Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2011:BT8989

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
28-10-2011
Datum publicatie
28-10-2011
Zaaknummer
01/845092-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt vrijgesproken van de wederrechtelijke vrijheidsberoving van twee personen omdat de rechtbank, evenals de verdachte en zijn raadsman, de verklaringen van beide aangevers niet geloofwaardig acht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/845092-09

Datum uitspraak: 28 oktober 2011

Vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,

wonende te [woonplaats], [adres].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 14 oktober 2011.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 28 juli 2009.

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 14 oktober 2011 is gewijzigd is aan verdachte tenlastegelegd dat (een kopie van de wijziging is aangehecht):

hij op een tijdstip in of omstreeks de periode van 28 januari 2009 tot en met 1 februari 2009 te 's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk één of meer personen, genaamd [slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] en/of een of meer (nog) onbekend gebleven personen, wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd

en/of beroofd gehouden, door tezamen en in vereniging met die ander(en), althans alleen toen en daar voornoemde [slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] en/of een of meer (nog) onbekend gebleven personen opzettelijk en wederrechtelijk

- onder valse voorwendselen een bus in te lokken en/of (vervolgens) te vervoeren naar een kickboksschool en/of een restaurant en/of

- (meermalen) te slaan en/of stompen en/of te trappen en/of te schoppen en/of

- te sommeren op zijn/hun buik te gaan liggen en/of

- (vervolgens) met tieribs vast te binden en/of vastgebonden te houden en/of

- een theedoek in de mond te stoppen en/of (daarbij) water over het hoofd en/of gezicht en/of de theedoek te gooien en/of laten lopen en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, voor te houden en/of te tonen en/of

- door te beletten en/of belemmeren die bus en/of kickboksschool en/of dat restaurant te verlaten;

Artikel 282 juncto 47 Wetboek van Strafrecht

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaar met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft bepleit dat verdachte van hetgeen aan hem is tenlastegelegd dient te worden vrijgesproken bij gebrek aan voldoende wettig en overtuigend bewijs.

Naar het standpunt van de verdediging bevat het dossier niet betrouwbare aangiftes van

[slachtoffer1] en [slachtoffer2]. De verdediging baseert dit onder meer op de omstandigheid dat de aangiftes van [slachtoffer1] en [slachtoffer2] geruime tijd nadat het tenlastegelegde zou hebben plaatsgevonden zijn opgenomen, de omstandigheid dat [slachtoffer1] bij de rechter-commissaris en ter terechtzitting onder ede heeft verklaard dat zijn aangifte verzonnen is, alsmede op grond van de verklaringen van de getuigen [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3] waaruit niet anders geconcludeerd zou kunnen worden dat de aangiftes uit verzinsels bestaan.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank stelt het volgende vast.

Op 26 februari 2009 heeft [slachtoffer2] aangifte gedaan van opzettelijke vrijheidsberoving door [medeverdachte], zijn broer of broertje en een lange man, gepleegd op 1 februari 2009 onder meer op de locatie Fight Club Den Bosch te 's-Hertogenbosch.

Door [slachtoffer1] is op 5 maart 2009 aangifte gedaan van opzettelijke vrijheidsberoving door een Pool, [medeverdachte] en een andere Marokkaan, gepleegd op 1 februari 2009 onder meer op de locatie Fight Club Den Bosch te 's-Hertogenbosch.

Later zijn bovengenoemde aangevers op hun aangiftes teruggekomen. Bij de rechter-commissaris op 1 juli 2009 en ter terechtzitting van 14 oktober 2011 heeft [slachtoffer1] onder ede verklaard de vrijheidsberoving verzonnen te hebben. [slachtoffer2] heeft bij de rechter-commissaris op 1 juli 2009 verklaard dat hij geen van de ontvoerders kende.

Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de aangiftes van [slachtoffer1] en

[slachtoffer2] niet betrouwbaar zijn. De rechtbank acht hierbij van doorslaggevende betekenis dat deze aangiftes 3 respectievelijk meer dan 4 weken na het vermeende delict zijn opgenomen, terwijl [slachtoffer1] en [slachtoffer2] kort voor die aangiftes, namelijk op 25 februari 2009, betrokken zijn geweest bij een vechtpartij in Kerkdriel met [medeverdachte] waarvan zij op dat moment geen aangifte konden doen. De rechtbank is van oordeel dat het erop lijkt dat [slachtoffer1] en [slachtoffer2] uit rancune aangiftes hebben gedaan tegen de groep [medeverdachte], waarbij een en ander op elkaar is afgestemd in cafetaria "Het Zandje"; hierbij heeft de rechtbank mede gelet op de verklaring van [persoon1] afgelegd bij de rechter-commissaris. De rechtbank acht de aangiftes van [slachtoffer2] en [slachtoffer1] niet geloofwaardig en zal deze verklaringen dan ook niet betrekken in haar oordeel.

De rechtbank acht gelet op vorenstaande niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

DE UITSPRAAK

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C.B.M. Bruens, voorzitter,

mr. M.Th. van Vliet en mr. W.T.A.M. Verheggen, leden,

in tegenwoordigheid van mr. H. Pol-Wildeman, griffier,

en is uitgesproken op 28 oktober 2011.

mr. Van Vliet en mr. Verheggen zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

5

Parketnummer: 01/845092-09

[verdachte]