Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BV9148

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
12-03-2012
Datum publicatie
16-03-2012
Zaaknummer
242386 KG ZA 12-66
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij beslag kamers van kinderen betreden.Opheffing bewijsbeslag. Inzage gegevens van de inbeslaggenomen goederen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 242386 / KG ZA 12-66

Vonnis in kort geding van 12 maart 2012

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[Partij A]

gevestigd te [woonplaats],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. W.J.G. Maas te Eindhoven,

tegen

[Partij B t/m E]

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. J.O. de Wilde te 's-Hertogenbosch.

Partijen zullen hierna [eiseres] en[Partij B]ij B], dan wel [partij C], [partij D] en [partij E] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Na dagvaarding is namens [partij B] een conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie ingediend.

1.2. De behandeling ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 februari 2012 waar beide partijen, mede aan de hand van door hen overgelegde pleitnotities, hun standpunt hebben toegelicht.

1.3. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiseres] is een onderneming die industriële verpakkings-, palletiseer- en palletverpakkingssystemen ontwikkelt en produceert. Daarnaast biedt [eiseres] een compleet servicepakket ten aanzien van dergelijke systemen aan, onder meer bestaand uit servicebeurten, preventief onderhoud en de upgrading van systeemsoftware.

2.2. Voor het voeren van haar onderneming maakt [eiseres] onder meer gebruik van besturingsprogrammatuur waar haar systemen op draaien (de zogenaamde Programmable Logic Controller (PLC) software) inclusief de daaraan ten grondslag liggende source code en de technische tekeningen van de door [eiseres] ontwikkelde en geleverde machines/systemen, alsmede (op sales-gebied) het zogenaamde ‘Become IT-bestand’ met daarin de klant- offerte- en projectgegevens.

2.3. De heren [partij C], [partij D] en [partij E] hadden tot 1 april 2011 een fulltime dienstverband bij [eiseres] in de functie van respectievelijk ‘[X]’, ‘[Y]’ en ‘[Z]’.

2.4. Noch met [partij C], noch met [partij D] en [partij E] is [eiseres] een concurrentie- of relatiebeding overeengekomen.

2.5. Per 1 april 2011 hebben [partij C], [partij D] en [partij E] samen een nieuw bedrijf opgericht, genaamd [partij B]

2.6. [partij B] houdt zich – evenals [eiseres] – bezig met het ontwikkelen, produceren en verkopen van (onder meer) industriële verpakkings- en palletiseermachines, en met de aan die machines gekoppelde dienstverlening zoals onderhoud, modificatie, optimalisatie en servicebeurten.

2.7. [partij B] heeft (inmiddels) drie voormalig werknemers van [eiseres] in dienst genomen.

2.8. [partij B] heeft in de loop van vorig jaar opdrachten ontvangen van de bedrijven JOG, DCM en Pokon, allen (voormalig) klant van [eiseres].

2.9. Na het uit dienst treden van [partij C], [partij D] en [partij E] kreeg [eiseres] het vermoeden dat deze ex-werknemers, in de tijd dat ze nog bij [eiseres] in dienst waren, ten behoeve van [partij B] de in 2.2. genoemde bedrijfsgevoelige informatie van [eiseres] hebben gekopieerd. [eiseres] heeft hierop een onderzoek gestart.

2.10. Het onderzoek is verricht op 1 augustus 2011 door de firma ‘[XX]’, een particulier onderzoeksbureau.

2.11. Het rapport dat op 8 oktober 2011 van dit onderzoek is opgemaakt vermeldt – voor zover thans van belang – het volgende:

‘(…)

Ik, [CC], heb drie hard disk veilig gesteld uit de computers die de drie voormalige medewerker van [eiseres] BTH gebruikten ten tijden van hun dienstverband aldaar. Ik heb deze gelabeld en overhandigd aan [RR] om te onderzoeken.

(…)

Ik [[RR]] heb de volgende resultaten gevonden op de hard disk, hierna te noemen de computer van [.] [partij C]. Waar van belang heb ik toelichting gegeven op de aangetroffen bevindingen:

1. Er zijn via de US aansluiting diverse externe media gebruikt. Bij externe media moet men denken aan Hard Disks en USB sticks. Daarbij is vanuit de computer informatie benaderd die op het externe medium stond of er is informatie vanuit de computer op het externe medium gekopieerd.

2. (…)

3. Op de computer stonden programma’s die worden gebruikt in zogenaamde PLC’s. PLC is de afkorting van Programmable Logic Controller, een programmeerbare besturingseenheid waarmee processen en schakelingen softwarematig worden aangestuurd.

4. (…)

(…)

Bij het openen van deze databases werd een beginscherm van een applicatie getoond met de naam [OO]. Van opdrachtgever hebben we begrepen dat dit het gehele CRM-systeem van opdrachtgever betreft, met alle klantgegevens, orderspecificaties, etc.

De locatie van deze databases was:

“Documents en settings/[partij C]/Bureaublad/prullenbak/”

Door onderzoek van de zogenaamde link files van de computer van [.] [partij C] zag ik dat de volgende bestanden waren gekopieerd op een zogenaamde removable drive. Normaal gesproken duidt dit op een externe hard disk. Het betreft hier twee verschillende removable drives aangezien ze verschillende serienummers hebben.

(…)’

2.12. Naar aanleiding van een verzoek van [eiseres] heeft de voorzieningenrechter te ’s-Hertogenbosch bij beschikking van 5 december 2011 conservatoir bewijsbeslag toegestaan op de in die beschikking genoemde zaken.

2.13. De beslaglegging is uitgevoerd in de ochtend van 13 december 2011 waarbij een deurwaarder (ook) in de woningen van [partij C], [partij D] en [partij E] is binnengetreden en tevens de kamers van de kinderen in de woning van [partij E] en in de woning van [partij C] heeft betreden.

2.14. Er is beslag gelegd op digitale data/gegevensdragers (waaronder laptops) die zijn aangetroffen in het bedrijfspand van [Partij B] en in de woningen van [partij C], [partij D] en [partij E]. Van de in beslag genomen digitale bestanden en data zijn op diezelfde dag kopieën gemaakt welke in gerechtelijke bewaring zijn afgegeven.

3. Het geschil in conventie

3.1. [eiseres] vordert samengevat – toestemming te verlenen tot onmiddellijke inzage tot, dan wel afschift of uittreksel van de in de dagvaarding opgesomde (in gerechtelijke bewaring gegeven) bescheiden met veroordeling van [partij B] tot betaling van een dwangsom in het geval zij niet aan het bevel tot het verlenen van inzage voldoen en met hoofdelijke verdeling van [partij B] in de kosten van de procedure.

3.2. [eiseres] heeft aan haar vordering – zakelijk weergegeven – primair ten grondslag gelegd dat [partij B] inbreuk hebben gepleegd op de auteursrechten van [eiseres] door de PLC software en de source code te verveelvoudigen en door met behulp van kopie-software wijzigingen aan te brengen in de oorspronkelijke software, dit alles ten behoeve van de productie en verkoop van machines en het verlenen van (onderhouds)diensten aan klanten.

Voorts verdenkt [eiseres] [partij B] ervan dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan onrechtmatige concurrentie door [eiseres] klanten en personeel afhandig te maken.

Volgens [eiseres] heeft [partij C] voordat hij uit dienst trad een kopie gemaakt van het gehele Become IT bestand waardoor hij de beschikking had over alle projecten, offertes en andere informatie van alle klanten van [eiseres]. Op deze manier hebben [partij B] door aan potentiële klanten goede aanbiedingen te doen al vanaf het begin veel opdrachten binnen kunnen slepen.

Met de kennis van zaken en klanten die [partij C], [partij D] en [partij E] hebben opgedaan bij [eiseres] zijn zij in staat geweest om [partij B] een vliegende start te geven en om oneerlijke concurrentie te bieden tegen [eiseres].

3.3. [partij B] voeren verweer waarop hierna, voor zover van belang, nader zal worden ingegaan.

4. Het geschil in reconventie

4.1. [partij B] vorderen samengevat – opheffing van het bewijsbeslag en afgifte van de gegevensdragers met daarop de kopieën van de beslagen informatie met veroordeling van [eiseres] in de kosten van de reconventie.

4.2. [partij B] hebben – zakelijk weergegeven – aan hun vordering in reconventie ten grondslag gelegd dat, voor zover het door [eiseres] gelegde bewijsbeslag niet zijn grondslag vindt in de door [eiseres] gestelde inbreuk op de intellectuele eigendomsrechten, maar voor zover het een algemeen bewijsbeslag betreft, dit beslag niet had mogen worden toegestaan omdat de wet geen algemene regeling voor bewijsbeslag kent.

Verder stellen [partij B] dat [eiseres] geen rechtmatig belang heeft bij het gelegde beslag waarbij harddiscs zijn gekopieerd waarop privé en bedrijfsgegevens staan waarvan [eiseres] in ieder geval geen inzage toekomt. Het beslag dat [eiseres] heeft gelegd is gebaseerd op vermoedens waardoor het een ‘fishing expedition’ is geworden.

Tot slot stellen [partij B] dat [eiseres] met een minder zwaar middel dan het bewijsbeslag had kunnen volstaan om de door haar aan het adres van [partij B] gemaakte verwijten te onderzoeken.

4.3. [eiseres] voert verweer waarop hierna, voor zover van belang, nader zal worden ingegaan.

5. De beoordeling in conventie

5.1. [eiseres] heeft gemotiveerd gesteld dat zij conservatoir bewijsbeslag heeft gelegd op grond van artikel 1019b Rv. vanwege een inbreuk op haar auteursrecht, welke onder meer zou bestaan uit het verveelvoudigen van software van [eiseres].

Thans verzoekt [eiseres] om met toepassing van artikel 843a Rv. toe te staan dat zij inzage krijgt in de door haar in beslag genomen gegevens.

Ingevolge het eerste lid van dat artikel moet [eiseres] in elk geval een rechtmatig belang hebben bij de inzage.

5.2. In dit kort geding gaat het om inzage die [eiseres] wenst te hebben in gegevens die afkomstig zijn van de in beslag genomen computers en usb sticks. Het antwoord op de vraag in hoeverre [eiseres] een rechtmatig belang heeft bij de door haar gewenste inzage hangt samen met de vraag in hoeverre de stelling van [eiseres] aannemelijk is dat [partij B] zich schuldig zouden hebben gemaakt aan het zonder toestemming (digitaal) kopiëren van gegevens afkomstig van [eiseres].

5.3. [partij B] betwisten de stellingen van [eiseres] met klem en stellen dat de verdenkingen van [eiseres] volledig onterecht zijn.

[eiseres] heeft haar stellingen gebaseerd op onder meer een onderzoeksrapport van [XX], van welk rapport onder de bovenstaande vaststaande feiten een citaat is opgenomen.

In dit onderzoeksrapport staat dat er mogelijk informatie vanuit de computer van [partij C] naar een extern medium is gekopieerd en dat er op de computer programma’s zijn aangetroffen die worden gebruikt in zogenaamde (hierboven genoemde) PLC’s. Verderop in het rapport is te lezen dat de onderzoeker heeft geconstateerd dat een aantal bestanden van de computer van [partij C] gekopieerd waren op een ‘removable drive’.

[partij C] heeft hierover verklaard dat hij in de tijd dat hij bij [eiseres] als verkoper werkte in staat werd gesteld bestanden van het netwerk te halen zodat hij back-ups van de offertes kon maken en op die manier thuis en bij klanten offertes kon bekijken en aanpassen. Naast de verkoop bleef [partij C] betrokken bij de service (waarin hij werkzaam was voordat hij een functie in de verkoop kreeg), zodat hij ook altijd toegang heeft gehouden tot de gegevens van de service. De bestanden van service zijn (destijds) overgezet op zijn laptop.

Deze verklaring van [partij C] heeft betrekking op de periode waarin hij nog werkzaam was bij [eiseres] maar de vraag blijft of hij in die periode gegevens van [eiseres] zonder toestemming gekopieerd heeft.

De resultaten die uit het onderzoeksrapport van [XX] volgen geven in ieder geval aanleiding tot twijfel omtrent het gebruik van gegevens van [eiseres] door [partij C], [partij D] en [partij E].

5.4. Uit hetgeen [partij B] in het kader van dit geding naar voren hebben gebracht blijkt dat de overname van de onderneming door het Canadese bedrijf [P] en de samenvoeging met het Duitse bedrijf [eiseres] in 2009 zowel voor [partij C] als voor [partij D] en [partij E] op een onplezierige wijze is verlopen en dat deze overname uiteindelijk aanleiding is geweest voor hun vertrek bij [eiseres].

Verder wordt geconstateerd dat [partij B] binnen een – relatief – korte termijn na haar oprichting in april 2011 een aantal aanzienlijke orders heeft binnengesleept van voormalig klanten van [eiseres] (volgens de stellingen van [partij B] wordt de totale omzet die voortkomt uit de opdrachten bij JOG, DCM en Pokon geschat op om en nabij

€ 1.300.000,-.).

5.5. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter kan in deze omstandigheden, in combinatie met de inhoud van het rapport van [XX], een rechtvaardiging gevonden worden voor de vermoedens van [eiseres] dat [partij B] in digitale bedrijfsgegevens afkomstig van [eiseres] zonder haar toestemming hebben verveelvoudigd.

In hoeverre deze vermoedens terecht zijn moet nog blijken aan de hand van (door [eiseres]) uit te voeren nader onderzoek, maar in dat verband wordt [eiseres] geacht voldoende belang te hebben bij inzage in de in beslag genomen en gekopieerde gegevens.

5.6. Naar aanleiding van het bezwaar van [partij B] dat [eiseres] niet voldoende specifiek heeft aangegeven in welke gegevens zij inzage wil hebben en dat het haar niet aan gaat inzage te krijgen in privégegevens en bedrijfsinformatie van [partij B], heeft [eiseres] ter zitting aangegeven dat de door haar gevorderde inzage betrekking heeft op aan [eiseres] gelieerde bestanden zoals in haar dagvaarding genoemd.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de gegevens waarvan inzage wordt gevorderd op deze manier voldoende gespecificeerd zijn.

5.7. Onder de gegevens waarin [eiseres] inzage wenst te verkrijgen heeft zij genoemd de door [partij B] ontwikkelde/gebruikte systeembesturingssoftware. Dat gedeelte van de vordering wordt afgewezen. Inzage in deze gegevens zou naar het oordeel van de voorzieningenrechter [eiseres] in staat kunnen stellen kennis te nemen van voor de bedrijfsvoering van [partij B] vertrouwelijke informatie die geen verband houdt met [eiseres] en waarvan in dit stadium niet valt in te zien dat die een bijdrage zou leveren aan het door [eiseres] gewenste onderzoek naar de door haar gestelde auteursrecht-inbreuk.

5.8. Eveneens wordt afgewezen de door [eiseres] gevorderde inzage in bescheiden die bestaan uit, verwijzen naar of betrekking hebben op de in nr. 24 van de dagvaarding genoemde bedrijven die klant zijn van [eiseres]. [eiseres] wordt geacht onvoldoende belang te hebben bij dat gedeelte van de vordering. In het geval uit inzage mocht blijken dat [partij B] contact hebben met één of meer van die genoemde bedrijven zegt dit immers niets over de vraag of [partij B] inbreuk hebben gepleegd op de auteursrechten van [eiseres].

5.9. Nu [eiseres] haar vordering dusdanig heeft ingekleed dat niet zij maar een derde ICT-deskundige rechtstreeks inzage in de door haar gevraagde gegevens krijgt staat een gewichtige reden waardoor van inzage zou moeten worden afgezien niet aan toewijzing van de vordering van [eiseres] in de weg.

5.10. Voor toewijzing van de dwangsom ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding, aangezien de gegevens waarin [eiseres] inzage wenst te verkrijgen in beslag en in bewaring zijn genomen en [partij B] in zoverre dus geen invloed kan uitoefenen op de tenuitvoerlegging van dit vonnis.

5.11. De vordering van [eiseres] wordt met inachtneming van hetgeen hierboven is overwogen, toegewezen. In haar pleitnotitie heeft [eiseres] verzocht [partij B] in de proceskosten te veroordelen met toepassing van artikel 1019h Rv. Gelet op het standpunt dat [partij B] hieromtrent in de conclusie van antwoord hebben ingenomen, zijn ook [partij B] van mening dat een proceskostenveroordeling op grond van artikel 1019h Rv. in deze procedure op zijn plaats is. De voorzieningenrechter ziet geen reden om [partij B] hoofdelijk in de proceskosten te veroordelen.

Mede gelet op de omvang van de zaak, de grondslag van de vordering en het door het Landelijk Overleg Voorzitters van de Civiele sectoren van de rechtbanken (LOVC) vastgestelde indicatietarief van € 15.000,00, worden de advocaatkosten aan de zijde van [eiseres] begroot op € 15.000,00.

De voorzieningenrechter veroordeelt [partij B] dan ook in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op:

- dagvaarding € 76,17

- vast recht € 575,00

- salaris gemachtigde € 15.000,00

Totaal € 15.651,17

6. De beoordeling in reconventie

6.1. De in reconventie gevraagde opheffing van het bewijsbeslag wordt afgewezen. Zoals hierboven is overwogen wordt [eiseres] geacht een rechtmatig belang te hebben bij het gelegde beslag. Anderzijds is niet gebleken dat [partij B] van het gelegde bewijsbeslag thans nog hinder ondervinden. Uit hetgeen partijen naar voren hebben gebracht, is genoegzaam gebleken dat de zaken die de deurwaarder in beslag heeft genomen zijn gekopieerd en terug zijn gegeven aan [partij B], zodat [partij B] geacht wordt onvoldoende belang te hebben bij opheffing van het beslag.

6.2. [partij B] hebben nog aangevoerd dat de wijze waarop de beslaglegging heeft plaatsgevonden zeer ingrijpend en voor de kinderen van [partij E] en [partij C] traumatisch was. [eiseres] heeft hierover opgemerkt dat zij dit betreurt maar dat er geen mogelijkheid was de beslaglegging op een andere wijze uit te voeren. De beslaglegging had wellicht op een meer zorgvuldige wijze kunnen worden uitgevoerd, waarbij meer rekening werd gehouden met de kinderen van de betrokken partijen, maar vooralsnog wordt niet geoordeeld dat de beslaglegging onrechtmatig was. Op [eiseres] rust een risicoaansprakelijkheid voor de gevolgen van een door haar ten onrechte gelegd beslag.

6.3. Omdat de vordering in reconventie wordt afgewezen, worden [partij B] veroordeeld in de kosten van de vordering in reconventie, die aan de zijde van [eiseres] worden begroot op nihil aangezien het verweer in reconventie voortvloeit uit hetgeen [eiseres] in conventie heeft aangevoerd.

7. De beslissing

De voorzieningenrechter;

in conventie

7.1. bepaalt dat een door [eiseres] aan te wijzen onafhankelijke IT deskundige van [XX] de in beslag genomen en in bewaring gegeven bescheiden in staat wordt gesteld deze bescheiden te onderzoeken waarbij het gaat om de bescheiden zoals die zijn opgesomd in de door [eiseres] in dit geding als productie 5 overgelegde processen-verbaal van de in beslagneming van 13 december 2011,

7.2. bepaalt dat de in 7.1 bedoelde IT deskundige naar aanleiding van dit onderzoek vaststelt welke bescheiden onder de in nr. 24 van de dagvaarding van [eiseres] genoemde categorieën van bescheiden vallen,

7.3. verleent [eiseres] toestemming tot onmiddellijke inzage tot, dan wel afschrift of uittreksel van de in 7.2. bedoelde (door de IT deskundige geselecteerde) bescheiden en bepaalt dat de IT deskundige deze bescheiden aan [eiseres] verstrekt, met dien verstande dat [eiseres] geen inzage tot, dan wel afschrift of uittreksel van de in nr. 24 van de dagvaarding in categorie (v) en in categorie (vi) genoemde bescheiden krijgt,

7.4. veroordeelt [partij B] in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van [eiseres] begroot op € 15.651,17,

7.5. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

7.6. wijst af het meer of anders gevorderde,

in reconventie

7.7. wijst de vorderingen af,

7.8. veroordeelt [partij B] in de kosten van de procedure in reconventie, aan de zijde van [eiseres] begroot op nihil,

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Loesberg en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2012.