Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BW4705

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
02-04-2012
Datum publicatie
04-05-2012
Zaaknummer
01/025083-01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging TBS met een jaar.

Index-delicten: afpersing, diefstal met geweld en bedreigingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/025083-01

Uitspraakdatum: 02 april 2012.

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,

verblijvende in [naam kliniek].

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van de rechtbank van 08 mei 2002 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst bij beschikking van deze rechtbank van 29 maart 2011 met één jaar verlengd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 13 februari 2012 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 19 maart 2012.

Hierbij zijn de officier van justitie, de deskundige en de terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouwe gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

- het advies van de inrichting waar betrokkene verblijft d.d. 11 januari 2012;

- de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

- het persoonsdossier van terbeschikkinggestelde.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van twee keer afpersing, twee keer diefstal met geweld en bedreiging met verkrachting en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste.

De hiervoor genoemde misdrijven betreffen misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van de inrichting is onder meer het navolgende gesteld:

Op 21 december 2011 heeft de meest recente multidisciplinaire consensusbespreking

risicotaxatie inzake betrokkene plaatsgevonden. Hierbij is geconcludeerd dat het risico van terugval in ernstig gewelddadige delicten, vergelijkbaar met de indexdelicten, bij transmuraal verblijf als laag moet worden ingeschat. De kans op incidenten zoals verbale agressie of mild reactief geweld wordt voor deze context als matig ingeschat. Zonder het kader van de tbs-maatregel wordt het risico van terugval in gewelddadig gedrag als hoog ingeschat. Het recidiverisico is met name verhoogd wanneer er sprake is van ernstige terugval in middelenmisbruik/verslaving en bij sociaal-maatschappelijk afglijden.

Daarnaast is er binnen de context van een complexe/conflictueuze partnerrelatie een verhoogde kans op terugval in gewelddadig gedrag.

Betrokkene blijft antisociaal in zijn denken, maar heeft ook een consequent

voornemen om niet meer terug te vallen in zijn antisociale leefstijl van weleer. Betrokkene is impulsief vooral door zijn wisselende stemmingen en beperkte frustratietolerantie.

Onder invloed van spanningen en antisociale gedachten reageert hij soms (te) fel op zijn

omgeving. Betrokkene toont zich evenals in de voorgaande periode ambivalent ten

opzichte van zijn behandeling. Enerzijds zet hij zich in voor het voorkomen van terugval in

agressie, (rand)crimineel gedrag en middelenmisbruik. Anderzijds spant hij zich soms te weinig in om tot verdere gedragsverandering te komen of beschermende structuren buiten de kliniek op te bouwen. Hij mist het vertrouwen dat hij zich zonder het kader van de tbs staande kan houden en is meestentijds tevreden met de huidige status quo. Hij accepteert hierbij zijn afhankelijkheid van controles op alcohol en drugs, van (anti-alcohol)medicatie en van de begeleiding en begrenzing van zijn begeleiders. Het ontwikkelen van copingstrategieën die deze afhankelijkheid van externe structuren verminderen, blijkt vooralsnog lastig voor betrokkene.

Samengevat kan worden gesteld dat betrokkene een moeizame periode doormaakt.

Daar waar in eerdere periodes vooral zijn antisociale gedachten- en gedragspatronen (naast enkele milde terugvallen in middelenmisbruik) op de voorgrond stonden, raakt hij in de onderhavige periode zowel met betrekking tot zijn verslavingsproblematiek als in zijn

relationele functioneren behoorlijk in de problemen. Binnen de context waarin hij toestemming had om beperkt en gereguleerd te drinken, verlegt hij - buiten het zicht van zijn begeleiders -zijn grenzen, waardoor oplopende problemen niet goed gesignaleerd en bijgestuurd kunnen worden. Ook op het gebied van zijn relatie staat hij in wezen te weinig begeleiding en begrenzing toe, wat uiteindelijk leidt tot oplopende spanningen en een incident waarin er sprake is van wederzijdse agressie tussen hem en zijn vriendin.

De laatste maanden ontstaat er weer wat meer rust in de behandeling van betrokkene.

Dit is enerzijds te danken aan het feit dat hij met steun van zijn begeleiders een

aantal voor hem spanningsvolle zaken 'oplost' (zo geeft het besluit om zijn relatie te beëindigen hem rust en in positieve zin draagt het contactherstel met zijn vader bij aan een verbetering van zijn gemoedstoestand). Anderzijds zijn er beleidsmatig ook zaken aangescherpt - met name dat hij geen alcohol meer kan gebruiken en hier strenger op wordt gecontroleerd - wat maakt dat betrokkene zichzelf beter weet te handhaven en meer greep houdt op zijn impulsiviteit. Tot het opbouwen van meer beschermende structuren buiten de kliniek en een verdere verzelfstandiging komt betrokkene in deze periode echter nauwelijks tot niet.

Blijvend ziet de inrichting betrokkene als een man die, als gevolg van de aard en omvang van zijn (persoonlijkheids- en verslavings)problematiek en de daaraan verbonden risico's, langdurig aangewezen zal zijn op behandeling, begeleiding en externe structurering vanuit het dwingende kader van de terbeschikkingstelling. Met betrekking tot de termijn waarmee de terbeschikkingstelling verlengd zou moeten worden, heeft de inrichting desondanks een voorkeur voor een verlenging van de terbeschikkingstelling met de termijn van één jaar. Hiermee wordt een jaarlijkse toets op zijn vorderingen gegarandeerd en kan, als zijn functioneren dat toelaat, worden toegewerkt naar een minder dwingend juridisch kader zoals een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.

Geadviseerd wordt om de terbeschikkingstelling te verlengen met de termijn van één jaar.

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Ik ben het niet eens met het advies. Ik vind het tijd voor een voorwaardelijke beëindiging van mijn TBS. Ik doe alles prima en neem mijn verantwoordelijkheid.

Het incident van 27 maart 2011 heeft er toe geleid dat ik heb gebroken met mijn vriendin en ben medicatie gaan nemen. In die tijd ging het niet goed met mij qua alcoholgebruik en relaties. Ik wilde die vicieuze cirkel doorbreken. Ik heb vaatproblemen en ben hiervoor gedotterd.

Ik probeer te solliciteren als meubelmaker maar het is hopeloos. Ik sta bij 5 uitzendbureaus ingeschreven. Ik heb nu een dagbesteding binnen de kliniek. In een sollicitatiegesprek heb ik er last van als ik moet vertellen dat ik TBS-er ben. Als mijn spanningen te lang duren dan moet ik even stiekem een jointje roken. De reclassering kan ook urinecontroles uitvoeren. Tevens kan ik gesprekken met de reclassering voeren.

Ik heb een criminele inslag en dat zal altijd zo blijven. Het beeld dat de inrichting van mij heeft klopt.

Ik neem momenteel sinds ongeveer 3 weken medicatie voor ADHD; dit geeft mij in mijn hoofd heel veel rust waardoor ik minder impulsief ben. Ik heb de laatste tijd geen zucht naar drugs gehad.

De getuige- deskundige genaamd [naam getuige-deskundige], optredend namens voormelde inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Zij heeft voorts het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

We weten niet hoeveel behandeltijd wij nog nodig hebben voor betrokkene.

Enerzijds wil betrokkene graag meewerken maar anderzijds vindt hij het moeilijk om dingen op te bouwen buiten de kliniek. Er is sprake van antisociale kenmerken en terugval in gebruik. Verder is er een incident geweest met XTC- gebruik. Dit XTC- gebruik heeft betrokkene zelf niet gemeld. Betrokkene heeft om de dag urinecontrole. We vinden vaak blikjes bier in zijn prullenbak. Betrokkene ontkent echter zijn middelengebruik.

Het probleem van betrokkene is niet gelegen in zijn terugvallen in gebruik, maar in het niet bespreken ervan. Hij geeft te weinig informatie op belangrijke momenten. De reclassering heeft niet de capaciteit om zo intensief te controleren op gebruik zoals wij dat doen.

De officier van justitie heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

De incidenten in 2011 blijken uit het rapport en hebben ook te maken met het alcoholgebruik van betrokkene. Betrokkene geeft aan dat hulp en begeleiding voor hem nodig is. De vraag is of de terbeschikkingstelling verlengd moet worden met 1 jaar of voorwaardelijk kan worden beëindigd. Betrokkene heeft een eventuele voorwaardelijke beëindiging in eigen handen. Betrokkene is niet altijd eerlijk; hij vertelt niet altijd alles.

De reclassering heeft te weinig middelen om alcohol- en drugsgebruik nauwkeurig te controleren. Verder is het rapport omtrent betrokkene overwegend positief. Betrokkene dient alleen nog te werken aan openheid en eerlijkheid. Mijns inziens is momenteel nog te vroeg voor een voorwaardelijke beëindiging. Er is onlangs ADHD bij betrokkene geconstateerd en hij krijgt daar sinds enkele weken medicatie voor. Ik persisteer bij mijn vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar. Hij moet komend jaar laten zien dat hij open is en dan zal er een voorwaardelijke beëindiging kunnen volgen. Het verzoek tot voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling dient mijns inziens te worden afgewezen.

De raadsvrouwe van de terbeschikkinggestelde heeft het woord gevoerd overeenkomstig de aangehechte pleitnota.

Overweging van de rechtbank.

Van de zijde van de verdediging is bepleit om het onderzoek te schorsen teneinde de reclassering de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging te laten onderzoeken.

De rechtbank ziet, gelet op het verhandelde ter terechtzitting alsmede gelet op het voorliggend advies van de inrichting en de toelichting door de getuige-deskundige daarop, geen aanknopingspunten om aan voornoemd verzoek van de verdediging gehoor te geven.

De rechtbank zal ook het subsidiaire verzoek van de verdediging tot inschakeling van een onafhankelijke deskundige afwijzen nu de rechtbank daarvoor geen gronden ziet en zich voldoende acht voorgelicht door voornoemd advies en de toelichting daarop ter terechtzitting door de getuige-deskundige.

De rechtbank verenigt zich met het advies van voornoemde inrichting, met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de getuige- deskundige.

Gelet op het vorenstaande, gezien de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist en wel voor de duur van één jaar.

DE BESLISSING

De rechtbank:

verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met één jaar.

Deze beslissing is gegeven door

mr. J.H.P.G.Wielders, voorzitter,

mr. M. Lammers en mr. J.M.J. Denie, leden,

in tegenwoordigheid van mr. A.J.H.L. Coppens, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 02 april 2012.

Mr. Denie is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.