Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BW1786

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
03-04-2012
Datum publicatie
11-04-2012
Zaaknummer
AWB 11-2787
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Best strekkende tot afsluiting van de Zandstraat op het bedrijventerrein ’t Zand te Best. Doordat niet alle relevante stukken met het ontwerpbesluit ter inzage zijn gelegd, hebben eisers het ontwerp niet goed kunnen beoordelen en hun zienswijzen niet naar behoren naar voren kunnen brengen. De feitelijke onderbouwing van de gestelde geluidsoverlast ontbreekt en op geen enkele wijze is inzichtelijk gemaakt dat na afsluiting van de Zandstraat de capaciteit van de IBC-weg voldoende zal zijn en het verkeer de route via de IBC-weg zal verkiezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ’s-HERTOGENBOSCH

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 11/2787

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 april 2012 in de zaak tussen

inzake

Horeca Groothandel Hagu B.V.,

[eiser 2],

[eiser 3],

[eiser 4],

[eiser 5],

[eiser 6],

[eiser 7],

[eiser 8],

[eiser 9],

[eiser 10],

[eiser 11],

[eiser 12],

[eiser 13],

[eiser 14],

[eiser 15],

[eiser 16],

[eiser 17],

[eiser 18],

[eiser 19],

[eiser 20],

[eiser 21],

[eiser 22],

[eiser 23],

te Best, eisers,

(gemachtigde: mr. R.E. Izeboud)

tegen

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Best, verweerder

(gemachtigden: drs. M.P.C.C. van Rooij en ing. L. Matthijssen)

<b>Procesverloop</b>

Bij besluit van 20 juni 2011 (het bestreden besluit) heeft verweerder besloten om de Zandstraat te Best ter hoogte van de aansluiting op de kruising van de Willem de Zwijgerweg met de Hinkelbrits fysiek af te sluiten voor gemotoriseerd verkeer en de daarmee samenhangende verkeersborden en verkeerstekens overeenkomstig aan te passen.

Eisers hebben tegen dit besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 februari 2012, waar partijen bij hun gemachtigden zijn verschenen. Aan de zijde van eiseres zijn tevens verschenen, [eiser 22], [naam A] en [naam B], alsmede [naam C], werkzaam bij SOAB adviseurs voor woning en leefomgeving.

<b>Overwegingen</b>

1. AutoBedrijf Speelheide B.V. heeft door middel van het onderhavige beroepschrift samen met eisers beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Naast dit gezamenlijk beroepschrift heeft AutoBedrijf Speelheide B.V. op dezelfde datum ook een afzonderlijk beroepschrift ingediend, welk beroep is geregistreerd onder nummer 11/2765. De gemachtigde van eisers heeft ter zitting verklaard dat hij AutoBedrijf Speelheide B.V. niet meer vertegenwoordigt. Gelet op deze omstandigheden merkt de rechtbank AutoBedrijf Speelheide B.V. in het beroep met nummer 11/2787 niet aan als eiseres.

2. De bedrijven van eisers zijn gevestigd op bedrijventerrein ’t Zand te Best. Verweerder heeft op 23 november 2010 door middel van een kennisgeving in weekblad Groeiend Best aangekondigd dat verweerder voornemens was de Zandstraat op het bedrijventerrein af te sluiten voor gemotoriseerd verkeer. In de kennisgeving is opgenomen dat het ontwerpbesluit gedurende zes weken voor iedereen ter inzage zou liggen en dat belanghebbenden een zienswijze konden indienen bij verweerder.

3. Verweerder heeft ter inzage gelegd het ontwerpverkeersbesluit van 16 november 2010. Dit ontwerpbesluit houdt onder meer in dat de aansluiting van de Zandstraat met de Willem de Zwijgerweg wordt afgesloten en dat hierdoor en door het herinrichten van de IBC-weg meer vrachtverkeer over de IBC-weg zal rijden, waardoor de geluidsoverlast en hinder voor de woonwijk Speelheide zullen afnemen en de veiligheid op de Willem de Zwijgerweg zal worden vergroot. Het ontwerpbesluit vermeldt tevens dat overleg heeft plaatsgevonden met de politie Zuid-Oost Brabant.

4. Eisers hebben een zienswijze ingediend bij verweerder. Verweerder heeft schriftelijk gereageerd op de ingebrachte zienswijzen in de Consultatienota voornemen “afsluiten Zandstraat voor gemotoriseerd verkeer” vastgesteld op 7 juni 2011. Hierna heeft verweerder het bestreden besluit genomen.

5. Het bestreden besluit luidt, verkort weergegeven, als volgt. In de uitvoeringsnota van het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) van december 2007 en de rapportage “Bestaande bedrijventerreinen Best, Visie en herstructurering” van 8 oktober 2007 is opgenomen dat de Zandstraat ter hoogte van de kruising Willem de Zwijgerweg – Hinkelbrits – Zandstraat voor gemotoriseerd verkeer kan worden afgesloten, nadat de IBC-weg is gereconstrueerd. De reconstructie van de IBC-weg is in maart 2011 voltooid. De Eindhovenseweg Zuid wordt in 2011 gereconstrueerd. De reconstructies zullen bijdragen aan een verbetering van de doorstroming en verhoging van de capaciteit op de Eindhovenseweg Zuid en de IBC-weg. Met het afsluiten van de Zandstraat zal de IBC-weg als hoofdontsluiting van het bedrijventerrein gaan fungeren, waardoor de verkeersintensiteit op de Willem de Zwijgerweg zal afnemen. Hierdoor zal de overlast voor bewoners van de wijk Speelheide afnemen. De route IBC-weg – Eindhovenseweg Zuid is dan de meest aantrekkelijke route voor het verkeer vanaf de A2, gelet op de vormgeving van het kruispunt Eindhovenseweg Zuid – Willem de Zwijgerweg – Oude Rijksweg en de grotere afrijdcapaciteit. Deze route is maximaal 550 meter langer dan de huidige route via de Willem de Zwijgerweg - Zandstraat, hetgeen acceptabel wordt geacht. De ingediende zienswijzen hebben niet geleid tot herziening van het voorgenomen besluit. Er heeft overleg plaatsgevonden met de politie Zuid-Oost Brabant. Het bestreden besluit verwijst naar de Consultatienota voornemen ‘afsluiten Zandstraat voor gemotoriseerd verkeer’ van 7 juni 2011.

6. Ingevolge artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) kunnen de krachtens deze wet vastgestelde regels strekken tot het verzekeren van de veiligheid van de weg.

7. Ingevolge artikel 2, tweede lid, aanhef en onder a, van de WVW 1994 kunnen de krachtens deze wet vastgestelde regels voorts strekken tot het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade, alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer.

8. Ingevolge artikel 15, eerste lid, van de WVW 1994 geschiedt de plaatsing of verwijdering van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen verkeerstekens en onderborden, voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd, krachtens een verkeersbesluit.

9. Ingevolge artikel 18, eerste lid, aanhef en onder d, van de WVW 1994 worden verkeersbesluiten, voor zover zij het verkeer op andere wegen dan onder beheer van het Rijk, een provincie of een waterschap betreffen, genomen door burgemeester en wethouders of, krachtens besluit van hen, door een door hen ingestelde bestuurscommissie of het dagelijks bestuur van een deelgemeente.

10. Ingevolge artikel 21 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (hierna: Babw) vermeldt de motivering van het verkeersbesluit in ieder geval welke doelstelling of doelstellingen met het verkeersbesluit worden beoogd. Daarbij wordt aangegeven welke van de in artikel 2, eerste en tweede lid, van de WVW 1994 genoemde belangen ten grondslag liggen aan het verkeersbesluit. Indien tevens andere van de in artikel 2, eerste en tweede lid, van de WVW 1994 genoemde belangen in het geding zijn, wordt voorts aangegeven op welke wijze de belangen tegen elkaar zijn afgewogen.

11. Ingevolge artikel 24, aanhef en onder a, van het Babw worden verkeersbesluiten genomen na overleg met de korpschef van het betrokken regionale politiekorps.

12. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) (bijvoorbeeld de uitspraak van 10 januari 2007, www.rechtspraak.nl, LJN: AZ5844), komt het bestuursorgaan bij het nemen van een verkeersbesluit een ruime beoordelingsmarge toe. Het is aan het bestuursorgaan om alle verschillende bij het nemen van een dergelijk besluit betrokken belangen tegen elkaar af te wegen. De rechter dient zich bij de beoordeling van zo’n besluit dan ook terughoudend op te stellen en te toetsen of het besluit niet strijdig is met wettelijke voorschriften, dan wel of er een zodanige onevenwichtigheid in de afweging van de betrokken belangen is dat het bestuursorgaan niet in redelijkheid tot dat besluit is kunnen komen.

13. Eisers betogen terecht dat de uitvoeringsnota van het Gemeentelijke Verkeers- en Voersplan en de rapportage Bestaande bedrijventerreinen Best, visie en herstructurering niet dwingen tot het afsluiten van de Zandstraat, maar dit betekent niet dat verweerder niet de bevoegdheid heeft de Zandstraat af te sluiten. De omstandigheid dat verweerder reeds in 2003 het voornemen had om de Zandstraat geheel of gedeeltelijk af te sluiten voor het verkeer en daarvan heeft afgezien, maakt dat niet anders.

14. Verweerder heeft toepassing gegeven aan de uniforme openbare voorbereidingsprocedure, zoals geregeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Eisers betogen terecht dat zij hun zienswijze in plaats van schriftelijk ook mondeling naar voren hadden moeten kunnen brengen en dat, zo begrijpt de rechtbank eisers, een gesprek met verweerder wellicht tot een betere uitwisseling van elkaars standpunten en een beter wederzijds begrip had geleid. Dat een en ander niet heeft plaatsgehad betekent echter niet dat het bestreden besluit om die reden onzorgvuldig is voorbereid. Eisers hebben in hun zienswijze al hun bezwaren tegen het ontwerpbesluit naar voren gebracht.

15. Het betoog van eisers dat verweerder de noodzaak tot afsluiting van de Zandstraat met het oog op het reduceren van geluidsoverlast niet aannemelijk heeft gemaakt en dat verweerder niet inzichtelijk heeft gemaakt wat de precieze aard, omvang en oorzaak van de geluidshinder is, noch wat de invloed van het te plaatsen geluidscherm en de invloed van de afsluiting van de Zandstraat op de geluidshinder zal zijn, stelt aan de orde of het bestreden besluit zorgvuldig is voorbereid en deugdelijk is gemotiveerd. Dienaangaande overweegt de rechtbank als volgt.

16. Zoals hiervoor al overwogen heeft verweerder toepassing gegeven aan de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. In artikel 3:11, eerste lid, van de Awb is bepaald dat met het ontwerpbesluit de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van het ontwerp ter inzage moeten worden gelegd. Ter zitting heeft verweerder toegelicht dat alleen het ontwerpbesluit en de bijbehorende plattegrond ter inzage zijn gelegd. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat het ontwerpbesluit in ieder geval mede is gebaseerd op de uitvoeringsnota van het GVVP van december 2007, de rapportage “Bestaande bedrijventerreinen Best, Visie en herstructurering” van 8 oktober 2007, het overleg met de politie Zuid-Oost Brabant (waarvan een verslag is gemaakt) en het actieplan EU-richtlijn omgevingslawaai van 1 juli 2008. Deze stukken zijn niet met het ontwerpbesluit ter inzage gelegd. Hierdoor hebben eisers het ontwerpbesluit niet goed kunnen beoordelen en hun zienswijzen niet naar behoren naar voren kunnen brengen.

17. Voorts stelt de rechtbank op basis van de stukken en het verhandelde ter zitting vast dat verweerder de noodzaak tot afsluiting van de Zandstraat weliswaar heeft gebaseerd op geluidsoverlast die bewoners in de wijk Speelheide stellen te ondervinden, maar dat iedere feitelijke onderbouwing hiervan in het bestreden besluit ontbreekt. Deze feitelijke onderbouwing is, zoals uit het voorgaande volgt, evenmin terug te vinden in de door verweerder ter inzage gelegde stukken.

18. De rechtbank stelt verder vast dat verweerder in de bestuurlijke fase op geen enkele wijze inzichtelijk heeft gemaakt, laat staan heeft onderbouwd dat na afsluiting van de Zandstraat de capaciteit van de IBC-weg voldoende zal zijn en dat het verkeer de route via de IBC-weg zal verkiezen boven de route via de Willem de Zwijgerweg. Bij het verweerschrift heeft verweerder weliswaar tabellen en figuren van omrijdafstanden gevoegd (bijlage 3) en gewezen op het rapport van Goudappel Coffeng (adviseurs mobiliteit) over de Verkeerseffecten Hornbach Best van 22 augustus 2011, maar eisers hebben een en ander aan de hand van het advies van P.A.C. Veenbrink van 10 februari 2012 gemotiveerd weersproken.

19. Uit het bestreden besluit blijkt niet dat de afsluiting van de Zandstraat ertoe strekt de verkeersveiligheid te verbeteren. Hetgeen eisers hierover in beroep hebben aangevoerd kan om die reden onbesproken blijven. Wel heeft verweerder in het verweerschrift toegelicht dat de sociale veiligheid wordt bevorderd door de afsluiting van de Zandstraat, omdat kwaadwillenden hierdoor een vluchtroute minder hebben. De bereikbaarheid van de hulpdiensten wordt beïnvloed door evenbedoelde afsluiting, maar blijft volgens verweerder binnen de gestelde normen.

20. Uit het voorgaande vloeit voort dat verweerder de uniforme openbare voorbereidingsprocedure op een onjuiste wijze heeft toegepast, dat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid en niet berust op een kenbare en deugdelijke motivering. Dit betekent dat dit besluit in strijd is met afdeling 3.4 van de Awb en de artikelen 3:2 en 3.46 van de Awb.

21. Gelet op de aard van de hiervoor geconstateerde gebreken in de besluitvorming ziet de rechtbank geen mogelijkheden om het geschil finaal te beslechten dan wel om toepassing te geven aan de bestuurlijke lus.

22. Voor zover verweerder ter zake een nieuw besluit wil nemen overweegt de rechtbank dat, hoewel na een vernietiging van een besluit het een bestuursorgaan in beginsel vrijstaat om terug te vallen op de procedure die aan het vernietigde besluit ten grondslag lag dan wel de gehele procedure van afdeling 3.4 van de Awb opnieuw te doorlopen, hier, gelet op de aard van de hiervoor geconstateerde gebreken in de besluitvorming, moet worden geoordeeld dat verweerder de gehele procedure van afdeling 3.4 van de Awb opnieuw dient te doorlopen. Voor eisers is van belang dat zij in dat geval opnieuw zienswijzen naar voren brengen binnen de daartoe gestelde termijn.

23. De rechtbank acht termen aanwezig verweerder te veroordelen in de door eisers gemaakte proceskosten. Deze kosten zijn met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de daarbij behorende bijlage begroot op in totaal € 874,00 voor kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand:

• 1 punt voor het indienen van een (aanvullend) beroepschrift;

• 1 punt voor het verschijnen ter zitting;

• waarde per punt € 437,00;

• wegingsfactor 1.

De kosten van het opstellen van het rapport van ing. P.A.C. Veenbrink worden niet vergoed. De rechtbank overweegt dat de kosten van een deskundigenrapport worden gerelateerd aan de uren die zijn besteed aan het opstellen van het rapport (zie de uitspraak van de Afdeling van 17 april 2008, LJN: BD0320). Op het proceskostenformulier is echter niet vermeld hoeveel uren aan het opstellen van dat rapport zijn besteed. Ook anderszins is de rechtbank dit aantal uren niet gebleken.

24. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eisers het door hen betaalde griffierecht vergoedt.

<b>Beslissing</b>

De rechtbank,

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 302,00 aan eisers te vergoeden;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 874,00, te betalen aan eisers.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Venekamp, rechter, in aanwezigheid van mr. A.W.A. Kap-Knippels, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 april 2012.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

<HR NOSHADE>

<i>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</i>