Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2011:BT8535

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
19-10-2011
Datum publicatie
19-10-2011
Zaaknummer
212234 - HA ZA 10-1221
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Contradictoir ovk/av electriciteitsleveranties. Is electriciteitsleverancier gehouden tot correctie in rekening gebrachte leveranties indien uit "harde meterstanden" blijkt dat hetgeen in rekening is gebracht onjuist is?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 212234 / HA ZA 10-1221

Vonnis van 19 oktober 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ESSENT ENERGIE VERKOOP NEDERLAND B.V.,

gevestigd te 's-Hertogenbosch,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. M.M.H. de Ruijter-van den Brand te Veghel,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde],

gevestigd te [adres],

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. J. van Zinnicq Bergmann te ‘s-Hertogenbosch.

Partijen zullen hierna Essent en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 18 augustus 2010

- het proces-verbaal van comparitie van 2 december 2010

- de akte uitlating en overlegging producties van [gedaagde]

- de antwoordakte van Essent

- de akte houdende uitlating onjuistheden van [gedaagde]

- de antwoordakte uitlating onjuistheden van Essent.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, althans niet of onvoldoende weersproken, alsmede op grond van de door partijen overgelegde stukken, voor zover de inhoud daarvan niet is betwist, staat tussen partijen het volgende vast.

2.2. Tussen partijen zijn drie overeenkomsten gesloten uit hoofde waarvan Essent elektriciteit heeft geleverd aan [gedaagd[adres]dres [adres] van 1 maart 2009 tot en met 22 [adres]9, op het adres [adres] van 29 juli 2009 tot en met 22 december 2009 en op het adres [adres].

2.3. Artikel 7 van overeenkomst ten aanzien van de [adres] en de [adres] luidt:

“Afnemer zal leverancier vijf dagen voor de aanvang van levering maar in ieder geval uiterlijk twee

dagen erna, per EAN code zijn meterstand(en) van dat moment schriftelijk of via internet

(www.essent.nl/grootzakelijk/meterstanden) doorgeven. Indien Afnemer dit niet binnen deze termijn

doet, zal de meterstand en het verbruik worden berekend op basis van de gegevens van de

netbeheerder. De Afnemer heeft geen recht op correctie als de alsnog doorgegeven meterstand(en)

binnen de validatiegrens van de netbeheerder vallen.”

2.4. Op de overeenkomsten tussen partijen zijn de algemene voorwaarden van Essent van toepassing.

Artikel 12 lid 3 van die voorwaarden luidt:

“Indien de Leverancier niet tijdig de beschikking krijgt over de stand van zaken van de meetinrichting

of indien bij het opnemen van de meter dan wel bij het verwerken van de meterstanden een

kennelijke fout is gemaakt, mag de Leverancier de omvang van de Levering bepalen overeenkomstig

het gestelde in artikel 14 lid 2, onverminderd het recht van de Leverancier om het werkelijk

geleverde alsnog vast te stellen aan de hand van de stand van de meetinrichting en dat in rekening te

brengen.”

Artikel 14 lid 2 van die voorwaarden luidt:

“Indien het onderzoek geen hanteerbare maatstaf oplevert voor het vaststellen van de omvang van de Levering, is de Leverancier bevoegd de omvang van de Levering in het desbetreffende tijdvak te schatten naar de beste ter beschikking van de Leverancier staande gegevens hieromtrent, waarbij als maatstaf kan dienen de omvang van de Levering in het overeenkomstig tijdvak van het voorafgaande jaar, of de gemiddelde omvang van de Levering in een eraan voorafgaand en een erop volgend tijdvak, of een andere billijke maatstaf.”

Artikel 13 lid 1 van die voorwaarden luidt:

“Onverminderd hetgeen uit de aansluitovereenkomst voortvloeit, kunnen zowel de Afnemer als de

Leverancier bij twijfel over de juistheid van de meting verlangen dat de meetinrichting overeenkomstig het ter zake bepaalde in of krachtens de aansluitovereenkomst wordt onderzocht.”

2.5. De Informatiecode Elektriciteit en Gas bepaalt (artikel 2.9.4.) dat de netbeheerder de meterstanden vaststelt en de meetdata distribueert bij het einde van de levering.

2.6. [gedaagde] heeft bij beëindiging van de leveranties door Essent aan Essent geen meterstanden opgegeven, zodat Essent niet tijdig de beschikking heeft gekregen over de stand van zaken van de meetinrichtingen.

3. Het geschil

in conventie

3.1. Essent vordert samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 7.972,66, vermeerderd met rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.

3.2. [gedaagde] voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4. [gedaagde] vordert samengevat - veroordeling van Essent tot betaling van € 7.989,00, vermeerderd met rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.

3.5. Essent voert verweer.

3.6. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie en in reconventie

4.1. Essent vordert in conventie betaling van facturen die betrekking hebben op de elektriciteitleveranties tot 23 december 2009, met betrekking tot de locatie [adres] een bedrag van € 2.830,17, met betrekking tot de locatie [adres] een bedrag van

€ 1.104,35 en met betrekking tot de locatie [adres] een bedrag van € 4.038,14.

4.2. [gedaagde] stelt dat tussen partijen geen discussie bestaat met betrekking tot de leveranties op de locatie [adres]. Daaruit volgt dat zij ter zake daarvan een bedrag van € 2.830,17 (conform het als productie 4 door Essent overgelegde rekeningoverzicht) verschuldigd is aan Essent.

4.3. Volgens [gedaagde] was het feitelijk gebruik op de andere twee locaties veel lager dan Essent heeft berekend, zodat Essent respectievelijk 10.917,-- ([adres]) en

€ 2.136,-- ([adres]) zou dienen te restitueren. [gedaagde] heeft aangevoerd dat zij per saldo – na verrekening met hetgeen onbetaald is gebleven ten aanzien van deze locaties- (€ 5.844,94)- nog € 7.989,-- van Essent te vorderen heeft.

4.4. [gedaagde] vordert in reconventie veroordeling van Essent tot betaling van een bedrag van € 7.989,00, vermeerderd met rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.

[gedaagde] stelt dat zij een vordering van in totaal € 13.833,00 heeft op Essent. Zij voert daartoe aan dat Essent gedurende een aantal maanden met betrekking tot elektriciteitsleveranties op de locaties [adres] en [adres] teveel in rekening heeft gebracht. De door Essent verzonden voorschotnota’s voor elektriciteitsleveranties op de locatie [adres] ad € 1.235,00 waren gebaseerd op een geschat verbruik van 50.959 kW per jaar. [gedaagde] stelt dat gebleken is dat op die locatie slechts 12.000 kW is verbruikt. Derhalve dient Essent een bedrag van (11 x 927,00=) € 10.917,00 aan [gedaagde] te restitueren.

De door Essent verzonden voorschotnota’s ad € 400,00 per maand voor de locatie [adres] waren gebaseerd op een geschat verbruik van 15.000 kW per jaar. [gedaagde] stelt dat gebleken is dat [gedaagde] slecht 5.000 kW heeft verbruikt. Dat betekent dat Essent gedurende 8 maanden een bedrag van € 267,00 teveel in rekening heeft gebracht en (8 x 267,00=) € 2.136,00 aan [gedaagde] dient te restitueren.

Ter zake van teveel betaalde voorschotnota’s stelt [gedaagde] een vordering op Essent te hebben ten bedrage van € 13.833,00, waarvan na verrekening met het - volgens [gedaagde] - door [gedaagde] aan Essent verschuldigde bedrag van € 5.844,94, resteert een bedrag van

€ 7.989,00.

De rechtbank merkt op dat de bedragen € 2.136,-- en € 10.917,-- opgeteld niet een bedrag van € 13.833,00 maar een bedrag van € 13.053,00 opleveren. Vermeerdering van laatstgenoemd bedrag met het bedrag van de (volgens [gedaagde] betaalde) borg ad

€ 1.500,00 levert een bedrag op van € 14.553,00. Niet duidelijk is derhalve hoe het bedrag van € 13.833,00 is samengesteld.

4.5. Essent stelt zich primair op het standpunt dat de door haar gehanteerde begin- en eindstanden juist zijn en de op grond daarvan in rekening gebrachte bedragen door [gedaagde] verschuldigd zijn.

4.6. Uit de na comparitie gewisselde aktes blijkt dat partijen van mening verschillen over welke beginmeterstanden per 1 maart 2009 ([adres]) en per 29 juli 2009 ([adres]) bij welk telwerk horen. De rechtbank is -met Essent- van oordeel dat sprake is van verwarring die wordt veroorzaakt doordat de netbeheerder Enexis het hoge tarief van de [adres] en de [adres] koppelt aan netwerk 2 en het lage tarief aan netwerk 1 terwijl Essent de telwerken juist andersom koppelt op haar facturen. Dat blijkt uit de kolom “telwerkaanduiding” en het onderscheid tussen Hoog en Laag tarief bovenaan in de grijze balk “Levering Hoog (E11)”en “Levering Laag (E10)” en de koppeling van de telwerken aan Hoog en Laag tarief in de facturen van Essent.

Aldus gaat de rechtbank er vanuit dat de in de antwoordakte uitlating onjuistheden van Essent op pagina 1 vermelde beginstanden de juiste meterstanden zijn.

4.7. Ter comparitie heeft de heer Strous, bedrijfsleider van [gedaagde], verklaard dat de juistheid van de door Essent gehanteerde beginmeterstanden niet wordt bestreden. Kennelijk wil [gedaagde] daar thans op terug komen. Wat daar ook van zij, de rechtbank is van oordeel dat Essent op grond van het bepaalde in artikel 7 van de overeenkomsten tussen partijen gerechtigd was om uit te gaan van de door Enexis berekende/gehanteerde beginmeterstanden nu vast staat dat [gedaagde] heeft verzuimd (tijdig) zelf opgave te doen van de beginmeterstanden.

4.8. Aldus staan de navolgende beginstanden vast:

- [adres] hoog tarief 773.144 en laag tarief 764.234

- [adres] hoog tarief 633.995 en laag tarief 666.832.

4.9. Ook de door Enexis op 27 ([adres]) en 28 december 2010 ([adres]) en op 20 januari 2011 ([adres] en [adres]) opgenomen meterstanden staan

-als enerzijds gesteld en anderzijds niet weersproken- vast.

De meterstand per 28 december 2010 is:

- [adres] hoog tarief 788.693 en laag tarief 779.051

De meterstand per 27 december 2010 is:

- [adres] hoog tarief 638.208 en laag tarief 671.971

De meterstanden per 20 januari 2011 zijn:

- [adres] hoog tarief 789.345 en laag tarief 779.751

- [adres] hoog tarief 638.379 en laag tarief 672.126.

4.10. Bij factuur d.d. 14 mei 2009 (betreft periode 1 maart 2009- 17 april 2009) is door Essent het verbruik in rekening gebracht voor de [adres] op basis van de volgende meterstand:

hoog tarief 778.391 en laag tarief 770.403.

Bij de eindafrekening (februari 2010) over de periode 18 april 2009 tot 22 december 2009 is Essent uitgegaan van de volgende meterstand voor de [adres]:

hoog tarief 802.332 en laag tarief 797.421.

De eindafrekening van EON (leverancier over de periode van 14 april 2010 tot en met 21 oktober 2010 voor de [adres]) vermeldt de navolgende meterstanden:

14 april 2010: hoog tarief 802.332 en laag tarief 797.421

21 oktober 2010: hoog tarief 808.639 en laag tarief 805.131.

4.11. Bij e-mail van 11 februari 2010 (prod.2 cva) heeft [gedaagde] aangegeven dat de meterstand voor de [adres] is:

per 17 februari 2009: hoog 774.735 laag 766.066

per 18 januari 2010: hoog 781.020 laag 772.060

per 10 februari 2010: hoog 781.606 laag 772.682.

4.12. Bij de eindafrekening (februari 2010) over de periode 29 juli 2009 tot 22 december 2009 is Essent uitgegaan van de volgende meterstand voor de [adres]:

hoog tarief 655.558 en laag tarief 676.258.

4.13. De feitelijke vraag die partijen verdeeld houdt is of de door Essent bij de eindafrekening gehanteerde eindmeterstanden juist zijn. De leverantie door Essent is geëindigd op 23 december 2009. De door Essent gehanteerde eindmeterstanden zijn zowel voor de [adres] als voor de [adres] (veel) hoger dan de op 20 januari 2011 vastgestelde zogenaamde “harde” meterstanden.

Gesteld noch gebleken is dat er met de meetinrichtingen is “geknoeid”, zodat er geen reden is om aan te nemen dat de meterstanden per 27 en 28 december 2010 en per 20 januari 2011 onjuist zijn.

4.13.1. Dat de door EON (opvolgende leverancier voor de [adres]) gehanteerde beginmeterstand gelijk is aan de door Essent gehanteerde eindmeterstand voor de [adres], is -mede gelet op hetgeen hierna zal worden overwogen- onvoldoende om de juistheid van die eindmeterstand aan te nemen. Dit vooral nu de meterstanden vastgesteld op 20 januari 2011 bijna 13000 kWh (hoog) en bijna 18000 kWh (laag) lager zijn dan de door Essent gehanteerde eindstanden (per december 2009, ruim een jaar eerder) die weer gelijk zijn aan de beginstanden die EON hanteert (per april 2010, ¾ jaar eerder).

Bovendien heeft Essent geen klaarheid gebracht in de vraag hoe het mogelijk is dat er voor de [adres] na 23 december 2009 (dat datum waarop Essent volgens haar eigen stellingen de leverantie aan [gedaagde] heeft gestaakt) tot 14 april 2010 geen (nieuwe) leverancier staat geregistreerd en de door EON gehanteerde beginstand gelijk is aan de door Essent per december 2009 gehanteerde eindstand.

4.13.2. Vergelijking van de beginmeterstand [adres] (hoog) per 1 maart 2009 (773.144) met de meterstand van 28 december 2010 (788.693), afgerond 20 maanden, levert een gemiddeld verbruik van 777 kWh per maand op. Vergelijking van de (gestelde) beginstand (hoog) per 14 april 2010 (802.332) met de (gestelde) eindstand (hoog) per 21 oktober 2010 (808.639), afgerond 6 maanden, levert een gemiddeld verbruik van 1050 kWh per maand op. Vergelijking van de beginstand (hoog) per 1 maart 2009 (773.144) met een eindstand (hoog) per december 2009 als door Essent gehanteerd (802.332), afgerond 10 maanden, levert een gemiddeld verbruik op van 2918 kWh per maand.

4.13.3. Vergelijking van de beginmeterstand [adres] (laag) per 1 maart 2009 (764.234) met de meterstand (laag) van 28 december 2010 (779.051), afgerond 20 maanden, levert een gemiddeld verbruik van 741 kWh per maand op. Vergelijking van de (gestelde) beginstand (laag) per 14 april 2010 (797.421) met de (gestelde) eindstand (laag) per 21 oktober 2010 (805.131), afgerond 6 maanden, levert een gemiddeld verbruik van 1285 kWh per maand op. Vergelijking van de beginstand (laag) per 1 maart 2009 (764.234) met een eindstand (laag) per december 2009 als door Essent gehanteerd (797.421), afgerond 10 maanden, levert een gemiddeld verbruik op van 3319 kWh per maand.

4.13.4. Vergelijking van de beginmeterstand [adres] (hoog) per 29 juli 2009 (633.995) met de meterstand (hoog) van 27 december 2010 (638.208), afgerond 17 maanden, levert een gemiddeld verbruik van 248 kWh per maand op. Vergelijking van de beginstand (hoog) per 29 juli 2009 (633.995) met een eindstand (hoog) per december 2009 als door Essent gehanteerd (655.558), afgerond 5 maanden, levert een gemiddeld verbruik op van 4313 kWh per maand.

4.13.5. Vergelijking van de beginmeterstand [adres] (laag) per 29 juli 2009 (666.832) met de meterstand (hoog) van 27 december 2010 (671.971), afgerond 17 maanden, levert een gemiddeld verbruik van 302 kWh per maand op. Vergelijking van de beginstand (laag) per 29 juli 2009 (666.832) met een eindstand (laag) per december 2009 als door Essent gehanteerd (676.258), afgerond 5 maanden, levert een gemiddeld verbruik op van 1885 kWh per maand.

4.14. Vorenstaande vergelijkingen rechtvaardigen naar het oordeel van de rechtbank de conclusie dat de door Essent gehanteerde eindstanden onjuist/ te hoog zijn. Daarbij is van (doorslaggevend) belang dat de meterstanden vastgesteld in januari 2011 lager zijn dan de eindstanden als door Essent gehanteerd terwijl er van gebreken aan de meetinrichting geen sprake is.

Tevens is daarbij in aanmerking genomen dat de door [gedaagde] in haar mail van 11 februari 2010 vermelde meterstanden ([adres]) in de lijn van het verbruik passen die zich aftekent indien de door Essent gehanteerde eindmeterstanden buiten beschouwing worden gelaten.

4.15. Essent stelt dat zij niet gehouden is onjuiste (eind)meterstanden te corrigeren. Zij baseert dat op de in r.o. 2.4. vermelde artikelen van de algemene voorwaarden, en meer in het bijzonder artikel 12 lid 3.

Daaruit volgt dat de leverancier, Essent, in bepaalde gevallen de omvang van het verbruik mag schatten op de wijze als daarin bepaald, maar daarin is niet bepaald dat daartegen geen tegenbewijs mogelijk is. Daaruit volgt dus niet zonder meer dat, indien vastgesteld wordt dat het geschatte verbruik (evident en ernstig zoals in casu het geval is) afwijkt van het werkelijke verbruik, Essent nimmer tot correctie van het in rekening gebrachte verbruik behoeft over te gaan.

Dat de ratio van artikel 12 lid 3 van de voorwaarden is dat de klant, [gedaagde], verantwoordelijk is voor het tijdig doorgeven van de meterstand en Essent zelf (ook) moet afrekenen met de producent bij wie zij elektriciteit inkoopt, zoals door Essent is gesteld, maakt dat in beginsel niet anders. Dat Essent afspraken heeft gemaakt met de producent en/of de netbeheerder en/of andere leveranciers waaruit volgt dat zij bij de producent geen correctieverzoek meer kan indienen, regardeert [gedaagde] in beginsel niet.

De rechtbank begrijpt echter uit de stellingen van Essent bij antwoordakte d.d. 25 mei 2011 - zie nummers 37 t/m 40 - dat de huidige leverancier van [gedaagde] zorg draagt voor correctie. [gedaagde] heeft daarop formeel nog niet kunnen reageren. De rechtbank zal [gedaagde] daartoe in de gelegenheid stellen. [gedaagde] dient zoveel mogelijk de relevante afrekening(en) van Eneco in het geding te brengen. Indien het inderdaad zo zou zijn dat hetgeen door Essent teveel in rekening is gebracht (in feite) door Eneco wordt gecorrigeerd,

dan ligt het naar het voorlopig oordeel van de rechtbank niet voor de hand dat in deze zaak eveneens correctie plaats vindt. Dat zou er immers toe leiden dat [gedaagde] uiteindelijk deels niet betaalt voor geleverde energie. In dat geval geeft de rechtbank partijen in overweging deze zaak verder in der minne te regelen. Nadat [gedaagde] een akte genomen heeft kan Essent daarop reageren en harerzijds zo nodig door middel van bescheiden opheldering verschaffen over de gestelde correctie van Eneco.

4.16. Zou de rechtbank nog toekomen aan een correctie van het door Essent berekende verbruik, dan geldt het navolgende. Uit het vorenstaande volgt dat is komen vast te staan dat Essent de in rekening gebrachte elektriciteitleveranties heeft gebaseerd op evident onjuiste (eind)meterstanden. Thans kan niet meer vastgesteld worden wat exact de juiste meterstanden waren bij de beëindiging van de leveranties door Essent op 23 december 2009. De rechtbank is van oordeel dat deze dienen te worden begroot aan de hand van het gemiddelde verbruik over de periode waarvan wel “harde” meterstanden voorhanden zijn. Voor de [adres] is dat de periode van 1 maart 2009 tot 28 december 2010 met een gemiddeld verbruik van 777kWh (hoog tarief) en 742 kWh (laag tarief) per maand. Voor de [adres] is dat de periode van 29 juli 2009 tot 27 december 2010 met een gemiddeld verbruik van 248 kWh (hoog tarief) en 302 kWh (laag tarief) per maand.

De rechtbank zal Essent in de gelegenheid stellen over de periode van 1 maart 2009 tot 23 december 2009 voor de [adres] en over de periode van 29 juli 2009 tot 23 december 2009 voor de [adres] het ter zake verschuldigde bedrag te berekenen aan de hand van voormeld gemiddeld verbruik. [gedaagde] mag daarop bij akte reageren.

4.17. Dan resteert nog de kwestie van de borgsom. Tegenover de gemotiveerde betwisting van Essent heeft [gedaagde] onvoldoende onderbouwing gegeven van haar standpunt dat zij een borgsom van € 1.500,-- heeft betaald, zodat de rechtbank aan die stelling voorbij gaat en dus aan bewijslevering op dat punt niet kan worden toegekomen.

4.18. De beslissing wordt voor het overige aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank

bepaalt dat [gedaagde] een akte zal nemen, zoals hiervoor onder r.o. 4.15 aangegeven en verwijst daartoe deze zaak naar de rol van 16 november 2011, waarna Essent in de gelegenheid wordt gesteld een antwoordakte te nemen, zoals hiervoor onder r.o. 4.15 en 4.16 aangegeven, waarna [gedaagde] nog met een akte mag reageren op het door Essent berekende bedrag aan de hand van gemiddeld verbruik als vermeld in r.o. 4.16,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. Bik en in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2011.