Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2011:BP5759

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
10-02-2011
Datum publicatie
25-02-2011
Zaaknummer
AWB 09-3316
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Naheffing parkeerbelasting. Constatering parkeren zonder voldoen parkeerbelasting op zaterdag om 10.03 uur. Parkeerabonnement voor het 's avonds betaald parkeren in de binnenstad, geldig op maandag tot en met zaterdag van 17.00 uur tot 10.00 uur (...), op dat moment niet geldig. Omdat het voor anderen al vanaf 9.00 uur op die dag geldende parkeerregime op eiser van toepassing was, gold ook voor eiser de door surveillanten gehanteerde constaterinstijd van tien minuten. Niet is gebleken dat deze in het geval van eiser in acht is genomen. Naheffingsaanslag ten onrechte opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2011/430
V-N 2011/38.26 met annotatie van Redactie
FutD 2011-0557
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer

Procedurenummer: AWB 09/3316

Uitspraakdatum: 10 februari 2011

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

[eiser], wonende te [woonplaats], eiser,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente 's-Hertogenbosch, verweerder,

gemachtigde [gemachtigde].

1. Ontstaan en loop van het geding

Verweerder heeft eiser op 3 augustus 2009 een naheffingsaanslag parkeerbelasting ter hoogte van € 52,20 opgelegd, bestaande uit € 2,20 aan parkeerbelasting en € 50 aanslagkosten.

Bij uitspraak op bezwaar van 17 augustus 2009 heeft verweerder het door eiser tegen de naheffingsaanslag gerichte bezwaar ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.

Eiser heeft tegen deze uitspraak bij brief van 22 augustus 2009, ter griffie ontvangen op 22 september 2009, beroep ingesteld.

De zaak is behandeld ter zitting van 28 januari 2011. Eiser is niet ter zitting verschenen. Uit onderzoek is gebleken dat de uitnodiging voor de zitting eenmaal per reguliere post en tweemaal aangetekend is verzonden naar het door eiser opgegeven adres. De aangetekende zendingen zijn beide retour ontvangen met de vermelding "Niet afgehaald".

Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde, die ter zitting werd vergezeld door [A].

2. Feiten

Op zaterdag 25 juli 2009, om 10:03 uur, heeft verbalisant [verbalisant] geconstateerd dat op het parkeerterrein - met een parkeerautomaat - aan de Prins Berhardstraat een personenauto van het Merk [merk], met het kenteken [kenteken], geparkeerd stond, zonder dat daarvoor, door het op de voorgeschreven wijze aanbrengen van een kaart, de verschuldigde parkeerbelasting was betaald. Op deze parkeerplaats moet op vanaf 9.00 uur tot 18.00 uur voor het parkeren een tarief van € 2,20 per 60 minuten worden betaald.

Uit een gehouden controle is verweerder gebleken dat eiser de houder van het voertuig is. Verweerder heeft eiser dan ook een naheffingsaanslag opgelegd.

3. Geschil

In geschil is of verweerder terecht aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting heeft opgelegd.

Volgens verweerder was het achter de voorruit van de personenauto aangetroffen parkeerabonnement voor het 's avonds betaald parkeren in de binnenstad, geldig op maandag tot en met zaterdag van 17.00 uur tot 10.00 uur en op zondagen, op het moment van het aantreffen van het voertuig niet geldig. De richtlijnen voor surveillanten van de afdeling Stadstoezicht, de Richtlijnen parkeren (fiscalisering), op grond waarvan een zogenoemde constateringstijd van tien minuten in acht wordt genomen, zijn volgens verweerder niet van toepassing bij het parkeren met een parkeervergunning. Voor de houders van een parkeervergunning staat immers de geldigheid van de vergunning exact vast. Omdat het betaald parkeren om 9.00 uur ingaat en met een parkeerabonnement tot 10.00 uur mag worden geparkeerd, hebben de houders van een dergelijk abonnement al een uur langer de tijd om de auto te verplaatsen, of om een parkeerkaartje te kopen, aldus verweerder.

Eiser is van mening dat hem de naheffingsaanslag ten onrechte is opgelegd, omdat hij om 10.00 uur bij zijn auto aankwam en de naheffingsaanslag toen al onder de ruitenwisser zat. Bovendien is hem uit navraag bij vier parkeerwachten en de meldkamer van stadstoezicht gebleken dat hij tien minuten respijt had moeten krijgen, omdat niet alle horloges dezelfde tijd aangeven en om bewoners van de binnenstad tegemoet te komen bij het verplaatsen van hun voertuig. Eiser kan zich niet verenigen met verweerders standpunt dat hij een uur de tijd heeft om een parkeerkaartje te kopen, omdat hij tot 10.00 uur met een vergunning mag parkeren. Drie minuten acht hij een te geringe tijdsspanne om een kaartje te kunnen kopen.

4. Beoordeling van het geschil

De rechtbank volgt eiser niet in zijn opvatting dat hij om 10.00 uur bij zijn auto aankwam. Verweerder heeft genoegzaam aannemelijk gemaakt dat de door de surveillanten van de afdeling Stadstoezicht gebruikte apparatuur is gekoppeld aan een atoomklok en daarmee altijd de juiste tijd aangeeft. De rechtbank ziet geen aanleiding om te veronderstellen dat de betrokken surveillant op de naheffingsaanslag een andere dan de op die apparatuur weergegeven tijd heeft genoteerd.

Op het moment dat geconstateerd werd dat eisers personenauto zonder het voldoen van de verschuldigde parkeerbelasting geparkeerd stond op de parkeerplaats aan de Prins Bernhardstraat, was zijn parkeervergunning niet geldig. Op dat moment gold voor eiser derhalve het voor anderen al vanaf 9.00 uur op die dag geldende parkeerregime, zodat eiser op dat moment voor het parkeren van zijn personenauto een parkeerkaartje diende te hebben.

Verweerder heeft in het verweerschrift uiteengezet dat met betrekking tot het betaald parkeren door middel van een parkeerkaartje, op grond van de Richtlijnen parkeren (fiscalisering), voor de surveillanten van de afdeling Stadstoezicht de volgende gedragslijnen gelden:

<i>"Er dient een tijd van 10 minuten te worden aangehouden voordat kan worden vastgesteld dat daadwerkelijk wordt geparkeerd. Derhalve wordt geen naheffingsaanslag opgelegd als een voertuig minder dan 10 minuten staat geparkeerd.

Indien er in het geheel geen parkeerkaartje is aangetroffen, dan dient te worden gecontroleerd of bij de desbetreffende parkeerautomaat er mensen bezig zijn om een parkeerkaartje te kopen (overigens valt dit onder de constateringstijd van 10 minuten)"</i>

Omdat eiser, voor het parkeren van zijn personenauto, vanaf 10.00 uur een parkeerkaartje nodig had, vermag de rechtbank niet in te zien dat de voor de surveillanten van de afdeling Stadstoezicht geldende gedragslijnen niet van toepassing zijn. Dat eiser houder is van een parkeervergunning doet daar niet aan af.

Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting is niet komen vast te staan dat verbalisant [verbalisant] in dit geval, na de constatering dat de personenauto van eiser zonder betaling van parkeerbelasting stond geparkeerd, een constateringstijd van 10 minuten in acht heeft genomen, alvorens een naheffing op te leggen. Overigens zou, ook indien die constateringstijd wel in acht zou zijn genomen, om 10.03 uur geen naheffingsaanslag hebben kunnen worden opgelegd, alleen al omdat het eiser was toegestaan om tot 10.00 uur met gebruikmaking van zijn parkeerabonnement op het parkeerterrein aan de Prins Berhardstraat te parkeren.

Het beroep is, gelet op het voorafgaande, gegrond. De rechtbank zal de bestreden uitspraak op bezwaar dan ook vernietigen.

De rechtbank zal de naheffingsaanslag herroepen en zal, met gebruikmaking van de haar in artikel 8:72, bepalen dat haar uitspraak in de plaats treedt van de te vernietigen uitspraak op bezwaar.

5. Proceskosten en griffierecht

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, omdat van voor vergoeding in aanmerking komende kosten niet is gebleken. Wel ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te gelasten eiser het door hem betaalde griffierecht te vergoeden.

Beslist wordt als volgt.

Beslissing

De rechtbank,

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de bestreden uitspraak op bezwaar;

- herroept de aan eiser opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting van 3 augustus 2011 ter hoogte van € 52,20;

- gelast verweerder om eiser het door hem betaalde griffierecht van € 41 te vergoeden.

Aldus gedaan door mr. D.J. de Lange, rechter, in tegenwoordigheid van mr. U.F.B. van Berkel-de Jongh als griffier en uitgesproken in het openbaar op 10 februari 2011.

<HR>

<i>Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum:

hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch; dan wel

beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage, mits de wederpartij daarmee schriftelijk instemt. </i>

Afschriften verzonden: