Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BV8568

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
13-03-2012
Datum publicatie
13-03-2012
Zaaknummer
01/845350-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een gevangenisstraf van 9 maanden met aftrek voorarrest voor het in vereniging plegen van skimactiviteiten aan een pinautomaat en het voorhanden hebben van daartoe bestemde voorwerpen.

De rechtbank ziet geen aanleiding de voorlopige hechtenis op te heffen. De voorlopige hechtenis is gegrond op de ten laste gelegde voltooide variant van artikel 232 Sr. Bewezen is verklaard de pogingsvariant van dit feit. De voorlopige hechtenis beperkt zich niet tot het uitgeschreven voltooide delict, doch strekt zich mede uit tot de daarin impliciet aanwezige doch niet uitgeschreven mindere variant van datzelfde delict.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/845350-11

Datum uitspraak: 13 maart 2012

Vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1971],

zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans gedetineerd te: PI Breda – HvB De Boschpoort in Breda.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 6 december 2011 en 28 februari 2012.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij voorlopige dagvaarding van 17 oktober 2011 (bijlage 1).

De voorlopige tenlastelegging is op vordering van de officier van justitie ter terechtzitting van 28 februari 2012 aangepast conform het bepaalde in artikel 314a Sv (bijlage 2).

Met inachtneming van deze aanpassing is aan verdachte tenlastegelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 september 2011 tot en met 18 september 2011 te Schijndel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk (een) betaalpas(sen), (een) waardekaart(en), enige andere voor het publiek beschikbare kaart(en) of voor het publiek beschikbare drager(s) van identiteitsgegevens bestemd voor het verrichten of verkrijgen van betalingen

of andere prestaties langs geautomatiseerde weg, te weten een of meer betaalpas(sen)/bankpas(sen) (met bijbehorende pincode(s)),

valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst, met het oogmerk zichzelf of een ander te bevoordelen,

immers hebben/heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

-door middel van manipulatie van een geldautomaat van de [naam] (gelegen aan de

Hoofdstraat 63 te Schijndel), de beschikking gekregen over de magneetstripgegevens en de

pincodes van gebruikers van die geldautomaat, bestaande die manipulatie onder andere hierin dat verdachte en/of zijn mededader(s) in/aan genoemd geldautomaat een camera en/of andere elektronische opnameapparatuur en/of een kaartlezer en/of elektronica bestemd voor het kopiëren van gegevens had(den) bevestigd

en

-vervolgens met die door manipulatie verkregen gegevens (een) betaalpas(sen), (een)

waardekaart(en), enige andere voor het publiek beschikbare kaart(en) of voor het publiek beschikbare drager(s) van identiteitsgegevens bestemd voor het verrichten of verkrijgen van betalingen of andere prestaties langs geautomatiseerde weg, te weten betaalpas(sen)/ bankpas(sen), valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst;

(artikel 232 Wetboek van Strafrecht)

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 september 2011 tot en met 18 september 2011 te Schijndel, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk (een) betaalpas(sen), (een) waardekaart(en), enige andere voor

het publiek beschikbare kaart(en) of voor het publiek beschikbare drager(s) van identiteitsgegevens, bestemd voor het verrichten of verkrijgen van betalingen of andere prestaties langs geautomatiseerde weg, te weten een of meer betaalpas(sen)/bankpas(sen) (met bijbehorende pincode(s)), valselijk op te maken of te vervalsen, met het oogmerk zichzelf of een ander te bevoordelen,

immers hebben/heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

-door middel van manipulatie van een geldautomaat van de [naam] (gelegen aan de Hoofdstraat 63 te Schijndel), de beschikking gekregen/getracht te krijgen over de magneetstripgegevens en/of de beschikking gekregen/getracht te krijgen over de pincodes van gebruikers van die geldautomaat, bestaande die manipulatie onder andere hierin dat verdachte en/of zijn mededader(s) in/aan genoemd geldautomaat een camera en/of andere elektronische opnameapparatuur en/of een kaartlezer en/of elektronica bestemd voor het

kopiëren van gegevens had(den) bevestigd,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 232 jº 45 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 tot en met 18 september 2011 te Schijndel, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen opzettelijk (skim-) apparatuur, te weten

-een lijst met adressen van filialen van [naam] banken, waarbij geldautomaten

aanwezig zijn en/of

-een navigatiesysteem en/of

-een of meerdere telefoon(s) en/of

-drie, althans een meer, USB stick(s) en/of

-een (geskimde) bankpas op naam van [naam] en/of

-een schroevendraaier en/of

-drie, althans een of meer, (afbreek)mes(sen) en/of

-twee, althans een of meer, rol(len) dubbelzijdig tape en/of

-een hamer en/of

-een schaar en/of

-een kniptang en/of

-een platbektang en/of

-een ijzerdraadje (met lus en tape) en/of

-schuurpapier en/of

-zes, althans een of meer, stuks lijm en/of

-een acculader/gsm lader met diverse wisselstekkers en/of

-een schroevendraaier en/of

-bestek/vislepel en/of

-een etui met een pasje,

althans stoffen en/of voorwerpen en/of gegevens voorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist/wisten dat deze (skim-) apparatuur, althans stoffen en/of voorwerpen en/of gegevens bestemd was/waren tot het plegen van enig in de artikelen 232 eerste lid, artikel 226 eerste lid en artikel 231 Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijf;

(artikel 232 Wetboek van Strafrecht)

3.

zij op of omstreeks 23 augustus 2011 te Ulvenhout, gemeente Breda, althans in

Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk (een) betaalpas(sen), (een) waardekaart(en), enige andere voor

het publiek beschikbare kaart(en) of voor het publiek beschikbare drager(s)

van identiteitsgegevens, bestemd voor het verrichten of verkrijgen van

betalingen of andere prestaties langs geautomatiseerde weg,

te weten een of meer betaalpas(sen)/bankpas(sen) (met bijbehorende

pincode(s)),

valselijk op te maken of te vervalsen,

met het oogmerk zichzelf of een ander te bevoordelen,

immers hebben/heeft zij, verdachte en/of haar mededader(s)

door middel van manipulatie van een geldautomaat van de [naam] bank (gelegen

aan de Dorpsstraat 23 te Ulvenhout), de beschikking getracht te krijgen over

de magneetstripgegevens en de pincode(s) van gebruiker(s) van die geldautomaat,

bestaande die manipulatie onder andere hierin dat verdachte en/of haar

mededader(s) de beveiliging uit de pasinvoermond (te weten een zogenaamd

opzetstukje) in/uit genoemd geldautomaat heeft/hebben verwijderd,

terwijl de uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid;

(artikel 232 jº 45 Wetboek van Strafrecht)

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraken.

De rechtbank acht, met de officier van justitie en de verdediging, niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder feit 1 primair is tenlastegelegd. Nu uit de bewijsmiddelen

niet volgt dat er daadwerkelijk (betaal)passen zijn vervalst in de tenlastegelegde periode, kan het voltooide delict niet worden bewezen. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van feit 1 primair.

Voorts acht de rechtbank, met de verdediging doch in afwijking van de officier van justitie, niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij het - kort gezegd - skimincident te Ulvenhout op 23 augustus 2011 (feit 3).

De rechtbank overweegt hiertoe het navolgende.

Het dossier bevat zes prints van camerabeelden afkomstig van de onderhavige pin-automaat d.d. 23 augustus 2011. Hierop zijn een man en een blonde vrouw te zien. De verbalisanten die deze beelden hebben bekeken relateren enkel dat deze personen gelijkend

zijn aan verdachte en medeverdachte [medeverdachte1] (blz. 213 t/m 216 eindpv). De rechtbank kan op basis van deze zes (vage) prints, de bevindingen van verbalisanten en de eigen waarneming ter zitting geen harde conclusies te trekken omtrent de herkenning van verdachte en medeverdachte [medeverdachte1]. Resteert de aangifte van [naam] waaruit volgt dat op 23 augustus 2011 is geconstateerd dat het opzetstukje uit de invoermond van de geldautomaat is verwijderd en het in de ochtend van 23 augustus 2011 op drie tijdstippen aanstralen van de zendmast aan de Dorpsstraat te Ulvenhout door het Imeinummer behorende bij een 06-nummer van medeverdachte [medeverdachte1]. De rechtbank acht dit onvoldoende voor een bewezenverklaring en zal verdachte dan ook vrijspreken van feit 3.

Bewijs. (feit 1 subsidiair en feit 2)

De bewijsmiddelen.

I.een dossier van de politieregio Brabant-noord, district Meijerij, registratienummer PL21XO 2012002124, afgesloten d.d. 6 januari 2012, aantal doorgenummerde bladzijden: 568 (paragrafen 0.0.1 t/m 2.4.5).

II.een aanvullend proces-verbaal, met bijlagen, van de regiopolitie Brabant-Noord, zaaknummer 2012002124 d.d. 22 februari 2012 van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2].

Het standpunt van de officier van justitie.

Bewezenverklaring van feit 1 subsidiair en feit 2.

Het standpunt van de verdediging.

Niet kan worden bewezen dat verdachte of medeverdachten de skimapparatuur hebben geplaatst dan wel anderszins daarbij betrokken zijn geweest. De in de auto aangetroffen voorwerpen kunnen ook niet worden gekoppeld aan de in de pinautomaat aangetroffen skimapparatuur. Zendmastgegevens zeggen niets over de gestelde aanwezigheid op een bepaalde locatie van de gebruiker van een gsm. Bovendien is het dossier onduidelijk over welke Imeinummers aan welke (mede)verdachte(n) dienen te worden gekoppeld.

Vrijspraak voor feit 1 subsidiair dient te volgen.

Verdachte kan niet worden gekoppeld aan de in de auto aangetroffen voorwerpen. De auto was gehuurd door medeverdachte [medeverdachte1]. Het zijn bovendien gebruiksvoorwerpen die in elke willekeurige auto aangetroffen kunnen worden. De voorwerpen duiden in elk geval niet zonder meer op skimactiviteiten. Uit niets blijkt van enige wetenschap zijdens verdachte omtrent de criminele bestemming van de voorwerpen. Vrijspraak voor

feit 2 dient te volgen.

Het oordeel van de rechtbank t.a.v. feit 1 subsidiair en feit 2.

1.Algemeen.

De rechtbank verstaat onder het zogenaamde ‘skimmen’: het door middel van technische aanpassingen manipuleren van geldautomaten teneinde de gegevens van magneetstrippen van betaalpassen en de bijbehorende pincode van pinnende personen te kopiëren en vast te leggen, waarna deze gegevens met behulp van technische voorzieningen worden

gekopieerd naar de magneetstrip van andere kaarten, welke kaarten vervolgens kunnen worden gebruikt om geldtransacties te verrichten ten laste van rekeningen waarvan de gegevens illegaal zijn gekopieerd.

2.Aantreffen skimapparatuur.

2.1 Bevindingen verbalisant [verbalisant 3].

[verbalisant 4] krijgt op 18 september 2011, omstreeks 14:13 uur, de melding van een mogelijk geskimde geldautomaat van de [naam] gelegen aan de Hoofdstraat 63

te Schijndel. [verbalisant 7] gaat ter plaatse en onderwerpt de bewuste pinautomaat aan een onderzoek. Hierbij verwijdert hij een aan de bovenzijde boven het scherm geplaatste grijskleurige balk. Volgens verbalisant lijkt deze balk op een originele voorkant. [verbalisant 7] ziet in de onderkant van de balk een minuscuul gaatje, waarvan hem ambsthalve bekend is dat hier een camera geplaatst kan worden. [verbalisant 7] ziet aan de achterzijde van deze balk een aantal Nokia batterijen bevestigd welke mogelijk aan een camera verbonden waren. Bij de opening van de pasinvoer ziet verbalisant een klein plastic voorwerp zitten. [verbalisant 7] ziet slijpsporen bij de pasinvoer.

2.2. Bevindingen verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6].

Verbalisanten geven op 18 september 2011 omstreeks 14:15 uur gehoor aan een melding van een mogelijk geskimde geldautomaat van de [naam] gelegen aan de Hoofdstraat 63 te Schijndel. [verbalisant 7] wordt ter plaatse aangesproken door de heer [betrokkene] van het bureau RESET National dat namens [naam] controles uitvoert

in verband met skimapparatuur in pinautomaten. Als verbalisant [verbalisant 3] de kap boven het display van de geldautomaat losmaakt ziet verbalisant [verbalisant 5] onder meer dat de kap met een soort dubbelzijdig plakband is vastgeplakt aan de geldautomaat. Voorts ziet hij dat aan de achterzijde van de kap drie kleine zwarte gsm-batterijen bevestigd zijn. [verbalisant 7] ziet

achterop de kap voorts diverse met elkaar verbonden rode en zwarte draden. Voorts ziet hij het een en ander aan elektronica achterop de kap gemonteerd zitten. Op aanwijzingen van genoemde [betrokkene] ziet verbalisant [verbalisant 5] dat er in de gleuf waar de bankpas in moet worden gestopt, een kleine magneetstriplezer is bevestigd. [verbalisant 5] ziet een klein plastic voorwerp in de gleuf zitten. [verbalisant 5] hoort [betrokkene] zeggen dat dit voorwerp een geplaatste magneetstriplezer ten behoeve van het skimmen betreft. [verbalisant 5] ziet voorts een soort poeder in de gleuf liggen. Volgens [betrokkene] ontstaat dat poeder omdat skimmers de gleuf uitvijlen. [verbalisant 5] neemt de diverse voorwerpen in beslag.

2.3 foto’s aangetroffen skimapparatuur.

De rechtbank stelt vast dat de foto’s corresponderen met hetgeen de verbalisanten daarover hiervoor onder 2.1 en 2.2 hebben gerelateerd.

3.Aanhouding verdachten.

3.1. Bevindingen verbalisant [verbalisant 3].

[verbalisant 4] heeft contact met RESET National en verneemt onder meer over de betrokkenheid van twee mannen, waarvan een met een kaal hoofd en een met gemilli-meterd haar. Voorts zou bij meerdere skimincidenten een blonde vrouw betrokken zijn geweest. [verbalisant 7] post in de nabijheid van de onderhavige pinautomaat en ziet omstreeks 16:50 uur een man met een kaal hoofd op schichtige wijze langs de pinautomaat lopen.

[verbalisant 7] ziet de man op een halve meter afstand van de automaat goed naar het pin-apparaat kijken, net alsof hij deze goed inspecteert, waarna hij doorloopt (rechtbank: op dat moment was de skimapparatuur reeds door verbalisanten in beslag genomen). [verbalisant 7] ziet de kale man kort daarop in de achterzijde van een Fiat Punto [kenteken1] stappen. Voorin deze auto zitten een man en een vrouw met heel lichtblond haar. [verbalisant 7] ziet de vrouw uitstappen, een witkleurige jas aantrekken en weer instappen. De auto rijdt weg. [verbalisant 7] ziet de auto op de Groenstraat stilstaan met enkel de kale man als inzittende. [verbalisant 7] ziet de andere twee personen verderop in de straat in zijn richting kijken en verschrikt reageren. [verbalisant 7] ziet dat zij zich omdraaien en met versnelde pas in de richting van de Hoofd-straat terug naar de pinautomaat lopen. De twee personen worden vervolgens aangehouden, het zijn medeverdachten [medeverdachte2] en [medeverdachte1].

3.2 Bevindingen verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6].

Verbalisanten houden de inzittende van de Fiat Punto [kenteken1] aan, te weten verdachte

[verdachte].

4. Aangifte [persoon1] namens [naam].

Aangever is werkzaam als investigator binnen de afdeling [naam]. Op 18 september 2011 is door de firma Reset National skimapparatuur aangetroffen op een geld- automaat van de [naam] in de Hoofdstraat te Schijndel. Zonder pincode is het niet mogelijk een betaaltransactie of geldopname langs elektronische weg te verrichten. Om de door de klanten ingetoetste pincode te kunnen filmen en op te slaan in een opslag-medium, wordt veelal een camerabalk aan de geldautomaat bevestigd. Een dergelijke camerabalk werd aangetroffen. Fraudeurs dienen tevens de magneetstripgegevens van de betaalpas van de rekeninghouder te bemachtigen. Hiervoor wordt veelal een zogenaamde voorzetmond gebruikt welke van techniek is voorzien om de magneetstripgegevens van betaalpassen te kunnen lezen en te kopiëren naar een opslagmedium dat zich eveneens in de voorzetmond bevindt. Om de magneetstripgegevens te kunnen bemachtigen wordt veelal een zogenaamde insteek skimmingdevice ingevoerd in de originele pasinvoermond. Een dergelijke skimmingdevice werd aangetroffen. Om zo’n device te kunnen plaatsen dient eerst een zogenaamd opzetstukje uit de pasinvoermond te worden verwijderd.

5. Aangetroffen voorwerpen.

5.1 Onderzoek Fiat Punto [kenteken1].

Het kenteken van deze auto is afgegeven aan [naam firma] te [plaats]. In de auto zijn onder meer de navolgende voorwerpen aangetroffen:

In rechtervoor portiervakje: spateltje, schuurpapier en secondelijm.

Op middenconsole: navigatiemiddel (TomTom) met kabel.

In middenconsole onder het dashboard: Nokia gsm (grijs/zilverkleurig), 2x usb-stick.

In het dashboardkastje: schroevendraaier, telefoonoplader, secondelijm, usb-stick, 4 stekkertjes voor het opladen van gsm’s.

In rechterachter portiervakje: schroevendraaier, 3 breekmesjes, 4 ijzeren gordijnhaakjes, een rol dubbelzijdige tape.

Op de achterbank: een Nokia gsm (roodkleurig) en een handtas.

Op de vloer tussen bestuurdersstoel en achterbank: een schaar.

Op de vloer tussen bijrijderstoel en achterbank: een rol tape.

In linkerachterportier: kniptang en een ijzerdraadje met aan het uiteinde tape.

Onder de vloermat tussen bestuurdersstoel en achterbank: ING-bankpas t.n.v. [naam] met rekeningnummer [rekeningnummer].

In de kofferbak op de vloer: een pruik, een klauwhamer, een combinatietang.

Tussen het zonneschermdak (bijrijderstoel) een huurcontract van de auto met als huurder [medeverdachte1] en met als verhuurdatum 29 juli 2011 en retourdatum 28 augustus 2011.

In eerdergenoemde handtas wordt aangetroffen een afgescheurd stukje gelinieerd papier met daarop 11 adressen, (waaronder Hoofdstraat 63 Schijndel), een portemonnee met bankpas en verblijfsdocument ten name van medeverdachte [medeverdachte1], een Nokia gsm (zwartkleurig), een Nokia gsm (zilver/witkleurig) en een cardhouder met magneetstriphoudende passen.

5.2. Kennisgevingen beslag

Een zwarte Nokia gsm met blauwe accenten (goednr. 343374), een navigatiesysteem (TomTom), een wit/zilverkleurige Nokia gsm (goednr. 343376), twee usb-sticks, een ING-pasje tnv [naam] met nummer [nummer], een schroevendraaier, drie afbreek stanleymessen, een rol dubbelzijdig tape, een hamer, een zwarte Nokia gsm, een schaar, tweezijdig plakband, een kniptang, een platbektang, een ijzerdraadje met lus en tape, een usb-stick, schuurpapier, zes stuks lijm, een acculader/gsmlader met diverse wisselstekkers, een schroevendraaier, een bestek/vislepel, een zwarte Noki gsm met camera (goednr. 343391) een witte Nokia gsm (goednr. 343408), een zwarte Nokia gsm (goednr. 343409), een etui met een pasje met electronicastrip, een lijstje met autoverhuur en straatnamen en een zwarte Nokia 1800 gsm (goednr. 344263).

6.Onderzoeksresultaten inbeslaggenomen voorwerpen.

6.1 Onderzoek papiertje met 11 adressen.

Op alle 11 adressen bevinden zich [naam] filialen met geldautomaten, waaronder het adres Hoofdstraat 63 te Schijndel.

6.1.1. Dacty-onderzoek papiertje met 11 adressen.

Hierop wordt aangetroffen een vingerafdruk van medeverdachte [medeverdachte2]. [medeverdachte2] bevestigt ook dat hij dit briefje in zijn handen heeft gehad.

6.2 Onderzoek aangetroffen navigatieapparaat (TomTom).

Uit onderzoek blijkt dat op acht recent ingevoerde adressen een [naam]

/-geldautomaat is gevestigd.

De rechtbank stelt vast dat zes van deze adressen worden vermeld op het hiervoor onder 6.1 genoemde papiertje.

6.3 Onderzoek aangetroffen bankpasje [naam].

Het ING bankpasje [rekeningnummer2] t.n.v [naam] blijkt in juli 2009 te zijn gestolen in Goirle.

Bij het uitlezen van de datagegevens op de magneetstrip blijkt dat de gegevens op deze pas behoren bij ING-rekening [rekeningnummer]0 t.n.v. [persoon2] te Andijk.

De gegevens op de magneetstrip van de bankpas zijn in augustus 2010 geskimd te Andijk

Met gebruikmaking van de geskimde gegevens is er rond 27 augustus 2010 een frauduleuze geldopname geweest van 500 euro te Duisburg ten laste van [nummer]. Voorts is gebleken dat de bankpas drie keer op 17 september 2011 (waaronder twee keer tussen 23:20 uur en 23:24 uur) en 24 keer op 18 september 2011 (waaronder elf keer tussen 07:06 uur en 08:17 uur en twee keer tussen 13:34 uur en 13:35 uur) is gebruikt in de pasinvoer van de gepre-pareerde geldautomaat in Schijndel. Volgens verbalisant hebben deze handelingen ten doel gehad om de werking van de pasinvoer te controleren en eventuele onregelmatigheden aan de pasinvoer handmatig te corrigeren (weg te vijlen).

6.4 Duiding in beslag genomen voorwerpen.

Bij skimming wordt een geldautomaat dusdanig geprepareerd dat van een ingevoerde betaalpas/creditcard de magneetstripgegevens worden gelezen en opgeslagen en daarnaast middels een camera of een overlay de ingetoetste pincode wordt vastgelegd en opgeslagen. Door de magneetstripgegevens daarna over te schrijven op de magneetstrip van een andere card, kan met de eveneens vastgelegde pincodegeld worden opgenomen middels geldautomaten ten laste van het rekeningnummer waarvan de gegevens zijn geskimd.

Bij de vorm van skimming van de onderhavige geldautomaat ([naam], type Wincor) worden de magneetstripgegevens bemachtigd door veelal een zogenaamde skimmingdevice te gebruiken welke techniek is voorzien om de magneetstripgegevens van de betaalpassen te kunnen lezen en te kopiëren naar een opslagruimte die zich eveneens in de voorzetmond bevindt. Bij deze specifieke MO van skimmen van de Wincor geldautomaat wordt een zgn. insteek-skimmingdevice ingevoerd in de originele pasmond. Om het skimmingdevice te kunnen plaatsen dient eerst een zogenaamd opzetstukje uit de pas invoermond te worden verwijderd. Door de skimmers wordt het opzetstukje verwijderd waarbij schade wordt toegebracht aan de pas invoermond. Door verdachte wordt dit gedaan door een voorwerp, bijvoorbeeld een schroevendraaier, in het voorzetmondje te steken, tegen het stalen opzetstukje aan en vervolgens met een hamer een klap op de schroevendraaier te geven waardoor het opzetstukje loslaat. Vervolgens kan men het opzetstukje met een tangetje, een stukje omgevouwen ijzerdraad of haakjes, verwijderen. Indien de ruimte in het pasmondje te smal is wordt deze door de verdachte groter gemaakt middels een vijl of een met schuurpapier omwikkeld voorwerp.

Bij de geskimde geldautomaat in Schijndel werd door verbalisanten op de gleuf van de pasmond poeder (vijlsel) aangetroffen, vermoedelijk van het groter vijlen van de pasmondgleuf. In de pasmond zijn voorts duidelijk sporen van vijlen/schuren waar te nemen. Zonder pincode is het niet mogelijk een betaaltransactie of geldopname langs elektronische weg te verrichten. Om de ingetoetste pincode te kunnen filmen en op te slaan in een opslagmedium wordt veelal een camerabalk aan de geldautomaat bevestigd boven het numerieke toetsenbord waarop klanten hun gegevens (waaronder de pincode) dienen in te voeren. De batterijen en de camera worden in de camerabalk vastgelijmd dan wel getapet. Het oog van de camera wordt meestal met een vaste substantie als gum vastgemaakt aan de camerabalk.

Benodigdheden hiervoor zijn: vijl/schuurpapier; lijm cq tape; sd-card of chip voor geheugenopslag; (cel)batterijen voor stroomvoorziening skimapparatuur; gereedschap (schroevendraaier, tang en hamer).

De rechtbank concludeert dat het in de Fiat Punto [kenteken1] aangetroffen samenstel van voorwerpen past bij het plaatsen van skimapparatuur.

6.5 Onderzoek gsm’s verdachten.

6.5.1. Gebruikers gsm’s

Zoals hiervoor onder 5.2. is vastgesteld zijn de volgend gsm’s in beslag genomen:

een zwarte Nokia gsm met blauwe accenten (goednr. 343374), een wit/zilverkleurige Nokia

gsm (goednr. 343376), een zwarte Nokia gsm met camera (goednr. 343391), een witte Nokia gsm (goednr. 343408), een zwarte Nokia gsm (goednr. 343409) en een zwarte Nokia 1800 gsm (goednr. 344263).

Medeverdachte [medeverdachte2] verklaart dat één van aan hem getoonde gsm’s Nokia 1800

(goednr’s 344263 en 343374) van hem is en het nummer van zijn vriendin [vriendin medeverdachte2] in zijn telefoon zit. De Nokia 1800 met goednr. 344263 heeft Imeinummer [nummer 1]. Het eigen nummer hiervan betreft [telefoonnummer1]. Uit analyse van de hierin opgeslagen gegevens blijkt onder meer dat hierin gegevens staan opgeslagen onder ‘M’ ([telefoonnummer2]). ‘[verdachte]2’ ([telefoonnummer2]) en ‘RO’ ([telefoonnummer3]). De rechtbank stelt vast dat de voornamen van verdachte en medeverdachte [medeverdachte1] respectievelijk [verdachte] en [vriendin medeverdachte2] betreffen. De rechtbank acht dit dusdanig overeenkomen met voorgaande gegevens dat de rechtbank hieruit afleidt dat [medeverdachte2] de gebruiker is van de Nokia 1800 met Imei-nummer [nummer 1] en met als eigen nummer [telefoonnummer1] (goednr. 344263). Daar komt nog bij dat deze gsm (Nokia 1800) in de fouillering van [medeverdachte2] is aangetroffen .

Voorts heeft de andere Nokia 1800 (goednr. 343374) Imeinummer [nummer 2] en uit de analyse van de historische printgegevens blijkt dat bij dit nummer [telefoonnummer2] behoort. De rechtbank heeft hiervoor reeds vastgesteld dat laatstgenoemd nummer stond opgeslagen in de gsm van [medeverdachte2] met nummer [telefoonnummer1] (goednr. 344263) onder ‘[verdachte]’ en ‘[verdachte]2’. De rechtbank leidt hieruit af dat verdachte de gebruiker is van de Nokia 1800 (goednr. 343374) met Imei-nummer [nummer 2] en met als eigen nummer [telefoonnummer2]. Dit wordt ook bevestigd door het in laatstgenoemde gsm onder ‘RX’ aangetroffen nummer [telefoonnummer3] hetgeen, zoals hiervoor reeds vastgesteld, in het toestel van [medeverdachte2] stond vermeld onder ‘RO’ en welke gegevens kunnen worden gekoppeld aan medeverdachte [vriendin medeverdachte2] [medeverdachte1].

Voorts werd ook de inbeslaggenomen zwarte Nokia gsm met camera (goednr. 343391), betreffende een Nokia X3 uitgelezen. Daarbij bleek dat deze gsm Imeinummer [nummer 3] heeft. Nu deze gsm ook onder verdachten werd aangetroffen, houdt de rechtbank het ervoor dat deze gsm ook door een of meerdere verdachten werd gebruikt en meer in het bijzonder door verdachte. Immers, verdachte verklaarde bij de politie dat hij een zwart (met rode) Nokia X3 heeft en uit het dossier blijkt dat slechts een gsm van dit type (X3) is aangetroffen.

6.5.2 Zendmastgegevens.

Op 17 september 2011 om 23:39:21 uur straalt Imeinummer [nummer 2]

([telefoonnummer2]) aan de op de zendmast aan de Deken Baekershof 21 t/m 3 te Schijndel. Hierbij had dit telefoonnummer contact met telefoonnummer [telefoonnummer1].

Op 17 september 2011 om 23:39:59 uur straalt Imeinummer [nummer 1]

([telefoonnummer1]) aan op de zendmast aan de Deken Baekershof 21 t/m 3 te Schijndel. Hierbij had dit telefoonnummer contact met telefoonnummer [telefoonnummer2].

Op 17 september 2011 om 23:45:13 uur straalt Imeinummer [nummer 3]

(06-17574917) aan op de zendmast aan de Deken Baekershof 21 t/m 3 te Schijndel. Hierbij had dit telefoonnummer contact met telefoonnummer [telefoonnummer4].

Op 18 september 2011 om 13:39:28 uur straalt het Imei nummer [nummer 3]

(06-17574917) aan op de zendmast aan de Deken Baekershof 21 t/m 3 te Schijndel.

Hierbij had dit telefoonnummer contact met telefoonnummer [telefoonnummer4].

De rechtbank leidt uit deze gegevens af dat de aan verdachte en medeverdachte [medeverdachte2] gekoppelde gsm’s/gsm-nummers zich op 17 september 2011 tussen 23:39 uur en 23:45 uur in Schijndel bevonden en dat de aan verdachte gekoppelde gsm zich op 18 september 2011 te Schijndel bevond. Zoals de rechtbank hiervoor onder 5.1, 5.2 en 6.3 reeds heeft vastgesteld, is in de Fiat Punto [kenteken1] waarin verdachte en medeverdachten zich bevonden een geskimde ING bankpas ten name van [naam] aangetroffen. Die pas is op 17 september 2011 tussen 23:20 uur en 23:24 uur en op 18 september 2011 tussen 13:34 en 13:35 uur telkens twee keer gebruikt in de onderhavige geldautomaat te Schijndel.

6.5.3 Beelden van de bij de skimapparatuur behorende camera.

[verbalisant 7] heeft de beelden, afkomstig van een camera welke werd aangetroffen bij de skimapparatuur die op 18 september 2011 werd aangetroffen bij de geldautomaat van de [naam] aan de Hoofdstraat 63 te Schijndel, uitgekeken. Uit zijn relaas van bevindingen volgt dat er bij de diverse tijdstippen 65 minuten moet worden bijgeteld.

Met inachtneming van deze correctie wordt onder meer het navolgende vastgesteld:

Om 07:05 uur is hoorbaar een geluid gelijkend op het geluid van vijlen of schuren.

Om 07:09 uur zijn twee stemmen hoorbaar.

Om 07:10 uur is zichtbaar dat een skimapparaat bij de automaat geplaatst wordt. Vervolgens worden diverse cijfers ingetoetst evenals de toets STOP. Een en ander gebeurt diverse keren.

Om 07:14 uur staat een persoon bij de automaat, de toets STOP wordt diverse keren ingetoets.

Om 07:31 uur is gemompel hoorbaar door minimaal twee personen. De toetsten 1 tot en met 9 worden ingeduwd.

Om 07:52 uur is het geluid hoorbaar gelijkend op het geluid van vijlen of schuren, waarna er flink wordt geblazen. De stemmen van minimaal twee personen zijn hoorbaar. Diverse malen worden de nummers 1 tot en met 9 evenals de toets STOP ingetoetst.

Om 08:05 uur wordt door een persoon diverse malen de STOP-toets ingedrukt.

Om 08:16 uur wordt door een persoon de toetsen 1 tot en met 6 ingedrukt en meermalen de toets STOP. Er wordt door twee personen gesproken.

Tussen 09:23 uur en 14:32 uur vinden 30 pintransacties plaats waarbij bij het merendeel van de klanten het intoetsen van de pincode zichtbaar is.

Om 14:41 uur staat onder meer een politieagent bij de geldautomaat. Er wordt gesproken en gewezen op poeder afkomstig van het vijlen ten behoeve van het plaatsen van skimappara-tuur. Om 14:45 wordt het skimapparaat verwijderd.

7. Getuige [getuige].

[getuige] woont aan de [straat] te [gemeente] en heeft vanuit zijn woonkamer zicht op het parkeerterrein St. Jorisplein. Vanuit zijn keuken heeft hij zicht op de Hoofdstraat.

Op 18 september 2011 omstreeks 08:00 uur ziet hij een kleine donkere auto, kenteken

[kenteken1], op genoemd parkeerterrein parkeren. Hij ziet een kalende man achter uit de auto stappen en in de richting van de bank gelegen in de Hoofdstraat lopen. De kalende man komt 5-10 minuten later terug en stapt weer in de auto. Hierop stappen de bestuurster (een blonde vrouw) en een man met kort donker haar (vanuit de rechtervoorzijde) uit de auto. De blonde vrouw trekt een witte jas uit. De blonde vrouw en de man lopen richting de bank in de Hoofdstraat. Kort daarop komen de blonde vrouw en de man terug bij de auto. De blonde vrouw trekt de witte jas weer aan. Beiden stappen weer in de auto waarop de auto wegrijdt.

De rechtbank stelt vast dat verbalisant [verbalisant 3] verdachte en medeverdachten op 18 september 2011 rond 16:50 uur in een Fiat Punto met kenteken [kenteken1] heeft waargenomen in de nabijheid van de pinautomaat gelegen aan de Hoofdstraat te

Schijndel. Voorts heeft hij de drie inzittenden zich overeenkomstig de waarnemingen

van getuige [getuige] eerder die dag zien begeven in de richting van genoemde pinautomaat (3.1).

De rechtbank neemt voorts ter zitting waar dat verdachte een kaal hoofd heeft en dat mede-verdachten [medeverdachte2] en [medeverdachte1] respectievelijk kort geknipt donker haar en lichtblond haar hebben. Voorts heeft de rechtbank ter zitting van verdachte vernomen dat dit altijd zijn haardracht is (geweest). Om aan te nemen dat verdachten sedert hun aanhouding op 18 september 2011 hun haardracht drastisch hebben veranderd, biedt het dossier noch de verklaringen van verdachten verder enige aanwijzing, zodat de rechtbank ervan uit gaat dat de waarnemingen ter zitting corresponderen met de haardrachten van verdachten op 17 en 18 september 2011. Voorts stelt de rechtbank vast dat de waarnemingen van [getuige] qua tijdstip passen in de bevindingen van verbalisanten omtrent het bewerken van de geldautomaat, het plaatsen van de skimapparatuur en het gebruik van de geskimde pas

van [naam] (6.3 en 6.5.3)

8. Beeldmateriaal pinautomaat Hoofdstraat 63 Schijndel.

8.1.Bewegende beelden.

[verbalisant 7] bekijkt de beelden en herkent verdachte en medeverdachten [medeverdachte2] en [medeverdachte1] diverse keren bij de onderhavige pinautomaat op tijdstippen tussen 17 september 2011 te 21:00 uur tot en met 18 september 2011 te 16:00 uur.

8.2 foto’s camerabeelden.

Verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant 7] herkennen op de foto’s van de camerabeelden van 18 september 2011 de door hen op 12 oktober 2011 gehoorde medeverdachte [medeverdachte2], de door hen op 11 oktober 2011 gehoorde medeverdachte [medeverdachte1] en de door hen op 13 oktober 2011 gehoorde verdachte.

8.3 aanvullend onderzoek foto’s camerabeelden.

Verbalisanten relateren dat medeverdachte [medeverdachte1] op meerdere beelden van 17 september 2011 en 18 september 2011 gekleed was in een witte jas met daaraan een muts met ‘bont’kraag. Bij de aanhouding bleek zij in het bezit te zijn van een dergelijke jas. Tevens werd medeverdachte [medeverdachte1] op beelden gezien met in haar hand een portemonnee, met daarop een hartje en het opschrift ‘Guess’. In haar schoudertas werd een soortgelijke portemonnee aangetroffen. Medeverdachte [medeverdachte1] werd voorts diverse keren op de beelden waargenomen in het gezelschap van verdachte en medeverdachte [medeverdachte2].

Verbalisanten relateren voorts dat verdachte op meerdere beelden gekleed was in een korte jas met borstzakken en knopen. In het voertuig waarin verdachte werd aangehouden werd een daarop gelijkende jas aangetroffen. Voorts werd op de beelden gezien dat de persoon die verbalisanten herkennen als verdachte om zijn rechterpols een band droeg sterk gelijkend op de band die bij de aanhouding van verdachte werd aangetroffen.

8.4 Betrouwbaarheid herkenningen.

De rechtbank overweegt dat de herkenning van personen op beeldmateriaal met grote behoedzaamheid dient te worden betracht. Echter, daar waar het beeldmateriaal wordt ondersteund door op het beeldmateriaal voorkomende details van door die personen gedragen kleding of voorwerpen en/of andersoortig bewijsmateriaal waaruit de aan-wezigheid van die personen op een bepaalde locatie volgt, neemt de bewijswaarde

van die herkenning aan kracht toe.

Ter zitting heeft de rechtbank waargenomen dat verdachte een kaal hoofd heeft en dat medeverdachten [medeverdachte2] en [medeverdachte1] respectievelijk kort geknipt donker haar en lichtblond haar hebben. De rechtbank ziet wat dat betreft een sterke gelijkenis met de personen die zich op de in het dossier bevindende foto’s d.d. 17 september en 18 september 2011 van de pinautomaat te Schijndel bevinden. Zo ziet de rechtbank een sterke gelijkenis tussen medeverdachte [medeverdachte2] met de op diverse foto’s afgebeelde man met kort geknipt donker haar. Voorts ziet de rechtbank een sterke gelijkenis tussen medeverdachte [medeverdachte1] met een op een foto afgebeelde vrouw met lichtblond haar. Tot slot ziet de rechtbank een sterke gelijkenis tussen verdachte met de op meerdere foto’s afgebeelde kale man.

De rechtbank deelt voorts de conclusies van verbalisanten omtrent de overeenkomsten van de bij medeverdachte [medeverdachte1] aangetroffen jas en portemonnee met de jas en portemonnee behorende bij de vrouw met het lichtblonde haar op de foto’s in het dossier. Voorts deelt de rechtbank de conclusies van verbalisanten omtrent de overeenkomsten tussen het in de Fiat Punto [kenteken1] aangetroffen leren jasje en de om de pols van verdachte aangetroffen armband met het jasje en de armband die worden gedragen door de kale man op de foto’s in het dossier.

Gelet op dit alles acht de rechtbank de conclusie gerechtvaardigd dat verdachte en medeverdachten [medeverdachte1] en [medeverdachte2] de personen zijn die staan afgebeeld op het beeldmateriaal afkomstig van de pinautomaat van de Hoofdstraat te Schijndel op 17 en 18 september 2011. Hierop valt onder meer te zien dat verdachte, als dan niet in aanwezigheid van medeverdachte [medeverdachte1], pinacties verricht. Voorts valt hierop te zien dat medeverdachten [medeverdachte2] en [medeverdachte1] zich, al dan niet in elkanders aanwezigheid, in de onmiddellijke nabijheid van de bewuste pinautomaat bevinden.

De rechtbank betrekt in dit oordeel omtrent de herkenning van verdachte en medeverdachten mede de diverse bewijsmiddelen die hiervoor staan uitgeschreven en die elkaar onderling ondersteunen en versterken voor wat betreft de aanwezigheid van verdachte en mede-verdachten op cruciale momenten op 17 en 18 september 2011 in de nabijheid van de onderhavige pinautomaat.

9. Verklaringen verdachte en medeverdachten.

Medeverdachte [medeverdachte1] heeft verklaard dat zij op zondag 18 september om 15.30 uur samen met verdachte en medeverdachte [medeverdachte2] vanuit Amsterdam naar Schijndel was gereden in een door haar bestuurde en gehuurde auto. Zij waren voornemens om wat in Schijndel te gaan eten. Medeverdachte [medeverdachte1] heeft enige betrokkenheid bij skimgerelateerde activiteiten te Schijndel ontkend.

Medeverdachte [medeverdachte2] heeft verklaard dat hij op 18 september 2011 rond 13:00 uur gezamenlijk met verdachte en medeverdachte [medeverdachte1], in de door [medeverdachte1] gehuurde auto, vanuit Amsterdam naar Schijndel is gereden. Ze zouden op een tijdstip tussen 15:00 en 17:00 uur in Schijndel gearriveerd zijn. [medeverdachte2] was vervolgens van plan om met [medeverdachte1] wat te gaan eten. Medeverdachte [medeverdachte2] verklaart met klem dat hij daarvoor nooit eerder in Schijndel is geweest.

De rechtbank hecht op grond van de zendmastgegevens (6.5.2), de verklaring van [getuige] (7) en de herkenning van [medeverdachte2] op het diverse beeldmateriaal (8.4) geen geloof aan dit onderdeel van de verklaring van [medeverdachte2].

Verdachte heeft zich bij gelegenheid van alle verhoren en ter zitting nagenoeg steeds op zijn zwijgrecht beroepen. Het zwijgrecht betreft een van de elementaire rechten van verdachte in het strafproces. Een beroep op dit recht kan nimmer aan de verdachte worden tegengeworpen. De rechter is evenwel vrij om, indien een verdachte voor een omstandigheid die op zichzelf of in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen beschouwd redengevend moet worden geacht voor het bewijs van het aan hem tenlastegelegde feit, geen redelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring geeft of heeft gegeven, dit in zijn overwegingen omtrent het gebezigde bewijsmateriaal te betrekken. De rechtbank laat het ontbreken van een verklaring van de verdachte op genoemde omstandigheden dan ook meewegen bij de waardering van het voorhanden zijnde bewijs.

10. Eindconclusie rechtbank.

De rechtbank zal feit 1 subsidiair (poging tot skimmen) en feit 2 (voorhanden hebben van skimgeralateerde voorwerpen) niet afzonderlijk beoordelen, doch in onderling verband en samenhang beschouwen. De afzonderlijke bewijsmiddelen ondersteunen en versterken elkaar naar het oordeel van de rechtbank onderling dusdanig dat zij in belangrijke mate doorwerken in elkanders bewijsconstructie.

De rechtbank stelt op grond van de hiervoor opgesomde bewijsmiddelen in het kort het navolgende vast:

*op 18 september 2011 rond 14:41 uur wordt skimapparatuur aangetroffen in de pin-

automaat van de [naam] gelegen aan de Hoofdstraat te Schijndel;

*op 18 september 2011 rond 17:00 uur wordt verdachte aangehouden in een Fiat Punto

[kenteken1] waarmee hij samen met medeverdachten vanuit Amsterdam naar Schijndel

was gereden. Verdachte en medeverdachten hielden zich kort voor de aanhouding

op verdachte wijze op in de onmiddellijke nabijheid van genoemde pinautomaat;

*verspreid in de auto met kenteken [kenteken1] worden voorwerpen aangetroffen bestemd

om skimapparatuur te plaatsen, waaronder een geskimde ING- bankpas ten name van [naam]. Voorts is in deze auto aangetroffen een handgeschreven lijstje met 11 adressen van

pinautomaten van de [naam], inclusief het adres van de onderhavige pinautomaat;

*door verdachte en medeverdachte [medeverdachte2] gebruikte gsm’s/gsm-nummers stralen op 17 september 2011 tussen 23:39 uur en 23:45 uur aan op een zendmast te Schijndel;

*op 17 september 2011 tussen 23:20 uur en 23:24 uur wordt het geskimde pasje van [naam] twee keer in de geldautomaat in de Hoofdstraat te Schijndel gebruikt;

*op 18 september 2011 rond 08:00 uur wordt de auto met kenteken [kenteken1] in Schijndel

gezien, en wel in de nabijheid van de geldautomaat in de Hoofdstraat. De getuige ziet de

drie inzittenden, qua signalement gelijkend op verdachte en medeverdachten, op verschil-

lende momenten in de richting van de geldautomaat lopen;

*de ten behoeve van het skimmen geplaatste camera bevat opnames van skim-activiteiten

door meerdere personen op 18 september 2011 tussen 07:05 uur en 08:16 uur;

*op 18 september 2011 tussen 07:06 uur en 08:17 uur wordt het geskimde pasje van [naam] elf keer in de geldautomaat in de Hoofdstraat te Schijndel gebruikt, alsmede twee

keer diezelfde dag tussen 13:34 uur en 13:35 uur. Deze geskimde pas is op 17 en 18

september in totaal 27 keer door de doorvoermond van genoemde pinautomaat gehaald;

*op 18 september 2011 rond 13:39 uur straalt een door verdachten gebruikte gsm

(Imeinummer [nummer 3]) aan op een zendmast te Schijndel;

*verdachte en medeverdachten staan, afzonderlijk en gezamenlijk, op het beeldmateriaal

d.d. 17 en 18 september 2011 van de geldautomaat gelegen aan de Hoofdstraat te

Schijndel, inclusief pinacties.

Alles afwegende, in onderling verband en samenhang beschouwd, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met medeverdachten [medeverdachte2] en [medeverdachte1] schuldig heeft gemaakt aan - kort gezegd - skimactiviteiten aan de pinautomaat in de Hoofdstraat te Schijndel en dat daarbij sprake is geweest van een dusdanig bewuste en nauwe samenwerking dat zij als medeplegers kunnen worden aangemerkt. Datzelfde geldt naar het oordeel van de rechtbank ten aanzien van hun wetenschap omtrent de aanwezigheid

in de Fiat Punto van een hoeveelheid voorwerpen bestemd voor skimactiviteiten.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte:

1. subsidiair

op 18 september 2011 te Schijndel ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk (een) betaalpas(sen), bestemd voor het verrichten van betalingen, te weten een of meer betaalpas(sen) /bankpas(sen) met bijbehorende pincode(s), te vervalsen, met het oogmerk zichzelf of

een ander te bevoordelen,

immers hebben/heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s):

door middel van manipulatie van een geldautomaat van de [naam] (gelegen aan de Hoofdstraat 63 te Schijndel), de beschikking getracht te krijgen over de magneetstrip-gegevens en de beschikking getracht te krijgen over de pincodes van gebruikers van die geldautomaat, bestaande die manipulatie onder andere hierin dat verdachte en/of zijn

mededader(s) in/aan genoemd geldautomaat een camera en/of andere elektronische

opnameapparatuur en/of een kaartlezer en/of elektronica bestemd voor het kopiëren van gegevens had(den) bevestigd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

2.

op 18 september 2011 te Schijndel tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk (skim-) apparatuur, te weten:

-meerdere telefoon(s) en

-drie USB sticks en

-een geskimde bankpas op naam van [naam] en

-een schroevendraaier en

-drie (afbreek)mes(sen) en

-twee rollen dubbelzijdig tape en

-een hamer en

-een schaar en

-een kniptang en

-een platbektang en

-een ijzerdraadje (met lus en tape) en

-schuurpapier en

-zes stuks lijm en

-een acculader/gsm lader met diverse wisselstekkers en

-een schroevendraaier en

-bestek/vislepel en

-een etui met een pasje,

voorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte wist dat deze voorwerpen bestemd waren

tot het plegen van enig in artikel 232 eerste lid Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijf.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het feit.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf.

De eis van de officier van justitie. (bijlage 3)

Een gevangenisstraf van 18 maanden met aftrek.

Het standpunt van de verdediging.

De gevorderde straf is veel te hoog. Gelet op uitspraken in vergelijkbare zaken kan bij hetgeen het openbaar ministerie bewezen acht worden volstaan met een gevangenisstraf overeenkomstig de duur van het reeds ondergane voor-arrest.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft samen met twee medeverdachten een pinautomaat gemanipuleerd met als doel betaalpassen te vervalsen. Het economische betalingsverkeer van deze tijd brengt met zich mee dat in toenemende mate contant geld wordt gepind bij pinautomaten aan de openbare weg. De banken trachten om redenen van efficiency deze vorm van geldopnemen zoveel mogelijk te bevorderen, onder meer door het ontmoedigen van balietransacties. Een ieder in de samenleving moet erop kunnen vertrouwen dat via pinautomaten beschermde financiële transacties kunnen worden verricht. Verdachte heeft door zijn handelen dan ook in ernstige mate inbreuk gemaakt op het vertrouwen dat gebruikers moeten kunnen stellen in het geautomatiseerde geldverkeer tussen banken en consumenten.

Dergelijk uitsluitend uit winstbejag ingegeven gedragingen leiden tot ontwrichting van het voor het maatschappelijke verkeer zo belangrijke betalingsverkeer. Skimming richt ook

veel schade aan en levert veel overlast op bij financiële instellingen en de betrokken – veelal particuliere - rekeninghouders. Verdachte heeft zich van dit alles kennelijk niets aangetrokken. Nu in het voertuig waarin verdachte en medeverdachten zich verplaatsten veel voorwerpen zijn aangetroffen ten behoeve van skimmen, moet het er voor worden gehouden dat zij hun criminele activiteiten niet hebben beperkt of hebben willen beperken tot de onderhavige pinautomaat. De omstandigheid dat de door medeverdachte [medeverdachte1] gehuurde auto tot het moment van de aanhouding van verdachten in een tijdvak van 52 dagen een afstand van 18.765 kilometer heeft afgelegd levert daar (mede) een aanwijzing voor op. De rechtbank zal met dit alles in ernstige mate rekening houden ten nadele van verdachte, alsmede met de omstandigheid dat verdachte kennelijk mede naar Nederland is gekomen om deze skimactiviteiten te verrichten.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank minder bewezen acht dan de officier van justitie en de rechtbank voorts van oordeel is dat de op te leggen straf de ernst van het bewezenverklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

Voorlopige hechtenis.

De verdediging heeft de opheffing van de voorlopige hechtenis bepleit, omdat de grondslag van de voorlopige hechtenis enkel is gebaseerd op het voltooide delict (thans feit 1 primair) en hiervoor geen ernstige bezwaren aanwezig zijn. De door de officier van justitie gevorderde vrijspraak duidt daar ook op. Ook dient de voorlopige hechtenis te worden opgeheven omdat het bepaalde in artikel 67a lid 3 Sv. van toepassing is.

De officier van justitie heeft de gevangenneming van verdachte gevorderd terzake van

de bewezenverklaarde feiten in geval de rechtbank de redenering van de verdediging volgt.

De rechtbank stelt vast dat de voorlopige hechtenis is gegrond op het thans tenlastegelegde feit 1 primair, zijnde de voltooide variant van artikel 232 Sr. Vooropgesteld zij dat het zorgvuldiger was geweest indien het openbaar ministerie tevens de niet-voltooide variant van art. 232 Sr. op enig moment voor aanvang van het onderzoek ter terechtzitting op uitdrukkelijke wijze bij de grondslag van de voorlopige hechtenis had betrokken. De rechtbank stelt zich echter op het standpunt dat een redelijke uitleg van de bepalingen van de voorlopige hechtenis, bezien in het licht van de vaste jurisprudentie over ‘hetzelfde feit’, met zich mee brengt dat de voorlopige hechtenis zich in een voorkomend geval als het onderhavige niet beperkt tot het uitgeschreven voltooide delict, doch zich mede uitstrekt tot de daarin impliciet aanwezige doch niet uitgeschreven mindere variant van datzelfde delict, te weten de poging. Nu de rechtbank de ernstige bezwaren voor de pogingvariant aanwezig acht en hiervoor ook tot een veroordeling komt, ziet de rechtbank geen aanleiding om de voorlopige hechtenis op te heffen. Het primaire verzoek van de verdediging tot opheffing van de voorlopige hechtenis wordt dan ook door de rechtbank afgewezen. Datzelfde geldt voor het subsidiaire verzoek van de verdediging, nu met inachtneming van de hoogte van de op te leggen vrijheidsstraf het bepaalde in artikel 67a lid 3 Sv. niet aan de orde is.

Beslag.

De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – dit voorwerpen zijn met behulp waarvan de feiten zijn begaan of voorbereid dan wel voorwerpen zijn die tot het begaan van het misdrijf zijn vervaardigd of bestemd en dat deze voorwerpen ten tijde van het begaan van de feiten aan verdachte toebehoorden.

De rechtbank zal de teruggave gelasten aan [medeverdachte1] en aan de degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt van de in het dictum nader genoemde inbeslag-genomen voorwerpen, nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van deze inbeslaggenomen goederen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op: Wetboek van Strafrecht art. 10, 27, 33, 33a, 45, 47, 57, 232 en 234.

DE UITSPRAAK

T.a.v. feit 1 primair en feit 3: vrijspraak.

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

t.a.v. feit 1 subsidiair:

medeplegen van poging tot opzettelijk een betaalpas bestemd voor het verrichten van betalingen langs geautomatiseerde weg vervalsen, met het oogmerk zichzelf of een ander te bevoordelen.

t.a.v. feit 2:

medeplegen van het voorwerpen voorhanden hebben, wetende dat zij bestemd zijn tot het plegen van het opzettelijk een betaalpas bedoeld voor het verrichten van betalingen langs geautomatiseerde weg vervalsen, met het oogmerk om zichzelf of een ander te bevoordelen.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straffen.

t.a.v. feit 1 subsidiair en feit 2:

Gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27

Wetboek van Strafrecht.

Verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen goederen, te weten: de voorwerpen 1 t/m 9, 11 t/m 12, 14 t/m 27, 29 t/m 31, 33 t/m 36 genoemd op de beslaglijst (bijlage 4).

Teruggave inbeslaggenomen goederen:

aan [medeverdachte1], te weten: het voorwerp 32 genoemd op de beslaglijst (bijlage 4)

en

aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt, te weten:

de voorwerpen 10, 13 en 28 genoemd op de beslaglijst (bijlage 4).

Dit vonnis is gewezen door:

mr. W. Schoorlemmer, voorzitter,

mr. N.I.B.M. Buljevic en mr. M.A. Bijl, leden,

in tegenwoordigheid van D.A. Koopmans, griffier,

en is uitgesproken op 13 maart 2012.