Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2011:BU9339

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
28-12-2011
Datum publicatie
28-12-2011
Zaaknummer
01/825421-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling terzake verkrachting meermalen gepleegd, poging zware mishandeling en mishandeling van zijn levensgezel.

Recidive binnen de proeftijd. Verdachte wenst geen medewerking te verlenen aan onderzoek geestvermogens. De ernst van de feiten, de (herhaalde) recidive en de proceshouding van verdachte maken dat het accent bij de bestraffing ligt op vergelding en beveiliging. De rechtbank legt 8 jaar gevangenisstraf op (na een eis van 6 jaar).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/825421-11

Parketnummer vordering: 10/650127-06

Datum uitspraak: 28 december 2011

Vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:[verdachte]verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961,

thans gedetineerd te: P.I. HvB Grave (Unit A + B).

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 2 november 2011 en 14 december 2011.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte/veroordeelde naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 7 oktober 2011. Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 14 december 2011 is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat (een kopie van de vordering aanpassing omschrijving tenlastelegging in aangehecht, bijlage 1) :

1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de peridode van 1 augustus 2011 tot en met 6 augustus 2011 te Mierlo, gemeente Geldrop-Mierlo, (telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende verdachte die [slachtoffer 1] (telkens) gedwongen te dulden dat verdachte zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of in de mond van die [slachtoffer 1] duwde/bracht, en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- die [slachtoffer 1] meermalen, althans éénmaal heeft gestompt en/of geslagen op/tegen in het gezicht en/of het hoofd en/of het lichaam en/of

- die [slachtoffer 1] meermalen, althans éénmaal (met kracht) aan haar haren heeft getrokken en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] door de woning over de grond heeft getrokken en/of

- zijn, verdachtes penis, meermalen, althans éénmaal met kracht en/of onverhoeds in de vagina en/of de mond van die [slachtoffer 1] heeft geduwd en/of

- die [slachtoffer 1] meermalen, althans éénmaal heeft geslagen met een touw op haar vagina en/of bil(len) en/of haar lichaam en/of

- tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat ze naar hem, verdachte, moest luisteren en/of hem moest gehoorzamen en/of

- die [slachtoffer 1] (met kracht) bij haar hoofd en/of haar haar heeft vastgepakt en/of (vervolgens) haar hoofd naar zijn, verdachtes, penis heeft geduwd/gebracht en/of

- die [slachtoffer 1] heeft gedreigd haar hond kapot te maken en/of pijn aan te doen en/of

- die [slachtoffer 1] heeft vastgepakt en/of over een tafel heen heeft geduwd en/of met kracht en/of onverhoeds haar benen heeft gespreid en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] met een touw heeft geslagen op/tegen haar anus en/of vagina en/of billen en/of lichaam

en/of (aldus) voor die [slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

(artikel 242 Wetboek van Strafrecht);

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2011 tot en met 2 augustus 2011 te Mierlo, gemeente Geldrop-Mierlo, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven, met dat opzet een touw/strop om die nek/hals van de [slachtoffer 1] heeft gedaan en/of (vervolgens) dat/die touw/strop (met kracht) heeft aangetrokken (gehouden), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf

niet is voltooid;

(artikel 287 jo 45 Wetboek van Strafrecht)

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2011 tot en met 2 augustus 2011 te Mierlo, gemeente Geldrop-Mierlo, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan zijn levensgezel, althans aan een persoon genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet een touw/strop om de nek/hals van die [slachtoffer 1] heeft gedaan en/of (vervolgens) dat/die touw/strop (met kracht) heeft aangetrokken (gehouden), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 302 jo 304 jo 45 Wetboek van Strafrecht)

3.

hij op of omstreeks 06 mei 2011 te Helmond ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan zijn levensgezel, althans aan een persoon genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer 1] meermalen, althans éénmaal (met kracht) met haar hoofd tegen een lantaarnpaal heeft geslagen en/of op/tegen/in het gezicht en/of het hoofd heeft gestompt en/of geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 302 jo 304 jo 45 Wetboek van Strafrecht)

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 06 mei 2011 te Helmond opzettelijk mishandelend zijn levensgezel, althans een persoon, te weten [slachtoffer 1], meermalen, althans éénmaal (met kracht) met haar hoofd tegen een lantaarnpaal heeft geslagen en/of op/tegen/in het gezicht en/of het hoofd heeft gestompt en/of geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

(artikel 304 jo 300 Wetboek van Strafrecht).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De vordering na voorwaardelijke veroordeling.

De zaak met parketnummer 10/650127-06 is aangebracht bij vordering van 6 december 2011. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de meervoudige strafkamer van de arrondissementsrechtbank te Rotterdam d.d. 18 juni 2008. Een kopie van de vordering is aan dit vonnis gehecht.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan ten aanzien van feit 3.

In het kader van de leesbaarheid van dit vonnis zal de rechtbank eerst toekomen aan bespreking van feit 3.

Vaststaande feiten.

Op 6 mei 2011 te Helmond is aangeefster [slachtoffer 1] door verdachte, met wie zij samenwoonde, met kracht tweemaal met een vuist in haar gezicht gestompt. Zij ondervond daarvan pijn.1 Ter zitting heeft de rechtbank waargenomen op een foto van aangeefster dat zij een blauw oog heeft opgelopen.2 Verdachte heeft erkend dat hij zijn levensgezel [slachtoffer 1] twee stevige klappen heeft gegeven.3

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht dit feit wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging acht bewezen dat verdachte eenmaal tegen het hoofd van [slachtoffer 1] heeft geslagen.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank spreekt verdachte vrij van het slaan met het hoofd van [slachtoffer 1] tegen een lantaarnpaal. De onafhankelijke getuige [getuige 1] heeft verklaard dat zij zag dat de kale man (de rechtbank begrijpt: verdachte) met volle kracht en met gebalde vuist in het gezicht sloeg van de vrouw (de rechtbank begrijpt: aangeefster).4 Zij heeft niets verklaard over slaan met het hoofd tegen een lantaarnpaal. Laatstgenoemde geweldshandeling is geëigend om zwaar lichamelijk letsel toe te brengen en kan naar de uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als te zijn gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Omdat de rechtbank niet bewezen acht dat verdachte een dergelijke geweldshandeling heeft gepleegd, dient hij van de primair tenlastegelegde poging tot zware mishandeling worden vrijgesproken.

Gelet op de aangifte van het slachtoffer, het waargenomen letsel en de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting, acht de rechtbank de subsidiair tenlastegelegde mishandeling bewezen zoals na te melden.

De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan ten aanzien van feit 1 en 2.

Vaststaande feiten.

In de periode van 1 augustus 2011 tot en met 6 augustus 2011 te Mierlo, gemeente Geldrop-Mierlo, heeft verdachte seks gehad met [slachtoffer 1]. Verdachte is op tijdstippen in die periode met zijn penis in haar mond en vagina geweest. Verdachte heeft aangeefster met een touw op haar lichaam geslagen.5

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht feit 1 en 2 primair bewezen.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor beide feiten. De verdachte zou op verzoek van aangeefster in het kader van SM haar hebben geslagen met het touw en de striemen in de hals zouden zijn ontstaan toen verdachte haar t-shirt stuk trok tijdens de ruwe seks.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank houdt rekening met de navolgende bewijsmiddelen.

Daar waar de naam '[verdachte]' werd gebezigd is deze vervangen door 'verdachte'. Uit het verhandelde ter zitting is duidelijk gebleken dat met de persoon met de naam [verdachte], verdachte wordt bedoeld. De verdediging heeft dit ter zitting niet betwist.

De verklaring van [slachtoffer 1] op 6 augustus 2011.6 Hierin verklaarde zij - zakelijk weergegeven - onder meer het volgende.

Ik doe aangifte van verkrachting gepleegd te Mierlo op (adres). Op maandag 1 augustus 2011 mishandelde verdachte mij. Ik moest tegen mijn zin in seksuele handelingen doen. Ik zag dat verdachte een stuk touw pakte en hierin knopen legde. Verdachte pakte mij beet en duwde mij de woonkamer in. Hij duwde mij tegen de eetkamer (de rechtbank begrijpt: eetkamertafel) aan zodat ik krom stond. Hij sloeg mij opzettelijk en met kracht overal met het touw, op mijn kont, binnenkant benen en vagina. Ik ondervond hiervan heel veel pijn. Verdachte draaide mijn hoofd om en ik voelde dat hij het touw om mijn hals legde. Ik voelde pijn in mijn hals en kon bijna niet slikken.

Van de dagen erna herinner ik mij niet veel meer. Ik durfde niets meer te doen, bang dat ik iets verkeerd deed. Ik werd regelmatig geslagen en gedwongen tot sex. Op 6 augustus 2011 werd ik wakker van een klap tegen mijn been. Ik zag en voelde dat verdachte mij opzettelijk en met kracht met zijn rechter platte hand rechts en links in mijn gezicht sloeg. Ik ondervond hiervan heel veel pijn.

Omstreeks 15:19 uur ben ik het huis uitgegaan. Ik ben naar de politie gegaan om aangifte te doen.

Korte opmerking verbalisant: Ik verbalisant heb foto's gemaakt van de striemen om haar hals en van haar benen en billen.

De verklaring van [slachtoffer 1] op 8 augustus 2011.7 Hierin verklaarde zij - zakelijk weergegeven - onder meer het volgende.

Van maandag 1 augustus 2011 op dinsdag 2 augustus 2011 zijn verdachte en ik een avondje in de kroeg geweest. Toen we thuiskwamen in Mierlo heeft verdachte mij met grof geweld op de bank gezet. Ik moest me uitkleden van verdachte en mocht alleen mijn rokje en bh aanhouden. Ik zei dat ik dat niet wilde doen en hij begon mij te slaan met zijn vlakke hand, overal op mijn gezicht. Hij sloeg mij zeker zes keer op mijn hoofd. Ik raakte een beetje beduusd van de klappen. Ik moest met mijn rug recht tegen de bankleuning aan gaan zitten en mijn benen uit elkaar doen. Verdachte zat op het voeteneind van het bed en haalde een stuk touw tevoorschijn. Dat touw herkende ik niet. Het was een dik gevlochten touw. Verdachte sloeg mij met het touw op mijn armen, benen, rug, vagina, billen en anus. Hij sloeg mij ontelbaar vaak en zei dat ik moest luisteren en gehoorzamen. Ik moest "ja meester nee meester" zeggen. Hij pakte mij hardhandig bij mijn haren en draaide mij om zodat mijn billen in de richting van verdachte waren en sloeg mij met het touw op de billen en anus. Verdachte pakte mij toen bij mijn haren vast en zette mij op mijn knieën zodat mijn mond ter hoogte van zijn penis kwam. Ik moest hem toen pijpen op commando. Verdachte pakte mijn hoofd met twee handen vast en zette af met zijn benen. Hij propte zijn hele penis in mijn strot totdat ik moest overgeven en geen lucht meer kreeg. Verdachte werd toen boos op mij en sleepte mij naar de eetkamertafel en duwde mij voorover over de tafel met mijn buik met mijn kont naar achteren en mijn benen gespreid. Verdachte sloeg met het touw tegen mijn anus, vagina, billen, bovenbenen, rechterheup en rug. Verdachte heeft mij toen weer op mijn knieën gezet en ik moest hem weer pijpen totdat ik moest overgeven.

Verdachte heeft mij toen weer bij mijn haren opgepakt en mijn kont op de eettafel gezet en heeft toen met grof geweld zijn penis in mijn vagina gestopt. Nadat hij was klaargekomen, heeft hij mij van tafel gedraaid. [verdachte] pakte toen het touw en deed dit om mijn nek en trok het hard aan. Ik heb geschreeuwd, gegild, gevloekt en getierd. Ik werd weer op de bank gezet en moest verdachte toen weer pijpen terwijl hij mijn haren vasthield en veel kracht zette. Ik moest toen weer overgeven. Hij zei dat hoertjes die het slecht met hem voorhadden geen respect meer van hem krijgen en dat hij daarmee doet wat hij wil. Ik heb gesmeekt en om genade gevraagd maar dat hielp niet.

Ik werd weer bij mijn haren vastgepakt. Hij ging op bed zitten en trok mijn benen onder het bed zodat ik weer met mijn mond bij zijn penis zat. Ik moest hem weer pijpen totdat hij klaar kwam. Toen hij was klaargekomen, heeft hij mij nog een maal met vlakke hand in mijn gezicht geslagen, is omgedraaid en gaan slapen.

Ik heb die nacht onder dwang van [verdachte] op een briefje moeten schrijven dat [verdachte] mij niet heeft mishandeld en alle seksuele handelingen vrijwillig zijn geweest.

Op woensdag 3 augustus 2011 hebben wij ook vaginale seks gehad. Dat was niet echt vrijwillig, maar wel met minder geweld waardoor ik het beter over me heen kon laten komen. Verdachte pakte me bij mijn hoofd en duwde dat naar beneden en trok mijn kont naar achteren. Hij trok mijn string van mijn lijf. Verdachte deed wat speeksel op zijn penis en ramde hem in mijn vagina. Hij is toen in mij klaargekomen. Ik had me hier aan overgegeven. Ik had wel kunnen vechten maar dan was het toch gebeurd en zou ik nog meer pijn hebben. Daarna heb ik hem weer moeten pijpen. Hij pakte me met twee handen bij mijn haren en maakte de bewegingen en haalde flink uit zodat zijn hele penis in mijn keel kwam. Hij is toen klaargekomen in mijn mond en ik moest dat wegslikken want anders zou er bewijs zijn.

Donderdagavond (de rechtbank begrijpt: donderdag 4 augustus 2011) heb ik een paar keer klappen van verdachte gehad met zijn vlakke hand in mijn gezicht.

Op vrijdag (de rechtbank begrijpt: vrijdag 5 augustus 2011) heb ik een paar klappen met de vlakke hand op mijn gezicht gekregen. Verdachte pakte mij bij mijn strot en kneep hem dicht. Dat duurde zolang dat ik vlekken voor mijn ogen zag en toen liet hij los. Ook heb ik hem even moeten pijpen, voordat ik weg mocht gaan.

De medische informatie d.d. 7 augustus 2011 betreffende (slachtoffer) Hieruit blijkt - zakelijk weergegeven - onder meer het volgende.

Het uitwendig waargenomen letsel: in de hals een tweetal striemen met daaromheen hematomen van oudere datum, drukpijn aan de voorzijde van de nek, een ouder hematoom op de linkerborst, linkerpols en het linkerbeen.

Een proces-verbaal sporenonderzoek van bevindingen van de forensische opsporing d.d. 15 augustus 2011.9 Hieruit blijkt ondermeer dat de letsels van aangeefster [slachtoffer 1] door onderzoekers van de Forensische Technische Ondersteuning zijn gefotografeerd. Bij het fotograferen werd tevens gebruik gemaakt van een forensische lichtbron om onderhuids letsel beter zichtbaar te maken. Er zijn letsels waarneembaar aan de neus, de hals, de linkerborst, de rechterborst, linkerpols/onderarm, de binnenzijde van het linkerbovenbeen en de binnenzijde van het rechterbovenbeen, de buitenzijde van de linker- en rechterbil, de rechterknie, het rechteronderbeen en de wreef van zowel de linker- als rechtervoet.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 augustus 201110 waaruit blijkt dat verbalisanten op aanwijzen van [slachtoffer 1] een stuk touw in de woning van verdachte en aangeefster aantreffen. Het touw lag in een kast in de kamer naast het bed. Het touw is inbeslaggenomen en gefotografeerd.11 Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat dit het touw betreft waarmee hij aangeefster heeft geslagen.12

Verdachte heeft een deel van de tenlastegelegde handelingen erkend, waaronder de seksuele handelingen zoals omschreven in de tenlastelegging. Volgens verdachte heeft hij echter enkel geweld gebruikt op verzoek van aangeefster in het kader van ruwe seks. Hij heeft geen touw om de nek/hals van [slachtoffer 1] gedaan. Hij heeft slechts geslagen met het touw en heeft haar daarbij geraakt op haar vagina, haar billen en borsten. Het letsel in haar nek/hals is veroorzaakt doordat verdachte een t-shirt van haar lijf heeft getrokken, terwijl zij voorover gebukt op een tafel lag. Verdachte stelt ook al eerder ruwe seks met aangeefster gehad te hebben.13

De rechtbank heeft de verklaringen van aangeefster slechts tot bewijs gebezigd waar deze in voldoende mate worden ondersteund door andere bewijsmiddelen.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte geen passende verklaring heeft kunnen geven voor het feit dat aangeefster na de periode van 1 augustus 2011 tot en met 6 augustus 2011 aangifte heeft gedaan, terwijl zij volgens verdachte al eerder ruwe seks hebben gehad. De verklaring die verdachte geeft voor het aangifte doen door aangeefster, namelijk dat zij schulden had gemaakt, kan de rechtbank niet volgen. Voorts vindt de rechtbank het vreemd dat in augustus 2011 een schriftelijke verklaring tussen verdachte en aangeefster is opgesteld ten aanzien van de vrijwilligheid van de ruwe seks, omdat de verdachte dat ter voorkoming van een mogelijke strafvervolging wilde, terwijl volgens hem al vanaf het begin van hun relatie vele maanden eerder sprake is van "ruwe" seks.

Het komt de rechtbank ook vreemd voor dat een dergelijke schriftelijke verklaring wordt opgesteld als de bij de seksuele handelingen gepaard gaande geweldshandelingen in onderlinge overleg worden afgesproken en uitgevoerd.

Verdachte heeft verklaard dat hij regelmatig met [getuige 2] heeft besproken dat hij moeite had met het slaan van aangeefster was en hoe hiermee om te gaan.14 Getuige [getuige 2] heeft daarover echter anders verklaard. [getuige 2] heeft verklaard dat hij niet zoveel wist van de seksuele relatie tussen aangeefster en verdachte en daarover niet met verdachte sprak.15 Dit tast naar het oordeel van de rechtbank de betrouwbaarheid van de verklaring van verdachte aan. Daarbij neemt de rechtbank mede in aanmerking dat de verklaring van verdachte voor het geconstateerde letsel moeilijk te verenigen is met de ernst en omvang van het letsel. Met name is het letsel moeilijk te rijmen met de verklaring dat hij "uitsluitend" geslagen heeft met een touw; dergelijk geweld zou eerder leiden tot striemen.

De rechtbank komt tot het oordeel dat sprake is geweest van fors geweld jegens aangeefster (zie ook de overwegingen met betrekking het derde ten laste gelegde feit). Zij heeft aanzienlijke letsels opgelopen en de rechtbank acht het onaannemelijk dat dergelijk geweld op haar verzoek door verdachte is uitgeoefend. Door dit geweld is aangeefster gedwongen om de seksuele handelingen (orale en vaginale penetratie) te ondergaan. Bovendien is verdachte gelet op een eerdere veroordeling in staat gebleken geweld uit te oefenen tegen een (ex-)relatie en vervolgens die persoon te dwingen tot seksuele handelingen. Deze eerdere zaak vertoont zekere gelijkenis met deze zaak.

Ten aanzien van feit 2 overweegt de rechtbank nog als volgt.

De rechtbank acht het, gelet op het sporenbeeld in de nek/hals van aangeefster, onaannemelijk dat het waargenomen en vastgestelde letsel is veroorzaakt door het kapot scheuren van een t-shirt, zoals door verdachte is gesteld. De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van aangeefster aanmerkelijk beter past bij het sporenbeeld, namelijk dat verdachte een touw om haar nek/hals heeft gedaan en heeft aangetrokken. Het bij aangeefster waargenomen en vastgestelde letsel en de daarbij behorende sporen komen veeleer overeen met de verklaring van aangeefster dan de verklaring van verdachte. Het aangetroffen letsel is zonder nadere motivering, die ontbreekt, ook niet te verenigen met het slaan met een touw daar, behoudens in de nek/hals, geen striemen zijn aangetroffen hetgeen wel in de rede ligt bij het slaan met een touw.

Aangeefster heeft ook verklaard, dat verdachte een strop om haar nek/hals heeft gedaan en deze strop hard aantrok. Zij verklaarde dat zij hierdoor geen adem kon halen en dat het zwart voor haar ogen werd. De rechtbank dient te beoordelen of ook dit gedeelte van haar verklaring met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld. Het letsel in de nek wijst mogelijk op snoerend of samendrukkend geweld. In het dossier ontbreekt echter een deskundigenrapport of ander bewijsmiddel op grond waarvan een dergelijke verstrekkende conclusie kan volgen. Om die reden zal de rechtbank verdachte vrijspreken van de aan hem onder feit 2 primair tenlastegelegde poging tot doodslag.

De rechtbank stelt vast dat uit het sporenbeeld volgt dat geweld is uitgeoefend op de halsstreek van aangeefster door middel van een touw. Ook uit de medische verklaring blijkt dat aangeefster melding maakt van drukpijn in de halsstreek hetgeen bevestigt dat geweld is uitgeoefend op de halsstreek. De halsstreek is een kwetsbaar gebied van het lichaam nu daar (vitale) bloedvaten lopen en de luchtpijp zich er bevindt. De halsstreek is zeer gevoelig voor samendrukking waardoor grote schade aan het lichaam kan worden toegebracht. Verdachte moet dit ook hebben geweten. Door aldus geweld uit te oefenen op de halsstreek van aangeefster heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank welbewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat zijn handelen zwaar lichamelijk letsel tot gevolg zou hebben. De rechtbank acht daarom de onder feit 2 subsidiair tenlastegelegde poging tot zware mishandeling bewezen.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

1.

op tijdstippen in de periode van 1 augustus 2011 tot en met 6 augustus 2011 te Mierlo, gemeente Geldrop-Mierlo, telkens door geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het

ondergaan van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende verdachte die [slachtoffer 1] telkens gedwongen te dulden dat verdachte zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of in de mond van die [slachtoffer 1] duwde, en bestaande dat geweld hierin dat verdachte

- die [slachtoffer 1] meermalen heeft geslagen in het gezicht en/of het hoofd en/of het lichaam en

- zijn, verdachtes penis, meermalen, met kracht in de vagina en/of de mond van die [slachtoffer 1] heeft geduwd en

- die [slachtoffer 1] meermalen heeft geslagen met een touw op haar vagina en/of billen en/of haar lichaam en

- tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat ze naar hem, verdachte, moest luisteren en hem moest gehoorzamen en

- die [slachtoffer 1] (met kracht) bij haar hoofd en haar haar heeft vastgepakt en (vervolgens) haar hoofd naar zijn, verdachtes, penis heeft geduwd/gebracht en

- die [slachtoffer 1] heeft vastgepakt en over een tafel heen heeft geduwd en met kracht haar benen heeft gespreid en vervolgens die [slachtoffer 1] met een touw heeft geslagen tegen haar anus en/of vagina en/of billen en/of lichaam

2.

in de periode van 1 augustus 2011 tot en met 2 augustus 2011 te Mierlo, gemeente Geldrop-Mierlo, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan zijn levensgezel, genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet een touw om de nek/hals van die [slachtoffer 1] heeft gedaan en (vervolgens) dat touw (met kracht) heeft aangetrokken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

op 06 mei 2011 te Helmond opzettelijk mishandelend zijn levensgezel, [slachtoffer 1], meermalen (met kracht) in het gezicht en/of het hoofd heeft gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft ten aanzien van feit 1, feit 2 primair en feit 3 primair het volgende geëist:

*gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren met aftrek van het voorarrest;

*gedeeltelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] tot een bedrag van € 3049,75 met daarbij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en het overig gevorderde (kosten tandprothese à € 181,90) niet-ontvankelijk te verklaren;

*toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf onder parketnummer 10/650127-06.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft bepleit dat de strafeis te hoog is en aanzienlijk gematigd moet worden gelet op slechts bewezenverklaring van feit 3. Het voorarrest heeft lang genoeg geduurd en de raadsman heeft de rechtbank verzocht de voorlopige hechtenis van zijn cliënt op te heffen.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank in het nadeel van verdachte rekening houden met het volgende.

Verdachte heeft zijn vriendin meermalen op grove wijze en met toepassing van fors geweld verkracht. Ook heeft hij haar mishandeld. Hij heeft hiermee een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer in een huiselijke omgeving waar zij zich veilig waande. De bewezenverklaarde feiten moeten voor het slachtoffer een uitermate schokkende en beangstigende ervaring zijn geweest, hetgeen ook blijkt uit haar ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaring. Blijkens de schriftelijke slachtofferverklaring ondervindt het slachtoffer [slachtoffer 1] nog altijd de negatieve gevolgen van hetgeen haar door verdachte is aangedaan.

Verdachte werd terzake van verkrachting blijkens een hem betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 14 november 2011 reeds twee keer eerder veroordeeld. Voorts is verdachte al meermalen veroordeeld voor geweldsmisdrijven. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij onderhavige feiten heeft gepleegd in de proeftijd van een eerdere veroordeling voor (onder andere) verkrachting nadat hij pas zeer recent in vrijheid was gesteld. Feit 3 heeft verdachte zelfs gepleegd tijdens zijn eerste proefverlof van de detentie voor deze eerdere verkrachtingszaak.

De rechtbank heeft acht geslagen op de weigerachtige houding van verdachte om medewerking te verlenen aan het opmaken van een rapport over zijn persoonlijkheid, terwijl daar, gelet op de ernstige misdrijven waarvoor hij is veroordeeld en thans weer terechtstaat, wel alle aanleiding toe bestaat. De weigering van verdachte om aan het opmaken van een rapportage mee te werken heeft als gevolg dat rapporteurs geen verantwoorde gedragskundige uitspraken kunnen doen over eventuele problemen of stoornissen op het seksuele vlak, de persoonlijkheid of over de agressiehuishouding van verdachte. De rechtbank zal zich daarom een beeld van verdachte moeten vormen aan de hand van de wel in het strafdossier beschikbare gegevens, alsmede aan de hand van de houding van verdachte ter zitting. Wat betreft dit laatste heeft verdachte ter zitting met betrekking tot het tenlastegelegde geen openheid van zaken gegeven. Verdachte is vol blijven houden dat hij de geweldshandelingen op verzoek van het slachtoffer heeft gepleegd en daarmee geen verantwoordelijkheid genomen voor zijn daden, alsmede geen blijk gegeven van enig probleeminzicht. Voorts is de rechtbank van oordeel dat gelet op de eerdere veroordelingen en de onderhavige strafzaak een groot gevaar voor herhaling bestaat.

De rechtbank spreekt verdachte vrij van het hem onder feit 2 primair en feit 3 primair tenlastegelegde. Dit heeft echter naar het oordeel van de rechtbank geen strafmatigende werking.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving uitsluitend kan worden volstaan met het opleggen van een langdurige gevangenisstraf. De rechtbank zal een zwaardere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de gevorderde straf de ernst van het bewezen verklaarde onvoldoende tot uitdrukking brengt. Een langdurige gevangenisstraf heeft tevens tot gevolg dat de maatschappij tijdens de detentie van verdachte beveiligd wordt tegen nieuwe feiten van verdachte.

De situatie als bedoeld in artikel 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering doet zich niet voor. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een vervroegde uitspraak ter zake de voorlopige hechtenis in de onderhavige strafzaak.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1].

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, de volgende onderdelen van de vordering te weten immateriële schadevergoeding € 5000,- en materiële schadevergoeding de post reiskosten € 49,75.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de post kosten tandprothese (materiële schade), aangezien niet met zekerheid vastgesteld kan worden in hoeverre sprake is van rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade. De benadeelde partij kan dit onderdeel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 10/650127-06.

De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd aan een soortgelijk strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bijzondere omstandigheden die aan de tenuitvoerlegging in de weg staan zijn niet aanwezig. De rechtbank zal dan ook de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 45, 57, 242, 300, 302 en 304 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder feit 2 primair en onder feit 3 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1:

verkrachting, meermalen gepleegd

T.a.v. feit 2 subsidiair:

poging tot zware mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn levensgezel

T.a.v. feit 3 subsidiair:

mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn levensgezel

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar en legt op de volgende straf(fen) en/of maatregel(en).

T.a.v. feit 1, feit 2 subsidiair, feit 3 subsidiair:

* Gevangenisstraf voor de duur van 8 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht

* Maatregel van schadevergoeding van EUR 5049,75 subsidiair 60 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] van een bedrag van EUR 5049,75 (zegge: vijfduizendnegenenveertig euro en vijfenzeventig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 60 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van EUR 5000,- immateriële schadevergoeding en EUR 49,75 materiële schadevergoeding (post reiskosten).

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij :

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], van een bedrag van EUR 5049,75 (zegge: vijfduizendnegenenveertig euro en vijfenzeventig cent), te weten EUR 5000,- immateriële schadevergoeding en EUR 49,75 materiële schadevergoeding (post reiskosten).

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering (post kosten tandprothese) niet ontvankelijk is.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling:

Last tot tenuitvoerlegging van de straf, voorzover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de meervoudige strafkamer in de arrondissementsrechtbank te Rotterdam d.d. 18 juni 2008, gewezen onder parketnummer 10/650127-06, te weten: een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. drs. W.A.F. Damen, voorzitter,

mr. J.G. Vos en mr. C. Schollen - Den Besten, leden,

in tegenwoordigheid van mr. I.J.A.M. Balemans-Jongeneelen, griffier,

en is uitgesproken op 28 december 2011.

1 Dossier regiopolitie Brabant Zuid-Oost, afdeling Helmond-West, dossiernummer 2011065383, sluitingsdatum 12 juli 2011, 55 blz. (hierna: PV2), aangifte [slachtoffer 1], p. 28-34.

2 PV2, foto letsel [slachtoffer 1], p. 42-44.

3 P-v terechtzitting d.d. 14 december 2011, verklaring verdachte.

4 PV2, verklaring getuige [getuige 1], p. 45-47.

5 Dossier regiopolitie Brabant Zuid-Oost, gezamenlijke recherche Valkenswaard, registratienummer PL 2233 2011116514, sluitingsdatum 8 september 2011, 128 blz. (hierna: PV1), aangifte [slachtoffer 1], p. 40-52 en p-v terechtzitting d.d. 14 december 2011, verklaring verdachte.

6 PV1, aangifte [slachtoffer 1], p. 26-31 met bijlagen: foto's.

7 PV1, aangifte [slachtoffer 1], p. 40-52.

8 PV1, aanvraagformulier medische informatie, p. 84.

9 PV1, proces-verbaal van bevindingen, p. 106-107, inclusief bijbehorende foto's p. 109-120.

10 PV1, proces-verbaal van bevindingen, 58.

11 PV1, proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming, 103 en foto op p. 121.

12 P-v terechtzitting d.d. 14 december 2011, verklaring verdachte.

13 P-v terechtzitting d.d. 14 december 2011, verklaring verdachte.

14 PV1, verklaring verdachte, p. 79-82 met name p. 80.

15 PV1, verklaring [getuige 2], p. 73-78 met name p. 76.