Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2011:BU5187

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
25-11-2011
Datum publicatie
25-11-2011
Zaaknummer
01/825408-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt vrijgesproken van de poging tot verkrachting van en poging tot toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan zijn zwangere ex-vriending. Verdachte wordt veroordeeld voor haar mishandeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/825408-11

Datum uitspraak: 25 november 2011

Vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,

wonende te [woonplaats], [adres].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 11 november 2011.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 11 oktober 2011.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 30 juli 2011 te Helmond, althans elders in Nederland, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] te dwingen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van [slachtoffer], opzettelijk

- de woning van voornoemde [slachtoffer] is binnengedrongen door een (voor)deur (met kracht) open te duwen en/of (vervolgens) in de woning is gebleven (terwijl genoemde [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, heeft aangegeven dat hij de woning diende te verlaten) en/of

- [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, (met kracht) tegen het lichaam heeft geduwd en/of

- [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, (met kracht) in/tegen het gezicht, althans het lichaam, heeft geslagen en/of

- [slachtoffer] (onverhoeds) (met kracht) heeft vastgepakt en/of (vervolgens) op bed heeft gegooid/getrokken en/of (waarna) hij (gedeeltelijk) op het lichaam van [slachtoffer] is gaan liggen (terwijl hij op dat moment slechts gekleed was in een boxershort, althans een onderbroek en/of tegen [slachtoffer] zei dat ze rustig moest zijn) en/of

- [slachtoffer] (met kracht) een hand tegen de mond, althans het gezicht, heeft gedrukt/gedrukt gehouden en/of waardoor [slachtoffer] geen adem kon halen en/of

- [slachtoffer] (onverhoeds) bij de benen, althans het lichaam, heeft vastgepakt en/of (vervolgens) met kracht naar voren heeft getrokken (waardoor [slachtoffer] met de rug, althans het lichaam, op de grond gleed/viel) en/of

- (onverhoeds) (met kracht) de onderbroek en/of de pyama, althans de kleding, van [slachtoffer] heeft uitgetrokken, althans heeft getracht uit te trekken, en/of

- [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, heeft belet de (bovenverdieping van de) woning te verlaten (door haar de weg te versperren) en/of

- (met kracht) aan het lichaam van [slachtoffer] heeft getrokken en/of tegen het lichaam van [slachtoffer] heeft geduwd (waardoor zij ten val kwam) en/of

- (onverhoeds) de vagina van [slachtoffer] heeft betast en/of

- (op dreigende toon) tegen [slachtoffer] heeft geroepen/geschreeuwd: "Ja, dat komt er nu van" en/of "Dus het maakt je niets meer uit dat ik je verkracht, dan verkracht ik jou", althans woord(en) van gelijke aard en/of strekking,

(terwijl hij trachtte zijn boxershort, althans zijn onderbroek) uit te trekken en/of [slachtoffer] trachtte vast te houden),

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

art. 45 juncto 242 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 30 juli 2011 te Helmond, althans elders in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer] (verdachte's (voormalig) levensgezel), opzettelijk zwaar

lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

- meermalen, althans eenmaal, (met kracht) tegen het lichaam van [slachtoffer] heeft geduwd en/of

- meermalen, althans eenmaal, (met kracht) in/tegen het gezicht, althans het lichaam, van [slachtoffer] heeft geslagen en/of

- (met kracht) een hand tegen de mond, althans het gezicht, van [slachtoffer] heeft gedrukt/gedrukt gehouden en/of waardoor [slachtoffer] (kortdurend) geen adem kon halen en/of

- [slachtoffer] (onverhoeds) bij de benen, althans het lichaam, heeft vastgepakt en/of (vervolgens) met kracht naar voren heeft getrokken (waardoor [slachtoffer] met de rug, althans het lichaam, op de grond gleed/viel) en/of

- (met kracht) aan het lichaam van [slachtoffer] heeft getrokken en/of tegen het lichaam van [slachtoffer] heeft geduwd (waardoor zij ten val kwam) en/of (terwijl [slachtoffer] in verwachting is),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art. 45 juncto 302 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 30 juli 2011 te Helmond, althans elders in Nederland, opzettelijk mishandelend zijn (voormalig) levensgezel, althans een persoon, te weten [slachtoffer],

- meermalen, althans eenmaal, (met kracht) tegen het lichaam heeft geduwd en/of

- meermalen, althans eenmaal, (met kracht) in/tegen het gezicht, althans het lichaam, heeft geslagen en/of

- (met kracht) een hand tegen de mond, althans het gezicht, heeft gedrukt/gedrukt gehouden en/of waardoor [slachtoffer] (kortdurend) geen adem kon halen en/of

- [slachtoffer] (onverhoeds) bij de benen, althans het lichaam, heeft vastgepakt en/of (vervolgens) met kracht naar voren heeft getrokken (waardoor [slachtoffer] met de rug, althans het lichaam, op de grond gleed/viel) en/of

- (met kracht) aan het lichaam van [slachtoffer] heeft getrokken en/of tegen het lichaam van [slachtoffer] heeft geduwd (waardoor zij ten val kwam) en/of

(terwijl [slachtoffer] in verwachting is), waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art. 300 juncto 304 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 30 juli 2011 te Helmond, althans elders in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 9,5, althans een of meer, pil(len), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

art. 2 Opiumwet

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewijsbeslissing.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder 1, 2 primair en 3 is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 1

De aangifte van [slachtoffer] wordt, voor wat betreft de verdenking van poging tot verkrachting, onvoldoende ondersteund door andere bewijsmiddelen om te kunnen leiden tot wettig en overtuigend bewijs. Het seksuele aspect van het handelen van verdachte vindt onvoldoende ondersteuning in andere bronnen.

Ten aanzien van feit 2 primair

De tenlastegelegde handelingen, voorzover bewezen, zijn weliswaar opzettelijk gepleegd, maar niet zodanig gewelddadig of anderszins gevaarzettend dat daaruit in redelijkheid kan worden afgeleid dat dit gedrag zou hebben kunnen leiden tot zwaar lichamelijk letsel. Om die reden zal vrijspraak moeten volgen.

Ten aanzien van feit 3

Bij gebrek aan een NFI-rapportage ter zake de chemische samenstelling van de aangetroffen pillen, kan niet worden bewezen dat zich in die pillen MDMA of een andere verboden stof bevatten. Reeds om die reden zal vrijspraak moeten volgen.

De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat bewezen kan worden dat verdachte op 30 juli 2011 te Helmond [slachtoffer] heeft mishandeld (feit 2 subsidiair). Ten aanzien van de overige tenlastegelegde feiten dient verdachte te worden vrijgesproken.

Het standpunt van de verdediging.

Met de officier van justitie stelt de verdediging zich op het standpunt dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de onder 1, 2 primair en 3 tenlastegelegde feiten. Anders dan de officier van justitie acht de verdediging het onder 2 subsidiair tenlastegelegde feit (de mishandeling) niet bewezen. Verdachte ontkent [slachtoffer] te hebben geslagen, geschopt of anderszins te hebben mishandeld. Het slachtoffer heeft dezelfde dag nog de huisartsenpost in het Elkerliek Ziekenhuis te Helmond bezocht, hetgeen niet heeft geleid tot het opvragen van een medische verklaring vanwege het geringe letsel. Voorts past het letsel precies in de verklaring van verdachte dat het slachtoffer is gevallen op de stofzuiger. Ook het slachtoffer heeft verklaard dat zij op de stofzuiger is gevallen hetgeen de bloeduitstortingen verklaard op de rechterzijde van het lichaam van het slachtoffer.

Het oordeel van de rechtbank.

Op 30 juli 2011 is verdachte via de voordeur de woning [woning ex-vriendin] binnengegaan, zijnde de woning van zijn ex-vriendin [slachtoffer]. [slachtoffer] was toen in de woning 1 2 3.

[slachtoffer] heeft verklaard dat zij verdachte niet wilde binnen laten, maar dat verdachte te sterk was voor haar en de voordeur openduwde en de woning binnen ging. Ten tijde van het gebeurde was zij zwanger4.

Voorts heeft [slachtoffer] verklaard dat zij in de woning meermalen door verdachte tegen het lichaam is geduwd en dat zij door verdachte aan het lichaam is getrokken waardoor zij ten val is gekomen. Ook heeft verdachte haar stevig vastgepakt en zijn hand op haar mond gedrukt waardoor zij geen lucht meer kreeg. Van dit alles heeft zij pijn en ook letsel ondervonden, te weten kneuzingen aan schouders en rechteronderarm5.

Verbalisanten zien op 4 augustus 2011 lichtbruine vlekken op de huid en donker verkleurde plekken op de huid van het slachtoffer [slachtoffer] op de navolgende plaatsen:

Binnenzijde pols, rechterschouder(blad), rechterelleboog en bovenzijde rechterbovenbeen 6.

In het dossier bevinden zich foto's van het slachtoffer met betrekking tot bovengenoemde plekken op de huid van het slachtoffer7. Verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer] heeft vastgepakt in de badkamer. Hij heeft haar toen zien vallen. Daarna heeft hij haar telefoon afgepakt hetgeen gepaard ging met duw- en trekwerk. Bij de trap heeft hij haar weer vastgepakt. Daarop zag hij haar weer vallen. Toen het slachtoffer vervolgens om hulp riep heeft hij haar mond met een hand dichtgehouden Het slachtoffer verkeerde in een crisis, had een huilbui en schreeuwde 8 9.

De rechtbank is van oordeel dat - gelet op het bovenstaande - wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte [slachtoffer] op 30 juli 2011 heeft mishandeld, als onder 2 subsidiair is tenlastegelegd.

Verdachte was ongewenst aanwezig in de woning van [slachtoffer]. Hij was bekend met haar psychische kwetsbaarheid en had haar heftige reactie behoren te respecteren door de woning te verlaten. Verdachte was zelf de oorzaak van de reactie van het slachtoffer. Verdachte heeft haar stevig vastgepakt en geduwd. Dit handelen deed pijn en ook heeft zij daardoor letsel opgelopen. Ook heeft verdachte haar mond dichtgehouden om haar het schreeuwen te beletten. Hierdoor kreeg zij het benauwd.

Het handelen van verdachte komt onder deze omstandigheden neer op mishandeling omdat elke rechtvaardiging voor zijn fysieke interventie ontbreekt.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

2

Subsidiair

op 30 juli 2011 te Helmond opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [slachtoffer],

- meermalen met kracht tegen het lichaam heeft geduwd en

- met kracht een hand tegen de mond heeft gedrukt/gedrukt gehouden waardoor die [slachtoffer] kortdurend geen adem kon halen en

- met kracht aan het lichaam van [slachtoffer] heeft getrokken en tegen het lichaam van [slachtoffer] heeft geduwd waardoor zij ten val kwam en terwijl [slachtoffer] in verwachting is, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

Vrijspraak van de onder 1, 2 primair en 3 tenlastegelegde feiten.

Ten aanzien van feit 2 subsidiair:

Gevangenisstraf voor de duur van 222 dagen waarvan 111 dagen voorwaardelijke met een proeftijd van 2 jaren met aftrek van voorarrest en de navolgende bijzondere voorwaarden:

Toezicht van de reclassering en meldingsplicht bij reclassering Novadic-Kentron, alsmede het volgen van een behandeling bij de zorgafdeling van Novadic-Kentron gericht op het alcoholgebruik en bij de Forensische Psychiatrische Polikliniek gericht op zijn houding, denkpatronen, gedrag en vaardigheden.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging stelt zich primair op het standpunt dat verdachte dient te worden vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten en dat om die reden geen straf dient te worden opgelegd. In het geval de rechtbank niettemin tot een veroordeling komt, zou de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet langer dienen te zijn dan de duur van het voorarrest tot op heden.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheid ten bezware van verdachte:

- verdachte werd ter zake van een strafbaar feit soortgelijk aan het door hem gepleegde feit blijkens een hem betreffend Uittreksel Justitiƫle Documentatie reeds eerder veroordeeld.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de op te leggen straf de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

Met betrekking tot een deel van de op te leggen gevangenisstraf zal de rechtbank bepalen dat dat deel van die straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat verdachte zich voor het einde van de hierna vast te stellen proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden, dan wel de hierna te melden bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd. De rechtbank wil met een en ander enerzijds de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 300.

DE UITSPRAAK

T.a.v. feit 1, feit 2 primair, feit 3:

Vrijspraak

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 1, 2 primair en 3 ten laste

gelegde heeft begaan.

Verklaart het onder 2 subsidiair tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

T.a.v. feit 2 subsidiair:

mishandeling

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf.

T.a.v. feit 2 subsidiair:

Gevangenisstraf voor de duur van 127 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, groot 30 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

-dat veroordeelde zich gedurende voornoemde proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen hem te geven door of namens de Reclassering Nederland, Regio 's-Hertogenbosch, Eekbrouwersweg 6, 5233 VG te 's-Hertogenbosch, zolang deze instelling zulks noodzakelijk acht;

-dat veroordeelde zich daartoe meldt bij reclassering Novadic-Kentron;

-dat veroordeelde zich aanmeldt voor een intake en behandeling bij de zorgafdeling van Novadic-Kentron gericht op zijn alcoholgebruik, en bij de Forensische Psychiatrische Polikliniek gericht op zijn houding, denkpatronen, gedrag en vaardigheden.

Verleent aan de Reclassering voornoemd de opdracht als bedoeld in artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht.

Dit vonnis is gewezen door:

Mr. J.G. Vos, voorzitter,

Mr. Drs. W.A.F. Damen en mr. E. Sikkema, leden,

in tegenwoordigheid van L.D. Wittenberg, griffier,

en is uitgesproken op 25 november 2011.

Mr. E. Sikkema voornoemd is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Verklaring aangeefster [slachtoffer], pg. 25, 26 en 54 van het einddossier van de regiopolitie Brabant Zuid-Oost, afdeling Helmond Centrum, nr. PL2233 2011112919, gesloten op 16 augustus 2011, hierna te noemen "einddossier";

2 Verklaring verdachte, pg. 74 van het einddossier;

3 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 11 november 2011;

4 Verklaring aangeefster [slachtoffer], pg. 26 en 54 van het einddossier;

5 Verklaring aangeefster [slachtoffer], pg. 26, 27, 54, 55, 56 en 57 van het einddossier;

6 Bevindingen verbalisanten, pg. 63 van het einddossier;

7 Foto's van het slachtoffer, pg. 64 t/m 71 van het einddossier;

8 Verklaring verdachte, pg. 76, 77, 78 van het einddossier;

9 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 11 november 2011;