Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2011:BP6102

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
28-02-2011
Datum publicatie
28-02-2011
Zaaknummer
AWB 11-622
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Evenementenvergunning voor carnavalsfestiviteiten op De Markt in Veghel

De voorzieningenrechter brengt de toegestane overschrijding van de geluidsnormen terug naar de normen die in het geldende evenementenbeleid zijn gesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Omgevingsvergunning in de praktijk 2012/4822

Uitspraak

RECHTBANK ’s-HERTOGENBOSCH

Sector bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 11/622

Uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 februari 2011

inzake

[verzoekers],

te [woonplaats],

verzoekers,

gemachtigde mr. M.M.H. van Kuijk,

tegen

de burgemeester van de gemeente Veghel,

verweerder,

gemachtigden T.J.M. Bockting en ing. A.J. van den Broek

Aan het geding heeft als partij deelgenomen [vergunninghouder], te [woonplaats], vergunninghouder.

Procesverloop

Bij besluit van 8 februari 2011 heeft verweerder aan vergunninghouder een evenementenvergunning verleend voor het houden van een evenement bestaande uit carnavalsactiviteiten in een carnavalstent op het parkeerterrein aan de Markt te Veghel van 4 tot en met 8 maart 2011.

Tegen dit besluit hebben verzoekers een bezwaarschrift ingediend.

Bij brief van 17 februari 2011 hebben verzoekers tevens de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De zaak is behandeld ter zitting van 24 februari 2011, waar verzoekers in persoon zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder is verschenen bij gemachtigden. Vergunninghouder is ter zitting vertegenwoordigd door de heer H. Bolder.

Verweerder heeft bij faxbericht van 25 februari 2011 nog nagezonden de ter zitting besproken voorschriften, die alsnog aan de verleende evenementenvergunning zijn verbonden

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:81 van de Awb kan indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank bezwaar is gemaakt of administratief beroep ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2. Voor het treffen van een voorlopige voorziening als hier bedoeld moet worden beoordeeld of het nadeel, dat verzoekers zullen ondervinden als gevolg van de uitvoering van het bestreden besluit onevenredig is in verhouding tot de met dit besluit te dienen belang.

Veelal zal eerst aanleiding zijn een voorziening te treffen indien, op grond van de beschikbare gegevens, moet worden geoordeeld dat er gerede twijfel bestaat of het in de hoofdzaak bestreden besluit in stand kan blijven. Voor zover toetsing aan het in artikel 8:81 van de Awb neergelegde criterium meebrengt dat een beoordeling van het geschil in de bodemprocedure wordt gegeven, heeft het oordeel van de voorzieningenrechter een voorlopig karakter en is dat niet bindend voor het geschil in de bodemprocedure.

3. Bij de beoordeling gaat de voorzieningenrechter uit van de volgende feiten en omstandigheden.

4. De evenementenvergunning is verleend voor het houden van activiteiten in verband met carnaval 2011. De activiteiten zullen plaatsvinden in een feesttent op het parkeerterrein van De Markt in Veghel van 4 maart 2011 tot en met 8 maart 2011. Verzoekers zijn woonachtig aan De Markt. De vergunning vermeldt op welke datum de activiteiten gehouden worden met daarbij de eindtijd van de muziek en de sluitingstijd van de tent.

5. Verzoekers hebben zich - kort weergegeven - op de volgende standpunten gesteld. De verleende evenementenvergunning is voor wat betreft de maximaal toegestane geluidsbelasting in strijd met het beleid van verweerder. Verweerder heeft de afwijking van zijn eigen beleid niet dan wel onvoldoende gemotiveerd, hetgeen in strijd is met artikel 4:84 van de Awb. De vergunning is in strijd met de openbare orde en veiligheid verleend. Het is niet logisch een evenement van deze orde van grootte op deze locatie toe te staan. Er zal strijd met het bestemmingsplan ontstaan indien het evenement op deze locatie doorgang zal vinden. Verzoekers hebben voorts aangegeven dat zij aanzienlijke hinder en (geluids)overlast vrezen als gevolg van het vijf dagen durende evenement.

6. Het wettelijk kader luidt als volgt.

7. Ingevolge artikel 2.25 van de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) is het verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

8. Ingevolge artikel 4.6, eerste lid van de APV is het verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

9. Ingevolge artikel 4.6, tweede lid van de APV kan het college van burgemeester en wethouders (het college) van het verbod ontheffing verlenen.

10. Van toepassing is het Evenementenbeleid, zoals bij besluit van 27 april 2004 door het college alsook door de burgemeester vastgesteld (het beleid).

11. De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

12. De voorzieningenrechter stelt allereerst vast dat verweerder bij de voorbereiding van het bestreden besluit op zijn zachtst gezegd weinig voortvarend is opgetreden. Verweerder heeft geen verklaring kunnen geven waarom op een in juli 2010 gedane aanvraag, voor een grootschalig evenement begin maart 2011, pas begin februari 2011 werd beslist. Hierdoor is de facto aan alle bij dit besluit betrokkenen de mogelijkheid ontnomen om nog - tijdig - in goed overleg tot een mogelijke oplossing van het gerezen geschil te komen, waardoor ook de spanningen in de plaatselijke gemeenschap zich onnodig hebben verscherpt.

13. Het vorenstaande laat onverlet het recht van een omwonende om tegen een besluit als het onderhavige op te komen, temeer nu - tijdig en zinvol - overleg niet ( meer) mogelijk is gebleken.

14. De voorzieningenrechter stelt vervolgens vast dat de bij het bestreden besluit verleende evenementenvergunning betrekking heeft op carnavalsfestiviteiten in een feesttent op De Markt en dat verweerder ten aanzien van dit evenement heeft aangesloten bij het bepaalde in paragraaf 5.2. van het beleid. Deze paragraaf heeft betrekking op evenementen in de openlucht. De voorzieningenrechter acht aannemelijk dat voornoemde festiviteiten, gelet op aard en de duur ervan een grote belasting vormen voor de (directe) leefomgeving.

15. Met betrekking tot de grief van verzoekers dat de vergunning in strijd met <b>de openbare orde en veiligheid</b> is verleend, overweegt de voorzieningenrechter het volgende. Aan de hand van het verhandelde ter zitting en de inmiddels aan de vergunning verbonden aanvullende voorschriften is het volgende gebleken. De tent is gecertificeerd als onbrandbaar. De tent dient zodanig te worden geplaatst dat de afstand tussen de tent en de dichtstbijzijnde woning Markt 21 ten minste 3 meter bedraagt. In de tent mogen binnen de vijf metergrens van aanliggende bebouwing, geen brandbare materialen aanwezig zijn. Tenzij de bewoners van de panden Markt 19-21 aangeven dit niet te wensen wordt de ruimte tussen de tent en de betreffende woningen voorzien van een na zonsondergang verlichte en vaste en beweegbare afsluiting. Indien de voornoemde afsluitingen worden aangebracht dienen de woningen voor de bewoners en hulpdiensten te allen tijde bereikbaar te zijn. Vergunninghouder is verplicht toezicht te laten houden op de beweegbare afsluiting teneinde de toegang voor bevoegden mogelijk te maken en voor onbevoegden te beletten. Ter hoogte van de vaste afsluiting worden bezoekers op een duidelijke wijze verwezen naar de ingang aan de voorzijde van de tent. Er worden drie mobiele urinoirs geplaatst. Er worden voorzieningen getroffen voor de stalling van ten minste 200 fietsen. De conform eerdere voorschriften bij de tent in te zetten beveiligers staan in direct contact met de op De Markt ten behoeve van de reguliere horecagelegenheden aanwezige (acht) beveiligers van hetzelfde bedrijf en verlenen elkaar onderling assistentie. Voorts heeft verweerder een advies van de Brandweer Brabant-Noord overgelegd, waarin wordt aangegeven dat de situatie van De Markt voldoet aan de daaraan te stellen eisen. In het licht van het voorgaande bezien slaagt deze grief van verzoekers niet.

16. De grief van verzoekers dat een evenement van deze orde op <b>deze locatie</b> niet logisch is treft geen doel. De Markt wordt volgens het beleid als een centrale plaats gezien, waar tweemaal per jaar een evenement met een luidruchtig karakter mag plaatsvinden. Voorts houdt verweerder er gelet op het faxbericht van 25 februari 2011 rekening mee dat het evenement op verkeerskundig gebied de nodige voorbereiding vergt en kan worden geconcludeerd dat er in de directe omgeving van het evenement voldoende parkeergelegenheid aanwezig is voor zowel personeel, bezoekers, als direct omwonenden.

17. De grief dat indien het evenement plaatsvindt er sprake is van <b>strijd met het bestemmingsplan</b>, treft evenmin doel. Een vergunning voor een eenmalig evenement kan niet worden geweigerd omdat het in strijd is met een bestemmingsplan.

18. Met betrekking tot de grief dat de verleende evenementenvergunning voor wat betreft de <b>maximale geluidsbelasting</b> in strijd is met het beleid, overweegt de voorzieningenrechter het volgende.

19. In paragraaf 5.2. van het beleid zijn met betrekking tot de geluidsnormen voor evenementen een aantal waarden genoemd die als maximale grenswaarden voor evenementen in de open lucht worden aangehouden. De gemachtigde van verweerder heeft ter zitting toegelicht dat voor het onderhavige evenement moet worden aangesloten bij de in Tabel 1 genoemde ‘Avond, voorafgaand aan een zaterdag, zondag of collectieve feestdag’. Daarbij is in het beleid een maximale gevelbelasting van 70 dB(A) als grenswaarde aangegeven. Op basis van de aan de vergunning verbonden aanvullende voorschriften mag de belasting op de gevels van de woningen ten hoogste 77 dB(A) bedragen. Met deze ontheffing worden de maximaal toegestane geluidsnormen gedurende vijf dagen overschreden met 7 dB(A).

20. In artikel 4:84 van de Awb is bepaald dat het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Verweerder is er naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet in geslaagd aannemelijk te maken dat sprake is van een bijzondere, niet in het beleid verdisconteerde omstandigheid op grond waarvan met toepassing van artikel 4:84 van dit beleid kan worden afgeweken. De opmerking dat vooruitlopend op het nieuwe evenementenbeleid 2011 wordt afgeweken van het huidige beleid, is onvoldoende nu moet worden vastgesteld dat het voorgenomen nieuwe beleid nog niet bij besluit is vastgesteld, laat staan dat het in werking is getreden. Het ter zitting door de gemachtigde van verweerder gegeven argument dat het een hier een volksfeest betreft en dat bij wijze van proef instemming is verleend voor deze vergunning kan evenmin worden aangemerkt als een bijzondere omstandigheid, die een afwijking van het thans nog geldende beleid kan rechtvaardigen. Bovendien is niet gebleken dat en op welke wijze rekening is gehouden met de belangen van omwonenden.

21. Op grond van het voorgaande moet vooralsnog worden geoordeeld dat het bestreden besluit in strijd is met artikel 4:84 van de Awb, voor zover daarin muziek tot een geluidsniveau van 77 dB(A) wordt toegestaan. Gelet hierop is in beginsel aanleiding een voorlopige voorziening te treffen.

22. In aanmerking genomen dat het carnaval geacht kan worden in de plaatselijke gemeenschap een belangrijke sociale en culturele functie te vervullen en het vergunninghouder niet valt te verwijten dat de vergunning eerst in een laat stadium werd afgegeven zou de gevraagde schorsing van het bestreden besluit thans te ver voeren.

Wel ziet de voorzieningenrechter aanleiding om, alle belangen afwegende te komen tot de navolgende voorlopige voorziening.

23. De voorzieningenrechter ziet aanleiding het bestreden besluit te schorsen voor zover daarbij een maximale gevelbelasting van 77 dB(A) wordt toegestaan. Daarvoor in de plaats zal bij wijze van voorlopige maatregel worden bepaald dat voor het te houden evenement van 4 maart 2011 tot en met 8 maart 2011 een maximale gevelbelasting geldt van 70 dB(A). Hierbij heeft de voorzieningenrechter in aanmerking genomen dat de maximale gevelbelasting van 70 dB(A) ook volgens verweerders eigen beleid als absolute bovengrens geldt. Het toelaten van een dergelijke gevelbelasting gedurende een periode als thans vergund acht de voorzieningenrechter naar huidige maatstaven in zijn algemeenheid onaanvaardbaar. De voorzieningenrechter vertrouwt erop dat van gemeentewege adequaat wordt toegezien op de naleving van de gestelde voorschriften.

24. De voorzieningenrechter acht termen aanwezig verweerder te veroordelen in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten zijn met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de daarbij behorende bijlage begroot op in totaal € 874,00 voor kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand:

• 1 punt voor het indienen van een (aanvullend) verzoekschrift;

• 1 punt voor het verschijnen ter zitting;

• waarde per punt € 437,00;

• wegingsfactor 1.

25. Tevens zal de voorzieningenrechter bepalen dat verweerder aan verzoekers het door hen gestorte griffierecht ten bedrage van € 150,00 dient te vergoeden.

26. Beslist wordt als volgt.

Beslissing

De voorzieningenrechter,

- wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening toe;

- schorst het bestreden besluit van 8 februari 2011, voor zover daarbij een maximale geluidsbelasting op de gevel van de dichtstbijzijnde woning van 77 dB(A) is toegestaan;

- bepaalt dat voor het te houden evenement van 4 maart 2011 tot en met 8 maart 2011 de maximale geluidsbelasting op de gevel van de dichtstbijzijnde woning 70 dB(A) mag bedragen;

- bepaalt dat de gemeente Veghel namens verweerder aan verzoekers het door hen gestorte griffierecht dient te vergoeden ten bedrage van € 150,00;

- veroordeelt verweerder in de door verzoekers gemaakte proceskosten vastgesteld op € 874,00;

- wijst de gemeente Veghel aan als de rechtspersoon die het bedrag van de proceskosten dient te vergoeden.

Aldus gedaan door mr. P.H.C.M. Schoemaker als voorzieningenrechter in tegenwoordigheid van mr. C.G.M. Otag-Kosman als griffier en in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2011.

<HR>

<i>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</i>

Afschriften verzonden: