Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2011:BR2393

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
20-07-2011
Datum publicatie
20-07-2011
Zaaknummer
01/885016-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een werkstraf van 240 uur subisidiar 120 dagen hechtenis met aftrek voorarrest en een gevangenisstraf van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar voor het overdragen van ongeveer 40 stroomstootwapens en het voorhanden hebben van een gaspistool, munitie en 10 boksbeugels.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/885016-11

Datum uitspraak: 20 juli 2011

Verkort vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955,

wonende te [woonplaats], [adres]

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 6 juli 2011.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 10 juni 2011.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2009 tot en met 21 december 2009 te Schijndel, in ieder geval in Nederland, (ongeveer) 40, in ieder geval een of meer wapens van categorie II onder 5°, te weten (een) voorwerp(en) waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, heeft overgedragen, in ieder geval voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd; [artikel 26 en 31 Wet wapens en munitie]

2.

hij op 21 december 2009 te Schijndel, in ieder geval in Nederland,een wapen van categorie III onder 1°, te weten een gaspistool en/of munitie, voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;[artikel 26 Wet wapens en munitie]

3.

hij of omstreeks 21 december 2009 te Schijndel, in elk geval in Nederland een of meer wapens van categorie I onder 3°, te weten 10, in ieder geval een of meer boksbeugels voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor

zover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in

dezelfde betekenis te zijn gebezigd; [artikel 13 Wet wapens en munitie]

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

1.

op tijdstippen in de periode van 1 juli 2009 tot en met 21 december 2009 te Schijndel, (ongeveer) 40, wapens van categorie II onder 5°, te weten voorwerpen waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, heeft overgedragen;

2.

op 21 december 2009 te Schijndel een wapen van categorie III onder 1°, te weten een gaspistool en munitie, voorhanden heeft gehad;

3.

op 21 december 2009 te Schijndel wapens van categorie I onder 3°, te weten 10 boksbeugels, voorhanden heeft gehad;

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen onder 1, 2 en 3 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Oplegging van straf.

De eis van de officier van justitie.

(voor feit 1, 2 en 3:)

Een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden waarvan een deel, groot 3 maanden, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van voorarrest.

(Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.)

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straffen die aan verdachte dienen te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op:

a. de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan,

b. de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden ten bezware van verdachte:

- de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- verdachte heeft bij het plegen van de feiten gehandeld uit puur winstbejag;

- verdachte heeft welbewust een groot aantal wapens overgedragen, terwijl van algemene bekendheid is dat die wapens dikwijls in het criminele milieu terechtkomen en het gebruik van die wapens grote gevaren opleveren voor de gezondheid van de slachtoffers.

De rechtbank heeft overwogen een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf op te leggen voor de bewezen verklaarde feiten.

Echter nu verdachte, die inmiddels 56 jaar is, niet eerder is veroordeeld, en nu verdachte de door hem gepleegde strafbare feiten bij de aanvang van het tegen hem ingestelde onderzoek heeft toegegeven en tevens zijn medewerking aan dat onderzoek heeft verleend, is de rechtbank van oordeel dat in casus kan worden volstaan met een forse taakstraf, bestaande uit een werkstraf, en een geheel voorwaardelijke vrijheidsstraf.

Met betrekking tot de op te leggen gevangenisstraf zal de rechtbank bepalen dat die straf niet zal worden tenuitvoergelegd mits verdachte zich tot het einde van de hierna vast te stellen proeftijd aan de voorwaarde houdt dat hij zich niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken. De rechtbank wil met een en ander enerzijds de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 9, 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 57, 91,

Wet wapens en munitie art. 1, 2, 13, 26, 31, 55, 56, 60.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Verklaart het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1, 2 en 3 meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1:

handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

T.a.v. feit 2:

handelen in strijd met artikel 16, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaat met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

T.a.v. feit 3:

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straffen.

T.a.v. feit 1, feit 2, feit 3:

Werkstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis met aftrek

overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank waardeert een in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebrachte dag op 2 uur te verrichten arbeid.

T.a.v. feit 1, feit 2, feit 3:

Gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van

2 jaren.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. P.P.M. Rousseau, voorzitter,

mr. P.J. Appelhof en mr. E. Sikkema, leden,

in tegenwoordigheid van G.G. Dirks, griffier,

en is uitgesproken op 20 juli 2011,

zijnde mr. Sikkema buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.