Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2011:BR5371

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
22-08-2011
Datum publicatie
22-08-2011
Zaaknummer
01/853013-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een trio met een 13-jarig meisje acht de rechtbank in casu zo vergaand en niet passend bij deze leeftijd, dat dit in strijd is met de sociaal-ethische norm. Artikel 245 Sr.

Daaraan doet niet af dat een van de verdachten een relatie had met het slachtoffer.

Het leeftijdsverschil tussen verdachte en het slachtoffer was 4 jaar. Dit is niet gering, zeker niet gelet op de verschillende fasen waarin zij zich bevonden.

Aan verdachte is opgelegd een werkstraf van 51 uren subsidiair 25 dagen jeugddetentie met aftrek van voorarrest en een voorwaardelijke jeugddetentie van 1 maand. Verdachte dient zich gedurende de proeftijd van twee jaren te gedragen naar de aanwijzingen van de jeugdreclassering, ook als die inhouden een ambulante behandeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/853013-11

Datum uitspraak: 22 augustus 2011

Verkort vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,

wonende te [woonplaats], [adres].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting achter gesloten deuren van 8 augustus 2011.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 8 juli 2011.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 29 oktober 2010 tot en met 1 november 2010

te Cuijk, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met [slachtoffer], geboren [geboortedatum] 1997, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet

die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige

handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het

seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte

en/of zijn mededader:

- met de tong de mond van die [slachtoffer] binnengedrongen en/of (vervolgens)

- met de penis de mond van die [slachtoffer] binnengedrongen en/of (vervolgens)

- met de penis de vagina van die [slachtoffer] binnengedrongen en/of

- over borsten van die [slachtoffer] gewreven;

(artikel 245/47 wetboek van strafrecht)

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in haar vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

in de periode van 29 oktober 2010 tot en met 1 november 2010 te Cuijk, tezamen en in vereniging met een ander, met [slachtoffer], geboren [geboortedatum] 1997, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige

handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte en/of zijn mededader:

- met de tong de mond van die [slachtoffer] binnengedrongen en

- met de penis de mond van die [slachtoffer] binnengedrongen en

- met de penis de vagina van die [slachtoffer] binnengedrongen en

- over borsten van die [slachtoffer] gewreven.

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat er geen sprake is van ontuchtig handelen aan de zijde van verdachte. Er is sprake van vrijwillig contact tussen personen met een gering leeftijdsverschil. [medeverdachte] en [slachtoffer] hadden ook nog eens een affectieve relatie met elkaar. Bovendien was [slachtoffer] voorafgaand aan de feiten al seksueel actief en wilde ze eigenlijk geen aangifte doen.

De rechtbank overweegt als volgt.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat het volgende zich feitelijk heeft afgespeeld.

[medeverdachte] en [verdachte] hebben tijdens een feestje het plan opgevat een 'triootje' met [slachtoffer] te hebben. [medeverdachte] had op dat moment een kortdurende relatie met [slachtoffer].

[verdachte] heeft [slachtoffer] op het feestje leren kennen.

De dag na dit feestje hebben [verdachte] en [medeverdachte] [slachtoffer] opgehaald en zijn zij naar de woning van [verdachte] gegaan.

Bij een tankstation heeft [verdachte] met [slachtoffer] besproken dat [medeverdachte] en hij een 'triootje' met haar wilden. [slachtoffer] reageerde daar in eerste instantie niet positief op.

In de woning van [verdachte] zijn [verdachte], [slachtoffer] en [medeverdachte] naar de slaapkamer van [verdachte] gegaan. Op de slaapkamer van [verdachte] twijfelde [slachtoffer] nog steeds. Zij was bang [medeverdachte] hierdoor kwijt te raken. Uiteindelijk hebben de seksuele handelingen wel plaatsgevonden.

[verdachte] en [medeverdachte] hebben [slachtoffer] gekust, gestreeld en gevingerd. Daarna hebben grotendeels in elkaars bijzijn de seksuele handelingen zoals genoemd in de tenlastelegging plaatsgevonden.

[slachtoffer] heeft bij de politie verklaard dat zij dit 'triootje' eigenlijk niet heeft gewild.

[slachtoffer] was ten tijde van deze seksuele handelingen 13 jaar. [medeverdachte] was 14 jaar en [verdachte] was 17 jaar.

Om te beoordelen of hier sprake is van ontuchtige handelingen dient de rechtbank te bezien of het hier gaat om handelingen van seksuele aard, die in strijd zijn met de sociaal-ethische norm.

Artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht strekt tot bescherming van de seksuele integriteit van personen die, gelet op hun jeugdige leeftijd in het algemeen geacht worden daartoe zelf niet of onvoldoende in staat te zijn.

Onder omstandigheden kan aan zodanige handelingen met een minderjarige tussen de twaalf en zestien jaren het ontuchtige karakter ontbreken.

Gesteld kan worden dat de sociaal-ethische norm de afgelopen jaren is verschoven, in die zin dat jeugdigen op steeds jongere leeftijd seksueel actief zijn.

In deze zaak dient naar het oordeel van de rechtbank de vraag te worden beantwoord of er omstandigheden waren, waardoor het ontuchtig karakter aan de door verdachte gepleegde handelingen is komen te vervallen.

De rechtbank constateert dat het voor verdachte mogelijk niet kenbaar was of er sprake was van onvrijwilligheid van de zijde van [slachtoffer]. Dat is voor de strafwaardigheid echter niet doorslaggevend.

[verdachte] was ten tijde van het plegen 17 jaar en [medeverdachte] was 14 jaar, terwijl [slachtoffer] 13 jaar was. De leeftijd van het slachtoffer genoemd in artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht is een geobjectiveerd bestanddeel. De opzet of schuld met betrekking tot de jonge leeftijd is daarom niet vereist. Voor wat betreft [medeverdachte] kan het leeftijdsverschil in beginsel als een gering leeftijdsverschil worden bestempeld. Het leeftijdsverschil tussen [verdachte] en [slachtoffer] was 4 jaar. Tussen [slachtoffer] en [verdachte] kan niet gesproken worden van een gering leeftijdsverschil, zeker niet gelet op de verschillende fasen waarin zij zich bevonden. Een 13-jarige bevindt zich in een andere levensfase dan een 17-jarige tiener.

De rechtbank acht in deze zaak de sociaal ethische normen betreffende seksueel verkeer geschonden nu sprake is van twee jongens die besluiten een meisje van 13 jaar mee te nemen naar de woning van een van hen om vervolgens beiden, in elkaars bijzijn, verregaande seksuele handelingen met haar te verrichten. Het hebben van een trio met een meisje van 13 jaar acht de rechtbank al zo vergaand en niet passend bij haar leeftijd, dat dit in strijd is met de sociaal-ethische norm.

Daaraan doet niet af dat [medeverdachte] en [slachtoffer] een relatie hadden en dat er voor wat betreft [medeverdachte] een gering leeftijdsverschil met [slachtoffer] was.

De rechtbank verwerpt derhalve het verweer van de raadsman.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

- een werkstraf van 120 uur subsidiair 60 dagen jeugddetentie met aftrek voorarrest;

- 1 maand jeugddetentie voorwaardelijk met de bijzondere voorwaarde toezicht van de jeugdreclassering.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

(abusievelijk staat in de vordering 'vervangende hechtenis' terwijl de officier van justitie ter zitting 'vervangende jeugddetentie' heeft gevorderd.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op:

a. de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan,

b. de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank enerzijds in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden ten bezware van verdachte:

- de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- verdachte heeft door het plegen van het feit een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank anderzijds in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden die tot matiging van de straf hebben geleid:

- verdachte lijkt het laakbare van zijn handelen in te zien;

- verdachte is gemotiveerd mee te werken aan een behandeling.

Met betrekking tot de op te leggen jeugddetentie zal de rechtbank bepalen dat die straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat verdachte zich voor het einde van de hierna vast te stellen proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden, dan wel de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft naleeft. De rechtbank wil met een en ander enerzijds de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer].

[slachtoffer] heeft een voegingsformulier benadeelde partij in het strafproces ingestuurd, maar geen bedrag genoemd van schade die wordt gevorderd. Nu de benadeelde partij geen bedrag heeft gevorderd, hoeft de rechtbank geen beslissing met betrekking tot dit voegingsformulier te geven.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 27, 77a, 77g, 77h, 77i, 77m, 77n,

77v, 77x, 77y, 77z, 77aa, 245, 248.

DE UITSPRAAK

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf :

Met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die

van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen

die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straffen.

Werkstraf voor de duur van 51 uren subsidiair 25 dagen jeugddetentie met aftrek

overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank waardeert een in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebrachte dag op 2 uren te verrichten arbeid.

Jeugddetentie voor de duur van 1 maand.

Bepaalt dat deze straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaar aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde:

dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de aanwijzingen

hem in het kader van jeugdreclassering te geven door of namens het Bureau

Jeugdzorg Noord-Brabant, Wal 20, 5611 GG Eindhoven, ook als deze aanwijzingen

inhouden ambulante behandeling bij de GGZ en/of bij Inzicht te Nijmegen.

Verleent opdracht aan voornoemd Bureau om aan de veroordeelde terzake van de

naleving van deze bijzondere voorwaarde hulp en steun te verlenen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.M. Klinkenbijl, voorzitter, tevens kinderrechter,

mr. M. Lammers en mr. C.B.M. Bruens, leden,

in tegenwoordigheid van L. Scholl, griffier,

en is uitgesproken op 22 augustus 2011.

7

Parketnummer: 01/853013-11

[verdachte]