Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2011:BP7379

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
17-03-2011
Datum publicatie
17-03-2011
Zaaknummer
713735
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overeenkomst tot het onder meer maken en in stand houden van een internetsite, waarbij ook een laptop ter beschikking wordt gesteld.

De onderhavige opticienwinkel, die door een v.o.f. wordt gedreven, is niet gelijk te stellen aan een particulier in de zin van de Colportagewet. Geen reflexwerking van die wet. De gevorderde vergoeding van 60% van de resterende termijnen conform de algemene voorwaarden, te rekenen vanaf de dag der (eerdere) opzegging door de klant is toewijsbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH

Sector Kanton, locatie 's-Hertogenbosch

Zaaknummer : 713735

Rolnummer : CV EXPL 10-8573

Uitspraak : 17 maart 2011

in de zaak van:

Proximedia Nederland BV, tevens h.o.d.n. BeUp,

gevestigd te De Meern, gemeente Utrecht,

eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

gemachtigde: Nouta Westland Gerechtsdeurwaarders te Wateringen

t e g e n :

1. de Vennootschap onder Firma "F"

gevestigd te B,

2. L.F., vennoot,

3. J.B., vennoot,

beiden wonende te B.,

gedaagden in conventie, eisers in reconventie,

gemachtigde: mr. F. van Amstel

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als 'Proximedia' en 'F'.

De procedure in conventie en in reconventie

1.1. Proximedia heeft bij dagvaarding gevorderd dat de kantonrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 'F' en haar vennoten hoofdelijk zal veroordelen tot betaling aan haar van een bedrag groot € 6.965,69, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding, 2 september 2010 tot die der voldoening, en met veroordeling van gedaagden in de proceskosten.

1.2. 'F' is in rechte verschenen en heeft een conclusie van antwoord genomen. Daarbij heeft zij tevens een tegenvordering ingesteld, waarbij zij vordert dat Proximedia zal worden veroordeeld tot betaling aan haar van een bedrag groot

€ 2.357,40.

1.3. Vervolgens is een comparitie van partijen bepaald. Deze heeft plaatsgevonden op 24 februari 2011. Proximedia heeft voorafgaand aan die comparitie van antwoord in reconventie gediend. Daarna is vonnis bepaald.

Het geschil in conventie en in reconventie en de beoordeling ervan

2. In rechte kan van de navolgende feiten worden uitgegaan:

2.1. 'F' is een vennootschap onder firma waarvan gedaagden sub 2 en 3 de vennoten zijn. 'F' is een opticien en drijft een winkel in B. in brillen en aanverwante artikelen.

2.2. Proximedia is een bedrijf dat zich onder meer bezig houdt met het bouwen en promoten van websites.

2.3. Een van de vertegenwoordigers van Proximedia heeft 'F' op

19 februari 2008 bezocht. Tussen Proximedia en 'F' is een huurovereenkomst tot stand gekomen, op grond waarvan enerzijds Proximedia zich onder meer verbindt tot het bouwen en ter beschikking stellen van een website met toebehoren voor 'F' en tot het aan 'F' ter beschikking stellen van een laptop en anderzijds 'F' zich verplicht hiervoor aan Proximedia gedurende 48 maanden een maandelijks bedrag van € 201,11 te voldoen.

2.4. 'F' heeft op 19 februari 2008 tevens een zogenaamd "Webdesign follow-up document" geparafeerd, welk document met instemming van 'F' tijdens de comparitie van partijen in origineel is overgelegd, waarin 'F' verklaart alle documenten die voor het maken van de volledige website van 10 pagina's te zullen overhandigen aan de "technieker" tijdens installatie van het computersysteem.

2.5. Op 25 februari 2008 is 'F' door een technicus van Proximedia bezocht. Op die dag heeft 'F' nogmaals een document ondertekend, productie 6 zijdens Proximedia, waarin verklaard wordt dat zij de nodige documenten voor het opmaken van haar website vóór 10 maart 2008 aan Proximedia zal opsturen. Als opmerking is in dat document vermeld "reeds diverse bestanden op link" en dat de catalogus nog onzichtbaar zal worden gelaten.

2.6. Proximedia heeft 'F' bij brieven van 11 en 20 maart 2008 en 2 april 2008 verzocht alsnog de foto's aan te leveren en extra tekst zoals afgesproken. 'F' heeft dat niet gedaan.

2.7. Op 2 juni 2008 heeft de gemachtigde van 'F' aan Proximedia geschreven dat 'F' het contract van 19 februari 2008 wenst te ontbinden met terugwerkende kracht, dan wel per direct. Proximedia heeft schriftelijk laten weten daarmee niet in te stemmen.

2.8. 'F' heeft in totaal € 728,01 voldaan aan Proximedia en heeft sinds 1 juni 2008 geen van de maandelijkse termijnen betaald. Proximedia heeft hierna nog diverse vergeefse pogingen gedaan om 'F' te bewegen mee te werken aan de vervolmaking van de website, waarvoor zij wel reeds een eerste opzet had gemaakt en de overeenkomst gestand te doen. Op 17 december 2008 heeft de gemachtigde van 'F' aan een medewerker van Proximedia in een telefonisch onderhoud te kennen gegeven, dat zijn cliënte bij haar standpunt blijft dat zij de overeenkomst wenst te ontbinden. Naar aanleiding daarvan heeft Proximedia aan de gemachtigde van 'F' bij brief van 19 december 2008 medegedeeld dat zij daarmee niet instemt en heeft erop gewezen dat 'F' in geval van verbreking een vergoeding gelijk aan 60% van de nog niet vervallen maandelijkse termijnen van de lopende periode verschuldigd is, een en ander conform artikel 7.1 van de overeenkomst. Verzocht wordt het openstaande saldo ad € 1.407,77 alsmede 60% van de resterende 38 maanden ad € 3.853,20 rente ad € 31,42 en boete ad € 211,17 te voldoen binnen acht dagen.

Hierna zijn er nog diverse sommaties verstuurd.

3. Proximedia vordert op grond van bovenstaande feiten betaling van door haar aan 'F' verzonden facturen over de periode 1 juni 2008 tot en met 1 april 2009 ad € 2.212,21 in totaal en een verbrekingsvergoeding van € 3.447,60 op de grond dat zij de overeenkomst vroegtijdig heeft moeten ontbinden. Voorts maakt zij aanspraak op een rentebedrag van € 456,91 berekend tot aan de dagvaarding en op buitengerechtelijke incassokosten ad € 848,97 inclusief BTW.

4. 'F' heeft het volgende tegen deze vordering ingebracht.

Gedaagden sub 2 en 3 zijn echtelieden en voeren al lange tijd een kleine opticienwinkel in B., in de rechtsvorm van een vennootschap onder firma.

Op 19 februari 2008 is een medewerker van Proximedia, Van der L., onaangekondigd verschenen in de winkel van de heer F. met de bedoeling een opdracht te verwerven voor het opstellen van een website. De heer F. heeft toen aangegeven dat hij daarin wel geïnteresseerd was, maar dat voor hem essentieel was dat hij daar verder niets voor hoefde te doen omdat hij daar geen verstand van had en ook geen tijd voor over had. Van der L. heeft medegedeeld dat Proximedia daarvoor zou zorgen en daarop hebben de heer F. en zijn echtgenote de overeenkomst ondertekend. Enige tijd later werd hij gebeld door Van der L. met allerlei vragen over de uitvoering van de website, de aan te brengen kleuren, de knoppen die gewenst waren en de plaats waar. F. stelt dat hij Proximedia er toen gewezen heeft op de afspraak dat Proximedia een en ander geheel zou verzorgen. Daarna is F. nog diverse malen benaderd, waarbij zelfwerkzaamheid van hem verlangd werd.

Voorts stelt 'F' zich op het standpunt dat er sprake is van reflexwerking van de Colportagewet, en zij daarom op de mogelijkheid gewezen had moeten worden de overeenkomst binnen een bepaalde tijd te ontbinden. De overeenkomst is volgens haar nietig omdat deze op grond van de Colportagewet, zoals deze destijds luidde, ingeschreven had moeten worden bij de Kamer van Koophandel. 'F' kon daarom deze overeenkomst met terugwerkende kracht vernietigen, zoals gedaan bij brief van 2 juni 2008.

'F' heeft als tegenvordering geëist dat Proximedia de werkelijk gemaakte kosten van rechtsbijstand ad € 1629,39 exclusief btw zal vergoeden en het bedrag van

€ 728,01 dat zij reeds aan Proximedia heeft voldaan zal terugbetalen.

5. De kantonrechter oordeelt als volgt.

5.1. Aangezien Proximedia haar vordering doet steunen op het bestaan van een huurovereenkomst tussen partijen en 'F' dit niet heeft betwist, gaat de kantonrechter ervan uit dat zij bevoegd is van deze vordering kennis te nemen.

5.2. De Colportagewet biedt bescherming aan particuliere consumenten, die thuis "overvallen" worden door een colporteur die poogt hen te bewegen een overeenkomst te sluiten. De beschermende bepalingen van deze wet worden onder omstandigheden ook van toepassing geacht op kleine ondernemers, die met een particuliere consument gelijk te stellen zijn. De stellingen van 'F' dat haar vennoot de heer F. "sinds jaar en dag" samen met zijn echtgenote een brillenwinkel heeft in B. en deze exploiteert in de rechtsvorm van een vennootschap onder firma kunnen niet leiden tot een reflexwerking van de Colportagewet. 'F' kan niet gelijk gesteld worden aan een particuliere consument. Hierbij komt nog dat de heer F. tijden de comparitie van partijen gesteld heeft dat hij er al enige tijd over dacht om een website te laten maken voor 'F'. Tevens heeft hij, anders dan in zijn conclusie van antwoord gesteld, ter comparitie erkend dat door Proximedia voorafgaand aan het bezoek van haar vertegenwoordiger op 19 februari 2008 telefonisch daarvoor een afspraak met hem is gemaakt. In rechte kan dan ook niet worden aangenomen dat hij de overeenkomst in een opwelling is aangegaan.

5.3. Aangaande het beroep van 'F' op wanprestatie zijdens Proximedia, oordeelt de kantonrechter als volgt. Het moge zo zijn, dat de vennoten van 'F' hebben aangegeven geen bemoeienis met het opmaken van de website te willen hebben en te willen worden "verrast", zoals de heer F. ter comparitie opmerkte, echter in redelijkheid konden de heer en mevrouw F. de overeenkomst niet aldus hebben begrepen, dat zij zelfs niet gehouden zouden zijn om hun mening over de te hanteren kleuren en op te nemen tekst in de website te geven. Het aanleveren van foto's en tekst, ook voor wat betreft de op de site te zetten aangeboden collectie, is immers noodzakelijk om deze naar tevredenheid van de klant op te bouwen. Niet gesteld of gebleken is dat overeengekomen zou zijn dat Proximedia tevens als reclamebureau en fotograaf zou optreden. De kantonrechter wijst erop dat F. door de parafering/ondertekening op 19 februari 2008 en op 25 februari 2008 van de hiervoor onder de feiten vermelde schriftelijke toezeggingen dat hij de nodige documenten voor de website zou opsturen, daarmee expliciet heeft ingestemd.

5.4. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat het verweer van 'F' geen doel treft. Haar tegenvorderingen dienen reeds daarom bij gebrek aan rechtsgrond te worden afgewezen.

5.5. Ten aanzien van de hoogte van de toe te wijzen vordering van Proximedia overweegt de kantonrechter het volgende.

5.5.1. Op grond van artikel 7.1 van de tussen partijen gesloten overeenkomst kan de "abonnee", 'F' dus, besluiten de overeenkomst te ontbinden op voorwaarde dat hij 60% van de nog niet vervallen maandtermijnen betaalt bij wijze van ontbindingsvergoeding. Vaststaat, dat de gemachtigde van 'F' de overeenkomst namens deze heeft ontbonden bij brief van 2 juni 2008. Dat de in die brief genoemde rechtsgrond niet juist is doet daaraan niet af. Dit betekent dat 'F' vanaf dat moment 60% van de resterende maandtermijnen verschuldigd was, en niet, zoals gevorderd, 100% van de lopende termijnen tot december 2008 en 60% over de resterende. Daarnaast dient 'F' wel de op het moment van ontbinding reeds vervallen huurtermijn van de maand juni 2008 te betalen. Dit leidt tot de volgende berekening:

Maandhuur juni 2008 ad € 201,11 plus 60% over de resterende termijnen, te weten 44 maanden x € 201,11) = € 5.510,41 in totaal.

5.5.2. De door Proximedia gevorderde wettelijke rente is onvoldoende gespecificeerd. Toegewezen zal worden de wettelijke rente met ingang van de vervaldatum genoemd in de sommatie d.d. 19 december 2008 door Proximedia tot voldoening van een beëindigingvergoeding, voor zover deze het gevorderde rentebedrag van € 456,91 niet te boven gaat.

De buitengerechtelijke kosten worden toegewezen tot een bedrag van € 700, -. De btw hierover wordt afgewezen, omdat deze voor de eisende partij een verrekenpost is.

5.6. 'F' zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de kosten van het geding gevallen aan de zijde van Proximedia.

De beslissing

De kantonrechter:

In conventie:

Veroordeelt 'F' tot betaling aan Proximedia:

- in hoofdsom van een bedrag groot € 5.510,41, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 27 december 2008 tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de wettelijke rente berekend tot op 2 september 2010 een bedrag van € 456,19 niet te boven gaat;

- ter zake buitengerechtelijke incassokosten een bedrag groot € 700,- exclusief BTW;

In reconventie:

Wijst de vorderingen van 'F' af;

In conventie en in reconventie:

Veroordeelt 'F' in de proceskosten aan de zijde van Proximedia, welke tot op heden worden vastgesteld op € 295,89 aan verschotten en € 500, - voor salaris gemachtigde;

Verklaart dit vonnis voor wat betreft de uitgesproken veroordelingen tot betaling uitvoerbaar bij voorraad;

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mr. E.J. Spoor, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 maart 2011.

Zaaknummer: 713735 blad 5

vonnis