Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2011:BP9027

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
16-03-2011
Datum publicatie
25-03-2011
Zaaknummer
211761 HA ZA 10-1130
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Letselschade - verkeersongeval - bestuurder verkeert onder invloed wanneer hij een ongeluk veroorzaakt - eigen verzekeraar van bestuurder heeft aansprakelijkheid erkend - verhaalsrecht verzekeraar op eigen verzekerde voor de aan het slachtoffer uitgekeerde bedragen - uitsluiting van verzekeringsdekking vanwege rijden onder invloed.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 211761 / HA ZA 10-1130

Vonnis van 16 maart 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

POLIS DIRECT B.V.,

gevestigd te Nijmegen,

eiseres,

advocaat voorheen mr. R.P.M. Kocken, thans mr. N.M. Don te Amsterdam,

tegen

[gedaagde],

wonende te Helmond,

gedaagde,

advocaat mr. R. Janssen te Helmond.

Partijen zullen hierna Polis Direct en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 21 juli 2010,

- het proces-verbaal van comparitie van 8 december 2010.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [gedaagde] heeft een motorrijtuigverzekering afgesloten bij Polis Direct. De polisvoorwaarden luiden, voor zover hier van belang, als volgt (prod. 8 Polis Direct):

“Artikel 1.11.

Wat is niet verzekerd

Elk recht op schadevergoeding vervalt als u een onjuiste of onvolledige voorstelling van zaken heeft gegeven.

Verder bestaat geen recht op schadevergoeding als één van de uitsluitingen van toepassing is die zijn opgenomen onder de overige hoofdstukken, of als de schade is ontstaan:

[…]

e. terwijl de bestuurder van de auto onder zodanige invloed van alcoholhoudende drank of enig bedwelmend of opwekkend middel verkeerd, dat hij/zij niet tot behoorlijk rijden in staat moet worden geacht, of dat het besturen van de auto hem/haar bij de wet of door een overheid zou zijn verboden. Weigeren van de bloedproef of ademanalyse wordt gelijk gesteld met besturen van een auto terwijl dit door de wet verboden is;

[…]

De onder a., d. en e. genoemde uitsluitingen gelden niet als u aantoont dat de daarin bedoelde omstandigheden zich buiten uw weten en tegen uw wil hebben voorgedaan en dat u daarvan in redelijkheid geen verwijt treft.

[…]

Artikel 2.1.

Wat is verzekerd

a. De wettelijke aansprakelijkheid voor schade die met of door de auto is veroorzaakt;

[…]

Artikel 2.5.

Verhaal

a. Mogelijk moeten wij aan derden schade vergoeden op grond van de wet (WAM of daarmee gelijk te stellen buitenlandse wet), terwijl de schade op grond van de uitsluitingen niet gedekt is door deze verzekering. In dat geval kunnen wij het door ons uitbetaalde bedrag op u verhalen;

[…]

c. Wij zullen geen gebruik maken van ons verhaalsrecht tegenover degene die aantoont dat hem voor de oorzaak van de uitsluiting of beëindiging van de dekking in redelijkheid geen verwijt te maken is.”

2.2. Op 19 december 2007 is [gedaagde] als bestuurder van een aan hem toebehorende personenauto op de Kronehoefstraat te Eindhoven betrokken geraakt bij een aanrijding.

2.3. De weg bestaat ter plaatse uit 2 x 2 rijstroken, die van elkaar worden gescheiden door een middenberm. [gedaagde] reed in zijn rijrichting op de linker rijstrook. Hij is de middenberm overgestoken en terechtgekomen op de rijbaan voor het tegemoetkomende verkeer, waar hij in botsing is gekomen met een andere auto, een Ford Ka, bestuurd door mevrouw [A]. Bij het ongeval is [A] gewond geraakt.

2.4. [gedaagde] is na het ongeval onderworpen aan een ademanalyse. Uit het proces-verbaal van politie met registratienummer [nummer] (prod. 3 dagv.) volgt dat [gedaagde] ten tijde van het ongeval onder invloed van alcohol verkeerde. De uitslag van de ademanalyse bedroeg 295 µg/l. De wettelijk toegestane limiet ligt op 220 µg/l.

2.5. Polis Direct heeft de aansprakelijkheid voor het ongeval jegens [A] erkend.

2.6. [gedaagde] is door de politierechter schuldig bevonden aan overtreding van artikel 8 Wegenverkeerswet (WVW) 1994 (rijden onder invloed). [gedaagde] is vrijgesproken van het door zijn schuld veroorzaken een verkeersongeval met letsel tot gevolg (artikel 6 WVW 1994).

3. Het geschil

3.1. Polis Direct vordert om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. te verklaren voor recht dat [gedaagde] jegens Polis Direct aansprakelijk is voor de schadevergoedingen welke door Polis Direct zijn uitgekeerd en in de toekomst nog zullen worden uitgekeerd in het kader van het verkeersongeval op 19 december 2007, waarbij [A] was betrokken;

2. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 44.662,89, vermeerderd met de samengestelde wettelijke rente vanaf 3 maart 2009, althans vanaf de datum van de dagvaarding, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum, tot aan de dag der algehele voldoening;

3. [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten, daaronder begrepen het salaris van de advocaat van Polis Direct;

4. [gedaagde] te veroordelen in de nakosten van € 131,00 bij voldoening zonder dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden of € 199,00 bij voldoening na betekening van het vonnis.

3.2. Polis Direct legt aan de vordering kort gezegd ten grondslag dat uit het proces-verbaal van politie blijkt dat [gedaagde] ten tijde van het ongeval onder invloed van alcohol verkeerde. Hij had meer dan de wettelijk toegestane hoeveelheid alcohol gedronken. Op grond van het bepaalde in artikel 1.11. sub e van de polisvoorwaarden is [gedaagde] derhalve uitgesloten van verzekeringsdekking. Op grond van artikel 15 Wet aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM) en artikel 2.5. sub a van de polisvoorwaarden heeft Polis Direct een recht van verhaal jegens [gedaagde] ter zake van de door Polis Direct uitgekeerde en nog uit te keren bedragen. Tot op heden heeft Polis Direct een bedrag van € 40.934,80 uitgekeerd aan [A]. Vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten bedraagt de vordering van Polis Direct thans € 44.662,89.

3.3. [gedaagde] voert verweer. Hij betwist dat hij het ongeval heeft veroorzaakt. De hoeveelheid door hem genuttigde alcohol was niet zodanig dat hij niet meer bekwaam was aan het verkeer deel te nemen. Het ongeval is niet veroorzaakt door het alcoholgebruik, maar doordat [gedaagde] rechts werd ingehaald door een andere auto, een paarse Golf, die naar links kwam op het moment dat [gedaaagde] van de linkerrijstrook naar de rechterrijstrook wilde gaan. [gedaagde] stuurde in een reflex naar links waardoor hij de betonnen middenberm raakte en als het ware gekatapulteerd werd naar de rijbaan voor het tegemoetkomende verkeer. [gedaagde] wijst erop dat hij door de politierechter is vrijgesproken van het primair ten laste gelegde feit, het door zijn schuld veroorzaken van een verkeersongeval met letsel tot gevolg. [gedaagde] betwist dat Polis Direct gehouden was tot uitkering van de door haar genoemde bedragen. Polis Direct heeft [gedaagde] niet bij de schadeafwikkeling betrokken en heeft op eigen houtje betalingen aan [A] gedaan. [gedaagde] is dus niet in de gelegenheid geweest verweer te voeren tegen de gestelde schadeposten. [gedaagde] betwist de (omvang van de) door [A] geleden schade. Voorts is mogelijk sprake van pre-existente klachten bij [A] en is een deel van de schade veroorzaakt door het feit dat [A] geen gordel droeg. Ten slotte voert [gedaagde] aan dat Polis Direct ten onrechte geen dekking verleent.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Aansprakelijkheid

4.1. Met zijn verweer dat hij niet aansprakelijk is voor het ongeval, stelt [gedaagde] in feite dat Polis Direct ten onrechte de aansprakelijkheid voor het ongeval heeft erkend.

4.2. Vast staat dat [gedaagde] met zijn auto door een stuurbeweging van hemzelf over de middenberm is gegaan, terecht is gekomen op de rijbaan van het tegemoetkomende verkeer en daar in botsing is gekomen met de auto van [A]. Tussen partijen is niet in geschil dat [A] geen verwijt treft ter zake het ongeval. In beginsel is derhalve sprake van een onrechtmatige daad van [gedaagde] jegens [A] en is hij aansprakelijk voor de gevolgen van het ongeval.

4.3. [gedaagde] voert als verweer dat hem van het ongeval geen verwijt valt te maken. Hij stelt dat hij naar aanleiding van de inhaalmanoeuvre van de paarse Golf gedwongen was uit te wijken en het stuur naar links te trekken. Dit verweer faalt. Uit wat [gedaagde] heeft aangevoerd volgt niet dat de omstandigheden zodanig waren dat een gemiddelde automobilist niet anders zou hebben kunnen handelen. [gedaagde] heeft op dit punt niet aan zijn stelplicht voldaan. Daar komt bij dat [gedaagde] in de gegeven omstandigheden niet beschouwd kan worden als een gemiddelde automobilist. Vast staat immers dat [gedaagde] ten tijde van het ongeval onder invloed van alcohol verkeerde. De uitslag van de ademanalyse lag boven de wettelijk toegestane hoeveelheid alcohol. De norm van artikel 8 lid 2 aanhef en onder b WVW 1994 is door [gedaagde] geschonden. Deze norm strekt specifiek tot het voorkomen van verkeersongevallen. Rijden onder invloed is een gedraging waardoor het gevaar voor verkeersongevallen en het ontstaan van schade bij een andere weggebruiker aanmerkelijk wordt vergroot. Dat is bij rijden onder invloed niet alleen zo omdat eerder verkeersfouten worden gemaakt, maar ook omdat men niet adequaat kan reageren op verkeersfouten van anderen. Het is derhalve niet uitgesloten dat juist het alcoholgebruik er de oorzaak van is dat [gedaaagde] op de inhaalmanoeuvre van de paarse Golf heeft gereageerd zoals hij heeft gedaan.

4.4. Het feit dat [gedaagde] door de politierechter is vrijgesproken van overtreding van artikel 6 WVW 1994, doet aan het vorenstaande niet af. Dat een feit strafrechtelijk niet bewezen is geacht, wil nog niet zeggen dat van aansprakelijkheid in civiele zin voor dat feit geen sprake kan zijn. De slotsom is dat [gedaaagde] aansprakelijk is voor het ongeval. Polis Direct heeft terecht de aansprakelijkheid jegens [A] erkend.

Verzekeringsdekking

4.5. Vast staat dat [gedaagde] de wettelijke grens van 220 µg/l alcohol heeft overschreden en dat zich hier de in artikel 1.11 sub e van de polisvoorwaarden bedoelde situatie voordoet, dat de schade is veroorzaakt terwijl de bestuurder de wettelijke norm van alcoholgebruik heeft overschreden. Polis Direct behoeft in dit geval geen dekking te verlenen.

4.6. Voor zover [gedaagde] een beroep beoogt te doen op de uitzondering in artikel 1.11 ter zake de weigering dekking te verlenen faalt dat. De uitzondering ziet er niet op dat de aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis zich buiten weten en tegen de wil van de verzekerde hebben voorgedaan en hem daarvan geen verwijt treft, zoals [gedaagde] lijkt te stellen. De uitzondering houdt verband met de vraag of de verzekerde een verwijt kan worden gemaakt van het alcoholgebruik. Dat het antwoord op die vraag in het onderhavige geval ontkennend zou moeten luiden blijkt nergens uit. Voor het geval [gedaagde] beoogt te betogen dat het Polis Direct op andere gronden niet vrij staat de dekking volledig te weigeren, heeft hij dat betoog onvoldoende onderbouwd, reden waarom de rechtbank daaraan voorbij moet gaan.

Verhaalsrecht

4.7. Op grond van artikel 2.5 sub a van de polisvoorwaarden heeft Polis Direct het recht het uitgekeerde schadebedrag te verhalen op [gedaagde]. [gedaagde] wijst op artikel 2.5 sub c van de polisvoorwaarden, waarin is geregeld wanneer Polis Direct zal afzien van verhaal. Hij stelt dat Polis Direct heeft nagelaten te motiveren waarom er geen sprake zou zijn van een geval als daarin bedoeld. De rechtbank overweegt allereerst dat het niet aan Polis Direct is om te motiveren waarom geen sprake zou zijn van een geval als in dat artikel bedoeld, maar dat het aan de verzekerde, [gedaagde], is om aan te tonen dat van zo’n geval wel sprake is. Daarnaast is het eventueel afzien van verhaal ex artikel 2.5 sub c in het onderhavige geval gekoppeld aan het antwoord op de vraag of [gedaagde] een verwijt treft van het alcoholgebruik. Dat die vraag bevestigend moet worden beantwoord is niet in geschil. Het verweer faalt dus.

4.8. De rechtbank stelt op grond van het vorenoverwogene vast dat Polis Direct een verhaalsrecht heeft op [gedaagde]. Polis Direct vordert voor recht te verklaren dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de door haar uitgekeerde en nog uit te keren schadevergoeding. Die vordering is echter te ruim geformuleerd. [gedaagde] behoudt immers het recht zich te verweren tegen de concreet door Polis Direct gedane uitkeringen en de uitkeringen die zij nog zal doen, net zoals [gedaagde] dat ook had kunnen doen wanneer hij rechtstreeks door [A] tot schadevergoeding zou zijn aangesproken. In dat opzicht valt het te betreuren dat Polis Direct [gedaagde] niet bij de schadeafwikkeling heeft betrokken. De rechtbank is daarom vooralsnog van oordeel dat de vordering zoals die thans voorligt niet zal kunnen worden toegewezen. De rechtbank is voornemens het mindere toe te wijzen. Zij zal voor recht verklaren dat [gedaagde] gehouden zal zijn aan Polis Direct te vergoeden de door haar aan [A] uitgekeerde en nog uit te keren bedragen, waarbij deze vergoedingsplicht niet verder gaat dan datgene wat [gedaagde] aan [A] zou hebben te betalen indien hij rechtstreeks door haar zou zijn aangesproken. Alvorens op dit punt verder te beslissen, zal de rechtbank partijen de gelegenheid geven hierop te reageren.

Schade

4.9. Naast de verklaring voor recht vordert Polis Direct ook een concreet schadebedrag wegens tot op heden in verband met het ongeval reeds gedane uitkeringen en gemaakte kosten. Het gaat om een bedrag van € 40.934,80, als volgt gespecificeerd:

voorschot onder algemene titel € 1.500,00

schade auto [A] 5.500,00

kosten Van Kouterik Personenschade 3.567,81

buitengerechtelijke kosten [A] 8.571,29

voorschot regres werkgever [A] 10.000,00

voorschot regres zorgverzekeraar [A] 7.795,70

voorschot op het smartengeld 4.000,00

voorschot algemene titel

4.10. Met betrekking tot het voorschot dat op 10 april 2008 onder algemene titel is uitgekeerd stelt [gedaagde] dat onbekend is gebleven waarvoor dat voorschot door [A] is aangewend. De rechtbank overweegt dat een slachtoffer van een (verkeers)ongeval zich in het algemeen geplaatst ziet voor allerlei kosten die snel kunnen oplopen, waaronder schade aan kleding, medische kosten en kosten voor rechtsbijstand. Blijkens de conclusie van antwoord heeft [A] 25 dagen in het ziekenhuis verbleven. De destijds conform de richtlijnen van het Nationaal Platform Personenschade geldende daggeldvergoeding bedroeg € 25,00, ofwel € 625,00 in totaal, welk bedrag door [A] ook is geclaimd. De rechtbank is voorts van oordeel dat het alleszins aannemelijk is dat de kleding van [A] door het ongeval beschadigd was. Gegeven de omstandigheden acht de rechtbank de uitkering van een voorschot onder algemene titel van € 1.500,00 gerechtvaardigd.

schade auto

4.11. Wegens schade aan de auto is door Polis Direct een bedrag van € 5.500,00 uitgekeerd aan de cascoverzekeraar van [A]. Ter comparitie heeft Polis Direct nader toegelicht dat de dagwaarde van de auto € 6.250,00 bedroeg en dat het wrak is geveild en verkocht voor € 750,00, zodat de schade € 5.500,00 bedraagt. Dit is door [gedaagde] verder niet betwist en staat daarmee vast. Dit bedrag komt voor toewijzing in aanmerking.

kosten Van Kouterik Personenschade

4.12. Polis Direct heeft voor de begeleiding van het traject van schadeafwikkeling met [A] bureau Van Kouterik Personenschade ingeschakeld. Daarmee is (tot op heden) een bedrag gemoeid geweest van € 3.567,81. De rechtbank overweegt dat het in letselschadezaken, gelet op de veelal complexe aard van de materie, in het algemeen gebruikelijk is dat partijen zich voorzien van deskundige bijstand. [gedaagde] stelt ook niet dat van het inschakelen van Van Kouterik Personenschade had moeten worden afgezien, hij betwist wel dat de gestelde kosten daadwerkelijk zijn gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat Polis Direct voldoende heeft aangetoond dat de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt. Dat er voor ruim twee uur aan “diversen” in rekening is gebracht leidt niet tot een ander oordeel. Niet alle werkzaamheden laten zich immers vangen onder een specifieke benaming. De betwisting van de noodzaak om twee bezoeken met een totale duur van ruim 7,5 uur aan [A] af te leggen is onvoldoende concreet. Gelet op de aard van de door [A] geleden schade ligt het in de rede dat de schaderegelaar zich persoonlijk van haar situatie op de hoogte stelt. De met de bezoeken gemoeide tijdsduur komt de rechtbank niet onredelijk voor, waarbij de rechtbank er nog op wijst dat het bezoek op 10 juli 2009 zag op een bespreking met de raadsman van [A]. Dit laatste blijkt uit de specificatie van de werkzaamheden van de raadsman van [A] (ook overgelegd als onderdeel van prod. 5 dagv.). Het beroep van [gedaagde] op de schadebeperkingsplicht van [A] kan de rechtbank niet volgen. Het gaat hier immers om kosten die Polis Direct voor zichzelf heeft gemaakt.

buitengerechtelijke kosten [A]

4.13. Ter onderbouwing van het aan [A] uitgekeerde voorschot voor buitengerechtelijke kosten gemaakt door haar raadsman heeft Polis Direct de declaraties van die raadsman overgelegd (onderdeel van prod. 5 dagv.). In totaal is (tot op heden) voor een bedrag van € 11.940,63 gedeclareerd. Polis Direct heeft tot op heden aan voorschotten een bedrag van € 8.571,29 voldaan. Gelet op de aard van de zaak ligt het in de rede dat [A] zich als benadeelde partij laat bijstaan door een advocaat bij de afwikkeling van de schade. Dit is in het algemeen een langdurig proces, zo ook in het onderhavige geval waarin voor zover thans bekend nog geen sprake is van een medische eindtoestand bij [A]. Gelet hierop acht de rechtbank een tijdsbesteding van 34 uren in bijna drie jaar niet onredelijk. De stelling dat de in rekening gebrachte uren niet daadwerkelijk zijn gemaakt is van iedere feitelijke onderbouwing ontbloot. Ook het inwinnen van medisch advies door de raadsman is gelet op de aard van de zaak alleszins redelijk. De rechtbank constateert echter wel dat van een dubbeltelling sprake lijkt te zijn waar het de declaraties van mr. Van Schaik betreft. De specificatie bij declaratienummer [nummer] d.d. 25 juni 2009 bevat op het eerste gezicht deels dezelfde werkzaamheden als opgenomen in de specificatie bij declaratienummer [nummer] d.d. 2 april 2009. De rechtbank zal Polis Direct in de gelegenheid stellen zich hierover uit te laten.

4.14. [gedaagde] heeft er voorts op gewezen dat [A] via haar werkgever, het Catharina Ziekenhuis te Eindhoven, een rechtsbijstandverzekering heeft afgesloten. Dit is door Polis Direct ter comparitie erkend. Zij stelt echter dat die verzekering alleen ziet op gevallen waarin [A] uit hoofde van de uitoefening van haar werkzaamheden aansprakelijk wordt gesteld. Alvorens op dit punt verder te beslissen zal de rechtbank Polis Direct in de gelegenheid stellen bescheiden in het geding te brengen waaruit de juistheid van haar stelling blijkt.

voorschot regres werkgever

4.15. Polis Direct heeft een bedrag van € 10.000,00 uitgekeerd aan de werkgever van [A]. Het Catharina Ziekenhuis heeft Polis Direct bij brief van 25 november 2008 (onderdeel van prod. 5 dagv.) op grond van artikel 6:107a BW aangesproken tot vergoeding van de door haar geleden loonschade. [A] was blijkens de hiervoor bedoelde brief 100% arbeidsongeschikt van 19 december 2007 tot en met 31 oktober 2008. In november 2008 was zij voor 37% arbeidsongeschikt. Het Catharina Ziekenhuis heeft gedurende de arbeidsongeschiktheid van [A] haar loon volledig doorbetaald. De ingediende vordering bedraagt € 18.527,64.

4.16. [gedaagde] wijst erop dat [A] al van januari 2007 tot en met periode 8 (week 32) van 2007 arbeidsongeschikt was. In periode 12 werd zij weer arbeidsongeschikt, terwijl het ongeval plaatsvond in periode 13 van 2007. Het is dus onduidelijk of [A] al deels arbeidsongeschikt was ten tijde van het ongeval, gelet op het korte tijdsverloop sinds de eerste arbeidsongeschiktheid. Dit verweer faalt. [gedaagde] gaat ervan uit dat de werkgever van [A] voor wat betreft het loon uitgaat van dertien perioden van vier weken per jaar. Dit blijkt echter niet uit het salarisoverzicht van [A] (overgelegd als onderdeel van prod. 5 dagv.). Op het overzicht staat bij twaalf perioden een salarisbedrag ingevuld. Bij periode dertien is niets ingevuld. Optelling van die twaalf salarisbedragen over 2007 [(3 × € 2.538,70) + (9 × € 2.574,25)] levert het op het overzicht vermelde totaalbedrag van € 30.784,35 op. De werkgever van [A] werkt derhalve met een jaar dat is verdeeld in twaalf perioden. Het ongeval vond plaats in december, derhalve in periode twaalf. Er zijn geen aanknopingspunten die erop wijzen dat [A] al vóór het ongeval (deels) arbeidsongeschikt was. Dat [A] eerder in 2007 langdurig arbeidsongeschikt was, doet daar niet aan af. Zij had haar werkzaamheden immers alweer enige tijd hervat. Het mag zo zijn dat [A] voor het ongeval al heupklachten had, maar uit het vorenstaande volgt dat zij ondanks die klachten gewoon kon werken tot de datum van het ongeval.

4.17. [gedaagde] wijst er voorts op dat de werkgever van [A] wettelijk gehouden is tot aanvulling van het salaris tot 70% van het laatstverdiende loon. Er is echter aangevuld tot 100% van het laatstverdiende loon. Daarnaast is onduidelijk of de werkgever van [A] wellicht voor arbeidsongeschiktheid van haar werknemers verzekerd was. Deze punten zijn terecht opgeworpen. De rechtbank zal daarom alvorens verder te beslissen Polis Direct in de gelegenheid stellen hierop te reageren.

voorschot regres zorgverzekeraar

4.18. Polis Direct heeft aan de zorgverzekeraar van [A] een bedrag van € 7.795,70 voldaan voor kosten van zorg als gevolg van het ongeval. Dat de zorgverzekeraar van [A] een regresrecht heeft op (de WAM-verzekeraar van) [gedaagde] is niet in geschil. [gedaaagde] betwist wel het causaal verband tussen de gemaakte kosten en het ongeval. Voorts wijst hij erop dat bijna 50% van de kosten bestaat uit de post “11/25 conservatief kliniek 202”, waarbij niet duidelijk is wat daarmee wordt bedoeld.

4.19. De rechtbank is van oordeel dat met de specificatie van de zorgverzekeraar (onderdeel van prod. 5 dagv.) voldoende is aangetoond dat de ziektekosten verband houden met het ongeval op 19 december 2007. De aard van het letsel staat er duidelijk op omschreven (gebroken ribben, klaplong, meerdere grote diepe en open wonden). Uit niets blijkt dat kosten worden geclaimd die geen verband houden met het ongeval. Dat het [gedaagde] niet duidelijk is waar de post “11/25 conservatief kliniek 202” op ziet, is niet relevant. De post heeft als datum 19 december 2007, de dag van het ongeval, en niet in geschil is dat [A] met de ambulance naar het ziekenhuis is vervoerd en daar is behandeld. Het verweer van [gedaagde] faalt dus.

voorschot smartengeld

4.20. Als voorschot op het smartengeld heeft Polis Direct een bedrag van in totaal € 4.000,00 uitgekeerd aan [A]. [gedaagde] betwist dit deel van het gevorderde. Volgens hem staat nog niet vast dat [A] recht heeft op een vergoeding wegens smartengeld. Dit verweer faalt. [A] is het slachtoffer geworden van een ongeval, waarbij zij meervoudig letsel heeft opgelopen aan haar gelaat, arm, bovenlichaam en onderbenen. Zij is daarvoor in het ziekenhuis behandeld en is gedurende 25 dagen opgenomen geweest. In het rapport van de medisch adviseur van Bovemij Verzekeringen (prod. 10 Polis Direct) wordt de rapportage van dr. Edixhoven, orthopedisch expert, aangehaald. Het relevante deel van dat rapport is eveneens overgelegd. Er staat onder meer in dat sprake is van vele littekens op de linkeronderarm, het gelaat en beide onderbenen. Voorts heeft [A] klachten aan de linkervoet. Deze is beperkt belastbaar, waardoor zij onder meer gebruik moet maken van aangepast schoeisel, een elektrische fiets en moeite heeft met het lopen over lange afstanden. Er is ook sprake geweest van een klaplong, die pas na enkele dagen is ontdekt en waarvan zij restloos is genezen. [A] is langdurig arbeidsongeschikt (geweest). Hoewel er blijkens de rapportage nog geen sprake is van een eindtoestand, acht de rechtbank een voorschot op het smartengeld ter hoogte van € 4.000,00, gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden en de bedragen die rechters in vergelijkbare gevallen plegen toe te kennen alleszins gerechtvaardigd.

eigen schuld [A]

4.21. [gedaagde] doet een beroep op eigen schuld van [A], stellende dat zij geen gordel droeg ten tijde van het ongeval. Dit verweer faalt, nu [gedaagde] zelf ter comparitie heeft verklaard dat hij niet heeft gezien dat [A] geen gordel droeg. Hij leidt dit slechts af uit het feit dat zij een hoofdwond had. Voorts heeft [A] zelf aan de schaderegelaar verklaard dat zij wel een gordel droeg (prod. 9 Polis Direct). In het licht van het vorenstaande is het verweer van onvoldoende feitelijke onderbouwing voorzien.

buitengerechtelijke incassokosten

4.22. De door Polis Direct gevorderde (eigen) buitengerechtelijke incassokosten zullen worden afgewezen. [gedaagde] heeft van meet af aan aansprakelijkheid voor het ongeval afgewezen. Dit standpunt was bij Polis Direct bekend. Niettemin schakelde zij NIB in voor het incasseren van de vordering. [gedaagde] was wel bereid tot het treffen van een schikking, maar uit niets blijkt dat NIB in dat kader kosten heeft gemaakt. Gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat niet is voldaan aan het in artikel 6:96 lid 2 sub c besloten vereiste dat het redelijk was om de kosten te maken.

wettelijke rente

4.23. Tegen de gevorderde wettelijke rente heeft [gedaagde] geen ander verweer gevoerd dan dat nu in hoofdsom niets verschuldigd is, van wettelijke rente geen sprake kan zijn. Uit wat hiervoor is overwogen volgt dat dit verweer faalt. De wettelijke rente zal te zijner tijd worden toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding, nu Polis Direct niet heeft gesteld dat [gedaagde] reeds eerder in verzuim verkeerde.

ten slotte

4.24. De rechtbank zal de zaak naar de rol verwijzen voor het nemen van een akte door Polis Direct waarin zij ingaat op de punten genoemd onder 4.8., 4.13, 4.14 en 4.17.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 30 maart 2011 voor het nemen van een akte door Polis Direct over hetgeen is vermeld onder 4.8., 4.13, 4.14 en 4.17, waarna de wederpartij op de rol van twee weken daarna een antwoordakte kan nemen,

5.2. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. O.R.M. van Dam en in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2011.