Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2011:BP9059

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
16-02-2011
Datum publicatie
25-03-2011
Zaaknummer
185966 HA ZA 08-2553
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Letselschade - benadeelde slachtoffer van busongeval - eindleeftijd behoefte aan huishoudelijke hulp 75 jaar en zes maanden in plaats van de gebruikelijke eindleeftijd van 70 jaar omdat benadeelde gemotiveerd heeft aangegeven waarom in dit geval een hogere eindleeftijd gerechtvaardigd is, waartegen door de aansprakelijke busmaatschappij geen verweer is gevoerd. Verleende toevoeging staat niet aan toekennen vergoeding voor rechtsbijstand in de weg nu het toe te wijzen bedrag de norm voor het verlenen van een toevoeging ruimschoots overtreft en op grond van artikel 34g van de Wet op de rechtsbijstand dan met terugwerkende kracht tot intrekking wordt overgegaan. Aanbod kosten raadsman benadeelde te laten begroten door de Geschillencommissie van de LSA wordt afgeslagen, omdat blijkens het LSA-reglement voor die procedure geen plaats is indien al een procedure bij de rechtbank aanhangig is. Volgt matiging van buitengerechtelijke kosten van rechtsbijstand.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 185966 / HA ZA 08-2553

Vonnis van 16 februari 2011

in de zaak van

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

advocaat mr. G.J.L.F.M. Schakenraad te [Eindhoven],

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EINDHOVENSE TOERISTEN SERVICE B.V.,

handelend onder de naam Solmar Tours,

gevestigd te Maarheeze (gemeente Cranendonk),

gedaagde,

advocaat mr. P.J.A. van de Laar te Eindhoven.

Partijen zullen hierna [eiseres] en Solmar Tours genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 23 september 2009,

- de akte met depotnummer 61-2010, waaruit blijkt dat de deskundige J.A.J. Wouters van bureau Terzet zijn deskundigenbericht op 1 juli 2010 ter griffie heeft gedeponeerd,

- de conclusie na deskundigenbericht van [eiseres],

- de antwoordconclusie na deskundigenbericht van Solmar Tours.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

Rapportage arbeidsdeskundige

2.1. Teneinde de omvang en behoefte van [eiseres] aan huishoudelijke hulp te kunnen vaststellen heeft de rechtbank in het tussenvonnis van 23 september 2009 de registerarbeidsdeskundige / ergonoom J.A.J. Wouters van bureau Terzet (hierna: Wouters) tot deskundige benoemd en hem opdracht gegeven bericht uit te brengen over de hulpbehoefte van [eiseres].

2.2. Bij het bepalen van de hulpbehoefte van [eiseres] dient te worden uitgegaan van de functiebeperkingen zoals die zijn beschreven in de rapporten van dr. Edixhoven en dr. Verdickt. Deze beperkingen waren nog niet vertaald in een belastbaarheidsprofiel, waarover een arbeidsdeskundige dient te beschikken om de hulpbehoefte te kunnen bepalen. Een dergelijk profiel moest dus nog worden opgesteld. De rechtbank heeft in verband hiermee Wouters opgedragen daartoe zelf een medisch adviseur of verzekeringsgeneeskundige in te schakelen.

2.3. Wouters heeft verzekeringsarts mr. drs. G.J. Kruithof verzocht een belastbaarheidsprofiel op te stellen. Uit het rapport van Kruithof, dat is overgelegd als bijlage 1 bij het rapport van Wouters, blijkt dat Kruithof zijn conceptrapportage op 12 maart 2010 aan [eiseres] heeft toegezonden. Bij email van 22 maart 2010 heeft [eiseres] meegedeeld dat zij geen gebruik zal maken van haar blokkeringsrecht. Zij vraagt alleen om een aanpassing van het rapport op het punt van pre-existente klachten. Voor zover de rechtbank kan overzien is het rapport op dit punt niet aangepast. Zoals later in dit vonnis nog zal blijken is dat echter niet relevant. Het belastbaarheidsprofiel is vervolgens naar partijen gezonden met het verzoek om commentaar. Van de zijde van [eiseres] is meegedeeld dat er geen op- of aanmerkingen zijn. Van de zijde van Solmar Tours is geen reactie gekomen.

2.4. Wouters heeft vervolgens aan de hand van dit belastbaarheidsprofiel, na bestudering van het dossier en na een huisbezoek aan [eiseres], zijn bevindingen uitgewerkt en de vragen van de rechtbank beantwoord in een conceptrapportage die aan partijen is toegezonden. Van de zijde van [eiseres] is op 7 juni 2010 telefonisch meegedeeld dat zij akkoord is met de conceptrapportage en geen op- of aanmerkingen heeft. Van de zijde van Solmar Tours is bij faxbericht van 31 mei 2010 op het conceptrapport gereageerd (bijlage 4 bij het rapport van Wouters). Wouters is in zijn definitieve rapport ingegaan op de door Solmar Tours opgeworpen vraagpunten.

2.5. Voor de letterlijke weergave van de bevindingen van Wouters verwijst de rechtbank naar het deskundigenrapport. Samengevat komen de conclusies van Wouters op het volgende neer. Wouters heeft de wekelijkse behoefte aan huishoudelijke hulp vastgesteld op 3,2 uur. De behoefte aan hulp bij het verrichten van andere werkzaamheden in en om het huis (tuin- en huisonderhoud) is door Wouters geschat op 8 uur per jaar. Volgens Wouters valt in redelijkheid niet aan te nemen dat de eventuele behoefte aan huishoudelijke hulp en hulp bij het verrichten van andere werkzaamheden in en om het huis in de toekomst zal afnemen, omdat de gezinssamenstelling niet zal wijzigen en de echtgenoot van [eiseres] beperkt inzetbaar is. Wouters heeft voorts geen beperkingen gevonden op grond waarvan kan worden verondersteld dat fietsen voor [eiseres] niet meer mogelijk zou kunnen zijn. Wouters merkt voorts het volgende op. [eiseres] en haar echtgenoot gaan verhuizen. Bij die woning is een tuin. Vanwege de beperkingen van [eiseres] zal zij die tuin niet kunnen onderhouden. Wouters geeft partijen in overweging om de kosten van betegeling van de tuin, wat schadebeperkend werkt, voor vergoeding in aanmerking te laten komen.

2.6. [eiseres] geeft in haar conclusie na deskundigenbericht aan dat zij zich met de hoofdlijnen en de conclusies van Wouters kan verenigen. Zij plaatst wel een aantal kanttekeningen met het oog op de mogelijke reactie van Solmar Tours op het rapport, maar die doen geen afbreuk aan de conclusies van Wouters.

2.7. Solmar Tours kan zich niet met het rapport van Wouters verenigen. Zij stelt op de eerste plaats dat onvoldoende rekening is gehouden met de leeftijd van [eiseres] en de beperkingen die zij al had: hernia, astma, problemen met de onderrug. De rechtbank volgt Solmar Tours hierin niet. Niet valt in te zien dat de leeftijd van [eiseres] van belang is voor het bepalen van de behoefte aan huishoudelijke hulp, tenzij Solmar Tours zou willen betogen dat het gebruikelijk is dat iemand van de leeftijd van [eiseres] – thans 62 jaar – hoe dan ook gebruik maakt van huishoudelijke hulp. Een dergelijk standpunt is van iedere realiteit ontbloot. Voor wat betreft de beperkingen die [eiseres] al had, begrijpt de rechtbank dat Solmar Tours hiermee bedoelt te stellen dat de hulpbehoefte lager zou zijn wanneer van pre-existente klachten geen sprake zou zijn. De rechtbank overweegt als volgt. De opdracht aan Wouters was, zoals hiervoor al is weergegeven, om op basis van de door dr. Edixhoven en dr. Verdickt vastgestelde functiebeperkingen de behoefte aan hulp vast te stellen. Dr. Verdickt maakt geen melding van pre-existente klachten. Dr. Edixhoven doet dat wel. Zoals al in het tussenvonnis van 23 september 2009 is overwogen (r.o. 2.10) heeft dr. Edixhoven geconcludeerd dat er voor wat betreft het huidige klachtenpatroon van [eiseres] geen sprake is van pre-existente invloeden. De rechtbank ziet geen enkele aanleiding om aan te nemen dat Wouters met méér beperkingen rekening heeft gehouden dan door dr. Edixhoven (en dr. Verdickt) zijn vastgesteld. Voor zover Solmar Tours beoogt te stellen dat het overgewicht van [eiseres] ten onrechte buiten beschouwing is gebleven bij het vaststellen van de hulpbehoefte overweegt de rechtbank dat uit niets blijkt dat het overgewicht heeft geleid tot een extra hulpbehoefte die er anders niet zou zijn geweest.

2.8. Solmar Tours stelt voorts dat onvoldoende rekening is gehouden met de feitelijke situatie en de omstandigheden waarin [eiseres] en haar echtgenoot en kinderen leefden. Kort gezegd voert Solmar Tours aan dat de kinderen het huis uit zijn, dat gezinsleden elkaar dienen bij te staan en dat niet daadwerkelijk externe hulp is ingeschakeld. De rechtbank overweegt dat uit het rapport van Wouters in het geheel niet blijkt dat met vorenstaande omstandigheden geen rekening is gehouden. Wouters geeft bovendien in zijn reactie naar aanleiding van het commentaar van Solmar Tours op zijn conceptrapport aan dat hij het er volledig mee eens is dat van de echtgenoot het nodige verwacht mag worden, maar dat dat in het onderhavige geval anders ligt dan gebruikelijk (p. 15 onder 11):

“Probleem is echter dat deze echtgenoot voor het ongeval al arbeidsongeschikt was ten gevolge van een TIA, schouderproblemen en rugproblemen. Hij heeft duidelijke beperkingen en probeert zich wel binnen zijn mogelijkheden in te zetten waarover ik in het rapport heb geschreven. Daarbij speelt dat er een traditioneel rolpatroon tussen man en vrouw bestond waarbij betrokkene alle domistieke activiteiten voor haar rekening nam. Hij is het dus van oudsher helemaal niet gewend, werkte veel jaren ook extra buiten de normale werkuren om bij te verdienen en kan derhalve niet putten uit routine. Zou hij niet beperkt zijn zou ik ondanks de onbekendheid met huishoudelijke werkzaamheden toch een aantal werkzaamheden aan hem hebben toegekend. Het zijn hier voornamelijk de beperkingen die een rol hebben gespeeld. Het is [een] situatie die niet doorsnee genoemd kan worden.”

Wouters heeft hiermee het commentaar van Solmar Tours gemotiveerd gepareerd. De bezwaren in de antwoordconclusie na deskundigenbericht zijn weliswaar anders geformuleerd, maar komen in de kern neer op een herhaling van het commentaar op de conceptrapportage. Gelet op het vorenstaande treft dit geen doel.

2.9. Solmar Tours wijst er op dat geen rekening is gehouden met de omstandigheid dat [eiseres] gaat verhuizen en mogelijk naar een nieuwe gelijkvloerse woning gaat. Ook dit argument faalt. Wouters heeft als bijlage 2 een bouwtekening van de toekomstige woning van [eiseres] bij het rapport gevoegd. Daaruit blijkt zonneklaar dat het niet gaat om een gelijkvloerse woning. Bovendien schrijft Wouters in zijn rapport onder 5.4 dat het volledig in de lijn van de verwachting ligt dat er geen wijzigingen zullen zijn in de hoeveelheid uren die nodig is voor de huishoudelijke activiteiten.

2.10. Solmar Tours oppert ook nog de mogelijkheid dat [eiseres] gaat verhuizen naar een zorg- of aanleunwoning waardoor zij ook nauwelijks of geen huishoudelijke activiteiten meer hoeft te ontplooien. Voorts moet ervan worden uitgegaan dat [eiseres] gelet op haar leeftijd spoedig of althans over een aantal jaren naar een verzorgingshuis gaat en zij daar geen huishoudelijke werkzaamheden hoeft te verrichten. Allereerst sporen deze argumenten niet met het feit dat [eiseres] nog gaat verhuizen naar een nieuwe woning. Daarnaast is het argument met betrekking tot het verzorgingstehuis gelet op de leeftijd van [eiseres] – slechts 62 jaar – in een tijd waarin een maatschappelijk debat woedt over het verhogen van de pensioenleeftijd naar 67 jaar, niet serieus te nemen.

2.11. De rechtbank is van oordeel dat het rapport van Wouters begrijpelijk en consistent is. Het is behoorlijk gemotiveerd en de conclusies vloeien logisch voort uit het rapport. De rechtbank neemt daarom de conclusies van Wouters, zoals hiervoor weergegeven onder 2.5 over. Uit wat hiervoor is overwogen volgt dat de reacties van partijen op het rapport van Wouters geen grond bieden tot twijfel aan de juistheid van zijn conclusies.

2.12. De rechtbank zal thans ingaan op de afzonderlijke door [eiseres] gevorderde schadeposten. Vooraf overweegt de rechtbank met betrekking tot de door [eiseres] gevorderde wettelijke rente als volgt. Solmar Tours stelt dat de rentevordering, nu deze is gebaseerd op samengestelde interesten, moet worden afgewezen. Slechts de wettelijke rente is toewijsbaar, primair vanaf 16 december 2008 (datum dagvaarding), subsidiair vanaf de datum dat Solmar Tours door [eiseres] werd aangesproken, aldus Solmar Tours. Dit verweer faalt. Het feit dat (mogelijk) sprake is van samengestelde interesten, levert gelet op het bepaalde in artikel 6:119 lid 2 BW geen grond op voor afwijzing van de gevorderde rente.

Voor wat betreft de ingangsdatum van de wettelijke rente geldt als uitgangspunt dat in het geval van een onrechtmatige daad (zoals hier) de schuldenaar in verzuim is met betaling zodra de schade wordt geleden en die schade niet terstond wordt vergoed. Dit uitgangspunt indachtig zal per schadepost worden vastgesteld wat de ingangsdatum van de wettelijke rente is.

Huishoudelijke hulp / verlies aan zelfwerkzaamheid

2.13. De behoefte aan huishoudelijke hulp is door Wouters vastgesteld op 3,2 uur per week. Wegens verlies aan zelfwerkzaamheid is sprake van een hulpbehoefte van 8 uur per jaar. Het verweer van Solmar Tours hiertegen komt erop neer dat dit aantal uren te hoog is ingeschat omdat ook van de echtgenoot van [eiseres] verwacht kan worden dat hij bepaalde taken in het huishouden verricht. Dat verweer is door de rechtbank hiervoor onder 2.8 al verworpen.

2.14. Aan de hand van de door Wouters vastgestelde hulpbehoefte kan thans de schade voor wat betreft huishoudelijke hulp worden begroot. Wouters hanteert daarvoor een uurtarief van EUR 10,00, wat de rechtbank niet onredelijk voorkomt.

Verschenen schade huishoudelijke hulp

2.15. De door [eiseres] overgelegde schadestaat betreft voor het verleden de periode tot en met 17 november 2008. Met de thans voorhanden gegevens kan echter de al geleden schade worden vastgesteld tot en met de datum van dit vonnis. De rechtbank gaat daarbij, net als [eiseres], uit van een hulpbehoefte gedurende 48 weken per jaar. Over de periode van 16 juli 2005 tot en met de datum van dit vonnis, 16 februari 2011, komt dat neer op een bedrag van (57/12 × 48 × 3,2 × 10) = EUR 8.576,00.

2.16. De rechtbank verwerpt het verweer van Solmar Tours dat bij gebrek aan bewijsstukken betreffende betalingen voor huishoudelijke hulp van daadwerkelijk geleden schade geen sprake is. De aard van schade ter zake verlies van vermogen om huishoudelijk werk te verrichten, brengt mee dat de al geleden schade in beginsel moet worden begroot aan de hand van de in het verleden concreet gemaakt kosten van huishoudelijke hulp. Thans staat vast dat [eiseres] als gevolg van het ongeval inderdaad behoefte aan 3,2 uren huishoudelijke hulp heeft gekregen omdat zij niet meer in staat is bepaalde werkzaamheden zelf te verrichten. Op grond van vaste rechtspraak (onder meer HR 5 december 2008, NJ 2009, 387) geldt dat de kosten van huishoudelijke hulp voor werkzaamheden die de benadeelde als gevolg van het opgelopen letsel niet meer zelf kan verrichten, moeten worden vergoed voor zover het gaat om werkzaamheden waarvan het normaal en gebruikelijk is dat zij worden verricht door professionele hulpverleners. Dat is niet anders als de kosten voor de vervangende professionele huishoudelijke hulp niet daadwerkelijk zijn of worden gemaakt.

2.17. De rechtbank verwerpt ook het verweer van Solmar Tours dat [eiseres] haar schade dient te beperken door gebruik te maken van de diensten van de Thuiszorg. De rechtbank overweegt dat [eiseres] weliswaar beschikte over een indicatie van de Thuiszorg voor 2-3,9 uur hulp per week, maar dat zij in de dagvaarding en ter comparitie gemotiveerd heeft aangegeven waarom zij daarvan geen gebruik wil maken. Solmar Tours heeft deze argumenten niet gemotiveerd weerlegd en niet aangevoerd waarom in weerwil van de door [eiseres] aangevoerde argumenten toch van haar verwacht mag worden dat zij een beroep doet op de Thuiszorg. Het verweer wordt daarom verworpen, zowel voor wat betreft de reeds verschenen als de toekomstige schade. Dit geldt ook voor zover dit verweer betrekking heeft op het verlies aan zelfwerkzaamheid.

2.18. De rechtbank zal het hiervoor genoemde schadebedrag ad EUR 8.576,00 toewijzen. Solmar Tours is daarover wettelijke rente verschuldigd. Nu de schade is geleden over een periode van meerdere jaren, acht de rechtbank het redelijk om voor wat betreft de ingangsdatum van de wettelijke rente uit te gaan van het midden van die periode, zijnde 1 april 2008.

Toekomstige schade huishoudelijke hulp

2.19. Voor wat betreft de toekomstige schade ter zake huishoudelijke hulp vanaf de datum van dit vonnis kan eveneens worden uitgegaan van een hulpbehoefte van 3,2 uur à EUR 10,00 per week gedurende 48 weken per jaar. [eiseres] hanteert een eindleeftijd van 75 jaar en zes maanden. [eiseres] onderbouwt deze eindleeftijd, die afwijkt van de in de letselschadepraktijk gebruikelijk gehanteerde eindleeftijd van 70 jaar, met statistische gegevens. [eiseres] verwijst naar de reeks Seniorenonderzoek 2004 van de GGD Zuid-Holland West, waaruit blijkt dat de meeste beperkingen bij senioren ondervonden worden rondom het bewegingsapparaat. In de leeftijdsgroep van 65 tot en met 74 jaar heeft slechts 18% van de senioren beperkingen. Pas boven de 85 jaar neemt dat percentage toe tot 65%. Voorts is de moeder van [eiseres] 84 jaar oud geworden en woonde zij tot nagenoeg het einde van haar leven zelfstandig. Solmar Tours heeft dit alles niet weersproken. De rechtbank zal daarom de eindleeftijd conform het standpunt van [eiseres] vaststellen op 75 jaar en zes maanden.

2.20. De rechtbank heeft met behulp van de online rekentool van het Nederlands Rekencentrum Letselschade (NRL, www.nrl.nl) de schade voor wat betreft de toekomstige behoefte aan huishoudelijke hulp aan de hand van de volgende uitgangspunten berekend:

- periode van 16 februari 2011 tot 7 september 2023,

- jaarlijkse sterftekanscorrectie,

- rekenrente 3%,

- rekening houdend met belastingschade,

- rekening houdend met heffingsvrij vermogen van [eiseres].

- kapitalisatiedatum 16 februari 2011.

Wanneer deze gegevens worden ingevoerd in de hiervoor bedoelde rekentool komt daaruit dat de gekapitaliseerde schade EUR 15.123,00 bedraagt. Over dit bedrag is wettelijke rente verschuldigd vanaf de datum van dit vonnis. Ter verduidelijking is hieronder de specificatie van de berekening opgenomen (overgenomen van de hiervoor genoemde website):

Jaar Schade Leeftijd Sterfte Kans Input Rend. Input Infl. Contante Waarde Factor Contante Waarde Schade Begin Kapitaal Rente Opname Schade Opname Fisc. Comp. Eind Kapitaal

2011 1342 63 0.9917 0.06 0.03 1.0000 1331 15123 0 1331 0 13792

2012 1536 64 0.9826 0.06 0.03 0.9750 1472 13792 723 1549 0 12967

2013 1536 65 0.9727 0.06 0.03 0.9474 1415 12967 778 1579 0 12165

2014 1536 66 0.9618 0.06 0.03 0.9206 1360 12165 730 1608 0 11287

2015 1536 67 0.9499 0.06 0.03 0.8946 1305 11287 677 1636 0 10328

2016 1536 68 0.9368 0.06 0.03 0.8693 1251 10328 620 1662 0 9286

2017 1536 69 0.9226 0.06 0.03 0.8447 1197 9286 557 1686 0 8158

2018 1536 70 0.9071 0.06 0.03 0.8207 1144 8158 489 1707 0 6940

2019 1536 71 0.8902 0.06 0.03 0.7975 1090 6940 416 1726 0 5631

2020 1536 72 0.8719 0.06 0.03 0.7749 1038 5631 338 1741 0 4227

2021 1536 73 0.8521 0.06 0.03 0.7530 986 4227 254 1752 0 2729

2022 1536 74 0.8305 0.06 0.03 0.7317 933 2729 164 1759 0 1133

2023 1048 75 0.8070 0.06 0.03 0.7110 601 1133 68 1201 0 0

Verlies zelfwerkzaamheid

2.21. Voor wat betreft verlies aan zelfwerkzaamheid vordert [eiseres] een vergoeding vanaf 17 november 2008. Wouters heeft de jaarlijkse behoefte aan hulp op dit punt geschat op 8 uur. Gelet op deze geringe behoefte ziet de rechtbank aanleiding om aan te knopen bij de normbedragen zoals opgenomen in de Letselschade Richtlijn Zelfwerkzaamheid, versie 1 januari 2011 (www.deletselschaderaad.nl/index.cfm?page=Zelfwerkzaamheid). Het normbedrag voor een gehuurd rijtjeshuis met tuin en weinig onderhoud bedraagt 0,8 × 270 = EUR 216,00 per jaar. Uitgaande van 8 uur per jaar komt dat neer op een uurtarief van EUR 27,00 per uur. Dit bedrag komt de rechtbank niet onredelijk voor gelet op de werk-zaamheden waarop deze vergoeding ziet (schilderen, behangen en kleine reparatiewerk-zaamheden).

Verschenen schade zelfwerkzaamheid

2.22. Over de periode van 17 november 2008 tot en met de datum van dit vonnis bedraagt de verschenen schade wegens verlies aan zelfwerkzaamheid 2 3/12 × 216 = EUR 486,00. Omdat de schade is geleden over een periode van meerdere jaren, acht de rechtbank het redelijk om voor de ingangsdatum van de wettelijk rente uit te gaan van een datum omstreeks het midden van die periode, zijnde 17 december 2009.

Toekomstige schade zelfwerkzaamheid

2.23. Wederom met behulp van de online rekentool van het NRL heeft de rechtbank de schade voor wat betreft het verlies aan zelfwerkzaamheid berekend, aan de hand van de volgende uitgangspunten:

- periode van 16 februari 2011 tot 7 september 2023

- jaarlijkse sterftekanscorrectie,

- rekenrente 3%,

- rekening houdend met belastingschade,

- rekening houdend met heffingsvrij vermogen van [eiseres].

- kapitalisatiedatum 16 februari 2011.

Het schadebedrag komt uit op EUR 2.127,00, als volgt gespecificeerd:

Jaar Schade Leeftijd Sterfte Kans Input Rend. Input Infl. Contante Waarde Factor Contante Waarde Schade Begin Kapitaal Rente Opname Schade Opname Fisc. Comp. Eind Kapitaal

2011 189 63 0.9917 0.06 0.03 1.0000 187 2127 0 187 0 1939

2012 216 64 0.9826 0.06 0.03 0.9750 207 1939 102 218 0 1823

2013 216 65 0.9727 0.06 0.03 0.9474 199 1823 109 222 0 1711

2014 216 66 0.9618 0.06 0.03 0.9206 191 1711 103 226 0 1587

2015 216 67 0.9499 0.06 0.03 0.8946 184 1587 95 230 0 1452

2016 216 68 0.9368 0.06 0.03 0.8693 176 1452 87 234 0 1306

2017 216 69 0.9226 0.06 0.03 0.8447 168 1306 78 237 0 1147

2018 216 70 0.9071 0.06 0.03 0.8207 161 1147 69 240 0 976

2019 216 71 0.8902 0.06 0.03 0.7975 153 976 59 243 0 792

2020 216 72 0.8719 0.06 0.03 0.7749 146 792 48 245 0 594

2021 216 73 0.8521 0.06 0.03 0.7530 139 594 36 246 0 384

2022 216 74 0.8305 0.06 0.03 0.7317 131 384 23 247 0 159

2023 147 75 0.8070 0.06 0.03 0.7110 85 159 10 169 0 0

2.24. De ingangsdatum van de wettelijke rente voor de toekomstige schade wegens verlies aan zelfwerkzaamheid wordt vastgesteld op de datum van dit vonnis.

2.25. Wouters doet in zijn rapport de suggestie om de kosten van bestrating van de tuin bij de toekomstige nieuwe woning voor vergoeding in aanmerking te laten komen. [eiseres] heeft die suggestie in haar conclusie na deskundigenbericht overgenomen, maar heeft dat niet vergezeld doen gaan van een wijziging van eis. De rechtbank kan dit punt derhalve niet meenemen in de beslissing.

Reiskosten

2.26. [eiseres] vordert een vergoeding voor verschenen reiskosten ad EUR 1.099,98 (exclusief wettelijke rente) en een vergoeding voor toekomstige reiskosten ad (gekapitaliseerd) EUR 9.983,04.

2.27. Ter comparitie heeft Solmar Tours aangegeven de reiskosten tot en met november 2007 niet langer te betwisten. Dit betreft het hiervoor genoemde bedrag ad EUR 1.099,98. Dit bedrag is derhalve toewijsbaar. Voor wat betreft de wettelijke rente overweegt de rechtbank als volgt. De reiskosten zijn gemaakt in de periode van juli 2005 tot en met november 2007. Om praktische redenen zal als ingangsdatum voor de wettelijke rente 1 oktober 2006 worden gehanteerd.

2.28. De toekomstige reiskosten zien volgens [eiseres] op de verwachting dat zij in de toekomst “enige reiskosten naar medisch behandelaars en therapeuten”zal moeten maken, alsmede toegenomen autogebruik voor sociaal verkeer, te weten het bezoeken van vrienden, kennissen, kinderen en kleinkinderen en voorts het doen van boodschappen. [eiseres] stelt dat zij dit eerst veelal met de fiets deed maar dat dat nu met de auto dient te geschieden. Deze schadepost zal worden afgewezen. Uit niets blijkt dat [eiseres] thans nog onder medische of therapeutische behandeling staat, noch waarop de verwachting is gebaseerd dat dit in de toekomst weer het geval zal zijn. Voor wat betreft het gebruik van de fiets overweegt de rechtbank dat Wouters, die daarnaar specifiek is gevraagd, heeft geconcludeerd dat er geen beperkingen zijn gevonden op grond waarvan fietsen niet meer mogelijk zou kunnen zijn. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan dit oordeel van Wouters te twijfelen. [eiseres] heeft dit oordeel ook niet meer weerlegd in haar conclusie na deskundigenbericht. Dat [eiseres] vanwege haar psychische klachten thans nog belemmerd is in het gebruik van de fiets zoals bij dagvaarding is gesteld, is niet met objectieve gegevens van medisch behandelaars gestaafd. De rechtbank gaat daaraan daarom voorbij.

Diverse kosten

2.29. Deze post ten bedrage van EUR 8.048,67 bestaat uit meerdere componenten, waarop de rechtbank achtereenvolgens in zal gaan.

Daggeldvergoeding ziekenhuisopname

2.30. [eiseres] vordert conform de normbedragen van het Nationaal Platform Personenschade (thans: de Letselschade Raad) een daggeldvergoeding van EUR 25,00 voor iedere dag dat zij in het ziekenhuis heeft gelegen. Het gaat om vier dagen, ofwel EUR 100,00. De toepasselijkheid van de richtlijnen van de Letselschade Raad is niet betwist. Voorts is niet betwist dat [eiseres] van 9 tot en met 12 juli 2005 in het ziekenhuis heeft gelegen. Dit deel van het gevorderde zal daarom worden toegewezen. Het verweer van Solmar Tours dat een kwitantie voor de betaalde daggeldvergoeding ontbreekt, faalt. Het gaat om een vergoeding ter dekking van kosten van aanschaf van bed- en ziekenhuiskleding en de kosten om het tijdelijk verblijf in het ziekenhuis te veraangenamen. Dat een verblijf in een ziekenhuis extra kosten met zich brengt laat zich raden. Teneinde discussie over de hoogte en betaling van deze kosten te voorkomen verdient het de voorkeur om te werken met genormeerde bedragen in plaats van uit te gaan van concreet gemaakte kosten. De geringe omvang van de kosten (EUR 25,00 per dag) vormt daarvoor des te meer aanleiding. Over deze schadepost zal de wettelijke rente worden toegewezen vanaf 12 juli 2005, de dag waarop [eiseres] het ziekenhuis heeft verlaten.

Extra maaltijdkosten

2.31. [eiseres] vordert een bedrag van EUR 115,00 wegens extra maaltijdkosten voor haar echtgenoot en zoon. Deze post is omschreven als “Man en zoon onderweg gegeten”. De rechtbank begrijpt dat het hier gaat om kosten die zijn gemaakt omdat de echtgenoot en zoon van [eiseres] haar met de auto in Frankrijk hebben opgehaald. De rechtbank zal deze kostenpost, die qua omvang niet onredelijk voorkomt, toewijzen. Als ingangsdatum voor de wettelijke rente moet worden uitgegaan van 12 juli 2005, de dag waarop [eiseres] het ziekenhuis heeft verlaten.

Telefoonkosten

2.32. In verband met telefoongesprekken vanuit Frankrijk vordert [eiseres] een bedrag van EUR 183,95. Dat er naar aanleiding van het ongeval en de ziekenhuisopname getelefoneerd is, acht de rechtbank alleszins aannemelijk. Voorts is het een feit van algemene bekendheid dat aan het bellen met een mobiele telefoon vanuit het buitenland naar Nederland hogere kosten zijn verbonden dan aan het bellen via een vaste lijn. Deze schadepost zal daarom, nu Solmar Tours daartegen geen (voldoende) gemotiveerd verweer heeft gevoerd, worden toegewezen. Voor wat betreft de wettelijke rente overweegt de rechtbank dat telefoonkosten achteraf in rekening plegen te worden gebracht, zodat als ingangsdatum voor de verschuldigde rente zal gelden 31 juli 2005.

Medische kosten Catharina ziekenhuis

2.33. Deze kosten houden verband met gaasjes voor wondverzorging en bedragen EUR 35,00, aldus [eiseres]. Hoewel een nadere onderbouwing van dit bedrag ontbreekt, zal de rechtbank deze post toewijzen omdat gelet op het opgelopen letsel het gebruik van wondgaasjes voldoende aannemelijk is en de kosten niet onredelijk voorkomen. Dat deze kosten voor rekening van de ziektekostenverzekeraar van [eiseres] zijn gekomen, zoals Solmar Tours stelt, blijkt nergens uit. Blijkens de door [eiseres] overgelegde schadestaat zijn de kosten gemaakt in augustus 2005. Voor wat betreft de verschuldigde wettelijke rente stelt de rechtbank de ingangsdatum daarom vast op 31 augustus 2005.

Extra telefoon- en portokosten

2.34. [eiseres] vordert in verband met deze post een bedrag van EUR 30,00. Deze post zal bij gebrek aan enige onderbouwing worden afgewezen.

Medische kosten psychische hulp

2.35. [eiseres] vordert allereerst een bedrag van EUR 15,00 in verband met een “voorlopige eigen bijdrage”. Iedere onderbouwing ontbreekt echter. Niet is gebleken of de voorlopige eigen bijdrage ook daadwerkelijk definitief in rekening is gebracht. Dit deel van het gevorderde wordt daarom afgewezen. [eiseres] vordert daarnaast een bedrag van EUR 30,40. Ook van dit bedrag ontbreekt iedere onderbouwing en dit zal daarom worden afgewezen.

Buitengerechtelijke kosten

2.36. Deze post bedraagt in totaal EUR 7.539,31 en is blijkens stukken die ter onderbouwing bij de dagvaarding zijn gevoegd als volgt opgebouwd:

Werkzaamheden advocaat 11-01-2006 t/m 30-08-2006 EUR 3.004,44

Nota Medisch adviesbureau Advi Med d.d. 10-07-2006 341,25

Nota maatschap Orthopedie MMC Eindhoven d.d. 21-02-2006 43,00

Nota huisarts d.d. 11-02-2006 38,60

Nota GGZE d.d. 10-02-2006 44,00

Werkzaamheden advocaat 28-09-2006 t/m 11-12-2006 855,57

Nota Medisch adviesbureau Advi Med d.d. 19-12-2006 277,08

Werkzaamheden advocaat 03-01-2007 t/m 11-10-2007 2001,62

Werkzaamheden advocaat 02-01-2008 t/m 06-10-2008 775,09

Nota Medisch adviesbureau Advi Med d.d. 22-02-2008 158,66

2.37. Solmar Tours voert als meest ver strekkend verweer tegen de buitengerechtelijke kosten aan dat die niet voor vergoeding in aanmerking komen omdat aan [eiseres] een toevoeging is verleend. Dit verweer faalt.

2.38. Allereerst dekt een toevoeging alleen de kosten van de advocaat, niet de kosten van ingeschakelde derden, in dit geval Advi Med, de maatschap Orthopedie MMC Eindhoven, de huisarts en GGzE. Deze kosten bedragen in totaal EUR 902,59. De rechtbank overweegt dat het in lestelschadezaken alleszins gebruikelijk is dat het slachtoffer zichzelf voorziet van bijstand op medisch gebied teneinde zicht te krijgen op de medische gevolgen van de aansprakelijkheid scheppende gebeurtenis. Het gaat om kosten ter vaststelling van de schade die voor vergoeding in aanmerking komen op grond van het bepaalde in artikel 6:96 lid 2 aanhef en onder b BW. De door [eiseres] gevorderde kosten komen de rechtbank qua hoogte niet onredelijk voor, zodat dit deel van het gevorderde zal worden toegewezen. Met betrekking tot de wettelijke rente over dit bedrag overweegt de rechtbank dat die pas verschuldigd is wanneer de schuldenaar met betaling van het betreffende bedrag in verzuim is. Artikel 6:83 BW brengt mee dat in het geval van een onrechtmatige daad (zoals hier) de schuldenaar in verzuim is met betaling zodra de schade wordt geleden en die schade niet terstond wordt vergoed. Het moment waarop de schade is geleden staat echter nog niet vast, nu niet duidelijk is of [eiseres] de declaraties van de door haar ingeschakelde medische adviseurs al daadwerkelijk heeft voldaan of dat deze zijn voorgeschoten door haar raadsman. De rechtbank zal daarom voor wat betreft de ingangsdatum van de wettelijke rente uitgaan van de datum van dit vonnis.

2.39. Voor wat betreft de kosten gemoeid met de werkzaamheden van de advocaat overweegt de rechtbank als volgt. Artikel 34g van de Wet op de rechtsbijstand bepaalt dat een toevoeging met terugwerkende kracht wordt ingetrokken, (a) indien de rechtzoekende de kosten van rechtsbijstand kan verhalen op een derde, of (b) op het moment van de definitieve afhandeling van de zaak waarvoor de toevoeging is verleend de rechtzoekende als resultaat van die zaak een vordering met betrekking tot een geldsom ter hoogte van tenminste 50% van het heffingvrij vermogen heeft. Aan voorwaarde (a) is voldaan. [eiseres] kan de kosten van rechtsbijstand verhalen op een aansprakelijke derde, Solmar Tours. Aan voorwaarde (b) is eveneens voldaan. Het heffingvrij vermogen bedraagt EUR 20.785,00 (artikel 1 Wet op de rechtsbijstand jo. Artikel 5.5 Wet inkomstenbelasting 2001). Uit wat hiervoor is overwogen volgt dat het toe te wijzen bedrag de norm van 50% van het heffingvrij vermogen (EUR 10.392,50) ruimschoots zal overtreffen. Zwaarwegende omstandigheden kunnen zich volgens de wettekst nog tegen het om voormelde redenen intrekken van de toevoeging verzetten, maar daarvan is in het onderhavige geval niet gebleken.

2.40. [eiseres] vordert voor de werkzaamheden van de advocaat een bedrag van in totaal EUR 6.636,72 aan buitengerechtelijke kosten. In reactie op het verweer van Solmar Tours dat de gevorderde kosten niet als buitengerechtelijke kosten zijn aan te merken en dat de kosten niet in verhouding staan tot de verrichte werkzaamheden heeft [eiseres] ter comparitie aangevoerd dat de kosten qua hoogte onder het door de Stichting Personenschade Instituut van Verzekeraars (PIV) gehanteerde percentage van 15% zitten. Voorts heeft zij aangeboden de kosten van haar raadsman te laten begroten door de geschillencommissie van de Vereniging van Letselschade Advocaten (LSA).

2.41. De rechtbank overweegt dat het enkele feit dat de door de raadsman van [eiseres] in rekening gebrachte kosten onder de door de PIV gehanteerde norm zitten onvoldoende weerlegging is van het door Solmar Tours op dit onderdeel gevoerde verweer. Op het aanbod om de kosten te laten begroten door de geschillencommissie van de LSA kan de rechtbank niet ingaan. Allereerst is voor het voeren van een procedure bij de geschillencommissie blijkens artikel 4 onder a van het LSA-reglement tot het beslechten van geschillen inzake declaraties (te vinden op www.lsa.nl) de instemming van de wederpartij vereist. Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake. Op de tweede plaats, en dit argument is doorslaggevend, is voor het voeren van een afzonderlijke procedure over de declaratie van de raadsman terwijl die declaratie onderdeel is van het geschil in een reeds aanhangige procedure voor de rechtbank, geen plaats. Het gaat blijkens artikel 2 van het hiervoor genoemde reglement namelijk om bindend advies, terwijl uit de toelichting op het reglement volgt dat het bindend advies wordt aangeboden als een alternatief voor het volgen van een procedure voor de rechtbank. Dat is in het onderhavige geval dus niet meer aan de orde.

2.42. Ter onderbouwing van de declaraties van de raadsman heeft [eiseres] specificaties van de verrichte werkzaamheden overgelegd (onderdeel van prod. 10 dagv.). De rechtbank is van oordeel dat aan de hand van de overgelegde specificaties niet eenduidig is vast te stellen in hoeverre sprake is van buitengerechtelijke werkzaamheden die op grond van het bepaalde in artikel 6:96 BW voor vergoeding in aanmerking komen. Daarop zijn naar het oordeel van de rechtbank ook werkzaamheden opgenomen die kunnen zien op de voorbereiding van de procedure en de instructie van de zaak (bespreking van de zaak met de cliënt, bestudering van het dossier, inwinnen van informatie, verzamelen van feiten etc). Voor zover uit de specificaties blijkt van werkzaamheden specifiek gericht op het bewerkstelligen van een regeling buiten rechte overweegt de rechtbank dat er drie brieven aan Solmar Tours zijn verstuurd, er zeven brieven aan ISB, de verzekeraar van Solmar Tours, zijn verstuurd en er een ongeveer gelijk aantal brieven van ISB is ontvangen. Ook de daarmee gemoeide kosten komen niet voor volledige vergoeding in aanmerking. [eiseres] stelt immers dat ISB zich bij herhaling op het standpunt heeft gesteld dat de schade naar Belgisch recht afgewikkeld diende te worden. Dat blijkt ook uit de brieven van ISB d.d. 23 januari 2007 (prod. 2 dagv.), 27 maart 2007 (prod. 4 dagv.), 12 februari 2008 (prod. 5b dagv.) en in mindere mate uit de brief van 17 oktober 2006 (prod. 3 dagv.). Gelet hierop zijn de kosten gericht op het bereiken van een regeling buiten rechte naar Nederlands recht dus deels tevergeefs gemaakt. Omdat het echter gelet op de aard van de zaak in de rede ligt dat buitengerechtelijke kosten van enige omvang zijn gemaakt, zal de rechtbank de te vergoeden buitengerechtelijke kosten op basis van 2 punten van het toepasselijke liquidatietarief (EUR 579,00) van het rapport Voor-werk II vaststellen op EUR 1.158,00, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de dag van dit vonnis, nu niet bekend is op welke (eerdere) datum deze kosten zijn gemaakt.

Directe schade

2.43. [eiseres] vordert ter zake directe schade een bedrag van EUR 1.938,00, als volgt gespecificeerd:

Schoenen EUR 80,00

Kleding 84,00

Zonnebril 204,00

Handtas 135,00

Oorbellen 1.435,00

Solmar Tours betwist niet dat voormelde bezittingen van [eiseres] door het ongeluk zijn beschadigd, maar acht de gestelde bedragen aan de hoge kant. Dit standpunt deelt de rechtbank niet. De genoemde bedragen komen de rechtbank niet onredelijk hoog voor. Dit betekent echter niet dat voormelde bedragen zullen worden toegewezen. Solmar Tours wijst er terecht op dat [eiseres] van de reisverzekering een uitkering heeft ontvangen van EUR 1.400,00. [eiseres] heeft ter comparitie geen duidelijkheid kunnen verschaffen naar aanleiding van de vraag waartoe die uitkering diende. De rechtbank moet het er daarom voor houden dat deze verband hield met de thans gevorderde schadeposten. Dat betekent dat de schade reeds is vergoed, op een bedrag van EUR 538,00 na. Ook dat deel van het gevorderde zal worden afgewezen. [eiseres] stelt wel dat het laten bijmaken van een oorbel EUR 1.450,00 heeft gekost, maar heeft daarvan geen bewijs bijgebracht.

Smartengeld

2.44. [eiseres] vordert EUR 35.000,00 als vergoeding voor immateriële schade. Zij voert daartoe aan dat sprake is van enkel- en hielletsel, rugletsel dat tot blijvende ernstige lichamelijke beperkingen heeft geleid (22% functionele invaliditeit) en een angststoornis die haar onder meer belemmert aan het verkeer deel te nemen en die zich nog steeds uit in haar dromen. Voorts is door het gedrag van Solmar Tours met betrekking tot de schadeafhandeling sprake van secundaire victimisatie. Solmar Tours betwist de omvang van de immateriële schade. Het enkel- en hielletsel is verbonden en [eiseres] heeft slechts kort in het ziekenhuis verbleven. Zij heeft zes maanden psychische problemen gehad. Solmar Tours acht een immateriële schadevergoeding van EUR 1.500,00 tot EUR 2.500,00 afdoende.

2.45. De rechtbank overweegt als volgt. [eiseres] is het slachtoffer van een afschuwelijk ongeval waarbij twee doden zijn gevallen en een groot aantal mensen (zwaar) gewond is geraakt. [eiseres] heeft aan het ongeval blijvende lichamelijke beperkingen overgehouden, hetgeen blijkt uit de rapportages van Edixhoven, Verdickt en Wouters. Dat [eiseres] tevens psychisch letsel heeft opgelopen behoeft gezien de aard van het ongeval en de gevolgen daarvan geen betoog en wordt ook gestaafd door het feit dat [eiseres] voor psychische klachten onder behandeling heeft gestaan. Dat die klachten nog steeds niet zijn verdwenen wil de rechtbank, wederom gelet op het zeer ernstige karakter van het ongeval, wel aannemen, ook al staat [eiseres] daarvoor thans niet meer onder behandeling. Dat [eiseres] niet meer geconfronteerd wil worden met het leed van anderen en daarom van de aangeraden groepstherapie heeft afgezien acht de rechtbank alleszins begrijpelijk. Het argument van de secundaire victimisatie gaat niet op. [eiseres] legt hieraan hoofdzakelijk ten grondslag dat Solmar Tours zich op het standpunt stelde dat de schadevordering van [eiseres] naar Belgisch recht afgehandeld diende te worden, terwijl dat ook naar Nederlands recht kon. Daar waar Solmar Tours – althans haar verzekeraar – zich voor zover de rechtbank uit de stukken kan opmaken steeds op dat standpunt heeft gesteld, had het op de weg van [eiseres] gelegen om, wanneer zij het daarmee niet eens was, eerder een gerechtelijke procedure in Nederland te starten in plaats van te trachten Solmar Tours van haar gelijk te overtuigen. In die zin is de vertraging in de schadeafwikkeling derhalve niet volledig op het conto van Solmar Tours te schrijven. Alles overziend begroot de rechtbank gelet op het gecombineerde lichamelijke en geestelijke letsel en de gevolgen daarvan en de overige omstandigheden van het geval, waaronder de leeftijd en gezinssituatie van [eiseres], de immateriële schadevergoeding op EUR 10.500,00.

2.46. De rechtbank zal het door de verzekeraar van Solmar Tours uitgekeerde voorschot ad EUR 6.500,00 als volgt op de immateriële schadevergoeding in mindering brengen. Het uitgangspunt bij geleden immateriële schade is dat die schade is geleden op het moment van het ongeval. Vanaf dat moment is over het schadebedrag wettelijke rente verschuldigd. De schade bedraagt EUR 10.500,00. Op 4 januari 2007 is een voorschot uitgekeerd van EUR 6.500,00. De immateriële schadevergoeding, vermeerderd met (samengestelde) wettelijke rente tot 4 januari 2007 bedraagt EUR 11.133,81 (berekend met behulp van de rekentool wettelijke rente van het NRL op www.nrl.nl). Na betaling van het voorschot resteert een bedrag van EUR 4.633,81. Dit bedrag zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 januari 2007.

Resumerend

2.47. Uit het vorenstaande volgt dat de volgende schadebedragen zullen worden toegewezen:

Schadepost Bedrag Wettelijke rente vanaf

Huishoudelijke hulp – verschenen schade (2.18) 8.576,00 1 april 2008

Huishoudelijke hulp – toekomstige schade (2.20) 15.123,00 16 februari 2011

Verlies zelfwerkzaamheid – verschenen schade (2.22) 486,00 17 december 2009

Verlies zelfwerkzaamheid – toekomstige schade (2.23) 2.127,00 16 februari 2011

Daggeldvergoeding (2.30) 100,00 12 juli 2005

Extra maaltijdkosten (2.31) 115,00 12 juli 2005

Extra telefoonkosten (2.32) 183,95 31 juli 2005

Wondgaas (2.33) 35,00 31 augustus 2005

Buitengerechtelijke kosten – medisch (2.38) 902,59 16 februari 2011

Buitengerechtelijke kosten – advocaat (2.42) 1.158,00 16 februari 2011

Smartengeld (2.46) 4.633,81 4 januari 2007

TOTAAL EUR 33.440,35

2.48. Solmar Tours zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Omdat een aanzienlijk deel van het gevorderde bedrag wordt afgewezen, begroot de rechtbank de proceskosten aan de zijde van [eiseres] op basis van het toegewezen bedrag op:

- dagvaarding EUR 85,44

- overige explootkosten 0,00

- betaald griffierecht 115,00

- in debet gesteld griffierecht 1.095,00

- getuigenkosten 0,00

- deskundigen 0,00

- overige kosten 0,00

- salaris advocaat 1.447,50 (2,5 punten × tarief EUR 579,00)

Totaal EUR 2.742,94

2.49. De kosten van de deskundige, in totaal EUR 6.475,02, blijven voor rekening van Solmar Tours.

3. De beslissing

De rechtbank

3.1. veroordeelt Solmar Tours om aan [eiseres] te betalen een bedrag van EUR 33.440,35 (drieëndertigduizend vierhonderdveertig euro en vijfendertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over de verschillende schadeposten vanaf het moment dat de schade is geleden, een en ander zoals beschreven in r.o. 2.47, telkens tot de dag van volledige betaling,

3.2. veroordeelt Solmar Tours in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op EUR 2.742,94, welk bedrag moet worden voldaan aan de griffier door overmaking op rekeningnummer 56.99.90.572 ten name van Arrondissement 536 's-Hertogenbosch onder vermelding van "proceskostenveroordeling" en het zaak- en rolnummer,

3.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. O.R.M. van Dam en in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2011.