Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BW2496

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
16-04-2012
Datum publicatie
16-04-2012
Zaaknummer
783540
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De kantonrechter verklaart een beroepschrift gegrond dat is gericht tegen de beslissing van de officier van justitie d.d. 19 maart 2011 terzake de gedraging parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder een geldige gehandicaptenparkeerkaart op de Michelangelolaan te Eindhoven. Volgens verbalisant was de vervaldatum van de kaart niet leesbaar omdat de kaart "op de kop" lag.

De kantonrechter verklaart het beroepschrift gegrond omdat betrokkene ten tijde van de gedraging in het bezit was van een geldige gehandicaptenparkeerkaart, deze achter de voorruit van zijn voertuig had geplaatst en de kaart geen uitsluitsel geeft over het feit welke zijde van de kaart de voorzijde is.

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 14
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWR 2012/57

Uitspraak

RECHTBANK ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector strafrecht, afdeling kanton, locatie Eindhoven

CJIB-nummer : 148522505.

Zaaknummer : 783540.

MU-nummer : 11-970.

WET ADMINISTRATIEFRECHTELIJKE HANDHAVING VERKEERSVOORSCHRIFTEN (WAHV).

Op 22 maart 2011 is een beroepschrift ingekomen van:

[betrokkene] met als gemachtigde [gemachtigde],

geboren op [geboortedatum] 1947,

wonende te [woonplaats], [adres]

hierna te noemen: betrokkene.

Het beroepschrift is gericht tegen de beslissing van de officier van justitie d.d. 19 maart 2011 terzake de gedraging parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats anders dan met een motorvoertuig op meer dan 2 wielen met een geldige gehandicaptenparkeerkaart, gepleegd op 23 december 2010 om 14.12 uur te Eindhoven, Michelangelolaan in de gemeente Eindhoven met een personenauto voorzien van het kenteken [kenteken].

Betrokkene is in de gelegenheid gesteld om op de openbare mondelinge behandeling van 2 april 2012 de inhoud van het beroepschrift nader toe te lichten. Betrokkene en gemachtigde hebben van deze gelegenheid gebruik gemaakt.

Betrokkene heeft in zijn beroepschrift aangevoerd dat zijn gehandicaptenparkeerkaart van buitenaf duidelijk zichtbaar op het dashboard van het voertuig lag.

Betrokkene heeft nog aangeboden de kaart op het politiebureau te Eindhoven te komen tonen.

Een kopie van de gehandicaptenparkeerkaart is overgelegd. Ter zitting heeft betrokkene nog aangevoerd, dat hij in de veronderstelling verkeerde dat de parkeerkaart zodanig op het dashboard moest worden gelegd dat zijn pasfoto goed zichtbaar was; uit die pasfoto (en de tenaamstelling) blijkt immers dat hij de persoonlijk rechthebbende op de kaart is.

De vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie is op de openbare mondelinge behandeling verschenen en verzoekt de kantonrechter het beroep gegrond te verklaren.

Betrokkene is tijdig in beroep gegaan. Voor de betaling van de sanctie en de administratiekosten is zekerheid gesteld. Betrokkene is derhalve ontvankelijk in zijn beroep.

OVERWEGINGEN:

Betrokkene heeft met het indienen van zijn beroepschrift een kopie van de gehandicaptenparkeerkaart overgelegd. Hieruit blijkt dat deze op naam van gemachtigde staat en dat de vervaldatum 18 januari 2013 is.

Uit het zich in het dossier bevindende zaakoverzicht blijkt dat de verbalisant wel een gehandicaptenparkeerkaart heeft zien liggen, maar dat de geldigheidsdatum van deze kaart niet leesbaar was omdat de kaart “op de kop” lag, waardoor de vervaldatum niet zichtbaar was.

Ter zitting is de gehandicaptenparkeerkaart bekeken. Hierop staat vermeld dat bij gebruik de kaart aan de voorzijde van het voertuig op zodanige wijze moet worden aangebracht dat de "voorzijde" van de kaart duidelijk zichtbaar is voor controle. Welke zijde van de gehandicaptenparkeerkaart bedoeld wordt met "de voorzijde" wordt echter niet vermeld, terwijl uit de opmaak en de tekst van de kaart ook niet onomstotelijk volgt wat nu precies de "voorzijde" van de kaart is. Op de ene zijde staat onder meer de geldigheidsdatum en op de andere zijde een pasfoto van de gebruiker. Uit de kaart blijkt niet duidelijk waarom de ene zijde van de kaart als "voorzijde" zou moeten worden aangemerkt en de andere zijde niet. Deze onduidelijkheid strekt ten nadele van degene die de kaart uitgeeft en kan niet ten nadele strekken van degene aan wie zij is verstrekt.

Omdat betrokkene ten tijde van de gedraging in het bezit was van een geldige gehandicaptenparkeerkaart, hij deze achter de voorruit had geplaatst en de kaart geen uitsluitsel geeft over welke zijde van de kaart de voorzijde is, is de kantonrechter van oordeel dat het beroep gegrond dient te worden verklaard.

DE BESLISSING:

De kantonrechter,

verklaart het beroep gegrond en vernietigt de bestreden beslissing, alsmede die waarbij de sanctie werd opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door betrokkene tot zekerheid is gesteld, te weten een bedrag van € 166,- door de officier van justitie aan hem wordt gerestitueerd.

Deze beslissing is gegeven door mr. G.J. Roeterdink, kantonrechter, in tegenwoordigheid van A. van der Hall, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting d.d. 16 april 2012.

_______________________________________________________________

VERZONDEN D.D.:

Bent u het met de beslissing op uw beroep niet eens, dan kunt u binnen 6 weken vanaf bovengenoemde datum van toezending hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Leeuwarden, doch alleen indien:

a) de bij deze beslissing opgelegde sanctie meer dan € 70,00 bedraagt (artikel 14, eerste lid Wahv), of

b) het beroep niet ontvankelijk is verklaard omdat de zekerheid niet (tijdig) is gesteld of omdat de kantonrechter ten onrechte niet heeft geoordeeld dat de indiener wat dat betreft redelijkerwijs niet geacht kan worden in verzuim te zijn geweest (artikel 14, tweede lid Wahv).

Het beroepschrift moet tijdig worden ingediend bij de rechtbank ’s-Hertogenbosch, sector strafrecht, afdeling kanton (Postbus 70584, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch) en bevat tenminste uw naam en adres, een dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht en de gronden van het beroep. Het beroepschrift dient voorts door u of door uw gemachtigde (indien van toepassing) te zijn ondertekend.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij in het beroepschrift om een zitting wordt gevraagd om uw standpunt mondeling toe te lichten.