Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2011:BR5355

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
19-08-2011
Datum publicatie
19-08-2011
Zaaknummer
01/825190-11 en 01/820583-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft medestudenten en docenten van zijn school in Eindhoven bedreigd door te zeggen of via MSN te schrijven dat hij de hele klas en iedereen op school zou doodschieten en wordt daarvoor veroordeeld tot een werkstraf van 60 uur subsidiair 30 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk met aftrek van voorarrest. Verdachte dient zich gedurende de proeftijd van twee jaren aan de aanwijzingen van de reclassering te houden.

Verdachte is vrijgesproken van de bedreiging van een meisje omdat zij pas door de politie van de bedreigingen in MSN-berichten op de hoogte is gekomen nadat de politie de computer van verdachte in beslag had genomen. Verdachte had geen opzet om haar te bedreigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummers: 01/825190-11 en 01/820583-11

Datum uitspraak: 19 augustus 2011

Vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,

wonende te [woonplaats], [adres].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 5 augustus 2011.

Op deze zitting heeft de rechtbank de tegen verdachte, onder de hiervoor genoemde parketnummers, aanhangig gemaakte zaken gevoegd.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaardingen geldig zijn. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaardingen van 5 en 8 juli 2011.

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 5 augustus 2011 is gewijzigd is aan verdachte in de zaak met parketnummer 01/825190-11 tenlastegelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot

en met 23 maart 2011 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, één of meer

(mede)studenten en/of docenten van de Fontys Hogeschool (aan de

Rachelsmolen te Eindhoven) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven

gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte (telkens)

opzettelijk dreigend tegen voornoemde (mede)student(en)-in persoon en/of via MSN- gezegd dat hij de hele klas en/of iedereen op school dood zou gaan doodschieten en/of doodmaken en/of vermoorden en/of dat hij hun huizen zou gaan opblazen, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

(artikel 285 Sr)

Aan verdachte is in de tenlastelegging met parketnummer 01/820583-11 tenlastegelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 januari 2011

tot en 31 mei 2011 te Eindhoven, althans in Nederland, [slachtoffer] heeft

bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware

mishandeling en/of verkrachting, immers heeft verdachte opzettelijk in (een)

MSN-gesprek(ken) met de gebruiker(s) van de emailadressen

[emailadres 1]' en/of '[emailadres 2] de volgende

dreigende teksten verzonden: "Stomme kut [slachtoffer] moet gwn sterven" en/of

"alleen [slachtoffer] is zo moeilijk aan het doen - was al aan het denken - neem gwn

n mes mee - en snij d'r keel open - en laat t uitzien als n verkrachting -

zonder DNA - weet je gwn open gescheurt condoom pakje - haar kut verneukt -

drm zou het ook geloofwaardig overkomen - en ze gaat veel uit - en is

uitdagend tegenover jongens - en flirt fucking veel - dus zou opzich best

kunnen dat zij es verkracht word - hoop t voor haar", althans woorden van

gelijke dreigende aard of strekking;

art. 285 WvSr

De bewijsbeslissing.

Het onder parketnummer 01/820583-11 tenlastegelegde

Het standpunt van de officier van justitie.

De bedreigde [slachtoffer] wist niets van de bedreiging. Deze is naar voren gekomen bij onderzoek van de computer van verdachte. De officier van justitie heeft de betreffende Msn-berichten aan [slachtoffer] laten lezen, waardoor zij zich toen bedreigd voelde en aangifte heeft gedaan.

Het standpunt van de verdediging.

Verdachte heeft nooit de bedoeling gehad om [slachtoffer] te bedreigen.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer] heeft bedreigd. Verdachte wordt daarom van hetgeen onder parketnummer 01/820583-11 is tenlastegelegd vrijgesproken.

De rechtbank is van oordeel dat niet gezegd kan worden dat verdachte het opzet heeft gehad om [slachtoffer] te bedreigen. Verdachte heeft op 6 en 11 januari 2011 de tenlastegelegde teksten via MSN gestuurd naar twee vertrouwenspersonen van hem, te weten zijn vriend [vriend van verdachte ] en zijn vriendin [vriendin van verdachte]. Bij een onderzoek van de computer van verdachte heeft de politie de Msn-berichten aangetroffen. Door de politie en/of de officier van justitie is [slachtoffer] op de hoogte gebracht van deze berichten. Verdachte heeft verklaard dat hij kwaad was op [slachtoffer] en dat hij dat op deze manier enkel ten overstaan van zijn vrienden heeft geuit. Het was niet zijn bedoeling dat [slachtoffer] kennis zou nemen van de bedreigende teksten.

Nu verdachte de betreffende berichten alleen aan directe intimi heeft gestuurd en Msn in beginsel een gesloten sociaal communicatiemedium is, was er naar het oordeel van de rechtbank geen aanmerkelijke kans dat [slachtoffer] er kennis van zou kunnen nemen. Verdachte hoefde daarmee geen rekening te houden . Met name hoefde verdachte er geen rekening mee te houden dat zijn computer door de politie in beslag zou worden genomen en dat vervolgens [slachtoffer] door de politie en/of de officier van justitie van de in deze computer aanwezige bedreigende Msn-berichten op de hoogte zou worden gesteld. Er is daarom ook geen sprake van opzet, ook niet in voorwaardelijke zin.

Het onder parketnummer 01/825190-01 tenlastegelegde.

De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie is van oordeel dat er voor feit 1 meer dan voldoende bewijs is, gelet op de verklaringen van de diverse getuigen. Er is in elk geval sprake van voorwaardelijk opzet op bedreiging.

Het standpunt van de verdediging.

Verdachte heeft aangegeven nooit de intentie te hebben gehad om iemand iets aan te doen of te bedreigen.

Hij heeft ook geen reden om mensen uit zijn klas te doden Hij haat geen enkele persoon in zijn klas. Hij heeft nooit tegen [studiegenoot van verdachte 1] gezegd dat hij iedereen zou doodschieten. Hij wijst er op dat hetgeen de overige studenten verklaren afkomstig is van slechts één bron. Zij verklaren over wat ze van [studiegenoot van verdachte 1] hebben gehoord. Ook heeft verdachte niet gezegd dat hij hun huizen op zou blazen. Mocht hij woorden hebben gebruikt waardoor anderen zich bedreigd voelden, dan spijt hem dat. Het verbaast hem dat indien anderen denken dat hij een risico is voor hen, er nooit met hem over gesproken is.

Het oordeel van de rechtbank.

Bron:

Een dossier van de regiopolitie Brabant Zuid-Oost, afdeling Eindhoven Woensel Noord, met dossiernummer 2011041378, afgesloten 4 juli 2011, aantal doorgenummerde bladzijden 104. Dit dossier bevat een verzameling wettig opgemaakte processen-verbaal die in de onderhavige zaak in het kader van het opsporingsonderzoek zijn opgemaakt alsmede (eventuele) andere bescheiden.

[studiegenoot van verdachte 1], student aan de Fontys Hogeschool, Rachelsmolen te Eindhoven en een studiegenoot van verdachte, heeft op 24 maart 2011 verklaard dat hij ongeveer acht weken geleden tijdens een praktijkles naast verdachte zat en dat verdachte uit het niets zei dat hij de klas wilde vermoorden. Hij dacht dat verdachte zei " over acht weken". [studiegenoot van verdachte 1] vertaalde dit naar de datum 4 april 2011. Toen hij verdachte vroeg of het 4 april zou gaan gebeuren zei verdachte zonder enige emotie "ja". [studiegenoot van verdachte 1] beschouwde het als een grap en vertelde het aan andere klasgenoten, maar die voelden zich bedreigd. Hij hoorde verschillende klasgenoten zeggen dat zij op 4 april niet naar school durfden komen.1

[studiegenoot van verdachte 2], klasgenoot van verdachte, heeft op 24 maart 2011 verklaard dat ongeveer tweeënhalve maand geleden [studiegenoot van verdachte 1] op school naar hem toe kwam en tegen hem zei dat verdachte hem had gezegd dat hij op 4 april "onze" klas ging doodschieten. Later, toen hij er met wat mensen over gesproken had, ging hij zich zorgen maken. Toen getuige [studiegenoot van verdachte 2] aan verdachte een paar dagen later vroeg waarom hij gezegd had dat hij zijn klasgenoten ging doodmaken zei verdachte dat getuige zich niet druk hoefde te maken. Hij noemde daarbij enkele namen van personen die boven aan zijn lijstje zouden staan om dood te schieten.2

Bij het onderzoek naar de computer van verdachte heeft de politie een aan [vriendin van verdachte] verzonden Msn-bericht, gedateerd 28 februari 2011, aangetroffen met de tekst: "[vriendin van verdachte], ooit vermoord ik mijn gehele groep".3 [vriendin van verdachte] is [vriendin van verdachte], een collega-student van verdachte.4

[docent hogeschool], docent aan de Fontys Hogeschool te Eindhoven, heeft verklaard dat op 23 maart 2011 een aantal studenten hem vertelde dat verdachte een aantal weken daarvoor tegen [studiegenoot van verdachte 1] zou hebben gezegd dat verdachte op 4 of 5 april een aantal mensen op school zou dood schieten.5

Directeur van de Fontys Hogeschool HRM en psychologie [directeur hogeschool], heeft verklaard dat er onder docenten, nadat het verhaal op school was rondverteld, verhoogde onrust werd ervaren.6

De rechtbank acht op grond van bovenstaande bewijsmiddelen bewezen dat verdachte zijn klasgenoten en docenten heeft bedreigd. Verdachte heeft ontkend dat hij ten overstaan [studiegenoot van verdachte 1] de bedreigende woorden heeft gebruikt. De rechtbank acht de verklaring van [studiegenoot van verdachte 1] echter geloofwaardig. Het is inderdaad zo dat, zoals verdachte zegt, de meeste studenten verklaren over wat zij van [studiegenoot van verdachte 1] hebben gehoord. Deze verklaringen zullen daarom niet voor het bewijs worden gebruikt. De verklaring van [studiegenoot van verdachte 1] wordt echter ondersteund door de verklaring van [studiegenoot van verdachte 2], die uit eigen waarneming soortgelijke teksten van verdachte heeft gehoord. Ook in het Msn-bericht aan [vriendin van verdachte] laat hij zich ongeveer in gelijke zin uit over zijn groep.Verdachte moet zich hebben gerealiseerd dat door [studiegenoot van verdachte 1] en vervolgens door anderen over zijn uitlatingen zou worden gesproken en dat ook de docenten en andere studenten dan degene tegen wie hij zich direct heeft gericht, op de hoogte zouden geraken van deze woorden. De door de verdachte gebezigde woorden hebben onmiskenbaar een dreigende strekking. De medestudenten en docenten konden zich daardoor dan ook bedreigd voelen en verdachte had zich dit kunnen en moeten realiseren.. Dat verdachte, zoals hij zegt, nooit de bedoeling heeft gehad om daadwerkelijk geweld te gebruiken tegen de studenten en docenten doet er niet aan af dat zij zich door zijn uitlatingen bedreigd gevoeld kunnen hebben.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

1.

In de periode van 1 februari 2011 tot en met 23 maart 2011 te Eindhoven, medestudenten en docenten van de Fontys Hogeschool (aan de Rachelsmolen te Eindhoven) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend tegen voornoemde medestudenten -in persoon en/of via MSN- gezegd dat hij de hele klas en iedereen op school dood zou gaan doodschieten en/of doodmaken en/of vermoorden .

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ten aanzien van beide feiten te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de tijd van drie maanden geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en als bijzondere voorwaarde, toezicht van de Reclassering, ook als dat zou inhouden behandeling bij de GGZ.

Verder heeft de officier van justitie een werkstraf voor de duur van 80 uur subsidiair 40 dagen hechtenis gevorderd.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De verdachte heeft aangegeven dat hij een werkstraf gelet op zijn drukke werkzaamheden belastend vindt.

Verdachte zal meewerken indien hem een verplicht reclasseringstoezicht wordt opgelegd. Ook ziet hij de meerwaarde van een behandeling bij de GGZ, zoals door de psycholoog voorgesteld. Hij heeft behoefte aan een nader diagnostisch onderzoek.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De rechtbank zal ten nadele van verdachte rekening houden met het feit dat verdachte met zijn dreigende uitlatingen voor grote onrust heeft gezorgd onder studenten en docenten van de Fontys Hogeschool te Eindhoven. Zeker in het licht van eerdere schietincidenten op scholen had verdachte zich er van bewust moeten en kunnen zijn dat bedreiging met doodschieten, ook indien hij dit niet serieus bedoelde, door anderen wel als serieus en zeer bedreigend zou kunnen worden ervaren. Verschillende getuigen verklaren dat zij, nadat zij aanvankelijk dachten dat het, omdat verdachte zich wel vaker op een vreemde manier gedroeg, een misplaatste grap was, het toch niet helemaal vertrouwden en overwogen om 4 april 2011 niet naar school te komen.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank verder rekening houden met de omstandigheid dat verdachte niet eerder tot een straf is veroordeeld en dat verdachte, hoewel hij ontkent, er blijk van heeft gegeven te beseffen dat bedreigingen zoals aan hem worden verweten niet acceptabel zijn.

Op 22 juli 2011 hebben de psychiater W.H. Braam en de psychiater in opleiding S.M. Bouwman een rapport omtrent verdachte uitgebracht.

In dit rapport vermelden zij onder meer:

Uit huidig onderzoek komt naar voren dat er bij betrokkene sterke aanwijzingen zijn dat er bij hem sprake is van een stoornis uit het autistische spectrum, namelijk een pervasieve ontwikkelingsstoornis nao. Hierbij is er sprake van tekortkomingen in de ontwikkeling van sociale interacties en tekortkomingen in verbale en non-verbale communicatie.Mensen met een pervasieve ontwikkelingsstoornis kunnen de emoties van anderen niet goed inschatten/op waarde beoordelen en kunnen er dan ook slecht op reageren of anticiperen.

De vlakheid en schijnbare emotieloosheid waarmee betrokkene zich uit, kunnen dit effect nog eens extra bekrachtigen.

Verder onderzoek naar een pervasieve ontwikkelingsstoornis, psycho-educatie en behandeling zijn aangewezen. Overigens is dit iets dat betrokkene zelf ook wil.

Tijdens het tenlastegelegde is deze stoornis ook aanwezig geweest.

Geadviseerd wordt, mits het tenlastegelegde wordt bewezen, verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen. Verder wordt geadviseerd verdachte te verwijzen naar de GGZ voor een zorgprogramma ontwikkelingsstoornissen, waar verdere diagnostiek/psycho-educatie en behandeling plaats kan vinden ten aanzien van pervasieve ontwikkelingsstoornissen.

De rechtbank neemt deze conclusie en de gronden waarop zij berust over en maakt deze tot de hare. Zij zal hiermede bij het opleggen van de straf rekening houden.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, allereerst omdat de officier van justitie bij het formuleren van haar eis is uitgegaan van twee bewezenverklaarde feiten, terwijl de rechtbank van een van deze feiten zal vrijspreken en verder omdat de rechtbank van oordeel is dat de op te leggen straf de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

Met betrekking tot de op te leggen gevangenisstraf zal de rechtbank bepalen dat die straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat verdachte zich voor het einde van de hierna vast te stellen proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden, dan wel de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft naleeft. De rechtbank wil met een en ander enerzijds de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 9, 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 27, 285.

DE UITSPRAAK

T.a.v. 01/820583-11:

Vrijspraak.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

T.a.v. 01/825190-11:

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf :

T.a.v. 01/825190-11:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf(fen) en/of maatregel(en).

T.a.v. 01/825190-11:

Gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht en met een proeftijd van 2 jaren.

Stelt als bijzondere voorwaarde:

dat veroordeelde zich gedurende voornoemde proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen hem te geven door of namens de Reclassering Nederland, Regio 's-Hertogenbosch, Eekbrouwersweg 6, 5233 VG te 's-Hertogenbosch, ook als dit inhoudt diagnosestelling en/of ambulante behandeling door de GGZ., zolang deze instelling zulks noodzakelijk acht.

Verleent aan de Reclassering voornoemd de opdracht als bedoeld in artikel 14d

van het Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. 01/825190-11:

Werkstraf voor de duur van 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.M. Kooijmans-de Kort, voorzitter,

mr. P.J. Appelhof en mr. W.T.A.M. Verheggen, leden,

in tegenwoordigheid van J.C. de Steur, griffier,

en is uitgesproken op 19 augustus 2011.

Mr. W.T.A.M. Verheggen is buiten staat om dit vonnis te tekenen.

1 Pv p. 52-53

2 Pv p. 68-69

3 Pv p. 88

4 Pv p.73

5 Pv p. 64

6 Pv p.42

??

??

9

Parketnummers: 01/825190-11 en 01/820583-11

[verdachte]