Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BV1551

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
19-01-2012
Datum publicatie
23-01-2012
Zaaknummer
788851
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Incassovordering. Artikel 6:43 BW. Een deurwaarder incasseert meerdere vorderingen van verschillende schuldeisers bij een en dezelfde debiteur. De debiteur betaalt een bedrag zonder aan te geven welke vordering zij beoogt te betalen. Artikel 6:43 BW geeft de bevoegdheid tot toerekening van een betaling indien de shuldenaar niet aanwijst op welke verbintenis de betaling betrekking heeft. Deze mogelijkheid bestaat echter alleen bij twee of meer verbintenissen jegens een en dezelfde schuldeiser. Dat de deurwaarder vorderingen voor meerdere schuldeisers incasseert maakt echter niet dat deze vorderingen als verbintenissen jegens een en dezelfde schuldeiser mogen worden beschouwd. Het was niet aan de deurwaarder om de betaling toe te rekenen. De deurwaarder had bij de debiteur moeten navragen welke vordering zij beoogde te betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2012/63

Uitspraak

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH

Sector Kanton, locatie 's-Hertogenbosch

Zaaknummer : 788851

Rolnummer : 11-9797

Uitspraak : 19 januari 2012

in de zaak van:

DE FRIESLAND ZORGVERZEKERAAR N.V., rechtsopvolger onder algemene titel van O.W.M. DE FRIESLAND ZORGVERZEKERAAR U.A.

gevestigd te Leeuwarden,

eiseres,

gemachtigde: de Landelijke Associatie van Gerechtsdeurwaarders (LAVG),

t e g e n :

[gedaagde],

wonende te [adres],

gedaagde,

procederend in persoon.

1. De procedure

Eiseres heeft bij dagvaarding gesteld en gevorderd als na te melden. Gedaagde is in rechte verschenen en heeft een conclusie van antwoord genomen. Vervolgens is een comparitie van partijen gehouden, waar partijen zijn verschenen. Eiseres heeft zich doen vertegenwoordigen door mevrouw Van Hellenberg van de LAVG. Daarna is vonnis bepaald. Onder de genoemde processtukken bevinden zich tevens de in die stukken nader aangeduide producties.

Partijen zullen verder worden aangeduid als 'De Friesland' en '[gedaagde]'.

2. Het geschil

2.1. De Friesland vordert betaling van € 644,44, te vermeerderen met rente en kosten als vermeld in de dagvaarding.

De Friesland legt daaraan het volgende ten grondslag.

[gedaagde] heeft met De Friesland een ziektekostenverzekeringsovereenkomst gesloten. De Friesland heeft voor [gedaagde] notavergoedingen, dan wel betalingen verricht ten bedrage van € 513,77. Dit bedrag valt onder het eigen risico van [gedaagde], waardoor De Friesland nog een bedrag van [gedaagde] te vorderen heeft van € 513,77. Daarnaast moet betaald worden incassoprovisie ad € 150,-- te vermeerderen met BTW. Op de vordering kan € 40,21 in mindering worden gebracht.

2.2. [gedaagde] heeft, kort weergegeven, het volgende verweer gevoerd.

Ik heb, vóór het uitbrengen van de dagvaarding, betaald.

3. De beoordeling

3.1. Tussen partijen staat vast dat [gedaagde] op 16 augustus 2011 een bedrag van € 700,-- heeft overgemaakt op de bankrekening van de incasso deurwaarder. [gedaagde] heeft op 20 augustus 2011 nog een bedrag van € 40,21 op diezelfde bankrekening over gemaakt.

[gedaagde] heeft geen kenmerk vermeld bij haar overboekingen. Bij brief van 18 juli 2011 was aan [gedaagde] medegedeeld dat zij het bedrag van € 740,21 moest betalen. De dagvaarding is uitgebracht op 11 oktober 2011.

3.2. Ter zitting heeft de vertegenwoordiger van de deurwaarder verklaard dat bij dit deurwaarderskantoor nog een andere incassoprocedure jegens [gedaagde] liep. Dit betrof een vordering van een andere crediteur. De deurwaarder heeft de betaling van € 700,-- op deze andere vordering in mindering gebracht. Naar de mening van de vertegenwoordiger van de deurwaarder staat het de deurwaarder vrij om, als de debiteur niet aangeeft op welke vordering de betaling betrekking heeft, deze af te boeken op een vordering naar keuze van de deurwaarder. De deurwaarder stuurt geen bevestiging van betaling aan de debiteur en deelt in gevallen zoals de onderhavige niet aan de debiteur mede op welke vordering de betaling in mindering is gebracht.

3.3. De kantonrechter is van oordeel dat er geen rechtsregel is, op grond waarvan de deurwaarder mag kiezen op welke bij hem in behandeling zijnde vorderingen een betaling door een debiteur wordt afgeboekt. Artikel 6:43 lid 2 BW geeft de bevoegdheid tot toerekening van een betaling indien de schuldenaar niet aanwijst op welke verbintenis de betaling betrekking heeft. Deze mogelijkheid bestaat echter alleen bij twee of meer verbintenissen jegens een zelfde schuldeiser. Dat de deurwaarder vorderingen voor meerdere schuldeisers incasseert, maakt echter niet dat deze vorderingen als verbintenissen jegens een en dezelfde schuldeiser mogen worden beschouwd.

Het had op de weg van de deurwaarder gelegen aan [gedaagde] te vragen welke vordering zij beoogde te betalen. Nu de deurwaarder dit heeft nagelaten en [gedaagde] bij eerste gelegenheid heeft aangegeven dat de betaling van € 740,21 betrekking had op de vordering van De Friesland, wordt zij geacht die vordering te hebben voldaan en wel voordat de dagvaarding werd uitgebracht.

De vordering van De Friesland wordt derhalve afgewezen.

3.4. Als in het ongelijk gestelde partij wordt De Friesland veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] gevallen.

4. De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt De Friesland in de kosten van deze procedure aan de zijde van [gedaagde] gevallen en tot op heden begroot op nihil.

Aldus gewezen door mr. P.A.M. Penders, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 januari 2012, in tegenwoordigheid van de griffier.

Zaaknummer: 788851 CV EXPL 11-9797 blad 2

vonnis