Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2011:BU5847

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
16-11-2011
Datum publicatie
25-11-2011
Zaaknummer
236116 / FA RK 11-5060
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Een beschikking voorlopige voorzieningen verliest haar kracht indien niet binnen vier weken na haar dagtekening een verzoek tot echtscheiding of een verzoek tot scheiding van tafel en bed is gedaan. Wanneer neemt de termijn van vier weken een aanvang? De rechtbank is van oordeel, met verwijzing naar de wetsgeschiedenis, dat de termijn een aanvang neemt op het moment dat de eerste beschikking is afgegeven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
EB 2012/47

Uitspraak

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

Zaaknummer : 236116 / FA RK 11-5060

Uitspraak : 16 november 2011

Beschikking betreffende wijziging voorlopige voorzieningen in de zaak van

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

advocaat mr. Z.M. Alaca,

tegen:

[verweerster],

wonende te [woonplaats],

advocaat mr. M.A.E.A. Muurmans,

partijen, ook wel aan te duiden als respectievelijk de man en de vrouw.

De procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van:

- het verzoekschrift (met bijlagen) van de man, ontvangen ter griffie op 5 september 2011;

- de brief (met bijlagen) van mr. Alaca, gedateerd 17 oktober 2011.

De zaak is behandeld ter zitting van 2 november 2011. Verschenen zijn: partijen, bijgestaan door hun advocaten.

Het verzoek

De man verzoekt wijziging van de beschikking van deze rechtbank van 28 juli 2011 voor wat betreft de daarbij getroffen voorlopige voorziening met betrekking tot de partneralimentatie, aldus dat deze bijdrage met ingang van 3 augustus 2011, althans met ingang van een datum als door de rechtbank in goede justitie te bepalen, nader wordt bepaald op nihil.

Hij stelt daartoe dat hij in de procedure die heeft geleid tot de beschikking van 28 juli 2011 geen verweer gevoerd, waardoor de rechtbank geen rekening heeft kunnen houden met zijn gegevens. Hij betwist voorts dat de vrouw behoefte heeft aan de vastgelegde partneralimentatie. Subsidiair stelt hij dat hij over onvoldoende draagkracht beschikt om de vastgestelde bijdrage te voldoen.

De beoordeling

Ingevolge artikel 821 lid 4 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) verliest een beschikking houdende voorlopige voorzieningen, gegeven voordat een verzoek tot echtscheiding is gedaan, haar kracht indien niet binnen vier weken na haar dagtekening een verzoek tot echtscheiding is ingediend.

In het onderhavige geval is op 6 juli 2011 door deze rechtbank een beschikking voorlopige voorzieningen afgegeven, waarbij het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de vrouw is toegekend en waarbij het verzoek met betrekking tot de partneralimentatie is aangehouden in afwachting van nader over te leggen stukken. Voorts is bij beschikking van 28 juli 2011 beslist omtrent het aangehouden verzoek tot voorlopige partneralimentatie. Vervolgens heeft de vrouw op 25 augustus 2011 een verzoek tot echtscheiding ingediend bij deze rechtbank.

De rechtbank is van oordeel dat de termijn als bedoeld in artikel 821 lid 4 Rv aanvangt op het moment dat een eerste beschikking houdende voorlopige voorzieningen is afgegeven. De rechtbank baseert dit oordeel op de tekst van artikel 821 lid 4 Rv alsmede de tekst van de memories van toelichting bij de wetsvoorstellen 15638 en 19424 die hebben geleid tot het huidige artikel 821 Rv. In het onderhavige geval is de termijn van vier weken aldus gestart op 6 juli 2011 en is deze verlopen op 3 augustus 2011. Het verzoek tot echtscheiding is dan ook niet tijdig ingediend, waardoor alle getroffen voorlopige voorzieningen zijn vervallen.

Niet juist is de opvatting dat de termijn van artikel 821 lid 4 Rv pas zou gaan lopen nadat op alle verzochte voorlopige voorzieningen is beslist. De ratio achter voormelde termijn is immers dat na een (eerste) beschikking houdende voorlopige voorzieningen voor alle betrokken partijen binnen zeer korte termijn duidelijk moet zijn of ook daadwerkelijk een echtscheidingsprocedure zal volgen. Voorlopige voorzieningen zijn immers per definitie noodmaatregelen en mogen niet tot een definitieve maatregel verworden. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de beschikking van deze rechtbank van 6 juli 2011 haar kracht heeft verloren. Nu de beschikking van deze rechtbank van 28 juli 2011 voortbouwt op voormelde beschikking heeft deze eveneens haar kracht verloren.

Gelet op het voorgaande komt de rechtbank niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van het verzoek van de man, zodat de rechtbank de man hierin niet-ontvankelijk zal verklaren.

De beslissing

De rechtbank:

verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn verzoek.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.P.M. van Reijsen, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 november 2011 in aanwezigheid van de griffier.

conc: JdW