Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2011:BU6556

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
01-12-2011
Datum publicatie
01-12-2011
Zaaknummer
767130
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot ontbinding en ontruiming vanwege huurachterstand en tot betaling van achterstallige huurtermijnen, rente en kosten. De ontbindg van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde wordt afgewezen, omdat de verschuldigde huurpenningen door gedaagde inmiddels geheel zijn voldaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH

Sector Kanton, lokatie 's-Hertogenbosch

Zaaknummer : 767130

Rolnummer : 5823/11

Uitspraak : 1 december 2011

in de zaak van:

de stichting Stichting Zayaz,

gevestigd en kantoorhoudende te 's-Hertogenbosch,

eiseres,

gemachtigde: Hofman gerechtsdeurwaarders (postbus 426, 5201 AK 's-Hertogenbosch),

t e g e n :

[gedaagde],

wonende te 's-Hertogenbosch aan de [adres],

gedaagde,

procederend in persoon.

1. De procedure

Eiseres heeft gesteld en gevorderd zoals hieronder in het kort staat aangegeven. Gedaagde is in rechte verschenen en heeft mondeling verweer gevoerd. De kantonrechter heeft vervolgens een comparitie van partijen gelast. De comparitie is gehouden op 5 september 2011, op voorhand waarvan de gemachtigde van eiseres bescheiden heeft ingezonden. Beide partijen hebben hierna ieder nog een akte genomen. De uitspraak is vervolgens bepaald op heden. Onder de genoemde processtukken bevinden zich tevens de in die stukken nader aangeduide producties.

Partijen zullen hierna worden aangeduid als "Zayaz" en "[gedaagde]".

2. Het geschil

De vordering strekt bij dagvaarding tot ontbinding van de tussen partijen bestaande huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde aan de [adres] te 's-Hertogenbosch en tot betaling van de achterstallige huurpenningen tot en met de maand juni 2011 ad € 1.920,85, van € 357,-- ter zake buitengerechtelijke kosten, van € 7,58 ter zake rente alsmede tot veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure.

Zayaz legt daaraan, kort weergegeven, het volgende ten grondslag.

Zayaz verhuurt aan [gedaagde] de woning, staande en gelegen te 's-Hertogenbosch aan de [adres]. De huurprijs bedraagt € 384,17 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. [gedaagde] is met betrekking tot deze huurovereenkomst in gebreke met de tijdige betaling van de verschuldigde huurpenningen tot en met de maand juni 2011 ad in totaal € 1.920,85.

Zayaz heeft de vordering uit handen gegeven aan haar gemachtigde, die ter zake buitengerechtelijke kosten heeft gemaakt ad € 357,--. De tot 10 juni 2011 verschuldigde wettelijke rente bedraagt € 7,58.

[gedaagde] heeft, kort weergegeven, het volgende verweer gevoerd.

[gedaagde] huurt van Zayaz de woning aan de [adres] te 's-Hertogenbosch. Er is sprake van een huurachterstand. Deze is ontstaan omdat er beslag is gelegd op mijn uitkering. De door Zayaz gestelde hoogte van de huurachterstand is niet juist omdat de huur over de maanden februari en maart 2011 al zijn voldaan. [gedaagde] heeft nog geld tegoed van de belastingdienst waarmee de huurachterstand op een termijn van twee weken betaald kan worden. [gedaagde] wil graag in de woning blijven wonen.

Ter comparitie heeft [gedaagde] het verweer, samengevat, als volgt toegelicht.

Op 31 augustus 2011 is door mij een bedrag van € 2.200,-- overgemaakt. Omdat het UWV mijn uitkering niet tijdig uitkeert kom ik telkens in de problemen.

Zayaz heeft ter comparitie, kort weergegeven, het volgende doen mededelen.

Van [gedaagde] is op 2 september 2011 een bedrag van € 2.220,-- ontvangen. De door [gedaagde] gedane betalingen van € 500,-- en € 380,-- zijn afgeboekt op het door hem aan Zayaz verschuldigde uit hoofde van een tegen hem gewezen vonnis d.d. 17 maart 2011 omdat [gedaagde] ter zake deze betalingen het dossiernummer van die zaak heeft vermeld. Ook de door hem gedane betaling van € 2.220,-- is eerst afgeboekt op het nog verschuldigde ter zake het vonnis van 17 maart 2011 omdat door hem was vermeld "van vonnis van rechter". Het restantbedrag van € 1.864,-- is afgeboekt op de onderhavige huurachterstand.

3. De beoordeling

Ten processe is als enerzijds gesteld en anderzijds niet dan wel niet voldoende weersproken het navolgende komen vast te staan.

Zayaz verhuurt aan [gedaagde] de woning, staande en gelegen te 's-Hertogenbosch. De huurprijs bedraagt € 384,17 en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Ten tijde van het uitbrengen van de inleidende dagvaarding had [gedaagde] ter zake de huurpenningen tot en met de maand juni 2011 een bedrag van € 1.920,85 onbetaald gelaten, zijnde vijf huurtermijnen.

Bij akte na comparitie heeft Zayaz een deugdelijke uiteenzetting gegeven omtrent het door [gedaagde] aan Zayaz verschuldigde uit hoofde van een op 17 maart 2011 tegen hem gewezen vonnis ter zake huurachterstand, de ontstane huurachterstand na dit vonnis als ook de wijze waarop de van [gedaagde] ontvangen betalingen zijn afgeboekt.

Uit de door Zayaz gegeven uiteenzetting volgt dat [gedaagde] ter zake de huur tot en met de maand oktober 2011 nog een bedrag van € 133,46 aan Zayaz verschuldigd is.

[gedaagde] heeft de door Zayaz gegeven uiteenzetting inhoudelijk niet weersproken. Wel heeft hij medegedeeld, onder overlegging van een kopie van een betalingsbewijs, dat hij op 24 oktober 2011 een bedrag van € 589,56 aan de gemachtigde van Zayaz heeft betaald ter voldoening van de restant huur oktober 2011 en de huur november 2011.

De stelling van [gedaagde] dat hij een bedrag van € 589,56 aan de gemachtigde van Zayaz heeft voldaan is niet juist.

Uit de door hem overgelegde kopie van het betalingsbewijs blijkt dat hij op 24 oktober 2011 bij GWK Travelex weliswaar een contante betaling heeft verricht van € 589,56 maar dat GWK Travelex, onder aftrek van een door [gedaagde] verschuldigde provisie van € 11,55, slechts een bedrag van € 578,-- aan de gemachtigde van Zayaz heeft overgemaakt.

Uit hetgeen partijen over en weer hebben aangevoerd is in voldoende mate komen vast te staan dat de geldelijke vordering van Zayaz tot en met de maand november 2011 € 887,01 bedraagt, zijnde de restant huur over de maand oktober 2011 ad € 133,46, de huur over de maand november ad € 388,97, de tot 10 juni 2011 verschuldigde wettelijke rente ad € 7,58 en de buitengerechtelijke incassokosten ad € 357,--.

Zayaz wordt dan ook geacht haar geldelijke vordering tot voormeld bedrag te hebben verminderd.

Met betrekking tot de medegevorderde buitengerechtelijke kosten heeft Zayaz in deze onvoldoende gesteld, waaruit zou kunnen blijken, dat haar gemachtigde ter zake de onderhavige vordering zodanige buitengerechtelijke werkzaamheden heeft verricht, dat een afzonderlijke vergoeding daarvoor gerechtvaardigd is.

Dit onderdeel van de vordering dient derhalve reeds om deze reden te worden afgewezen.

Uit vorenstaande volgt dat [gedaagde] met betrekking tot hetgeen hij tot en met de maand november 2011 aan Zayaz is verschuldigd een bedrag van € 47,99 te veel aan Zayaz heeft voldaan ( € 887,01 minus € 357,-- en minus € 578,--).

Dit bedrag zal in mindering worden gebracht op de proceskosten zoals hierna te melden.

Onder de ten processe geschetste omstandigheden is het niet onbegrijpelijk dat Zayaz de huurverhouding met [gedaagde] wenst te beëindigen.

Anderzijds dient te worden bedacht dat het hier - naar onbestreden vaststaat - gaat om verhuur van woonruimte; een ontruiming is daarbij een diep ingrijpende maatregel met verstrekkende gevolgen.

De kantonrechter is in deze, alles overwegende, de mening toegedaan, nu de huurpenningen tot en met de maand november 2011 door [gedaagde] geheel zijn voldaan, dat de tekortkoming van [gedaagde] in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst op dit moment niet meer ernstig genoeg is om de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde te rechtvaardigen. Om die reden zal de door Zayaz gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde worden afgewezen.

[gedaagde] dient te beseffen dat hij de door hem aan Zayaz verschuldigde huurpenningen, ingevolge de bepalingen van de tussen partijen bestaande huurovereenkomst, vóór de eerste van de maand dient te voldoen. Het tijdig voldoen van de verschuldigde huurpenningen behoort volgens de wet tot één der belangrijkste verplichtingen van de huurder.

Betalingsonmacht tengevolge van welke oorzaak dan ook kan en mag door [gedaagde] niet worden afgewenteld op Zayaz.

Nu Zayaz door de handelwijze van [gedaagde] was genoodzaakt hem opnieuw in rechte te betrekken, dient [gedaagde] te worden veroordeeld in de kosten van dit geding, behoudens de medegevorderde btw over de legeskosten.

4. De beslissing

De kantonrechter:

Veroordeelt [gedaagde] in de restant proceskosten, aan de zijde van Zayaz tot heden begroot op € 633,89 (€ 681,81 minus € 47,99), waaronder € 300,-- als bijdrage in het salaris gemachtigde (niet met btw belast).

Verklaart deze uitspraak uitvoerbaar bij voorraad.

Ontzegt het meer en/of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mr. J.P.M. van der Ham, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 december 2011, in tegenwoordigheid van de griffier.

Zaaknummer: 767130 blad 4

vonnis