Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BW4075

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
26-04-2012
Datum publicatie
27-04-2012
Zaaknummer
01/845259-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging terbeschikkingstelling met een jaar. Indexdelict: diefstal met geweld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK ’s-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/845259-05

Uitspraakdatum: 26 april 2012

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[veroordeelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1970],

verblijvende Dr. S. van Mesdagkliniek te Groningen.

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 28 februari 2006 te 's-Hertogenbosch is betrokkene ter beschikking gesteld met – kort gezegd- voorwaarden. Deze terbeschikkingstelling is bij arrest van het gerechtshof Arnhem van 27 augustus 2007 omgezet in de tbs met dwangverpleging. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beslissing van het Gerechtshof Arnhem van 1 augustus 2011 met één jaar verlengd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 9 februari 2012 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 april 2012.

Hierbij zijn de officier van justitie, deskundige en de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

- het advies van 12 januari 2012, ondertekend door J.M. de Jonge, Gz-psycholoog, behandelcoördinator transmuraal team uitstroom en H.J. Beintema, directeur behandelzaken, plaatsvervangend hoofd van de inrichting waar betrokkene verblijft;

- de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

- een psychologische rapportage opgemaakt door drs. Weber, forensisch psycholoog d.d. 16 februari 2012;

- een psychiatrische rapportage opgemaakt door drs. Gerritsen, forensisch psychiater d.d. 17 februari 2012;

- het persoonsdossier van terbeschikkinggestelde

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van diefstal met geweld, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste.

In voornoemd advies van het hoofd van de inrichting is onder meer het navolgende gesteld:

“Betrokkene is een benedengemiddeld intelligente, kwetsbare man, bij wie diagnostisch

gezien sprake is van ernstige psychiatrische problematiek.

Er is sprake van schizofrenie waarbij voornamelijk de negatieve symptomen zoals

afvlakking op de voorgrond staan. Daarnaast kan er bij bijvoorbeeld overprikkeling ook

veel angst en achterdocht opspelen. In de persoonlijkheid is sprake van antisociale en

narcistische kenmerken. In maart 2011 blijkt dat betrokkene zich niet transparant naar het

team heeft opgesteld en cocaïne heeft gebruikt en wordt er besloten om betrokkene voor een

time-out terug te plaatsen in het FPC. Betrokkenes transmurale verlof is tijdelijk

opgeschort. Tevens is het signaleringsplan aangescherpt en zijn er voorwaarden opgesteld

voor de terugkeer naar de FPA. Op 14 april 2011 keert betrokkene terug naar de FPA,

waar wordt gezien dat hij sindsdien stabiel functioneert. Zijn vrijheden zijn na verscheidene

evaluaties in het behandelteam (stapsgewijs) opnieuw uitgebreid. Er is sprake van ziekte-

inzicht, daarnaast lijkt hij steeds beter te accepteren waaarschijnlijk langdurig afhankelijk

te zullen blijven van begeleiding en ondersteuning. Zonder deze begeleiding is de kans groot

dat betrokkene in voor hem spanningsvolle en stressvolle situaties terechtkomt en hier niet

adequaat mee om kan gaan. Een terugval in een crimineel milieu, problemen met financiën

en een terugval in middelengebruik leveren delictgevaar op. Hoewel betrokkene aangeeft

geen drugs meer te zullen gebruiken, ervaart hij nog immer zucht en vraagt het team zich af

of betrokkene hier voldoende weerstand tegen kan bieden mocht het toezicht en de controle

op drugsgebruik wegvallen. Betrokkenes kwetsbaarheid en gebrek aan vaardigheden zijn

eveneens punten van zorg, hij heeft moeite om adequaat met spanningen om te gaan. De

komende periode zal opnieuw bekeken worden hoe de verdere resocialisatie van betrokkene

vorm gegeven zal worden, dit hangt af van hoe hij zal funktioneren en of hij zich aan de

afspraken weet te houden. Mogelijk wordt op korte termijn een aanvraag proefverlof

ingediend. Duidelijk is dat het traject van betrokkene stapsgewijs dient plaats te vinden en

dat er de komende periode, met het oog op de gebeurtenissen van de afgelopen periode, nog

sprake zal zijn van intensief risicomanagement. Het vervolgtraject zal de komende periode

nader vorm worden gegeven en om dit zorgvuldig en verantwoord te doen, achten wij een

verlenging van de TBS met dwangverpleging met één jaar gewenst en noodzakelijk. Het

FPC dr. S. van Mesdag kan op deze manier ook het komende jaar nog meekijken met de

behandeling, meedenken en adviseren ten aanzien van het traject en eventueel (opnieuw)

interveniëren. Betrokkene wil van de tbs af en is het niet eens met verlenging van een jaar.

Hij geeft aan al vele jaren behandeling te hebben gehad, en ook al bijna een jaar “clean”te

zijn. Hij wil graag naar een eigen woning.

In voornoemd psychologisch rapport is onder meer het navolgende gesteld:

“Bij betrokkene kan gesproken worden van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens

in de vorm van schizofrenie van het paranoïde type, afhankelijkheid van verschillende

middelen (cannabis en amfetamine in remissie onder gecontroleerde en gedwongen

omstandigheden) en van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm

van een persoonlijkheidsstoornis NAO met antisociale en narcistische kenmerken.

Tevens beschikt betrokkene over een benedengemiddelde intelligentie.

Ondergetekende deelt de diagnostische conclusies van de kliniek.

Bij een continuering van de terbeschikkingstelling wordt het risico op gewelds- en/of

seksuele delicten als laag ingeschat en bij een huidige beëindiging als hoog. Overigens is

betrokkene niet bekend met brandstichting en/of seksuele delicten. Bij voortzetting van de

huidige maatregel is er geen noodzaak van een aanpassing van het risicomanagement van

betrokkene, mits hij verblijft in een gecontroleerde woonsituatie binnen de GGZ. Deze

begeleiding wordt als passend beschouwd. Geadviseerd wordt om de maatregel

terbeschikkingstelling met de termijn van een jaar te verlengen. Naar de inschatting van

drs. Weber, forensisch psycholoog kan eerst gedacht worden aan een voorwaardelijke

beëindiging, als betrokkene minstens een jaar lang adequaat binnen een beschermde

woonvorm van de GGZ heeft gefunctioneerd. Er heeft meermaals telefonisch overleg met drs. H.A. Gerritsen plaatsgevonden, waarbij er volledige consensus aangaande de diagnostiek en de advisering bestond. De psychiatrisch mederapporteur heeft met betrokkene het advies besproken en betrokkene kan zich – buiten verwachting – op dat moment hierin vinden”.

In voornoemd psychiatrisch rapport is onder meer het navolgende gesteld:

“Onderzochte is lijdende aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens in de zin van

schizofrenie van het paranoïde type en afhankelijkheid van cannabis en amfetamines,

grotendeels in remissie onder extern gecontroleerde omstandigheden en een gebrekkige

ontwikkeling van zijn geestvermogens in de zin van een persoonlijkheidsstoornis met

antisociale en narcistische trekken en een beneden gemiddelde intelligentie.

Ondergetekende kan zich vinden in de diagnostische conclusies van de kliniek. Het

gebruik van de risicotaxatie-instrumenten bevestigt de klinische inschatting. Ook hier wordt

een onderscheid gemaakt tussen voortzetting van de terbeschikkingstelling en het opheffen

van deze maatregel: respectievelijk een laag en een hoog risico. Ondergetekende beoordeelt

de risicoprognose van de kliniek als adequaat. Voor wat betreft de toekomstige ontwikkeling

kan betrokkene komend jaar de overstap maken van de resocialisatiewoning van de

Forensisch Psychiatrische Afdeling de Mare te Halsteren naar een woonvoorziening van de

GGZ. Hierbij is het van belang dat dit stapsgewijs en met voldoende externe controle,

structuur, begeleiding en behandeling gepaard gaat. Ondergetekende beoordeelt de

behandeling/begeleiding en het risicomanagement van de kliniek als adequaat. Geadviseerd

wordt om de maatregel terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen. Het komend jaar

kan dan gebruikt worden voor de overplaatsing van betrokkene naar een woonvoorziening

binnen de GGZ in het kader van proefverlof. Als blijkt dat hij na overplaatsing gedurende

langere tijd stabiel blijft functioneren, dan ligt voorwaardelijke beëindiging in de rede. Er

vond overleg plaats met drs. H.S.M. Weber, psycholoog en mederapporteur. Uit dit overleg

kwam naar voren dat er consensus bestaat over de beantwoording van de vraagstelling. Er

vond op 14 februari 2012 mede namens drs. H.S.M. Weber, psycholoog en mederapporteur

terugkoppeling naar betrokkene plaats. Hieruit kwam naar voren dat hij zich niet kan

vinden in het advies. Onderzochte wil graag dat de maatregel terbeschikkingstelling wordt

beëindigd en wordt omgezet in een Rechterlijke Machtiging”.

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

“Ik ben geschrokken van het advies om de terbeschikkingstelling nog weer eens met één jaar te verlengen. In 2010 is mij al beloofd, als het goed zou gaan, dat ik op mijzelf mocht gaan wonen. Ik heb vorig jaar verdovende middelen gebruikt. Dat is juist. Daarvoor ben ik echter 4,5 jaar clean gebleven. Ik ben op 15 maart 2011 overgeplaatst naar Halsteren.

Ik woonde in een resocialisatie-unit van de FPA “de Oude Molenbaan”. Ik woonde daar met 5 personen. Nu woon ik een poort verder en heb een eigen kamer met koelkast en fornuis. Ik woon nu veel zelfstandiger. Het is alsof ik op mijzelf woon. Alles verloopt daar naar wens. Ik wil graag in Tilburg gaan wonen. Daar heb ik ook al een huis aangeboden gekregen maar dat moest ik afwijzen. Ik ben inmiddels aangemeld voor begeleid wonen in Tilburg. Er is eind maart 2012 een aanvraag proefverlof ingediend. Ik wil nu niet weer een verlenging van de terbeschikkingstelling. In 2011 zou er al geen verlenging meer komen.

Ik heb geen bezwaar tegen een begeleidende woonvorm als ik in Tilburg kan gaan wonen. Mijn vrienden wonen in Tilburg. Wat nu wordt aangevoerd om wederom een verlenging van de terbeschikkingstelling te bewerkstellingen dat is mij al drie keer eerder verteld.

Er moet ook eens gekeken worden naar mijn positie. Ik heb mijn best gedaan. Ik heb er geen woorden voor als het weer tot een verlenging komt.”

De deskundige M. Verwendaal optredend namens voormelde inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting na de belofte te hebben afgelegd, gepersisteerd bij voornoemd advies. Hij heeft voorts het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

“Ik ben Marko Verwendaal. Mijn beroep is Gz-psycholoog. Ik kom namens mijn collega en ben helemaal op de hoogte van deze zaak.

Het is juist dat er een aanvraag is gedaan voor proefverlof. Of deze al is verstuurd weet ik niet. Betrokkene staat al heel lang op de wachtlijst in Tilburg voor een woning en hij zal nagenoeg bovenaan de lijst staan. De vooruitzichten zijn wat dat betreft prima. Op korte termijn zal betrokkene kunnen gaan wonen in Tilburg.

Hij heeft daar dan dagelijkse begeleiding en er is toezicht door de Reclassering. De achtervang is de kliniek die ook eindverantwoordelijke is. Indien er veiligheidsmaatregelen moeten worden genomen zijn zij de aangewezen instantie. Na een jaar kan, indien het allemaal goed verloopt voor betrokkene, gedacht worden aan een voorwaardelijke beëindiging. Cruciaal is hoe betrokkene om zal gaan met de overstap naar Tilburg. Hij is kwetsbaar voor veranderingen. De kans op een terugval wordt als reëel ingeschat. Hoe zal betrokkene gaan reageren op andere toezichthouders. Als dat na een jaar duidelijk is en het gaat goed dan kan een voorwaardelijke beëindiging in de rede liggen.

Hij zal echter altijd afhankelijk blijven van zorg en van structuur. De vraag is hoeveel dwang er als stok achter de deur moet blijven. Dat valt nu nog niet in te vullen. Eerst maar de overstap maken naar Tilburg. “

De officier van justitie heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

“Ik persisteer bij mijn vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar. Betrokkene is weliswaar nu stabiel en functioneert goed maar dat is nog niet zo lang. Bij bepaalde stress en spanningen kan het zo weer mis gaan. Het risico bestaat er dan in dat betrokkene wellicht ook weer de zucht naar middelen niet kan weerstaan. Dat levert een gevaarsrisico op. Allereerst dient er nu te worden toegewerkt naar een proefverlof en zal de overstap worden gemaakt naar Tilburg. Hoe dat allemaal zal uitpakken valt nu niets van te zeggen. Dat moet allemaal nog blijken. Het komend jaar is daarin van cruciaal belang. Dit wil echter niet zeggen dat betrokkene nu niet op de goede weg is want dat is hij zeker. “

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

“Het afgelopen jaar is het goed gegaan met betrokkene.

Het advies voor de verlengingszitting van nu wijkt echter nauwelijks af van dat van 2011.

Betrokkene heeft inmiddels het besef dat hij voor de toekomst afhankelijk zal blijven van ondersteuning en begeleiding. Hij zal chronisch kwetsbaar blijven.

Een opsomming geven van hetgeen nu allemaal is misgegaan is makkelijk. Er kan ook worden aangegeven wat wel allemaal goed is gegaan.

De twee rapportages zijn naar mijn mening niet goed onderbouwd. De rapporteurs hebben ook niet met de daadwerkelijke behandelaars van hem gesproken. Betrokkene heeft heel goed zijn best gedaan. Hij wil het vertrouwen dat men in hem heeft niet beschamen. Lang geleden heeft hij zich al ingeschreven voor een woning in Tilburg. Hij wil op eigen benen staan. Hij is daar nu aan toe. Ik verzoek u derhalve de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling af te wijzen. Bij een afwijzing zal hij niet snel op straat staan omdat hij nog ongeveer een half jaar kan blijven wonen daar waar hij nu woont. Betrokkene heeft verder alles al goed gerealiseerd. Hij heeft geen schulden, hij heeft kontakten met zijn zussen en vrienden. Zijn sociale netwerk is prima in orde. “

De rechtbank verenigt zich met het advies van voornoemde inrichting, met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige.

Zij overweegt daartoe:

“Voor betrokkene zal het komende jaar een jaar zijn met veel veranderingen. Hoe betrokkene op al deze veranderingen zal gaan reageren is niet duidelijk. Wel duidelijk is dat betrokkene in spanningsvolle en stresssituaties kan terugvallen en het risico bestaat dat hij niet adequaat met de (nieuwe) situatie kan omgaan. Een terugval in het criminele milieu en/of in middelengebruik ligt dan in de rede. De rechtbank acht het derhalve noodzakelijk dat betrokkene het komende jaar zal gebruiken om aan al deze veranderingen een positieve wending te geven. Als blijkt dat betrokkene na overplaatsing gedurende een langere tijd stabiel blijft functioneren, dan kan een voorwaardelijke beëindiging in de rede liggen. Dat is nu een te grote stap in een traject dat pas is ingezet.”

Gelet op het vorenstaande, gezien artikel 38d van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

DE BESLISSING

De rechtbank:

verlengt de termijn gedurende welke [verdachte] ter beschikking is gesteld met één jaar.

Deze beslissing is gegeven door

mr. Klinkenbijl, voorzitter,

mr. Willemse en mr. Bijl, leden,

in tegenwoordigheid van Y.A.M. Janssen, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 april 2012.