Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2011:BU8623

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
23-12-2011
Datum publicatie
23-12-2011
Zaaknummer
01/825420-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld voor jeugdprostitutie. Verdachte wordt daarvoor veroordeeld tot een gevangenisstraf van 217 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar onder de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht. Weliswaar is verdachte eerder voor soortgelijke feiten veroordeeld, maar verdachte wordt voor het nu bewezen verklaarde feit als verminderd toerekeningsvatbaar beschouwd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/825420-11

Parketnummer vordering: 01/82090408

Datum uitspraak: 23 december 2011

Verkort vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1944,

wonende te [woonplaats], [adres],

thans gedetineerd te: P.I. Vught - Nieuw Vosseveld 2 GEV.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 2 november 2011 en 12 december 2011.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte/veroordeelde naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 7 oktober 2011.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2011 tot en met 03 augustus 2011

te Eindhoven meermalen, althans eenmaal ontucht heeft gepleegd met een

persoon, genaamd [slachtoffer1] (geboren [geboortedatum] 1994), die zich beschikbaar

stelde tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen

betaling en welke persoon de leeftijd van zestien jaren maar nog niet de

leeftijd van achttien jaren had bereikt, bestaande die ontucht daarin, dat

verdachte (telkens) voornoemde [slachtoffer1] heeft afgetrokken en/of gepijpt;

(Artikel 248b Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2011 tot en met 03 augustus 2011

te Eindhoven een of meermalen door giften of beloften van geld of goed of

misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door

misleiding, te weten (telkens) de belofte van een geldbedrag, een persoon,

[slachtoffer1], geboren op [geboortedatum] 1994, waarvan verdachte wist of

redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog

niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen, te weten

aftrekken en/of pijpen, te plegen of zodanige handelingen van verdachte te

dulden;

(Artikel 240A Wetboek van Strafrecht)

2.

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2011 tot en met 03 augustus 2011

te Eindhoven, in elk geval in Nederland, één of meermalen een afbeelding en/of

een gegevensdrager, bevattende één of meer afbeeldingen van seksuele

gedragingen, bij welke vorenbedoelde afbeelding(en) (telkens) een persoon die

kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of

schijnbaar was betrokken, (telkens) heeft verspreid en/of aangeboden en/of

openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd

en/of uitgevoerd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad;

(Artikel 240b Wetboek van Strafrecht)

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De tenlastelegging is op vordering van de officier van justitie ter terechtzitting van 12 december 2011 gewijzigd. Van deze vordering is een kopie aan dit vonnis gehecht.

De vordering na voorwaardelijke veroordeling.

De zaak met parketnummer 01/82090408 is aangebracht bij vordering van 11 november 2011. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de politierechter te 's-Hertogenbosch d.d. 3 maart 2010. Een kopie van de vordering is aan dit vonnis gehecht.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewijsbeslissing.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder 2 is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte:

1. (primair)

in de periode van 01 mei 2011 tot en met 03 augustus 2011 te Eindhoven meermalen ontucht heeft gepleegd met een persoon, genaamd [slachtoffer1] (geboren [geboortedatum] 1994), die zich beschikbaar stelde tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen

betaling en welke persoon de leeftijd van zestien jaren maar nog niet de

leeftijd van achttien jaren had bereikt, bestaande die ontucht daarin, dat

verdachte telkens voornoemde [slachtoffer1] heeft afgetrokken en/of gepijpt en/of dat verdachte zich telkens door voornoemde [slachtoffer1] heeft laten aftrekken en/of pijpen;

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder feit 2 is tenlastegelegd. Ten aanzien van feit 1 eist de officier van justitie:

- een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden met aftrek waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht (behandeling GGzE/Cosa en contactverbod met [slachtoffer1]);

- volledige toewijzing van de vordering tenuitvoerlegging, zijnde een werkstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op:

a. de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan,

b. de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank enerzijds in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden ten bezware van verdachte:

- de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- verdachte werd terzake van een strafbaar feit soortgelijk aan het door hem gepleegde feit blijkens een hem betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie reeds eerder veroordeeld;

- verdachte heeft het onderhavige strafbare feit gepleegd tijdens de proeftijd van een eerdere veroordeling;

- het slachtoffer bevond zich in een afhankelijke positie ten opzichte van verdachte en was weinig weerbaar, hetgeen verdachte wist.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank anderzijds in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheid die tot matiging van de straf heeft geleid:

- uit een omtrent de geestvermogens van verdachte uitgebracht rapport door drs. M. van Heteren van 6 december 2011 blijkt, dat het door hem gepleegde strafbare feit in verminderde mate aan hem kan worden toegerekend. Dit rapport houdt onder meer zakelijk weergegeven in: "Betrokkene heeft een onrijpe persoonlijkheid met regressief afhankelijke trekken. Hij ontwikkelde op basis hiervan een schizoïde persoonlijkheidsstoornis. Betrokkene is nooit tot volle wasdom gekomen, hetgeen zich vooral uit in de relationele sfeer. In zijn sociale isolement treedt dan ook alcoholmisbruik op. Hiervan was ook sprake ten tijde van het ten laste gelegde. Geadviseerd wordt om betrokkene voor het thans ten laste gelegde, indien bewezen, verminderd toerekeningsvatbaar te achten."

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de op te leggen straf de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

Met betrekking tot een deel van de op te leggen gevangenisstraf zal de rechtbank bepalen dat dat deel van die straf niet zal worden tenuitvoergelegd mits verdachte zich tot het einde van de hierna vast te stellen proeftijd aan de voorwaarde houdt dat hij zich niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken en de hierna te melden bijzondere voorwaarde naleeft. De rechtbank wil met een en ander enerzijds de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan. De rechtbank ziet geen termen aanwezig om een proeftijd van drie jaar op te leggen.

Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 01/82090408.

De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bijzondere omstandigheden die aan de tenuitvoerlegging in de weg staan zijn niet aanwezig. De rechtbank zal dan ook de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 57, 248b.

DE UITSPRAAK

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte is tenlastegelegd onder 2 en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het tenlastegelegde onder 1 primair bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte onder 1 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

T.a.v. feit 1 primair:

ontucht plegen met iemand die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en die de leeftijd van zestien jaren maar nog niet de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt, meermalen gepleegd

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf.

T.a.v. feit 1 primair:

Gevangenisstraf voor de duur van 217 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Verleent aan de Reclassering voornoemd de opdracht als bedoeld in artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht. Bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, groot 90 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde:

dat veroordeelde zich gedurende voornoemde proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen hem te geven door of namens de Reclassering Nederland, Regio 's-Hertogenbosch, Eekbrouwersweg 6, 5233 VG te 's-Hertogenbosch, zolang deze instelling zulks noodzakelijk acht, ook als dit begeleiding middels COSA of een behandeling bij het GGzE mocht inhouden.

Verleent aan de Reclassering voornoemd de opdracht als bedoeld in artikel 14d

van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling:

Last tot tenuitvoerlegging van de straf, voorzover voorwaardelijk opgelegd bij

vonnis van de politierechter te 's-Hertogenbosch d.d. 3 maart 2010, gewezen

onder parketnummer 01/820904-08, te weten:

Werkstraf voor de duur van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis

Dit vonnis is gewezen door:

mr. S. van Lokven , voorzitter,

mr. M.L.W.M. Viering en mr. A.M. de Koning, leden,

in tegenwoordigheid van N.J.M. van Rooij, griffier,

en is uitgesproken op 23 december 2011.

mr. A.M. de Koning is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

7

Parketnummer: 01/825420-11

Parketnummer vordering: 01/82090408

[verdachte]