Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BV3383

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
01-02-2012
Datum publicatie
08-02-2012
Zaaknummer
196570 - HA ZA 09-1629
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Letselschadezaak, benoeming medisch deskundige, IWMD-vraagstelling, toepasselijkheid meest recente richtlijn Nederlandse Vereniging voor Neurologie, welke editie AMA guides van toepassing?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 1 februari 2012

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 196570 / HA ZA 09-1629 van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. H.H.J.M. Bockmeulen te Wijchen,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. A.B. Noordhof te Eindhoven,

en

de naamloze vennootschap ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Apeldoorn,

gevoegde partij aan de zijde van gedaagde,

advocaat mr. J. Schep te Amersfoort

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer 212996 / HA ZA 10-1328 van

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. A.B. Noordhof te Eindhoven,

tegen

de naamloze vennootschap ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Apeldoorn,

gedaagde,

advocaat mr. J. Schep te Amersfoort.

Partijen zullen hierna [eiser], [gedaagde] en Achmea genoemd worden.

1. De procedure in de hoofdzaak

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 3 augustus 2011,

- de akte van [gedaagde],

- de akte van [eiser],

- de akte van Achmea.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De procedure in de vrijwaringszaak

2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 3 augustus 2011.

2.2. In afwachting van de verdere beoordeling in de hoofdzaak is iedere verdere beslissing in de vrijwaringszaak aangehouden.

3. De verdere beoordeling

in de hoofdzaak

3.1. De rechtbank heeft kennis genomen van het tussen partijen gevoerde debat omtrent de persoon van de deskundige en de aan de deskundige voor te leggen vragen. Mede gelet op dat debat zal de rechtbank het eerder aangekondigde deskundigenbericht bevelen en de onder de beslissing vermelde deskundige benoemen.

3.2. Partijen zijn het erover eens dat de meest recente versie (januari 2010) van de IWMD-vraagstelling aan de deskundige dient te worden voorgelegd en dat de deskundige bij de beantwoording van de vragen de meest recente richtlijn (november 2007) van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie op dit gebied in acht dient te nemen. Tussen hen is echter gedebatteerd over de vraag of de deskundige daarbij de 5e versie van de AMA guides, die ten tijde van het opstellen van die neurologenrichtlijn gold, in acht dient te nemen, dan wel de 6e versie van de AMA guides, die in januari 2008 is verschenen.

3.3. Op dit punt overweegt de rechtbank als volgt. In de meest recente, aan de te benoemen deskundige voor te leggen, IWMD-vraagstelling is er uitdrukkelijk voor gekozen niet langer te vragen naar het percentage functionele invaliditeit, omdat dit percentage in het merendeel van de gevallen nauwelijks invloed heeft op de omvang van de eventueel toe te kennen schadevergoeding, terwijl de vaststelling van het percentage functionele invaliditeit de deskundige onevenredig veel tijd en energie kost (www. Projectgroep Medische Deskundigen in de rechtspleging). Van de zijde van partijen is ook niet voorgesteld de deskundige te vragen het (mogelijke) percentage functionele invaliditeit te bepalen. Gelet op de beperkte praktische waarde van dit percentage wordt in vraag 1g van de IWMD-vraagstelling thans dan ook meer in het algemeen naar de beperkingen van de onderzochte op het vakgebied van de deskundige gevraagd. Daarin ziet de rechtbank aanleiding, voor zover de AMA guides daarbij van belang zijn, het aan de deskundige over te laten van welke editie van de AMA guides hij bij de beantwoording van vraag 1g meent uit te moeten gaan.

3.4. Aan de deskundige zullen de in de beslissing vermelde vragen worden voorgelegd.

3.5. Partijen zijn het erover eens dat het beperkingenprofiel en het belastbaarheids-patroon op basis van het uit te brengen deskundigenrapport te zijner tijd dient te worden opgesteld door een verzekeringsgeneeskundige, waarbij zij gezamenlijk voorstellen dan als deskundige te benoemen verzekeringsgeneeskundige de heer mr. drs. [K], gevestigd te Rotterdam.

3.6. In het tussenvonnis van 3 augustus 2011 is al aangekondigd door welke partij het voorschot op de kosten van de medisch deskundige moet worden gedeponeerd.

3.7. De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

3.8. Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.

3.9. De rechtbank ziet geen aanleiding om tussentijds hoger beroep van deze tussenbeslissing toe te staan. Zij zal de beslissing over het voorschot ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

in de vrijwaringszaak

3.10. In afwachting van de verdere beoordeling in de hoofdzaak zal iedere beslissing in de vrijwaringszaak worden aangehouden.

4. De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak

4.1. beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:

1. De situatie met de val van de heer [eiser] op 21 juli 2004

Anamnese

a. Hoe luidt de anamnese voor wat betreft de aard en de ernst van het letsel, het verloop van de klachten, de toegepaste behandelingen en het resultaat van deze behandelingen? Welke overige klachten en beperkingen op uw vakgebied worden desgevraagd gemeld? Wilt u in uw anamnese vermelden welke beperkingen op uw vakgebied de heer [eiser] aangeeft in relatie tot de activiteiten van het algemene dagelijkse leven (ADL), loonvormende arbeid en het uitoefenen van hobby’s, bezigheden in recreatieve sfeer en zelfwerkzaamheid?

Medische gegevens

b. Wilt u op basis van het medisch dossier van de heer [eiser] een beschrijving geven van:

- de medische voorgeschiedenis van de heer [eiser] op uw vakgebied;

- de medische behandeling van het letsel van de heer [eiser] en het resultaat daarvan.

Medisch onderzoek

c. Wilt u een beschrijving geven van uw bevindingen bij lichamelijk onderzoek en hulponderzoek, dat wil zeggen neuropsychologisch onderzoek (waarvoor u een door u zelf te benaderen neuropsycholoog kunt inschakelen)?

Consistentie

d. Is naar uw oordeel sprake van een onderlinge samenhang als het gaat om de informatie die is verkregen van de heer [eiser] zelf, de feiten zoals die uit het medisch dossier naar voren komen en uw bevindingen bij onderzoek en hulponderzoek?

e. Voor zover u de vorige vraag ontkennend beantwoordt, wilt u dan aangeven wat de reactie was van de heer [eiser] op de door u geconstateerde inconsistenties en welke conclusies u daaruit trekt?

Diagnose

f. Wat is de diagnose op uw vakgebied? Wilt u daarbij uw differentiaaldiagnostische overweging geven? U dient daarbij uit te gaan van de meest recente richtlijnen van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie.

Beperkingen

g. Welke beperkingen op uw vakgebied bestaan naar uw oordeel bij de heer [eiser] in zijn huidige toestand, ongeacht of de beperkingen voortvloeien uit de val? Wilt u deze beperkingen zo uitgebreid mogelijk beschrijven, op semi-kwantitatieve wijze weergeven en zo nodig toelichten ten behoeve van een eventueel in te schakelen arbeidsdeskundige?

Medische eindsituatie

h. Acht u de huidige toestand van de heer [eiser] zodanig dat een beoordeling van de blijvende gevolgen van de val mogelijk is, of verwacht u in de toekomst nog een belangrijke verbetering of verslechtering van het op uw vakgebied geconstateerde letsel?

i. Zo ja, welke verbetering of verslechtering verwacht u?

j. Kunt u aangeven op welke termijn en in welke mate u die verbetering dan wel verslechtering verwacht?

k. Kunt u aangeven welke gevolgen deze verbetering dan wel verslechtering zal hebben voor de beperkingen (als bedoeld in vraag 1g)?

2. De situatie zonder de val van de heer [eiser] op 21 juli 2004

Meestal zal het niet mogelijk zijn om onderstaande vragen (met name de vragen 2c - 2e) met zekerheid te beantwoorden. Van u wordt ook niet gevraagd zekerheid te bieden. Wel wordt gevraagd of u vanuit uw kennis en ervaring op uw vakgebied uw mening wilt geven over kansen en waarschijnlijkheden. Het is dus de bedoeling dat u aangeeft wat u op grond van uw deskundigheid op uw vakgebied op deze vragen kunt antwoorden.

Klachten, afwijkingen en beperkingen voor de val

a. Bestonden voor de val bij de heer [eiser] reeds klachten en afwijkingen op uw vakgebied die de onderzochte thans nog steeds heeft?

b. Zo ja, kunt u dan aangeven welke beperkingen voor de val uit deze klachten en afwijkingen voortvloeiden en thans nog steeds uit deze klachten en afwijkingen voortvloeien?

Klachten, afwijkingen en beperkingen zonder de val

c. Zijn er daarnaast op uw vakgebied klachten en afwijkingen die er ook zouden zijn geweest of op enig moment ook hadden kunnen ontstaan, als de val de heer [eiser] niet was overkomen?

d. Zo ja (dus zonder de val ook klachten), kunt u dan een indicatie geven met welke mate van waarschijnlijkheid, op welke termijn en in welke omvang de klachten en afwijkingen dan hadden kunnen ontstaan?

e. Kunt u aangeven welke beperkingen uit deze klachten en afwijkingen zouden zijn voortgevloeid?

f. Verwacht u in de toekomst nog een belangrijke verbetering of verslechtering van de op

uw vakgebied geconstateerde niet aan de val gerelateerde klachten en afwijkingen?

g. Zo ja, welke verbetering of verslechtering verwacht u?

h. Kunt u aangeven op welke termijn en in welke mate u die verbetering dan wel verslechtering verwacht?

i. Kunt u aangeven welke gevolgen deze verbetering dan wel verslechtering zal hebben voor de beperkingen (als bedoeld in vraag 2e)?

3. Overig

a. Heeft u naar aanleiding van uw bevindingen nog opmerkingen die relevant kunnen zijn voor het verdere verloop van deze zaak?

4.2. benoemt tot deskundige:

dr. [XXX]

het voorschot

4.3. stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het door de deskundige begrote bedrag van € 4.666,--,

4.4. bepaalt dat [gedaagde] het voorschot dient over te maken op rekeningnummer 56.99.90.572 ten name van Arrondissement 536 's-Hertogenbosch onder vermelding van "voorschot deskundigenrapport" en het zaak- en rolnummer, en wel binnen twee weken na deze beslissing,

4.5. draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,

het onderzoek

4.6. bepaalt dat [eiser] zijn procesdossier in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen,

4.7. bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,

4.8. wijst de deskundige er op dat:

- de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),

- de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen,

- de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,

4.9. bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,

het schriftelijk rapport

4.10. draagt de deskundige op om uiterlijk vijf maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,

4.11. wijst de deskundige er op dat:

- uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,

- dat de deskundige de heer [eiser] in de gelegenheid moet stellen om gebruik te maken van zijn inzage- en blokkeringsrecht als bedoeld in art. 7:464 lid 2 onder b BW en, indien de heer [eiser] als eerste kennis wenst te nemen van het deskundigenrapport, een concept van dat rapport aan de heer [eiser] (eventueel onder gesloten couvert via zijn advocaat) moet toesturen en de heer [eiser] daarbij een termijn van twee weken moet bieden om aan te geven of hij gebruik wil maken van zijn blokkeringsrecht (waarbij de heer [eiser] zich van commentaar op het concept moet onthouden),

- dat, indien de heer [eiser] binnen die termijn mededeelt gebruik te maken van zijn blokkeringsrecht, de deskundige de werkzaamheden onmiddellijk moet staken en dit aan de rechtbank moet mededelen,

- dat, indien de heer [eiser] geen gebruik maakt van zijn inzage- of blokkeringsrecht, de deskundige het concept van het deskundigenrapport aan de advocaten van partijen moet toezenden

- 4.12. bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,

overige bepalingen

4.13. bepaalt dat de zaak op de parkeerrol zal komen van 3 oktober 2012,

4.14. draagt de griffier op de zaak op een eerdere rol te plaatsen:

- indien het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken of

- na ontvangst ter griffie van het deskundigenbericht: voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van de heer [eiser] op een termijn van vier weken,

4.15. verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad,

4.16. houdt iedere verdere beslissing aan,

in de zaak in vrijwaring

4.17. bepaalt dat de zaak op de parkeerrol zal komen van 3 oktober 2012,

4.18. houdt iedere verdere beslissing in de vrijwaringszaak aan in afwachting van het deskundigenbericht.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Rietveld en in het openbaar uitgesproken op 1 februari 2012.