Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BW0041

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
28-03-2012
Datum publicatie
28-03-2012
Zaaknummer
231846 - HA ZA 11-1040
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vervoersovereenkomst, goederen nog niet in ontvangst genomen bij verplaatsing op terrein belader zonder afgifte documenten

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2013/89
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

Vonnis van 28 maart 2012

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 231846 / HA ZA 11-1040 van

1. de vennootschap naar buitenlands recht

ACE EUROPEAN GROUP LIMITED,

gevestigd te Londen,

2. de vennootschap naar buitenlands recht

MARS GCC,

gevestigd te Jeddah, Saoedi-Arabië,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MARS NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Veghel,

4. de vennootschap naar buitenlands recht

MARS INC.,

gevestigd te McLean, USA,

eiseressen,

advocaat mr. J.J. Schelling te Rotterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VOS LOGISTICS SERVICES B.V.,

gevestigd te Oss,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VOS LOGISTICS OSS B.V.,

gevestigd te Oss,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VOS LOGISTICS INTERNATIONAL B.V.,

gevestigd te Oss,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VOS LOGISTICS NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Oss,

gedaagden,

procesadvocaat mr. Ph.C.M. van der Ven te ’s-Hertogenbosch,

zaaksadvocaat mr. A.D. Huisman te Rotterdam

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer 234073 / HA ZA 11-1290 van

1. de vennootschap naar buitenlands recht

ACE EUROPEAN GROUP LIMITED,

gevestigd te Londen,

2. de vennootschap naar buitenlands recht

MARS GCC,

gevestigd te Jeddah, Saoedi-Arabië,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MARS NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Veghel,

4. de vennootschap naar buitenlands recht

MARS INC.,

gevestigd te McLean, USA,

eiseressen,

advocaat mr. J.J. Schelling te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VOS DISTRI LOGISTICS OSS B.V.,

gevestigd te Oss,

gedaagde,

procesadvocaat mr. E.H.H. Schelhaas te ‘s-Hertogenbosch.

zaaksadvocaat mr. A.D. Huisman te Rotterdam

Partijen zullen hierna Mars en Vos genoemd worden. Indien Vos Distri Logistic Oss BV afzonderlijk wordt bedoeld, zal zij Vos Distri worden genoemd

1. De procedure in de zaak 11-1040

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 24 augustus 2011

- het proces-verbaal van comparitie van 28 februari 2012.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De procedure in de zaak 11-1290

2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 24 augustus 2011

- het proces-verbaal van comparitie van 28 februari 2012.

2.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

3. De feiten

3.1. Mars heeft voor het vervoer van chocoladeproducten een overeenkomst gesloten met Hapag-Lloyd. Hapag-Lloyd stelt voor het vervoer lege containers beschikbaar. De lege containers worden vanaf de terminal van de Osse Overslag Centrale BV (verder OOC) in Oss naar het bedrijfsterrein van Kühne en Nagel Logistics BV (verder KN) in Veghel getransporteerd. KN belaadt daar de containers in opdracht van Mars. De beladen containers worden voor verder transport teruggebracht naar de OOC terminal in Oss.

3.2. Vos Distri heeft een overeenkomst gesloten met OOC inhoudende dat alle regionale containertransporten die OOC uitbesteed worden opgedragen aan Vos Distri (productie 4 bij dagvaarding in 11-1290). Ingevolge artikel 9 van die overeenkomst is Vos Distri gerechtigd om bij de uitvoering van de overeenkomst gebruik te maken van hulppersonen/onderaannemers.

3.3. Op 9 februari 2010 heeft een vrachtwagen van Vos een lege container van de containerterminal van OOC naar het terrein van KN getransporteerd en aldaar de oplegger met de lege container bij het door KN aangewezen dok afgekoppeld en achtergelaten (producties 1 en 2 bij conclusie van antwoord in 11-1290). De container is door KN beladen met chocoladeproducten van Mars. Na belading heeft een andere chauffeur van Vos de oplegger met de volle container op verzoek van KN weggehaald bij het dok en elders op het terrein van KN afgekoppeld en achtergelaten. De vrachtbrief met betrekking tot het transport van de volle container vanaf het terrein van KN, was door KN nog niet afgegeven.

3.4. De oplegger met de volle container is op 9 februari 2010 van het terrein van KN gestolen en later leeg teruggevonden.

4. Het geschil

4.1. Mars vordert samengevat – hoofdelijke veroordeling van Vos tot betaling

- aan ACE van USD 38.765,05 te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente met ingang van 10 februari 2010,

- aan ACE van € 2.882,50, (expertisekosten) te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente met ingang van 22 juni 2010,

- aan Mars van USD 25.000,00 te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente met ingang van 10 februari 2010,

- aan Mars en ACE van € 1.158,00 betreffende buitengerechtelijk kosten en de proceskosten.

4.2. Vos voert verweer.

4.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling

5.1. Mars legt aan zijn vordering ten grondslag dat Vos als vervoerder de beladen container in Veghel in ontvangst heeft genomen als bedoeld in artikel 8:1095 BW en niet in Oss heeft afgeleverd. Vos heeft daardoor wanprestatie gepleegd. De waarde van de lading bedroeg USD 63.765,05. ACE heeft als verzekeraar van Mars USD 38.765,05 vergoed. Het eigen risico bedraagt USD 25.000,00. Subsidiair stelt Mars dat Vos onrechtmatig heeft gehandeld door de beladen container onbeheerd achter te laten.

5.2. Vos betwist dat zij de beladen container in ontvangst heeft genomen. Ter onderbouwing van dat verweer heeft Vos ter comparitie de gebruikelijk werkwijze bij het vervoer van containers tussen OOC en KN uiteengezet. Deze houdt in dat Vos een dag van te voren van OOC doorkrijgt hoeveel vrachtwagens OOC die dag nodig heeft en voor elke vrachtwagen wat de eerste rit is. Bij aankomst op het terrein van KN meldt de chauffeur zich en krijgt hij van KN te horen op welk dok de lege container dient te worden geplaatst teneinde te worden beladen. Na belading worden de vervoersdocumenten door KN in orde gemaakt. Als die gereed zijn geeft KN aan een van de aanwezige chauffeurs van Vos de documenten en de feitelijke opdracht om de beladen container terug te brengen naar OOC. Hiervan wordt mededeling gedaan aan OOC die de juridische opdrachtgever is van Vos. Als een container is beladen vraagt KN een chauffeur van Vos op het moment dat die zich meldt bij aankomst bij KN, om die container bij het betreffende dok weg te halen en elders op het terrein van KN te plaatsen terwijl de documenten in orde worden gemaakt. Dat dit de gebruikelijke werkwijze is, is door Mars desgevraagd niet weersproken.

5.3. De betreffende container is op 9 februari 2010 geladen en vervolgens door een chauffeur van Vos op verzoek van KN bij het dok weggehaald en elders op het terrein van KN geplaatst. Diezelfde chauffeur heeft nog twee andere geladen containers verplaatst. Op dat moment waren de documenten nog niet gereed. Die chauffeur heeft van noch van KN noch van OOC de opdracht gekregen de betreffende container terug te transporteren naar OOC. De rechtbank is van oordeel dat het verplaatsen van de container op het terrein van KN niet beschouwd kan worden als het in ontvangst nemen daarvan door Vos. Het is KN die bepaalt welke container op welk moment bij een dok wordt weggehaald en elders op het terrein wordt geplaatst en het verplaatsen geschiedt in het belang van KN, omdat daardoor wordt vermeden dat een beladingsdok na belading, in afwachting van het gereedkomen van de documenten, bezet wordt gehouden. Een dergelijke verplaatsing, nog voor de documenten gereed zijn en dus nog niet aan de vervoerder zijn overhandigd, kan niet als het in ontvangst nemen van de goederen worden aangemerkt.

5.4. Aangezien hetgeen door Mars is aangevoerd onvoldoende is om Vos als aansprakelijke vervoerder aan te merken, wordt de vordering van Mars afgewezen. Dit geldt zowel voor de vordering op grond van wanprestatie als de vordering op grond van onrechtmatige daad, omdat Mars ook bij die laatste vordering ervan uitgaat dat Vos als vervoerder aansprakelijk was voor de lading na het in ontvangst nemen daarvan.

in de zaak 11-1040

5.5. Mars zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Vos worden begroot op:

- explootkosten € 0,00

- griffierecht 1.181,00

- getuigenkosten 0,00

- deskundigen 0,00

- overige kosten 0,00

- salaris advocaat 1.788,00 (2,0 punten × tarief € 894,00)

Totaal € 2.969,00

in de zaak 11-1290

5.6. Mars zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Vos Distri worden begroot op:

- explootkosten € 0,00

- griffierecht 1.744,00

- getuigenkosten 0,00

- deskundigen 0,00

- overige kosten 0,00

- salaris advocaat 1.788,00 (2,0 punten × tarief € 894,00)

Totaal € 3.532,00

6. De beslissing

De rechtbank

in de zaak 11-1040

6.1. wijst de vorderingen af,

6.2. veroordeelt Mars in de proceskosten, aan de zijde van Vos tot op heden begroot op € 2.969,00,

6.3. verklaart dit vonnis in deze zaak wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in de zaak 11-1290

6.4. wijst de vorderingen af,

6.5. veroordeelt Mars in de proceskosten, aan de zijde van Vos Distri tot op heden begroot op € 3.532,00,

6.6. verklaart dit vonnis in deze zaak wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Rijnbout en in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2012.