Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BV7161

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
28-02-2012
Datum publicatie
28-02-2012
Zaaknummer
01/839424-11
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2012:BY2316, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

- Vier jaar gevangenisstraf met aftrek voorarrest voor steekpartij. Bewezenverklaring van poging tot zware mishandeling ten aanzien van drie slachtoffers. Vrijspraak van poging tot doodslag. De aanmerkelijke kans op het overlijden van het slachtoffer is in dit geval met het enkele feit dat met een mes is gestoken in de buikstreek en/of in de romp niet bewezen.

- De voorwaardelijke invrijheidsstelling betreffende een eerder opgelegde straf is herroepen omdat verdachte de algemene voorwaarde van de voorwaardelijke invrijheidsstelling heeft overtreden, zodat veroordeelde alsnog 365 dagen gevangenisstraf moet ondergaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/839424-11

V.I. zaaknummer: 99-000023-44

Datum uitspraak: 28 februari 2012

Vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [datum] 1961,

wonende te [adres]

thans gedetineerd te: P.I. Breda - HvB De Boschpoort.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 27 september 2011, 1 december 2011 en 14 februari 2012.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte/veroordeelde naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 1 september 2011.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 14 juni 2011 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo, ter

uitvoering van zijn voornemen om opzettelijk en al dan niet met voorbedachten

rade [slachtoffer 1] van het leven te beroven, met dat opzet en al dan niet na kalm

beraad en rustig overleg

die [slachtoffer 1] één of meermalen met een mes, althans een scherp voorwerp, in diens

buik(streek) en/of rug en/of romp, in elk geval in diens lichaam, heeft

gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf

niet is voltooid;

[Sr art. 289/287 jº 45]

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 14 juni 2011 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo, ter

uitvoering van zijn voornemen om opzettelijk en al dan niet met voorbedachten

rade aan [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet en

al dan niet na kalm beraad en rustig overleg die [slachtoffer 1] één of meermalen met

een mes, althans een scherp voorwerp, in diens buik(streek) en/of rug en/of

romp, in elk geval in diens lichaam, heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

[Sr art. 303/302 jº 45]

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 14 juni 2011 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo,

opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [slachtoffer 1] heeft mishandeld

door hem met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg één of

meermalen met een mes, althans een scherp voorwerp, in diens buik(streek)

en/of rug en/of romp, in elk geval in diens lichaam, te steken en/of te

snijden;

[Sr art. 301/300]

2.

hij op of omstreeks 14 juni 2011 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo, ter

uitvoering van zijn voornemen om opzettelijk en al dan niet met voorbedachten

rade [slachtoffer 2] van het leven te beroven, met dat opzet en al dan niet na kalm

beraad en rustig overleg

die [slachtoffer 2] één of meermalen met een mes, althans een scherp voorwerp, in diens

buik(streek), in elk geval in diens lichaam, heeft gestoken en/of gesneden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

[Sr art. 289/287 jº 45]

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 14 juni 2011 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo, ter

uitvoering van zijn voornemen om opzettelijk en al dan niet met voorbedachten

rade aan [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet en al

dan niet na kalm beraad en rustig overleg die [slachtoffer 2] één of meermalen met een

mes, althans een scherp voorwerp, in diens buik(streek), in elk geval in diens

lichaam, heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

[Sr art. 303/302 jº 45]

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 14 juni 2011 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo,

opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [slachtoffer 2] heeft mishandeld

door hem met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg één of

meermalen met een mes, althans een scherp voorwerp, in diens buik(streek), in

elk geval in diens lichaam, te steken en/of te snijden;

[Sr art. 301/300]

3.

hij op of omstreeks 14 juni 2011 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo, ter

uitvoering van zijn voornemen om tezamen en in vereniging met (een)

ander(en), althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade

[slachtoffer 3] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met (een)

ander, althans alleen, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig

overleg die [slachtoffer 3] één of meermalen met een mes, althans een scherp voorwerp,

in diens thorax en/of romp en/of bovenlichaam, in elk geval in diens lichaam,

heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen

misdrijf niet is voltooid;

[Sr art. 289/287 jº 47/45]

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 14 juni 2011 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo, ter

uitvoering van zijn voornemen om tezamen en in vereniging met (een)

ander(en), althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade

aan [slachtoffer 3] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, tezamen en in

vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met dat opzet en al dan niet

na kalm beraad en rustig overleg die [slachtoffer 3] één of meermalen met een mes,

althans een scherp voorwerp, in diens thorax en/of romp en/of bovenlichaam,

in elk geval in diens lichaam, heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

[Sr art. 303/302 jº 47/45]

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 14 juni 2011 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo, tezamen

en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk en al dan

niet met voorbedachten rade [slachtoffer 3] heeft mishandeld, immers heeft/hebben

hij en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 3] met dat opzet en al dan niet na kalm

beraad en rustig overleg één of meermalen met een mes, althans een scherp

voorwerp, in diens thorax en/of romp en/of bovenlichaam, in elk geval in diens

lichaam, gestoken en/of gesneden;

[Sr art. 301/300 jo 47]

4.

hij op of omstreeks 14 juni 2011 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo, ter

uitvoering van zijn voornemen om tezamen en in vereniging met (een)

ander(en), althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade

[slachtoffer 4] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met (een)

ander(en), althans alleen, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en

rustig overleg die [slachtoffer 4] één of meermalen met een mes en/of

schroevendraaier, althans een scherp voorwerp, in haar thorax en/of romp

en/of bovenlichaam, in elk geval in haar lichaam, heeft gestoken en/of

gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

[Sr art. 289/287 jo 47/45]

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 14 juni 2011 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo, ter

uitvoering van zijn voornemen om tezamen en in vereniging met (een)

ander(en), althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade

aan [slachtoffer 4] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, tezamen en in

vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met dat opzet en al dan niet

na kalm beraad en rustig overleg die [slachtoffer 4] één of meermalen met een

mes en/of schroevendraaier, althans een scherp voorwerp, in haar arm en/of

thorax en/of romp en/of bovenlichaam, in elk geval in haar lichaam, heeft

gestoken en/of gesneden en/of één of meermalen (met kracht) tegen haar

borstkas en/of bovenlichaam heeft getrapt en/of geschopt en/of geduwd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

[Sr art. 303/302 jº 47/45]

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 14 juni 2011 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo, tezamen

en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk en al dan

niet met voorbedachten rade [slachtoffer 4] heeft mishandeld, immers

heeft/hebben hij en/of zijn mededader(s) met dat opzet en al dan niet na kalm

beraad en rustig overleg één of meermalen met een mes en/of schroevendraaier,

althans een scherp voorwerp, in haar arm en/of thorax en/of romp en/of

bovenlichaam, in elk geval in haar lichaam, gestoken en/of gesneden en/of één

of meermalen (met kracht) tegen haar borstkas en/of bovenlichaam getrapt en/of

geschopt en/of geduwd;

[Sr art. 301/300 jo 47]

De vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling.

De zaak met v.i. zaaknummer 99-000023-44 is aangebracht bij vordering van 21 september 2011. Deze vordering heeft betrekking op de herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling van 365 dagen van de gevangenisstraf van in totaal 3 jaren opgelegd bij vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch d.d. 22 januari 2009 onder parketnummer 01/825591-08. De veroordeelde is op 29 september 2010 voorwaardelijk in vrijheid gesteld onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Een kopie van de vordering is aan dit vonnis gehecht.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder 1 primair, 2 primair, 3 primair en onder 4 primair, subsidiair en meer subsidiair is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewijs

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht bewezen de poging tot doodslag op:

[slachtoffer 1] (feit 1 primair) en [slachtoffer 2] (feit 2 primair) en [slachtoffer 3] (feit 3 primair).

Verdachte dient van de onder 4 tenlastegelegde feiten te worden vrijgesproken.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging stelt zich op het standpunt dat verdachte ter zake alle tenlastegelegde feiten dient te worden vrijgesproken. Subsidiair stelt de verdediging zich op het standpunt dat verdachte de slachtoffers [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] hooguit heeft mishandeld.

Het oordeel van de rechtbank1

Feit 1

Aangever heeft verklaard dat hij met [verdachte] (verdachte) op de grond viel toen hij [verdachte] wegtrok van [slachtoffer 3] 2 en vervolgens voelde dat hij geprikt werd. Aangever zag dat verdachte iets in zijn hand had en stekende bewegingen maakte met zijn arm komende uit de richting van zijn buik. Aangever zag dat hij 3 of 4 keer was gestoken in zijn buik. [slachtoffer 2], die ook op het feest was, heeft verklaard3 dat hij zag dat verdachte 2 keer een stekende beweging maakte in de richting van de buik van zijn vader (rechtbank: [slachtoffer 1]). Voorts zag hij dat verdachte een mes in zijn handen had.

[getuige 1] heeft verklaard4 dat verdachte en [slachtoffer 1] (rechtbank: [roepnaam slachtoffer 1]) elkaar vast hadden en dat [roepnaam slachtoffer 1] vervolgens achteruit sprong en riep dat hij was gestoken. [getuige 1] zag bloed bij de buik van [roepnaam slachtoffer 1]. Daarna zag hij verdachte met een mes staan. De verklaring van [getuige 1] wordt ondersteund door de verklaring van [getuige 2]5 voor zover inhoudende dat zij zag dat [roepnaam slachtoffer 1] aan het vechten was met [verdachte] en dat [roepnaam slachtoffer 1] aan het bloeden was.

Op grond van bovenstaande verklaringen en de hieronder bij de bewijsoverwegingen weergegeven medische verklaring6 ter zake de verwondingen van [slachtoffer 1] acht de rechtbank bewezen dat verdachte [slachtoffer 1] op 14 juni 2011 te Geldrop met een mes heeft gestoken, waardoor [slachtoffer 1] gewond is geraakt in de buikstreek, rug en romp.

Feit 2

Aangever [slachtoffer 2] heeft verklaard7 dat hij op 14 juni 2011 te Geldrop op het communiefeest aan de [adres] was en zag dat verdachte twee keer een stekende beweging maakte in de richting van zijn vader (rechtbank: [slachtoffer 1]. Vervolgens is hij naar [roepnaam slachtoffer 1] en [verdachte] toegelopen en er tussen gesprongen, waarop hij zag dat [verdachte] een mes in zijn hand had. Vervolgens zag en voelde hij dat verdachte met dat mes in zijn buik stak. Hij voelde een soort prik in zijn buik.

De medische verklaring8 maakt melding van een steekwondje bovenbuik links.

Voorts verklaren onder meer [getuige 1]9 en [getuige 3]10 dat verdachte een mes in zijn handen had.

De rechtbank is van oordeel dat aldus voldoende wettig bewijs voorhanden is om daarop de hierna weer te geven bewezenverklaring te stoelen. Voor zover hieromtrent anders door de verdediging ten verweer is betoogd, wordt het verweer verworpen.

Feit 3

Aangever [slachtoffer 3] (rechtbank: [slachtoffer 3]) heeft bij de politie11 en ten overstaan van de rechter-commissaris12 verklaard dat op 14 juni 2011 te Geldrop op het communiefeest aan de [adres] zijn shirt over zijn hoofd werd getrokken, Verdachte werd van hem afgetrokken en daarna voelde hij dat hij pijn aan zijn rechter oksel kreeg. Hij wreef in zijn oksel , hij zag bloed en vervolgens een snee van ongeveer 1 centimeter.

De medische verklaring13 vermeldt een steekwond in de thorax van aangever.

[getuige 3] heeft bij de rechter-commissaris14 verklaard, dat verdachte 2 maal op [slachtoffer 3] instak in de richting van de borst. In zijn ogen was het een mes.

[getuige 1] heeft verklaard dat onder andere verdachte en zijn broer [slachtoffer 3] (aangever) in het gevecht betrokken waren. Hij heeft daarna gezien dat verdachte een mes had en daarmee heeft gezwaaid15. [slachtoffer 4] heeft gezien, dat verdachte [slachtoffer 3] een stomp in zijn zijde gaf.16 [slachtoffer 2] heeft gezien dat verdachte achter [slachtoffer 3] stond en [slachtoffer 3] in zijn rug stak, althans in ieder geval een slaande beweging heeft zien maken naar de plek waar - zo bleek naderhand - [slachtoffer 3] was gestoken.17

De rechtbank acht op grond van genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte [slachtoffer 3] met een mes in zijn romp heeft gestoken.

Beslissing op de bewijsverweren

De raadsvrouwe heeft ten verweer betoogd dat de verdachte van het tenlastegelegde moet worden vrijgesproken. Daartoe heeft zij in de eerste plaats aangevoerd dat de mogelijkheid bestaat dat de bij de slachtoffers geconstateerde verwondingen niet door messteken van de verdachte zijn toegebracht, maar dat deze ofwel door anderen dan de verdachte aan de slachtoffers zijn toegebracht ofwel dat deze zijn ontstaan doordat de slachtoffers in rondliggend glas zijn gevallen of door rondvliegende statafels en stoelen zijn geraakt.

De rechtbank overweegt dienaangaande als volgt.

De mogelijkheid dat de bij de slachtoffers geconstateerde verwondingen zijn ontstaan door rondvliegende statafels en stoelen of door het vallen in rondliggend glas treft de rechtbank niet als plausibel. Zij heeft daarbij in aanmerking genomen dat de omtrent de slachtoffers [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] opgemaakte medische verklaringen, zoals hiervoor onder het kopje "bewijs" genoemd, uitdrukkelijk inhouden dat bij hen steekwonden zijn waargenomen en dat deze medische verklaringen telkens ondersteuning vinden in de verklaringen van deze slachtoffers, voor zover inhoudende als hun relaas dat zij zijn gestoken. In zoverre worden de aan het verweer ten grondslag gelegde feiten weersproken door de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen. De rechtbank is van oordeel dat het strafdossier voor het overige onvoldoende aanknopingspunten biedt op grond waarvan niettemin de aannemelijkheid van deze door de raadsvrouwe gestelde toedracht kan worden aangenomen. In zoverre faalt dus het verweer.

Ook overigens treft het verweer geen doel. De door de raadsvrouwe geopperde mogelijkheid dat de bij de slachtoffers geconstateerde letsels zijn toegebracht door een ander dan de verdachte, wordt weersproken door de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen op grond waarvan de rechtbank tot de slotsom komt dat het de verdachte is geweest die de hiervoor genoemde slachtoffers [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] met een mes heeft gestoken en aldus de bij hen geconstateerde letsels heeft toegebracht.

Het verweer wordt dus in al zijn onderdelen verworpen.

De raadsvrouwe heeft in verband met het voorgaande en ter onderbouwing van het tot vrijspraak strekkende verweer voorts aangevoerd dat ernstig moet worden getwijfeld aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van de aangevers en de overige getuigen. Zij heeft er daarbij in de eerste plaats op gewezen dat de meeste getuigen ten tijde van het gebeuren onder invloed van alcohol verkeerden en dat de voorhanden verklaringen zowel innerlijk als onderling op vele onderdelen tegenstrijdig zijn. Bovendien kan niet worden uitgesloten dat de verklaringen van de getuigen behorende tot het 'kamp' [achternaam] hun verklaringen onderling op elkaar hebben afgestemd, aldus de raadsvrouwe.

De rechtbank overweegt ten aanzien van dit verweer als volgt.

De rechtbank volgt de raadsvrouwe niet in haar betoog dat de verklaringen van de aangevers en overige getuigen als onbetrouwbaar moeten worden aangemerkt. De verklaringen van de aangevers en de getuigen zijn weliswaar niet op alle onderdelen onderling en innerlijk steeds geheel gelijkluidend, maar dat maakt nog niet dat te dezen van onbetrouwbare verklaringen sprake is.

De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de aangevers en de getuigen hun waarnemingen hebben moeten doen in de mêlee van een vechtpartij waarin veel mensen over en weer betrokken raakten en de gebeurtenissen elkaar in snel tempo opvolgden, zodat van een aanmerkelijk onoverzichtelijke situatie sprake was. Het wekt derhalve geen verwondering dat de verschillende getuigenverklaringen op onderdelen niet geheel met elkaar in overeenstemming zijn. Zulks laat echter onverlet dat deze verklaringen qua strekking en in de kern met elkaar in overeenstemming zijn en dat het gebeuren op 14 juni 2011 ten tijde van het communiefeest te Geldrop daar zonder meer uit kan worden gereconstrueerd.

Dat de aangevers en getuigen zódanig onder de invloed van alcohol dan wel andere verdovende middelen verkeerden dat in redelijkheid niet meer van betrouwbare verklaringen sprake kan zijn, is naar het oordeel van de Rechtbank niet aannemelijk geworden.

De door de raadsvrouwe geopperde mogelijkheid dat de leden van het 'kamp' [achternaam] hun verklaringen onderling op elkaar hebben afgestemd, is naar het oordeel van de Rechtbank evenmin aannemelijk geworden.

Zij neemt daarbij in aanmerking dat, zo van afstemming van de verklaringen sprake zou zijn geweest, dit niet valt te rijmen met de hiervoor ook door de Rechtbank vastgestelde omstandigheid dat de verklaringen van de aangevers en de getuigen op detailpunten innerlijk en onderling niet met elkaar overeenstemmen, terwijl dat bij onderlinge afstemming van verklaringen wel voor de hand had gelegen. Een andere contra-indicatie betreft de omstandigheid dat, naar de Rechtbank vaststelt, enkele getuigen uit het 'kamp' [achternaam] op het moment dat zij in het vooronderzoek de kans krijgen om belastend over de verdachte en zijn medeverdachte te verklaren, dit nalaten en juist verklaren dat zij iets niet hebben gezien of iets niet weten. De Rechtbank wijst bij wijze van voorbeeld op de verklaring van [slachtoffer 4] tegenover de politie op 14 juni 2011, voor zover inhoudende dat zij niet heeft gezien hoe [slachtoffer 2] gewond is geraakt aan zijn buik, en de verklaring van [getuige 3] tegenover de Rechter-Commissaris, voor zover inhoudende dat hij [betrokkene] niet daadwerkelijk heeft zien steken.

Een en ander leidt tot de slotsom dat de Rechtbank geloof hecht aan de gewraakte verklaringen. Zij bezigt deze tot het bewijs op de wijze als hiervoor onder het kopje 'bewijs' weergegeven.

De raadsvrouwe heeft ten slotte nog aangevoerd dat indien de rechtbank bewezen acht dat verdachte aan [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] messteken heeft toegebracht, hij daarmee niet heeft gepoogd de slachtoffers te doden, maar dat hij hen hooguit heeft mishandeld.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat de rechtbank bewezen vindt dat verdachte [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft verwond met een mes. De slachtoffers hebben daarbij letsel opgelopen.

De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of de verdachte met het toebrengen van de steekwonden het (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op de dood van de slachtoffers. Om tot een bewezenverklaring daarvan te kunnen komen moet verdachte met het toebrengen van de steekwonden de aanmerkelijke kans op de dood van de slachtoffers in het leven hebben geroepen. Daarbij is onder meer van belang op welke plaats van het lichaam, met welk mes en met welke kracht verdachte de slachtoffers heeft gestoken. De ernst en de aard van het letsel zeggen iets over de wijze waarop is gestoken en over de vraag of er sprake was van een levensbedreigende situatie.

De slachtoffers zijn naar het ziekenhuis geweest voor onderzoek. [slachtoffer 2]18 en [slachtoffer 3]19 zijn na de verzorging van hun verwonding meteen naar huis gegaan. [slachtoffer 1]20 is gelet op de hoeveelheid wondjes een nacht in observatie gehouden. In het dossier bevinden zich foto's van de toegebrachte steekwonden21 en een proces-verbaal van bevindingen van de politie over het door de politie geconstateerde letsel22. De rechtbank stelt op basis van de foto's en genoemd proces-verbaal vast dat bij [slachtoffer 1] over het lichaam verspreid verschillende kleine wondjes en krassen zichtbaar zijn, en dat bij [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] sprake is van een enkele kleine steekwond op de romp. Verder wordt geconstateerd dat bij het verbinden van de verwondingen kon worden volstaan met het aanbrengen van een hechtpleister.

De medische verklaring inzake [slachtoffer 1] houdt in dat [slachtoffer 1] diverse steekwonden voor en achter in de romp heeft. Er was sprake van gering bloedverlies, en er was geen vermoeden van niet waarneembaar inwendig letsel of bloedverlies23.

In de medische verklaring inzake [slachtoffer 2] is vermeld dat [slachtoffer 2] een steekwondje heeft in de bovenbuik links. Er was sprake van gering bloedverlies, en er was geen vermoeden van niet waarneembaar inwendig letsel of bloedverlies24.

In de medische verklaring inzake [slachtoffer 3] is vermeld dat [slachtoffer 3] een steekwond aan de thorax heeft. Er was sprake van gering bloedverlies, en er was geen vermoeden van niet waarneembaar inwendig letsel of bloedverlies25.

De rechtbank concludeert dat bij geen van de drie slachtoffers sprake was van ernstig, levensbedreigend letsel.

Het mes waarmee is gestoken is niet aangetroffen.

[slachtoffer 1] voelde dat hij werd geprikt en zag een stekende beweging, maar hij heeft geen mes gezien26. [slachtoffer 2] zag dat verdachte een mes in zijn hand had en voelde dat verdachte hem met het mes in zijn buik stak27. Hij spreekt in zijn verklaring over een mesje. [slachtoffer 3] voelde dat hij gestoken werd, maar heeft geen mes gezien28.

Verschillende getuigen hebben verdachte met een mes gezien, maar verklaren niets over de grootte of de aard van het mes. Uitzondering daarop zijn [getuige 1] en [getuige 3]. Zij verklaren bij de politie onderscheidenlijk bij de rechter-commissaris dat verdachte een openklapbaar mes c.q. een mes van ongeveer een centimeter of 20 had. De rechtbank twijfelt aan deze waarnemingen, omdat deze niet passen bij hetgeen andere getuigen die de vechtpartij van dichtbij hebben gezien, hebben verklaard. Zij hebben geen mes gezien ([getuige 4]29), of geven een vage verklaring van het steekvoorwerp ([slachtoffer 4]30 en [slachtoffer 3]31). De rechtbank acht het niet aannemelijk dat indien het mes een grootte had van ongeveer 20 centimeter, dat mes niet of niet duidelijker door andere omstanders is gezien.

De rechtbank concludeert dat op grond van de stukken en het verhandelde ter terechtzitting over de aard en de grootte van het mes niets met zekerheid kan worden vastgesteld.

De rechtbank stelt voorop dat in het algemeen geldt dat indien men een slachtoffer met een mes in de buikstreek of romp steekt er risico bestaat op levensbedreigend letsel. Er bevinden zich op die plaats in het lichaam immers zeer kwetsbare organen. Toch acht de rechtbank in het onderhavige geval ten aanzien van alle drie de slachtoffers een poging doodslag niet bewezen.

De aanmerkelijke kans op het overlijden van het slachtoffer is met het enkele feit dat met een mes is gestoken in de buikstreek en/of in de romp niet bewezen. Ook de wijze waarop en met welk wapen is gestoken van belang. Uit bovenstaande blijkt dat over het steekwapen en met welke kracht er is gestoken niets met zekerheid kan worden gesteld. Ook het

toegebracht letsel draagt niet bij aan de bewezenverklaring van de aanmerkelijke kans op de dood van de slachtoffers. Indien verdachte met kracht met een mes in de buik/romp van de slachtoffers zou hebben gestoken zou men forser letsel verwachten.

De rechtbank komt gelet op alle genoemde omstandigheden tot het oordeel dat er onvoldoende bewijs is voor de poging doodslag en spreekt verdachte daarvan vrij.

De rechtbank acht op grond van de bewijsmiddelen wel bewezen dat verdachte het (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Omdat verdachte zich met een mes in een vechtpartij heeft begeven en van dat mes ook gebruik heeft gemaakt, heeft hij de naar algemene ervaringsregels aanmerkelijke kans aanvaard dat hij de slachtoffers daarbij zwaar lichamelijk letsel zou toebrengen.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

1.

Subsidiair

op 14 juni 2011 te Geldrop ter uitvoering van zijn voornemen om opzettelijk

aan [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer 1]

met een mes in diens buikstreek en rug en romp, heeft gestoken terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

Subsidiair

op 14 juni 2011 te Geldrop ter uitvoering van zijn voornemen om opzettelijk

aan [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer 2]

met een mes in diens buikstreek, heeft gestoken terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

Subsidiair

op 14 juni 2011 te Geldrop ter uitvoering van zijn voornemen om opzettelijk

aan [slachtoffer 3] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met dat opzet die [slachtoffer 3]

met een mes in diens thorax en/of romp en/of bovenlichaam heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het feit.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

Vrijspraak van de onder 4 tenlastegelegde feiten.

Ten aanzien van het onder 1 primair, 2 primair en 3 primair tenlastegelegde:

Gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren met aftrek van voorarrest.

Vordering benadeelde partij [getuige 3] afwijzen omdat het feit waarop de vordering betrekking heeft niet is tenlastegelegd.

Vordering benadeelde partij [slachtoffer 3] toewijzen tot een bedrag van 990 euro, te weten 850 euro immateriële schadevergoeding en 140 euro ter zake materiële schadevergoeding (eigen risico). Voor het overige deel van de vordering dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Toewijzing van de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling, v.i. zaaknummer 99-000023-44, te weten 365 dagen gevangenisstraf.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging vindt dat de eis van de officier van justitie te fors is.

De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank ter zake de beslissing op de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting ten beware van de verdachte naar voren gekomen omstandigheden :

- verdachte werd blijkens een hem betreffend Uittreksel uit de Justitiële Documentatie eerder voor soortgelijke feiten als de onderhavige veroordeeld;

- verdachte heeft de bewezenverklaarde gewelddadige feiten gepleegd terwijl hij zich in voorwaardelijke vrijheid bevond na een eerdere veroordeling wegens betrokkenheid bij een steekpartij;

- deze eerdere veroordelingen van verdachte hebben hem er kennelijk niet van kunnen weerhouden wederom geweld te plegen;

- verdachte heeft zonder een redelijke aanleiding in een explosie van geweld een drietal mensen met een mes verwond en aldus een ernstige inbreuk gemaakt op de door een ieder te respecteren lichamelijke integriteit van een ander;

- het gewelddadige karakter van feiten als de onderhavige leveren een ernstige schending van de rechtsorde op en kunnen eenvoudig tot maatschappelijke verontrusting en - ook bij anderen dan de directe slachtoffers - tot gevoelens van angst en onveiligheid leiden.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank tot een bewezenverklaring komt van minder zware feiten dan waarvan de officier van justitie bij het formuleren van zijn eis is uitgegaan en omdat zij van oordeel is dat de op te leggen straf de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] (feit 3 subsidiair).

Het standpunt van de officier van justitie.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] toewijzen tot een bedrag van 990 euro, te weten 850 euro immateriële schadevergoeding en 140 euro ter zake materiële schadevergoeding (eigen risico). Voor het overige deel van de vordering dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard omdat vrijspraak is bepleit. Subsidiair conformeert zij zich aan het standpunt van de officier van justitie, met dien verstande dat de kosten ter zake het horloge geen link hebben met het strafbare feit.

Beoordeling.

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, de volgende onderdelen van de vordering te weten immateriële schadevergoeding 500 euro (post 2) en materiële schadevergoeding 448,95 euro (post 1) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal het volgende onderdeel van de vordering afwijzen, te weten immateriële schadevergoeding tot een bedrag van 350,- euro.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren in het deel van de vordering dat betrekking heeft op het horloge, omdat de rechtbank van oordeel is dat dit deel van de vordering niet in causaal verband staat met het tenlastegelegde feit.

De benadeelde partij kan dit onderdeel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

De vordering van de benadeelde partij [getuige 3].

Het standpunt van de officier van justitie.

De vordering van de benadeelde partij [getuige 3] afwijzen omdat het feit waarop de vordering betrekking heeft niet is tenlastegelegd.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft ter zake geen standpunt ingenomen.

Beoordeling.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien het feit waarop de vordering betrekking heeft niet aan verdachte is tenlastegelegd.

De rechtbank zal, nu de vordering niet wordt toegewezen, de benadeelde partij veroordelen in de kosten. Deze kosten worden tot op heden begroot op nihil.

Motivering van de beslissing na voorwaardelijke invrijheidsstelling met zaaknummer 99-000023-44.

De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

De vordering van de officier van justitie van 21 september 2011 strekt ertoe dat de rechtbank de voorwaardelijke invrijheidsstelling herroept voor een periode van 365 dagen, omdat veroordeelde zich niet aan de voorwaarden - welke aan de voorwaardelijke invrijheidsstelling zijn verbonden - heeft gehouden. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd van de voorwaardelijke invrijheidsstelling opnieuw aan een strafbaar heeft schuldig gemaakt, te weten de strafbare feiten waarvoor veroordeelde in onderhavig vonnis wordt veroordeeld (zoals tenlastegelegd in de dagvaarding met parketnummer 01/839424-11). Veroordeelde heeft daarmee op grond van artikel 15a lid 1 van het Wetboek van Strafrecht de algemene voorwaarde van de voorwaardelijke invrijheidsstelling overtreden.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de vordering kan worden toegewezen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 15c, 15e, 15g, 15i, 24c, 27, 45, 57, 302.

DE UITSPRAAK

T.a.v. feit 1 primair, feit 2 primair, feit 3 primair, feit 4 primair, feit 4

subsidiair, feit 4 meer subsidiair:

Vrijspraak

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair

en onder 4 primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde heeft

begaan.

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1 subsidiair:

poging tot zware mishandeling

T.a.v. feit 2 subsidiair:

poging tot zware mishandeling

T.a.v. feit 3 subsidiair:

poging tot zware mishandeling

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf en maatregel.

T.a.v. feit 1 subsidiair, feit 2 subsidiair, feit 3 subsidiair:

Gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27

Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. feit 3 subsidiair:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 948,95 subsidiair 18 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten

behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3] van een bedrag van EUR 948,95 (zegge:

negenhonderdenachtenveertig euro en vijfennegentig cent ), bij gebreke van

betaling en verhaal te vervangen door 18 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat

uit een bedrag van EUR 500,- immateriële schadevergoeding (post 2) en EUR

448,95 materiële schadevergoeding (post 1).

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde

betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van

het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij :

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte

mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] ,

van een bedrag van EUR 948,95 (zegge: negenhonderdenachtenveertig euro en

vijfennegentig cent), te weten EUR 500,- immateriële schadevergoeding (post 2)

en EUR 448,95 materiële schadevergoeding (post 1).

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de

datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot heden

begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in een deel van de vordering ten bedrage van

EUR 350,- ter zake immateriële schadevergoeding niet ontvankelijk is.

Wijst de vordering af tot een bedrag van EUR 743,73 ter zake materiële

schadevergoeding (horloge).

Verdachte is van schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor

zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot

vergoeding van deze schade.

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [getuige 3] in haar vordering, omdat het feit waar de vordering betrekking op heeft niet aan verdachte wordt tenlastegelegd.

Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden

begroot op nihil.

De vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling

(v.i. zaaknummer 99-000023-44):

Wijst de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling

toe.

Gelast dat de vrijheidsstraf welke als gevolg van de toepassing van de regeling

voorwaardelijke invrijheidsstelling niet ten uitvoer is gelegd, alsnog moet

worden ondergaan, te weten 365 dagen.

Dit vonnis is gewezen door:

Mr. M.M. Klinkenbijl, voorzitter,

Mr. A. Kooijmans-de Kort en mr. C.P.J. Scheele, leden,

in tegenwoordigheid van L.D. Wittenberg, griffier,

en is uitgesproken op 28 februari 2012.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de politie regio Brabant Zuid-Oost, genummerd PL 2233 201186270.

2 Verklaring [slachtoffer 1] bij rc dd 5-7-2011

3 Verklaring [slachtoffer 2], pg. 266 van het einddossier

4 Verklaring [getuige 1], pg. 381 van het einddossier

5 Verklaring [slachtoffer 4], pg. 370 van het einddossier

6 Medische verklaring inzake [slachtoffer 1], pg. 223 van het einddossier

7 Aangifte [slachtoffer 2], pg. 266 van het einddossier

8 Medische verklaring [slachtoffer 2], pg. 258a van het einddossier

9 Verklaring [getuige 1], pg. 381 van het einddossier

10 Verklaring [getuige 3], pg. 234 van het einddossier

11 Verklaring [slachtoffer 3], pg. 241 en 242 van het einddossier

12 Verklaring [slachtoffer 3] bij de rechter-commissaris op 13 december 2011

13 Medische verklaring [slachtoffer 3], pg. 250 van het einddossier.

14 Verklaring [getuige 3] bij de rechter-commssaris op 13 december 2011

15 Verklaring [getuige 1], pg. 381 en 382 van het einddossier

16 Verklaring [slachtoffer 4] p. 257 einddossier

17 Verklaring [slachtoffer 2] p. 273 einddossier

18 Verklaring [slachtoffer 2], pg. 265 en 267 van het einddossier

19 Verklaring [slachtoffer 3], pg. 242 van het einddossier

20 Verklaring [slachtoffer 1], pg. 218 van het einddossier

21 Foto's letsel [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1], pg. 473 e.v. van het einddossier

22 Bevindingen verbalisanten te zake letsel [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1], pg. 470, 471 en 480-482 van het einddossier

23 Medische verklaring inzake [slachtoffer 1], pg. 223 van het einddossier

24 Medische verklaring inzake [slachtoffer 2], pg. 258a van het einddossier

25 Medische verklaring inzake [slachtoffer 3], pg. 250 van het einddossier

26 Verklaring [slachtoffer 1], pg. 215 e.v. van het einddossier

27 Verklaring [slachtoffer 2], pg. 265 e.v. van het einddossier

28 Verklaring [slachtoffer 3], pg. 240 e.v. van het einddossier

29 Verklaring [getuige 4], pg. 344 e.v. van het einddossier

30 Verklaring [slachtoffer 4], pg. 252 e.v. van het einddossier

31 Verklaring [slachtoffer 3], pg. 240 e.v. van het einddossier