Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BV8169

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
08-03-2012
Datum publicatie
08-03-2012
Zaaknummer
244309 HA ZA 12-284
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Wraking. Leden van de wrakingskamer zien zelf geen reden om zich te verschonen. De rechtbank ziet evenmin aanleiding het wrakingsverzoek jegens de wrakingskamer als zodanig te beschouwen, verzoeker maakt misbruik van zijn bevoegdheid tot wraking. Wrakingsverzoek zal worden afgewezen."

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Wrakingskamer

Zaaknummer: 243455 / EX RK 12-36

Beschikking van 8 maart 2012

in de zaak van

[Y],

wonende te Ermelo,

verzoeker,

tegen

[X],

in zijn hoedanigheid van rechter, tevens kinderrechter, in de rechtbank te ’s-Hertogenbosch bij de behandeling van de zaak met zaaknummer: 234773 / FA RK 11-4499, verweerder.

Partijen zullen hierna respectievelijk verzoeker en [X] worden genoemd.

1. Procesverloop

1.1. De rechtbank heeft kennisgenomen van:

- het proces-verbaal van de zitting van 16 februari 2012 met daarin opgenomen het voorliggende wrakingsverzoek;

- de schriftelijke reactie van [X] op het wrakingsverzoek, gedateerd 16 februari 2012;

- het faxbericht van verzoeker, gedateerd 1 maart 2012;

- het dossier in de hoofdzaak.

1.2. De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek heeft plaatsgevonden op 1 maart 2012. Verzoeker is niet verschenen. [X] is eveneens niet verschenen. In zijn schriftelijke reactie van 16 februari 2012 heeft [X] zijn standpunt ten aanzien van het wrakingsverzoek naar voren gebracht.

2. Het verzoek en het verweer

2.1. Het verzoek strekt tot wraking van [X] in de procedure met zaaknummer 234773 / FA RK 11-4499.

2.2. Verzoeker betoogt, zo begrijpt de rechtbank, dat [X] niet onbevooroordeeld het geschil kan beoordelen. Verzoeker stelt ter onderbouwing van zijn wrakingsverzoek - kort en zakelijk weergegeven - dat hij niet over dezelfde processtukken beschikte als [X] en zijn dossier derhalve niet compleet was. Volgens verzoeker verzweeg [X] bepaalde processtukken en weigerde [X] hem een afschrift te verstrekken van het complete procesdossier. Verzoeker stelt dat [X] tijdens een eerdere behandeling van de zaak heeft geknipoogd naar de vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming.

2.3. In zijn faxbericht van 1 maart 2012 heeft verzoeker voorts alle rechters van de rechtbank ’s-Hertogenbosch verzocht om zich te verschonen in onderhavig wrakingsverzoek. Indien hier geen gehoor aan wordt gegeven, dient zijn verzoek te worden aangemerkt als een wrakingsverzoek jegens de wrakingskamer.

2.4. [X] heeft aangegeven niet in de wraking te berusten en heeft in dat kader aangevoerd dat hij vrijwel direct na aanvang van de zitting is begonnen met het inventariseren van de tot het dossier behorende stukken, onder meer omdat hij uit het verweerschrift van verzoeker meende te kunnen afleiden dat verzoeker van oordeel was dat hem mogelijk stukken werden onthouden. [X] stelt dat er naar zijn oordeel geen sprake is van een verzwijging dan wel onthouding van stukken. Een nadere afstemming daaromtrent was volgens [X] ook niet mogelijk gelet op het vertrek van verzoeker direct aansluitend op zijn wrakingsverzoek. Volgens [X] is van het knipogen naar de vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming tijdens een eerdere behandeling van een zaak geen sprake geweest.

3. De beoordeling

Verzoek tot verschoning

3.1. Verzoeker heeft in zijn faxbericht van 1 maart 2012 alle rechters van de rechtbank ’s-Hertogenbosch verzocht om zich te verschonen. De rechtbank begrijpt het verzoek aldus dat verzoeker primair verzoekt de leden van de wrakingskamer zich te verschonen. Verzoeker heeft geen rechtens relevante onderbouwing gegeven van zijn verzoek en de leden van de wrakingskamer zien zelf geen reden om zich te verschonen.

Wraking van de wrakingskamer

3.2. De rechtbank ziet evenmin aanleiding het wrakingsverzoek jegens de wrakingskamer als zodanig te beschouwen, daar uit de bewoordingen en toonzetting van het faxbericht van verzoeker van 1 maart 2012 in redelijkheid niet anders kan worden geconcludeerd dan dat verzoeker misbruik maakt van zijn bevoegdheid tot wraking. De rechtbank verwijst ter onderbouwing van dit oordeel nadrukkelijk naar de volgende passages uit het faxbericht van verzoeker van 1 maart 2012:

“Bij binnenkomst zag ik het al. [X]. Met zijn verschijning weet je van tevoren als ouders dat je door hem wordt genaaid. Hij is er eentje van het type dat BIJ DE INGANG VAN EEN GASKAMER STAAT OM ZEEPJES UIT TE DELEN AAN FAMILIE OM ZICH TE GAAN DOUCHEN… Ik wist gelijk dus hoe laat het was want ik ken deze vuile smeerlap uit de vorige zaak.”

“Bij binnenkomst zag ik het al. [X]

Met zijn verschijning weet je van tevoren als ouders dat je door hem wordt genaaid. Hij is er eentje van het type dat BIJ DE INGANG VAN EEN GASKAMER STAAT OM ZEEPJES UIT TE DELEN AAN FAMILIE OM ZICH TE GAAN DOUCHEN… Walgend over de bekende kenmerken organisatiecriminaliteit waar ook deze [X] bij betrokken is verliet ik (…) gelijk de zittingzaal na wraking.”

“[X] is een vuile smeerlap die maling heeft aan wetgeving en hij wilde na wraking ook gelijk doorgaan blijkens zijn verweerschrift 16-02-2012 citaat: “Een nadere afstemming daaromtrent was ook niet mogelijk gelet op het vertrek van [verzoeker] direct aansluitend op zijn wrakingsverzoek.”

“Hierbij verzoek ik alle rechters van de rechtbank [woonplaats] om zich te verschonen in de onderhavige wrakingszaak.”

“BIJ DE GRATIE GODS KAN [VERZOEKER] GARANDEREN

Dat iedereen die betrokken is bij het jatten van (…) en (…) na verzonnen verhalen langzaam zal stikken net zo lang tot er weer eentje aan is gegaan. De volgende die dan aan de beurt is blijft zich afvragen of het niet veel slimmer is de gejatte kinderen (…) en (…) onverwijld aan hun moeder terug te geven want anders gaat hij/zij of zijn naaste familielid eraan net zo lang tot het kwartje gaat vallen en de na verzonnen verhalen gejatte kinderen (…) en (…) inderdaad aan hun moeder worden teruggegeven.

Jullie gaan er allemaal STIKKEND AAN een voor een en net zo lang tot de gejatte kinderen (…) en (…) aan hun moeder worden teruggegeven.

En dat is een!

Jullie waren gewaarschuwd!

Jullie zijn gewaarschuwd!

Onheil zal iedereen die betrokken is bij (organisatiecriminaliteit jeugdzorg) het jatten van (…) en (…) ongenadig blijven treffen net zo lang tot de volgende beseft dat hij/zij eraan gaat als deze twee gejatte kinderen niet aan hun moeder worden teruggegeven.

NB:

Zonder afschrift compleet dossier vind ik het niet zinvol meer om naar de rechtbank [woonplaats] te komen om MIJN WALGING OVER DE RECHTSPRAAK [woonplaats] duidelijk zichtbaar te maken.

Ik BOYCOT de rechtbank [woonplaats] want ik krijg geen afschrift compleet rechtbankdossier als bekend kenmerk van organisatiecriminaliteit personeel Bureau Kinderrechter in het verleden en heden. Ik heb jullie bovendien gewaarschuwd dat jullie er een voor een aangaan als de na verzonnen verhalen gejatte kinderen (…) en (…) niet aan hun moeder worden teruggegeven.

Onheil zal al het personeel van Bureau Kinderrechter rechtbank [woonplaats] ongenadig blijven treffen net zolang tot de na verzonnen verhalen gejatte kinderen (…) en (…) zijn teruggegeven. Jullie waren gewaarschuwd! Jullie zijn weer gewaarschuwd!

En dat is een! Jullie waren gewaarschuwd!

Ik heb geen peperdure universiteitsopleiding maar een gewone school en voor Bijbelse geschiedenis een TIEN!

Voor jullie wordt het de vraag wie de volgende is

Maar jullie gaan er een voor een aan

Net zo lang tot de na verzonnen verhalen gejatte kinderen aan hun moeder zijn teruggegeven.”

Wraking [X]

3.3. Ingevolge artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), dient te worden beoordeeld of sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

3.4. De rechtbank stelt voorop dat de rechters uit hoofde van hun aanstelling moeten worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat de rechters met betrekking tot een procespartij vooringenomen zijn, althans dat de dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

3.5. In zijn schriftelijke reactie van 16 februari 2012 heeft [X] - kort samengevat - aangegeven niet meer te hebben gedaan dan het inventariseren van de processtukken en blijkens het proces-verbaal van de behandeling ter zitting op 16 februari 2012 heeft [X] aan verzoeker voorgehouden dat verzoeker recht heeft op de stukken die [X] ook heeft, en heeft willen controleren of verzoeker ook daadwerkelijk beschikte over alle stukken. De rechtbank is van oordeel dat het vorenstaande er niet van getuigt dat [X] enige vooringenomenheid tegenover verzoeker heeft gekoesterd of dat sprake is van een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid van de rechter.

3.6. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen zal het wrakingsverzoek worden afgewezen.

Misbruik

3.7. Gelet op datgene wat de rechtbank heeft overwogen onder het kopje Wraking van de wrakingskamer en Wraking [X], en met inachtneming van de aard van de verzoeken en de wijze van handelen van verzoeker, is de rechtbank van oordeel dat verzoeker zich klaarblijkelijk schuldig heeft gemaakt aan misbruik van het middel wraking en ingevolge artikel 39, vierde lid, Rv bepaalt de rechtbank om die reden dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in onderhavige procedure niet in behandeling zal worden genomen.

4. De beslissing

De rechtbank:

laat het verzoek tot wraking van de leden van de wrakingskamer buiten beschouwing;

wijst af het verzoek tot wraking van [X] in de zaak met zaaknummer 234773 / FA RK 11-4499;

bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in de procedure met zaaknummer 234773 / FA RK 11-4499 niet in behandeling wordt genomen.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.F. van Hoorn, voorzitter, mr. W.A.F. Damen en mr. M. Rietveld, leden, en in het openbaar uitgesproken op 8 maart 2012 in tegenwoordigheid van de griffier.