Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2011:BQ3001

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
08-04-2011
Datum publicatie
29-04-2011
Zaaknummer
226675 - KG ZA 11-125
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Conflict tussen ouders tevens leden van de vereniging die de school in stand houdt en een deel van het bestuur van de vereniging. Het bestuur van de vereniging had conform het verzoek van de ouders een algemene ledenvergadering dienen uit te schrijven. De ouders hebben een algemene ledenvergadering kunnen uitschrijven en de op deze vergadering genomen besluiten zijn geldig. Voorts zijn de besluiten van het bestuur van de verenging tot het ontzetten van de ouders als lid geschorst en het bestuur dient de ouders als volwaardig lid van de vereniging te accepteren, totdat in de bodemprocedure anders zal zijn beslist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 226675 / KG ZA 11-125

Vonnis in kort geding van 8 april 2011

in de zaak van

1. [eiser sub 1],

2. [eiser sub 2],

3. [eiser sub 3],

allen wonende te [woonplaats],

eisers,

advocaat mr. M.J.J. Spieringhs te Eindhoven,

tegen

1. de vereniging

VERENIGING VOOR CHRISTELIJK NATIONAAL SCHOOLONDERWIJS,

gevestigd te Helmond,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats],

gedaagden,

advocaat mr. M. Bakhuis te Apeldoorn.

Partijen zullen hierna [eisers] en de Vereniging c.s. genoemd worden. Waar nodig zullen gedaagden afzonderlijk de Vereniging en [gedaagde sub 2] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van [eisers]

- de pleitnota van de Vereniging c.s.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. De Vereniging voor Christelijk Nationaal Schoolonderwijs te Helmond is opgericht op 12 maart 1957. De laatste statuten dateren van 20 september 2002. In artikel 3 van de statuten is ten aanzien van de grondslag van de vereniging bepaald:

“ de Vereniging aanvaardt als richtsnoer voor haar handelen “de Bijbel als Gods woord”.

2.2. In artikel 4 van de statuten is ten aanzien van het doel bepaald:

“Werkzaam te zijn tot oprichting en instandhouding van scholen voor primair protestants-christelijk onderwijs te Helmond.”

2.3. In artikel 9, sub b van de statuten is voor zover hier van belang bepaald:

“het bestuur is tot de bijeenroeping van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken verplicht, wanneer ten minste een/tiende deel der leden een daartoe strekkend schriftelijk verzoek bij het bestuur heeft ingediend. Wanneer het bestuur aan zulk een verzoek niet binnen veertien dagen gevolg heeft gegeven, zijn de verzoekers samen bevoegd tot het bijeenroepen van een algemene vergadering, die zonodig zelf in haar leiding voorziet.”

2.4. Op grond van artikel 6, sub a van de statuten zijn de voorwaarden voor aanmelding van het lidmaatschap:

“-het respecteren van de grondslag en het doel van de vereniging, zoals die zijn omschreven in de artikelen 3 en 4 van deze statuten.

- bereidheid tot betaling van contributie, waarvan het bedrag bij of krachtens huishoudelijk reglement wordt vastgesteld.

- het niet werkzaam zijn in vast dienstverband bij de vereniging en het niet in tijdelijk dienstverband werkzaam zijn bij de vereniging met uitzicht op een vaste aanstelling.”

2.5. Artikel 6, sub b van de statuten luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

“Het bestuur beslist in haar eerstvolgende vergadering na ontvangst van de aanmelding over de toelating en deelt dit betrokkene schriftelijk mee.

Bij weigering kan de belanghebbende binnen dertig dagen nadat de beslissing te zijner kennis is gebracht, schriftelijk in beroep komen bij de algemene vergadering, die daarover in haar eerstvolgende vergadering uitspraak doet.”

2.6. Op grond van artikel 6, onder g van de statuten kan ontzetting uit het lidmaatschap door het bestuur alleen worden uitgesproken:

“-wanneer een lid handelt in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging; en/of

- wanneer een lid de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.”

2.7. De Vereniging voert een basisschool die is opgericht en in stand wordt gehouden op protestants-christelijke grondslag, genaamd [naam] te Helmond. De school heeft een eigen directeur, [naam].

2.8. Van Mourik c..s zijn lid van de Vereniging en hebben allen kinderen op de christelijke basisschool [naam] te Helmond.

2.9. Het bestuur van de Vereniging bestaat thans uit vier leden in plaats van vijf, te weten, de voorzitter, [naam], gedaagde sub 2, hierna te noemen [gedaagde sub 2], de heer [naam], secretaris, de heer [naam] en de heer [naam]. Er is een vacature voor penningmeester.

2.10. In maart 2010 hebben de voorzitter van de Vereniging, [gedaagde sub 2], de directeur van de school en de adjunct directeur een notitie “Levensbeschouwing” geschreven, welke is gepresenteerd aan het bestuur van de Vereniging. Deze notitie had onder andere als inhoud een wijziging van de bijbellessen op school.

2.11. Op 25 juni 2010 ontvingen ouders een brief van de directeur van de basisschool, [naam]. In deze brief is het volgende aangegeven:

“De afgelopen jaren geven veel ouders aan dat “lessen in levensbeschouwing” voor hen “niet meer hoeft”. Andere ouders geven juist aan veel waarde te hechten aan “levensbeschouwing”.

Dit alles heeft er toe geleid, dat het bestuur en de directie zich hebben beraden op vragen rond “levensbeschouwing”. Hierbij is men gekomen tot het volgende standpunt:

Aan de ouders wordt gevraagd aan te geven of ze hun kind willen laten deelnemen aan verdieping van de lessen “levensbeschouwing”. Hierbij staan Bijbelverhalen, gebed en liedjes centraal.

Voor alle teerlingen geldt dat er aandacht wordt besteed aan de schaduwverhalen uit de methode Trefwoord (toepassingsverhalen), normen en waarden. Er is ook een gezamenlijke Kerst- en Paasviering. Daarnaast is er in de bovenbouw aandacht voor de wereldgodsdiensten.

“Respect voor elkaar” staat hierbij centraal.”

2.12. In een brief van 27 juni 2010 hebben drie leden van de Vereniging het bestuur gevraagd om een nadere toelichting op deze plannen. Vervolgens hebben [gedaagde sub 2] en de schooldirecteur laten weten dat alle kinderen de methode Trefwoord zouden blijven volgen en de “verdiepingslessen” extra waren.

2.13. Op 28 juni 2010 heeft het bestuur vergaderd, waar de brieven van [eisers] niet zijn besproken. Vervolgens zijn de wijzigingen zoals verwoord in de brief aan de ouders van 25 juni 2010 ten aanzien van het godsdienstonderwijs doorgevoerd, waarbij de stem van de voorzitter dubbel heeft geteld.

2.14. Omdat leden van de Vereniging, waaronder [eisers], het vermoeden hadden dat er zich een crisis voordeed in het bestuur en er kennelijk wijzigingen plaatsvonden op initiatief van de voorzitter die de (wijziging van de) christelijke identiteit betreffen hebben zij gevraagd om een toelichting van het bestuur.

2.15. Op 15 november 2010 hebben [eisers] en [naam] een schriftelijk verzoek ingediend bij het bestuur tot bijeenroeping van een algemene ledenvergadering op een termijn van niet langer dan vier weken.

2.16. Op 26 november 2010 heeft de voorzitter, [gedaagde sub 2] laten weten aan dat verzoek geen gevolg te willen geven, reden waarom [eisers] op 10 december 2010 hebben gevraagd om een ledenlijst, zodat zij dan zelf zouden kunnen overgaan tot het bijeenroepen van een algemene ledenvergadering.

2.17. Ondanks herhaaldelijke verzoeken tot het verstrekken van een ledenlijst is het bestuur hiertoe niet overgegaan. Op 14 januari 2011 hebben [eisers] nogmaals aangegeven een ledenlijst te willen zien voor 22 januari 2011, bij gebreke waarvan zij zich genoodzaakt zouden achten om leden op een andere wijze te benaderen.

2.18. Op 20 januari 2011 heeft de voorzitter vervolgens laten weten dat alsnog een algemene ledenvergadering bijeen zou worden geroepen, waarvan de datum bepaald zou worden in de bestuursvergadering van 24 januari 2011.

2.19. Via een oproep in een huis-aan-huis-blad van 26 januari 2011 en via een website hebben [eisers] getracht de leden op te roepen voor een algemene ledenvergadering op 7 februari 2011.

2.20. In de bestuursvergadering van 31 januari 2011 heeft de voorzitter op de agenda gezet dat de leden die een algemene ledenvergadering bijeen geroepen hebben, dienen te worden geroyeerd. Voorts dienden 60 leden te worden toegelaten en heeft de voorzitter aangekondigd dat zij bezig is met de voorbereiding van de oprichting van een Stichting. Daarop hebbende ouder- bestuursleden, de heer [naam] en [naam] de vergadering verlaten.

2.21. Vervolgens heeft de voorzitter besloten tot het royement van [eisers], de toelating van 60 nieuwe leden en de oprichting van een stichting.

2.22. Bij beroepschrift hebben eiser beroep ingesteld tegen de ontzetting als lid van de Vereniging.

2.23. Op 7 februari 2011 heeft de door [eisers] bijeengeroepen algemene ledenvergadering plaatsgevonden, waarbij 23 leden en twee niet leden zijn verschenen.

2.24. Het bestuur heeft aangekondigd de in de algemene ledenvergadering van 7 februari 2011 genomen besluiten niet te erkennen.

3. Het geschil

3.1. [eisers] vorderen samengevat - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

1. het besluit van het bestuur tot ontzetting van [eisers] te schorsen en het bestuur te gebieden [eisers] als volwaardig lid (met stemrecht) te accepteren, totdat in de bodemprocedure andersluidend zal zijn beslist omtrent het lidmaatschap van [eisers],

2. a. het besluit van het bestuur tot het ongeldig verklaren van de algemene ledenvergadering van 7 februari 2011 en het niet erkennen van de uitkomsten daarvan, te schorsen.

b. de Vereniging c.s. te gebieden zich te houden aan de besluiten, in de algemene Ledenvergadering van 7 februari 2011 genomen totdat in de bodemprocedure anders zal zijn beslist.

c. de Vereniging c.s. te veroordelen de drie in de algemene ledenvergadering van 7 februari 2011 gekozen bestuursleden toe te laten tot de bestuursvergaderingen als volwaardig bestuurslid (met stemrecht) totdat in de bodemprocedure andersluidend

zal zijn beslist.

3. besluiten van de Vereniging c.s. tot wijzigen van de grondslag van de Vereniging zonder raadpleging van de Algemene ledenvergadering te schorsen totdat in de bodemprocedure andersluidend zal zijn beslist.

4. het besluit van het bestuur van 31 januari 2011 tot het oprichten van een stichting ter vervanging van de Vereniging te schorsen totdat in de bodemprocedure andersluidend zal zijn beslist.

5. het besluit van het bestuur van 31 januari 2011 tot toelating van 60 nieuwe leden te schorsen, totdat het voltallig bestuur als bedoeld in sub 2c getoetst heeft of de leden aan de voorwaarden van de statuten voldoen, te weten het respecteren van de grondslag en het doel van de Vereniging.

6. de Vereniging c.s. te gebieden onmiddellijk de actuele ledenlijst ter beschikking te stellen aan [eisers], subsidiair aan het voltallig bestuur als bedoeld onder sub 2c.

7. de Vereniging c.s. te gebieden het voltallig bestuur volledig te informeren en alle post voorafgaand aan de eerstvolgende bestuursvergadering ter beschikking te stellen aan het voltallig bestuur.

8. [gedaagde sub 2] te gebieden haar bestuurslidmaatschap, subsidiair het voorzitterschap neer te leggen voor de resterende termijn, derhalve tot na de algemene ledenvergadering in april 2011,

alles op verbeurte van een dwangsom ten aanzien van de onderdelen 2b, 2c, 6, 7 en 8 en met veroordeling van de Vereniging c.s. in de kosten van deze procedure.

3.2. Daaraan leggen [eisers] het volgende ten grondslag.

Het besluit tot ontzetting van [eisers] is apert onredelijk, nu de reden voor ontzetting is gelegen in het feit dat [eisers] gebruik maakten van hun statutair recht tot het bijeenroepen van een algemene vergadering. Daarmee is niet voldaan aan de voorwaarden tot ontzetting ex artikel 6, sub g van de Statuten en artikel 2:35 BW. Daarnaast heeft de algemene ledenvergadering van 7 februari 2011 volgens de wet en de statuten plaatsgevonden, zodat de daar genomen besluiten dienen te worden gerespecteerd.

De besluiten van het bestuur tot oprichting van een Stichting en tot toelating van 60 nieuwe leden, zonder overleg met het bestuur of de algemene ledenvergadering, zijn in strijd met de wet en de statuten.

Voorts zijn de Vereniging c.s. gehouden de actuele ledenlijst te overleggen op grond van de statuten en dienen zij het bestuur volledig te informeren. Gebleken is dat brieven van [eisers] en andere leden van de vereniging aan de twee ouder bestuursleden worden onthouden en wellicht nog overige informatie.

Het bestuur en de voorzitter handelen daarmee op zeer onzorgvuldige wijze en in strijd met de democratische besluitvorming die een goed bestuurder van een Vereniging behoort te waarborgen.

[eisers] hebben op grond van het voorgaande een spoedeisend belang bij de door hen gevraagde voorzieningen.

3.3. De Vereniging c.s. voeren daartegen de volgende verweren.

1. [eisers] zijn niet ontvankelijk in hun vorderingen, nu zijn geen lid meer zijn van de vereniging.

2. De algemene ledenvergadering van 7 februari 2011 is niet rechtsgeldig tot stand gekomen

3. De Vereniging c.s. zijn rauwelijks gedagvaard.

4. De beoordeling

4.1. Niet valt in te zien waarom [eisers] niet zouden kunnen worden ontvangen in hun vorderingen jegens de Vereniging, omdat zij zijn geroyeerd als lid. Integendeel, juist waar [eisers] (onder meer) schorsing van de besluiten tot ontzetting van hen als lid vorderen hebben zij een (spoedeisend) belang bij de door hen ingestelde vorderingen. Ook het feit dat op grond van artikel 13, sub b van de Wet medezeggenschap op scholen een instemmingsbevoegdheid geldt van de ouders/leerlingendeel van de Medezeggenschapsraad bij verandering van de grondslag van de school of omzetting van de school of van een onderdeel daarvan, danwel vaststelling of wijziging van het beleid terzake, laat onverlet dat [eisers], als lid van de vereniging een zelfstandig belang hebben bij de door hen ingestelde vorderingen.

4.2. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zijn [eisers] rechtsgeldig overgegaan tot het uitroepen van de algemene ledenvergadering, gehouden op 7 februari 2011. Niet is betwist immers dat 1/10 deel van de leden reeds op 15 november 2010 een schriftelijk verzoek tot het bijeenroepen van een dergelijke vergadering heeft ingediend en het bestuur, ondanks haar verplichting daartoe op grond van artikel 9, sub b van de Statuten, niet binnen een termijn van vier weken tot het bijeenroepen van een dergelijke vergadering is overgegaan. Op grond van datzelfde artikel van de Statuten zijn de verzoekers in dat geval samen bevoegd tot het bijeenroepen van een algemene vergadering. Het bestuur heeft zich weliswaar op het standpunt gesteld dat er naar haar mening geen grond was voor het bijeenroepen van de vergadering, hetgeen zij bij brieven van 26 november 2010 en 17 december 2010 aan [eisers] kenbaar heeft gemaakt, maar daarmee miskent zij dat, naast een verzoek van tenminste 1/10 deel van de leden om een vergadering bijeen te roepen, geen valide reden daarvoor aanwezig behoeft te zijn. Dat het bestuur van 20 januari 2011 in een brief aan Kooistra nog heeft laten weten dat zij (alsnog) heeft besloten om toch een algemene ledenvergadering te beleggen, waarvan de datum zal worden bepaald in de bestuursvergadering van 24 januari 2011, kan aan het rechtsgeldig bijeenroepen van de vergadering door [eisers] evenmin afdoen. Immers, nog daargelaten dat dit niet binnen een termijn van vier weken na het eerste verzoek is gebeurd, terwijl de Statuten dit wel voorschrijven, is ook in deze brief, twee maanden na het eerste verzoek, nog geen concrete datum voor een algemene ledenvergadering bekend gemaakt. Voor zover de Vereniging c.s. nog stellen dat de algemene ledenvergadering niet rechtsgeldig heeft plaatsgevonden, omdat geroyeerde leden geen algemene vergadering bijeen kunnen roepen, gaan de Vereniging c.s. eraan voorbij dat op het moment van het besluit tot royement van [eisers] (in de bestuursvergadering van 31 januari 2011) de algemene ledenvergadering van 7 februari 2011 reeds was uitgeroepen. Aan deze stelling gaat de voorzieningenrechter dan ook voorbij.

4.3. Nu moet worden aangenomen dat de vergadering van 7 februari 2011 rechtgeldig bijeen is geroepen ziet de voorzieningenrechter aanleiding de vorderingen onder 2 sub b en sub c toe te wijzen als na te melden. Hoewel de voorzieningenrechter wel enige kanttekeningen plaatst bij het verloop van de algemene vergadering op 7 februari 2011, waarbij met name vragen opkomen over de wijze van voordracht van de bestuursleden en het al dan niet agenderen van de te nemen besluiten, zodat niet met zekerheid kan worden gezegd dat de besluiten in een eventueel aanhangig te maken bodemprocedure in stand zullen blijven, bestaan thans onvoldoende aanknopingspunten, waar zijdens de Vereniging c.s. op dit punt ook geen verweer is gevoerd, om reeds nu op een eventuele vernietiging van de besluiten op grond van artikel 2:15 BW vooruit te lopen. Van de geldigheid van de genomen besluiten dient vooralsnog dan ook uit te worden uitgegaan. Daarbij weegt de voorzieningenrechter nog mee dat het toelaten van de drie nieuwe bestuursleden, gekozen in de rechtsgeldig bijeengeroepen vergadering van 7 februari 2011, mogelijk zal kunnen bijdragen aan een herstel van het vertrouwen van [eisers] in het bestuur van de vereniging, en daarmee in het belang van de vereniging een deel van de onrust onder (een deel van) de leden kan worden weggenomen. Onderdeel a van het onder 2 gevorderde zal de voorzieningenrechter afwijzen vanwege het ontbreken van een belang bij [eisers], nu het niet aan het bestuur is om te oordelen over de geldigheid van een algemene ledenvergadering. Dit oordeel is voorbehouden aan de rechter.

4.4. De vordering tot het verstrekken van een ledenlijst (onder 6) zal gelet op hetgeen onder 4.1. is overwogen wel worden toegewezen. Uit het bepaalde in artikel 9, sub b, van de statuten, dat ziet op de bevoegdheid van [eisers] om zelf een algemene ledenvergadering bijeen te roepen, vloeit voort dat het bestuur, mits in haar bezit, een algemene ledenlijst verstrekt. Weliswaar heeft de ledenvergadering inmiddels plaatsgevonden, maar nu tegen de vordering geen verweer is gevoerd en het -ook- om andere redenen zinvol kan zijn over een actuele ledenlijst te beschikken, ziet de voorzieningenrechter in de gegeven omstandigheden voldoende aanleiding de Vereniging c.s. te veroordelen om een actuele ledenlijst te verstrekken. De voorzieningenrechter zal daarbij aansluiten bij de subsidiair gevorderde afgifte van de ledenlijst aan het voltallig bestuur, met inbegrip van de drie nieuwe bestuursleden.

4.5. Uit hetgeen hiervoor ten aanzien van de besluiten, genomen op de algemene ledenvergadering van 7 februari 2011 is overwogen vloeit voort dat voorshands ook moet worden aangenomen dat [eisers] weer als lid tot de Vereniging zijn toegelaten, nu daartoe eveneens is besloten op de vergadering van 7 februari 2011. Daarmee komt dan het belang van [eisers] bij het onder 1 gevorderde (schorsing van de ontzettingsbesluiten van [eisers]) grotendeels te ontvallen. Voor zover nodig en om alle onduidelijkheid met betrekking tot de besluiten tot ontzetting van [eisers] weg te nemen, ziet de voorzieningenrechter evenwel aanleiding de besluiten tot ontzetting van [eisers] te schorsen.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is voldoende aannemelijk dat de bodemrechter tot de conclusie zal komen dat zich geen van de gronden als genoemd in artikel 6, onder g van de statuten voordoet. Voor zover immers moet worden aangenomen dat het zelf bijeenroepen van de algemene ledenvergadering van 7 februari 2011 aan het besluit tot ontzetting ten grondslag ligt moet worden geoordeeld dat het gebruik maken van hun statutair recht geen enkele grond kan vormen voor ontzetting van [eisers] als lid van de vereniging. Voorzover de Vereniging c.s. betogen dat [eisers] de vereniging onredelijk hebben benadeeld door het oprichten van een website, waarop voor de school en de vereniging belastende en onjuiste gegevens hebben gestaan, kan hierin evenmin grond zijn gelegen voor het royement van [eisers]. Nog afgezien van het feit dat het bestuur het zelf in de hand heeft gewerkt dat [eisers] zich genoodzaakt hebben gezien een website op te richten om zoveel mogelijk leden te bereiken voor de vergadering van 7 februari 2011, door het niet verstrekken van een ledenlijst, heeft het bestuur geenszins onderbouwd dat de inhoud van de website van dien aard was dat daarmee de vereniging op onredelijke wijze is benadeeld. In het besluit tot royement van [eisers] zijn citaten van de website aangehaald als:”..het bestuur is een eigen koers gaan varen, …de voorzitter heeft geweigerd de ledenlijst ter beschikking te stellen, …leden vinden het arrogant dat het bestuur heeft geweigerd een ledenvergadering te beleggen, er is sprake van een ontbrekende communicatie van het bestuur met de leden over de identiteit.. het bestuur heeft algemene beginselen van behoorlijk bestuur geschonden”. Hoewel wellicht voor het bestuur niet aangenaam, kan op grond hiervan niet worden gezegd dat de inhoud van de website dermate grievend en bezijden de waarheid is dat de vereniging daarmee op onredelijke wijze is benadeeld.

Een en ander brengt mee dat voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter zal oordelen dat de besluiten vernietigbaar zijn op grond van artikel 2:15 BW, zodat de voorzieningenrechter deze besluiten zal schorsen. Het onder 1 gevorderde zal worden toegewezen als na te melden.

4.6. Het onder 3 gevorderde is te weinig concreet om te worden toegewezen in kort geding. Dat er een besluit voorligt om tot wijziging van de grondslag te komen (artikel 3 van de Statuten), waarbij aan te nemen valt dat het bestuur de algemene ledenvergadering niet zal raadplegen, zoals artikel 12, sub a van de Statuten voorschrijft is onvoldoende aannemelijk. Voor zover [eisers] met hun vordering beogen elk besluit te schorsen dat indruist tegen de grondslag van de vereniging is de vordering te weinig bepaald om te worden toegewezen in kort geding.

4.7. De voorzieningenrechter acht evenmin grond aanwezig om het onder 5 gevorderde toe te wijzen. Dat aan de totstandkoming van de besluiten tot toelating van 60 nieuwe leden, genomen in de bestuursvergadering van 31 januari 2011, gebreken kleven hebben [eisers] onvoldoende aannemelijk gemaakt. Op grond van de Statuten (artikel 6, sub b) is het ter beoordeling aan het bestuur of leden worden toegelaten of niet. [eisers] hebben wel aangevoerd dat het bestuur een niet consistent beleid voert, door het ene lid wel toe te laten en het andere lid niet, maar dit is op zichzelf nog geen grond voor het oordeel dat het besluit tot toelating van 60 leden niet rechtsgeldig tot stand is gekomen. Aanwijzingen dat er leden zijn toegelaten die niet voldoen aan de voorwaarden (waaraan overigens zeer snel zal zijn voldaan en die bovendien nauwelijks objectief te toetsen zijn) zijn er niet en bovendien komt het bestuur hierbij enige beoordelingsvrijheid toe. Daarbij komt nog dat de statuten voorzien in een regeling, waarbij een niet toegelaten lid het recht heeft om tegen deze beslissing beroep aan te tekenen, waarna daarover in de algemene vergadering wordt beslist (artikel 6, sub b van de Statuten).

4.8. Wel bestaat er reden de het besluit van 31 januari 2011 tot het oprichten van een Stichting ter vervanging van de Vereniging te schorsen. Op grond van het bepaalde in artikel 2:18, lid 2, sub a BW is immers voor een omzetting van een vereniging in een andere rechtsvorm (i.c. een stichting) vereist:

“a. een besluit tot omzetting, genomen met inachtneming van de vereisten voor een besluit tot statutenwijziging en, tenzij een stichting zich omzet, genomen met de stemmen van ten minste negen tienden van de uitgebrachte stemmen;

(…)”Niet is gebleken dat daaraan in casu is voldaan, zodat aannemelijk is dat in een bodemprocedure geoordeeld zal worden dat het besluit wegens strijd met artikel 2:14 BW nietig moet worden geoordeeld. De voorzieningenrechter ziet hierin aanleiding het besluit tot oprichting van een Stichting te schorsen, totdat in een bodemprocedure anders zal zijn beslist. De Vereniging c.s. stellen nog dat daar waar in de notulen wordt gesproken over het omzetten van de vereniging in een stichting wordt bedoeld dat een voorstel voor omzetting zal worden toegezonden aan de organen, zoals bedoeld in de statuten en de wet. Voor zover zij daarmee beogen te stellen dat er dus geen besluit is genomen tot omzetting van de vereniging, kan de voorzieningenrechter dit niet afleiden uit de tekst van de notulen, waar staat vermeld: besluit van het bestuur: de vereniging wordt omgezet in een stichting. De voorzieningenrechter zal dit besluit dan ook schorsen zoals gevorderd.

4.9. Het onder 7 gevorderde kan, nu daartegen geen verweer is gevoerd en ook overigens geen bezwaren bestaan, eveneens worden toegewezen.

4.10. Het onder 8 gevorderde zal, na afweging van alle betrokken belangen worden afgewezen. Het is een maatregel die zwaar ingrijpt in het dagelijks bestuur van de vereniging, zodat daarmee enige terughoudendheid dient te worden betracht. Hoewel de voorzieningenrechter met [eisers] van oordeel is dat de wijze van totstandkoming van een aantal besluiten, alsmede de communicatie met (een aantal van) de leden de toets der kritiek moeilijk kan doorstaan en aangenomen kan worden dat de voorzitter hierin een beslissende rol heeft gespeeld, is onvoldoende gebleken dat sprake is van een dusdanig wanbeleid, dat een dergelijke ordemaatregel is gerechtvaardigd. De voorzieningenrechter acht zich dan ook niet vrij tot het opleggen van een dergelijke maatregel, temeer waar de Statuten immers voorzien in een mogelijkheid een bestuurslid te schorsen of te ontslaan, welke procedure kennelijk (nog) niet is gevolgd. De voorzieningenrechter ziet in de beslissende rol die de voorzitter heeft gespeeld bij de gang van zaken die aanleiding heeft gegeven tot dit kort geding, wel voldoende grond om naast de Vereniging ook [gedaagde sub 2] te veroordelen tot al hetgeen waartoe de Vereniging zal worden veroordeeld, een en ander zoals hierna nader omschreven onder de beslissing.

4.11. Niet juist is dat de Vereniging c.s. rauwelijks zouden zijn gedagvaard. Vaststaat dat [eisers] bij brief van 16 februari 2011 de concept dagvaarding aan de Vereniging hebben verstuurd, met de aankondiging dat indien niet of negatief zal worden gereageerd op de conceptdagvaarding, tot betekening van de dagvaarding zal worden overgegaan. De Vereniging c.s. zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eisers] worden begroot op:

- dagvaarding € 97,81

- griffierecht 258,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.171,81

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. schorst, voorzover nodig, het besluit van het bestuur tot ontzetting van [eisers] en gebiedt het bestuur [eisers] als volwaardig lid (met stemrecht) te accepteren, totdat in de bodemprocedure anders zal zijn beslist,

5.2. gebiedt de Vereniging c.s. zich te houden aan de besluiten, in de algemene ledenvergadering van 7 februari 2011 genomen, totdat in de bodemprocedure andersluidend zal zijn beslist, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 voor iedere keer dat de Vereniging c.s. hieraan niet voldoen,

5.3. veroordeelt de Vereniging c.s. de drie in de algemene ledenvergadering van 7 februari 2011 gekozen bestuursleden toe te laten tot de bestuursvergaderingen als volwaardig bestuurslid (met stemrecht) totdat in de bodemprocedure andersluidend zal zijn beslist, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.500,00 voor iedere keer dat de Vereniging c.s. hieraan niet voldoen,

5.4. schorst het besluit van het bestuur van 31 januari 2011 tot het omzetten van de Vereniging in een Stichting, totdat in de bodemprocedure anders zal zijn beslist,

5.5. gebiedt de Vereniging c.s. binnen 24 uur na betekening van het vonnis, de actuele ledenlijst ter beschikking te stellen aan het voltallig bestuur, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag dat [eisers] hieraan niet voldoen,

5.6. gebiedt de Vereniging c.s. het voltallig bestuur volledig te informeren en alle post voorafgaande aan de eerstvolgende bestuursvergadering ter beschikking te stellen aan het voltallig bestuur, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 voor iedere keer dat de Vereniging c.s. hieraan niet voldoen,

5.7. bepaalt dat geen dwangsommen zullen worden verbeurd voor zover dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar moet worden geacht, (mede) gelet op de mate van verwijtbaarheid van de overtreding,

5.8. veroordeelt de Vereniging c.s. in de proceskosten, aan de zijde van [eisers] tot op heden begroot op € 1.171,81,

5.9. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.10. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Loesberg en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2011.