Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BV9640

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
20-03-2012
Datum publicatie
22-03-2012
Zaaknummer
242299 - KG ZA 12-57
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ5770, Overig
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

bekend

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RI 2012/66

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 242299 / KG ZA 12-57

Vonnis in kort geding van 20 maart 2012

in de zaak van

[Curator]

in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [XX], gevestigd te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. W.M. de Bruijn te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[YY],

gevestigd te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. F.C.M. Leentfaar te Eindhoven.

Partijen zullen hierna de curator en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding d.d. 9 februari 2012 met 3 producties

- de brief van mr. Leentfaar d.d. 2 maart 2012 met akte houdende 2 producties

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van de curator

- de pleitnota van [gedaagde].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Bij vonnis van deze rechtbank d.d. 22 september 2011 is de besloten vennootschap met bepe[XX]ansprakelijkheid [XX] (hierna te noemen: [XX]) in staat van faillissement verklaard met aanstelling van eiser als curator.

2.2. [XX] maakte in het kader van haar administratie gebruik van zogenaamde cloud computing, waarbij de informatie niet wordt opgeslagen op eigen gegevensdragers, maar op externe servers.

2.3. [XX] had in dat kader een overeenkomst gesloten met [gedaagde]. Medewerkers van [XX] konden via internet inloggen op de software van [gedaagde], [ZZ] genaamd, die uitsluitend centraal geïnstalleerd is op de server van [gedaagde]. Van daaruit hadden zij dan toegang tot de administratie van [XX].

2.4. [XX] betaalde aan [gedaagde] voor de geleverde diensten een periodieke vergoeding.

2.5. Na het faillissement van [XX] heeft [gedaagde] haar dienstverlening gestaakt. Als gevolg daarvan heeft de curator geen toegang tot de administratie van [XX] zoals die door [gedaagde] is opgeslagen op de externe servers.

2.6. [gedaagde] is bereid om haar dienstverlening aan de curator voor te zetten tegen betaling van een eenmalig bedrag van € 3.000,-- aan opstartkosten een maandelijkse vergoeding van € 1.000,--.

2.7. De curator heeft daar niet mee ingestemd.

3. Het geschil

3.1. De curator vordert, samengevat;

1. [gedaagde] te veroordelen om de curator op diens eerste verzoek onbelemmerde toegang te verschaffen tot de administratie van [XX]:

a. op zodanig leesbare wijze dat alle rechten en verplichtingen van [XX] gekend kunnen worden zoals bedoeld in artikel 2:10 BW;

b. onder afgifte van wachtwoord en gebruikersnaam nodig om via cloud computing onbeperkte, ongestoorde en op leesbare wijze toegang te krijgen tot de administratie van [XX];

c. en alle ter bepaling van de curator daartoe noodzakelijke medewerking op diens eerste verzoek te verlenen;

d. voor de duur van de afwikkeling van het faillissement van [XX] althans voor de duur van een in goede justitie te bepalen termijn;

e. dit alles op straffe van een dwangsom van € 2.500,-- per dag of gedeelte daarvan;

f. onder veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten;

Primair:

Om [gedaagde] te verbieden om aan de uitvoering van het onder 1. gevorderde aan de curator kosten in rekening te brengen;

Subsidiair;

[gedaagde] te verbieden een hogere kostenvergoeding te eisen dan een redelijke vergoeding voor de werkelijke kosten, voldoende gespecificeerd en gemaximeerd op € 17,-- althans € 25,-- per maand, althans in goede justitie te bepalen onder het gebod voor [gedaagde] om te dulden dat deze kosten voor de duur van het faillissement beschouwd worden als algemene faillissementskosten en derhalve [gedaagde] te verbieden haar rechten als boedelschuldeiser uit te oefenen tot het faillissement is afgewikkeld, althans voor de duur van een in goede justitie te bepalen termijn.

3.2. De curator legt daaraan, zakelijk weergegeven, het volgend ten grondslag.

Voor een goede afwikkeling van het faillissement van [XX] is het noodzakelijk dat de curator inzage heeft in de administratie van de gefailleerde. Om die adminsitratie geordend en leesbaar te kunnen raadplegen dient de curator in te kunnen loggen op de software van [gedaagde].

Nu de curator recht heeft op toegang tot de administratie in het belang van de gezamenlijke schuldeisers en uit hoofde van zijn wettelijke taken, meer in het bijzonder de artikelen 92 en 93a Fw, is hij daarvoor geen vergoeding verschuldigd.

Indien de curator al een onkostenvergoeding aan [gedaagde] verschuldigd zou zijn, dan dienen die kosten reëel te zijn en voldoende te zijn onderbouwd. Het door [gedaagde] gevraagde bedrag voldoet daar niet aan.

3.3. [gedaagde] voert daartegen, zakelijk weergegeven, het volgende verweer.

De curator kan van [gedaagde] niet verlangen dat deze haar dienstverlening hervat, omdat de curator duidelijk had gemaakt dat hij met [gedaagde] geen nieuwe overeenkomst wilde sluiten. De bevoegdheid van de curator ex artikel 37 lid 1 Fw om nakoming te vorderen is daarmee vervallen.

De artikelen 92 en 93a Fw hebben geen betrekking op een situatie als de onderhavige waarbij het gaat om informatie die zich onder derden bevind die niet in een nauwe relatie met de gefailleerde staan.

[gedaagde] is daarnaast altijd bereid geweest de curator toegang te geven tot de administratie, mits zij haar werkzaamheden daarvoor vergoed krijgt. De curator is niet bereid daarvoor een redelijke vergoeding te betalen.

Met het ordenen van de administratie voor de curator zijn aanzienlijke kosten gemoeid. De curator dient die kosten te voldoen als boedelschuld. De door [gedaagde] begrote kosten zijn ook reëel. [gedaagde] is geen bestuurder van [XX] en is derhalve niet gebonden een het bepaalde in artikel 2:10 BW.

De curator heeft bovendien onvoldoende spoedeisend belang bij het gevorderde.

4. De beoordeling

4.1. Inzet van dit kort geding is inzage in (een groot deel van de) administratie van het gefailleerde [XX]. Daarbij heeft de curator voldoende spoedeisend belang, nu hij die administratieve gegevens nodig stelt te hebben voor (onder meer) een spoedige afwikkeling van het faillissement.

4.2. In het onderhavige geval doet zich de situatie voor dat het gefailleerde [XX] een groot deel van haar administratie extern heeft opgeslagen bij wijze van cloud computing. Dat heeft tot gevolg dat deze gegevens slechts begrijpelijk geordend kunnen worden ingezien met gebruikmaking van de diensten van [gedaagde] (met name het gebruik van haar software [ZZ]). [gedaagde] heeft onweersproken gesteld dat het inzichtelijk maken van de administratieve data van [XX] voor de curator aanzienlijke inspanningen harerzijds vereist. Het is niet simpelweg een kwestie van het verstrekken van een inlogcode. Zo moet een nieuwe serveromgeving worden opgezet en moet die omgeving vervolgens ook weer draaiend gehouden worden. Dat daarmee voor [gedaagde] aanzienlijke kosten zijn gemoeid is voldoende aannemelijk. De curator heeft zulks bij gebrek aan wetenschap ook niet betwist. De curator is echter niet bereid die kosten te vergoeden. Hij maakt primair aanspraak op kosteloze dienstverlening door [gedaagde] en subsidiair tegen een zeer geringe vergoeding welke vergoeding niet in verhouding staat tot de door [gedaagde] werkelijk te maken kosten. De vraag is of [gedaagde] daartoe gehouden is.

4.3. Voorop gesteld zij dat aan de curator in artikel 92 en 93a Fw een vergaande bevoegdheid is toegekend waar het betreft het verkrijgen van toegang tot de administratie van de gefailleerde. Daarbij kunnen belangen van derden in het gedrang komen en in sommige gevallen moeten die belangen wijken voor het belang van de curator. De bevoegdheid van de curator gaat naar het oordeel van de voorzieningenrechter echter niet zover dat de curator aanspraak kan maken op meer dan de (leesbare) administratieve gegevens (de bekende schoenendoos met bonnetjes) van de gefailleerde. Het is in beginsel de taak van de curator om vervolgens zo nodig orde aan te brengen in die gegevens. Daarvoor kan hij derden inschakelen. Voor die diensten zal hij dan wel moeten betalen.

4.4. Die situatie doet zich hier ook voor. [gedaagde] heeft zich bereid verklaard alle administratieve gegevens van [XX] (naar schatting enkele tienduizenden pagina’s!) op een harddisk te zetten en deze aan de curator te overhandigen. Die gegevens zijn dan gewoon leesbaar en toegankelijk zonder de software van [gedaagde]. Daarmee heeft de curator waar hij recht op heeft, namelijk de eerder aangehaalde schoenendoos met bonnetjes. Dat die gegevens feitelijk onbruikbaar zijn, omdat deze niet op geordend zijn en dus alles (zoals gezegd tienduizenden pagina’s met gegevens) door elkaar staat, maakt dat niet anders. Het is zoals gezegd de taak van de curator om dat te ordenen. Indien de curator orde in die chaos wil scheppen door gebruik te maken van de diensten van [gedaagde], dan zal zij daarvoor dienen te betalen. De curator heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen recht op kosteloze dienstverlening of dienstverlening tegen een zeer geringe vergoeding die bij lange na niet kostendekkend is voor [gedaagde] zoals bedoeld in het subsidiaire onderdeel van de vordering. Afweging van de wederzijdse belangen leidt niet tot een ander oordeel. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat [gedaagde] zoals gezegd aanzienlijke kosten moet maken om de curator toegang te verschaffen tot de administratie van [XX] en dat de curator die inzake ook kan krijgen indien zij [gedaagde] daarvoor betaalt.

4.5. Dat betekent dat de vorderingen van de curator die ertoe strekken dat [gedaagde] haar diensten kosteloos dan wel tegen een bedrag van maximaal € 25,-- per maand ter beschikking stelt, zullen worden afgewezen.

4.6. De curator zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op:

- griffierecht € 575,00

- overige kosten 0,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.391,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt de curator in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 1.391,00,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Loesberg en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2012.