleerd is, nog veel binnengehouden wordt, dit slechts vrijheidsbeneming zal zijn. Als dat het gevolg van verlenging van de PIJ-maatregel zal zijn, dient de vordering tot verlenging van deze maatregel te worden afgewezen. Wanneer de rechtbank van oordeel is dat dit niet het geval is omdat cliënt behandeld kan worden ter voorbereiding op het STP, is aan de criteria die voor verlenging gesteld worden voldaan. De vraag is dan vervolgens voor welke termijn de PIJ-maatregel verlengd zou moeten worden. Ik vind een termijn van 15 maanden aan de lange kant. Ik stel voor de PIJ-maatregel voor slechts 9 maanden te verlengen. Dan zou vanaf augustus/ september het STP in kunnen gaan. Een verlenging voor 9 maanden zou heel motiverend kunnen werken, terwijl een verlenging voor een termijn van 15 maanden heel demotiverend is voor cliënt. Gelet op het voorgaande verzoek ik de rechtbank primair de vordering tot verlenging van de termijn van plaatsing van veroordeelde in een inrichting voor jeugdigen af te wijzen en subsidiair verzoek ik deze vordering tot verlenging toe te wijzen voor een termijn van 9 maanden.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank verenigt zich met het advies van voornoemde inrichting en met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de getuige/deskundige. Naar het oordeel van de rechtbank wordt het recidiverisico afdoende gemotiveerd onderbouwd in het hierboven beschreven advies en toelichting. De rechtbank is, gelet hierop, van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen eist. Voorts is de rechtbank, gelet op voornoemd advies en toelichting, van oordeel dat deze maatregel in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de veroordeelde is. De wettelijke aantekeningen geven geen aanleiding tot een ander oordeel.

Uit het advies en het verhandelde ter zitting blijkt dat de behandeling van veroordeelde binnen de inrichting goed is verlopen. Veroordeelde is echter tweemaal na een periode van verblijf in een instelling bij terugkeer in de maatschappij gerecidiveerd. Sinds een paar weken gaat veroordeelde weer op begeleid verlof. Ook zal hij naar verwachting in september 2012 starten met een opleiding aan het ROC. De rechtbank overweegt dat veroordeelde vanaf september van dit jaar met meerdere ontwikkelingen en situaties te maken zal krijgen waarbij zoals uit het verleden gebleken is risico's voor een terugval aanwezig zijn. De rechtbank acht het van essentieel belang dat veroordeelde zich in de komende maanden door middel van begeleid verlof hierop kan voorbereiden, nu uit het advies blijkt dat dit van grote invloed is op het verlagen van het recidiverisico. Voorts acht de rechtbank het van groot belang dat veroordeelde vervolgens tijdens het STP/proefverlof terug kan vallen op de begeleiders die hem in het kader van de PIJ-maatregel begeleiden, indien zich moeilijke of risicovolle situaties voordoen. De rechtbank verlengt de termijn gedurende welke de veroordeelde is geplaatst in een inrichting voor jeugdigen derhalve met 15 maanden.

Gelet op de artikelen 14h, 14i, 14j, 77s, 77t, 77u van het Wetboek van Strafrecht.

DE BESLISSING.

Verlengt de termijn gedurende welke de veroordeelde[veroordeelde] is geplaatst in een inrichting voor jeugdigen met 15 maanden.

Deze beslissing is gegeven op 9 mei 2012 door

mr. M. Senden, voorzitter, tevens kinderrechter-plv.,

mr. S.J.W. Hermans en mr. C.P.J. Scheele, leden,

in tegenwoordigheid van mr. E.C.M. Boerboom, griffier.