Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BW0039

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
28-03-2012
Datum publicatie
28-03-2012
Zaaknummer
237118 - HA ZA 11-1510
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Incident. Schorsing van rechtswege (door verlies van hoedanigheid van advocaat/ 226 Rv) weer van rechtswege geeindigd door stellen nieuwe advocaat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaak- en rolnummer 237118 / HA ZA 11-1510

Vonnis in incident van 28 maart 2012

in de zaak van

[Eisers]

beiden wonende te [woonplaats],

eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident,

advocaat mr. N.J. Clement te ‘s-Hertogenbosch,

tegen

[Gedaagden 1 t/m 10]

advocaat mr. G.P.M. Sanders te Eindhoven.

Partijen zullen hierna [eisers] en [gedaagden] worden genoemd.

1. De verdere procedure

1.1. Deze blijkt uit:

- het incidentele vonnis van 11 januari 2012;

- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring van [gedaagden]

d.d. 22 februari 2012;

- de incidentele conclusie van antwoord, houdende referte, d.d. 7 maart 2012.

1.2. Ten slotte is ter rolle van 7 maart 2012 vonnis bepaald in het vrijwaringsincident.

1.3. De advocaat van [gedaagden], mr. Sanders, heeft op 14 maart 2012 per fax,

gericht aan de rechtbank ’s-Hertogenbosch, sector civiel recht, afd. roladministratie, t.a.v.

de griffier, verzocht hem zo spoedig mogelijk te bevestigen dat deze procedure is geschorst per 27 februari 2012 en dat geen vonnis in het incident zal worden gewezen. In deze fax wordt dit verzoek, kort samengevat, als volgt gemotiveerd:

“Voor de wederpartij (rb: [eisers]) had (…) mr. R.L.A.M. Oors zich als advocaat gesteld. Zij heeft

op 27 februari 2012 de hoedanigheid van advocaat verloren door praktijkbeëindiging en uitschrijving

per die datum uit het register van advocaten.

Op grond van artikel 226 lid 1 Rv. is de procedure hiermee van rechtswege (per 27 februari 2012) geschorst.

Op grond van artikel 225 lid 3 Rv. zijn alle proceshandelingen verricht nadat de schorsing is ingetreden, nietig.

De proceshandelingen waarbij mr. Oors een ander als vervanger heeft aangemerkt alsmede de conclusie van antwoord in het incident tot vrijwaring heeft genomen zijn dan ook nietig. Immers, mr. Oors had toen, op

7 maart 2012, haar hoedanigheid van advocaat al verloren”.

1.4. De advocaat van [eisers], mr. Clement, heeft op 16 maart 2012 per fax, gericht aan de rechtbank ’s-Hertogenbosch, t.a.v. de civiele griffie, meegedeeld:

“Met enige verbazing heb ik kennisgenomen van de brief d.d. 14 maart jl. van de advocaat van de wederpartij.

Op 24 februari jl. is de advocaatwijziging aan uw Rechtbank verzonden waarbij ondergetekende zich tot advocaat heeft gesteld. Vervolgens heeft ondergetekende de conclusie (rechtbank: van antwoord in het incident tot vrijwa-ring) ingediend.

Mr. Oors heeft derhalve geen proceshandelingen verricht nadat zij zich heeft uitgeschreven op 27 februari jl. Schorsing kan derhalve niet aan de orde zijn, laat staan nietigheid van de door mij verrichte proceshandelingen.”

2. De beoordeling in het incident

2.1. De rechtbank gaat voorbij aan het beroep op nietigheid van in strijd met

de door de advocaat van [gedaagden] in voormelde fax genoemde bepalingen plaats-gevonden hebbende procesverrichtingen. Hierbij is het volgende in aanmerking genomen.

De ratio van het namens [gedaagden] aangehaalde artikel 226 Rv is, kort gezegd, [eisers] te beschermen tegen de kwade kans dat de procedure zonder [eisers] wordt voort-gezet nadat mr. Oors haar hoedanigheid van advocaat zou hebben verloren. Deze kwade kans heeft zich hier niet gerealiseerd. Mr. Oors heeft in haar hoedanigheid van advocaat (van [eisers]) bij rolbericht d.d. 24 februari 2012 aan de rechtbank en de wederpartij ([gedaagden]) meegedeeld dat mr. Clement zich in haar plaats als nieuwe advocaat stelt voor [eisers] Dit rolbericht had betrekking op de rolzitting van 7 maart 2012. Op die rolzitting heeft mr. Clement zich gesteld als advocaat voor [eisers] Hierdoor is een schorsing van het geding van rechtswege ingevolge artikel 226 lid 1 Rv, zo daarvan al sprake zou zijn, sowieso per die datum geëindigd (vgl. HR 9 december 2011, LJN

BT2915, r.o. 3.2: “Met het einde van de schorsing van de advocaat eindigt ook van rechtswege de schorsing van

het geding op grond van art. 226 lid 1 Rv. Hetzelfde geldt als zich een andere advocaat voor de betrokken partij stelt”).

Vervolgens heeft mr. Clement (en niet mr. Oors) op deze rolzitting namens [eisers]

in het door [gedaagden] opgeworpen incident tot oproeping in vrijwaring een incidentele conclusie van antwoord (houdende referte) genomen. Deze proceshandeling is niet nietig.

2.2. [gedaagden] vordert, kort gezegd, dat het hem met de zijnen wordt toegestaan

de (publiekrechtelijke rechtspersoon) gemeente Bladel, zetelende te Bladel, in vrijwaring op te roepen.

2.3. [eisers] refereert zich aan het oordeel van de rechtbank dienaangaande.

2.4. De rechtbank zal de incidentele vordering van [gedaagden] tot oproeping

in vrijwaring van de (publiekrechtelijke rechtspersoon) gemeente Bladel toewijzen. Gelet op de door [gedaagden] hiertoe aangevoerde grond valt naar het oordeel van de rechtbank voorshands niet uit te sluiten dat [gedaagden] geheel of gedeeltelijk regres zal kunnen nemen op deze gemeente.

De rechtbank zal de beslissing omtrent de kosten van het incident aanhouden,

totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.

4. De beslissing

De rechtbank

in het incident

- staat toe dat de (publiekrechtelijke rechtspersoon) gemeente Bladel, zetelende te Bladel,

door [gedaagden] wordt gedagvaard tegen de terechtzitting van 9 mei 2012;

- houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan;

in de hoofdzaak

- bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 9 mei 2012

voor conclusie van antwoord.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.C.W. Geurtsen-van Eeden en in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2012.