Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2011:BP5422

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
25-02-2011
Datum publicatie
25-02-2011
Zaaknummer
01/845005-10
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2011:BR6184, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Negen jaar gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging voor plegen vier verkrachtingen, twee aanrandingen en pogingen daartoe. Verdachte wordt ook veroordeeld voor poging tot doodslag, twee maal poging tot zware mishandeling met voorbedachte rade en diefstal met geweld.

(Promis-vonnis)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/845005-10

Datum uitspraak: 25 februari 2011

Vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,

thans gedetineerd te: [PI].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 29 september 2010 en 11 februari 2011.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij voorlopige dagvaarding ex artikel 261 lid 3 Sv. van 8 maart 2010. De voorlopige tenlastelegging is op vordering van de officier van justitie ter terechtzitting van 29 september 2010 gewijzigd conform het bepaalde in artikel 314a Sv.

Vervolgens is de tenlastelegging op vordering van de officier van justitie ter terechtzitting van 11 februari 2011 gewijzigd. Nadat de tenlastelegging op de terechtzittingen van 29 september 2010 en 11 februari 2011 is gewijzigd is aan verdachte tenlastegelegd dat:

1.

DELICT 1

hij op of omstreeks 01 januari 2010 te Wanroij, gemeente Sint Anthonis, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met

voorbedachten rade [slachtoffer 1] van het leven te beroven, met dat opzet en na

kalm beraad en rustig overleg, met een door hem bestuurde auto op die [slachtoffer 1] is ingereden en/of tegen die [slachtoffer 1] is aangereden (die zich op dat

moment, op de fiets, naast en/of voor de auto van verdachte bevond), terwijl

de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 289 jo 45 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 01 januari 2010 te Wanroij, gemeente Sint Anthonis ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven, met dat opzet met een door hem bestuurde auto op die [slachtoffer 1] is ingereden en/of tegen die [slachtoffer 1] is aangereden (die zich op dat moment, op de fiets, naast en/of voor de auto van verdachte bevond), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

welke vorenomschreven poging doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of

voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten het,

door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of

(een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]dwingen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en)uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2](art 242 Sr),en/of beroven van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]van enig goed en/of geldbedrag

(art. 312/317 Sr)

en welke poging doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van

dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping

op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere deelnemer(s) straffeloosheid

en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

(artikel 288 Jo 45 Wetboek van Strafrecht)

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 01 januari 2010 te Wanroij, gemeente Sint Anthonis, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1]van het leven te beroven, met dat opzet met een door hem bestuurde auto

op die [slachtoffer 1] is ingereden en/of tegen die [slachtoffer 1] is aangereden

(die zich op dat moment, op de fiets, naast en/of voor de auto van verdachte

bevond), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 287 jo 45 Wetboek van Strafrecht)

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 01 januari 2010 te Wanroij, gemeente Sint Anthonis, aan een

persoon genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een

gebroken neus), heeft toegebracht, door opzettelijk en met voorbedachten rade, althans na kalm beraad en rustig overleg,met een door hem bestuurde

auto in te rijden op en/of aan te rijden tegen die [slachtoffer 1] (terwijl die

[slachtoffer 1] zich op dat moment op de fiets naast en/of voor de auto van

verdachte bevond);

(artikel 302 Wetboek van Strafrecht)

meest subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 01 januari 2010 te Wanroij, gemeente Sint Anthonis, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon

genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk en met voorbedachten rade, althans

na kalm beraad en rustig overleg,zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met

dat opzet met een door hem bestuurde auto in te rijden op en/of aan te rijden

tegen die [slachtoffer 1] (terwijl die [slachtoffer 1] zich op dat moment op de

fiets naast en/of voor de auto van verdachte bevond), terwijl de uitvoering

van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 302 Jo 45 Wetboek van Strafrecht)

2.

DELICT 1

hij op of omstreeks 01 januari 2010 te Wanroij, gemeente Sint Anthonis, door

geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of

(een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het

ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit

het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende

verdachte zijn vingers in de vagina, althans tussen de schaamlippen, van die

[slachtoffer 1] gebracht/geduwd en bestaande dat geweld of die andere

feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere

feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte:

- met zijn auto tegen die [slachtoffer 1] aan is gereden en/of

- op het lichaam van die [slachtoffer 1] is gaan zitten en/of

- zijn knieën op de keel van die [slachtoffer 1] heeft gehouden/gedrukt en/of

- de nek van die [slachtoffer 1] tussen zijn voet en/of zijn knie(ën)geklemd

heeft gehouden en/of

- met zijn handen de keel/hals van die [slachtoffer 1] heeft dichtgedrukt en/of

dichtgedrukt gehouden en/of

- die [slachtoffer 1] een of meermalen in haar gezicht heeft geslagen en/of

gestompt en/of

(aldus) voor die [slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

(artikel 242 Wetboek van Strafrecht)

3.

DELICT 1

hij op of omstreeks 01 januari 2010 te Wanroij, gemeente Sint Anthonis, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met

voorbedachten rade [slachtoffer 2]van het leven te beroven, met dat opzet en na

kalm beraad en rustig overleg, met een door hem bestuurde auto op die [slachtoffer 2]

is ingereden en/of tegen die [slachtoffer 2]is aangereden (die zich op dat

moment, op de fiets, naast en/of voor de auto van verdachte bevond), terwijl

de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 289 jo 45 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 01 januari 2010 te Wanroij, gemeente Sint Anthonis ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 2]

van het leven te beroven, met dat opzet met een door hem bestuurde auto

op die [slachtoffer 2]is ingereden en/of tegen die [slachtoffer 2]is aangereden

(die zich op dat moment, op de fiets, naast en/of voor de auto van verdachte

bevond), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

welke vorenomschreven poging doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of

voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten het,

door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of

(een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]dwingen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2](art 242 Sr),en/of beroven van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]van enig goed en/of geldbedrag (art. 312/317 Sr)

en welke poging doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van

dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping

op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere deelnemer(s) straffeloosheid

en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

(artikel 288 Jo 45 Wetboek van Strafrecht)

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 01 januari 2010 te Wanroij, gemeente Sint Anthonis, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven te beroven, met dat opzet met een door hem bestuurde auto op die [slachtoffer 2]is ingereden en/of tegen die [slachtoffer 2]is aangereden(die zich op dat moment, op de fiets, naast en/of voor de auto van verdachte bevond), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 287 jo 45 Wetboek van Strafrecht)

meest subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 01 januari 2010 te Wanroij, gemeente Sint Anthonis, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon

genaamd [slachtoffer 2], opzettelijk en met voorbedachten rade, althans

na kalm beraad en rustig overleg, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met

dat opzet met een door hem bestuurde auto in te rijden op en/of aan te rijden

tegen die [slachtoffer 2](terwijl die [slachtoffer 2]zich op dat moment op de

fiets naast enof voor de auto van verdachte bevond), terwijl de uitvoering van

dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 302 Jo 45 Wetboek van Strafrecht)

4.

DELICT 1

hij op of omstreeks 01 januari 2010 te Wanroij, gemeente Sint Anthonis, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer 2](terwijl die [slachtoffer 2]kort daarvoor door een auto was aangereden) een of meermalen met geschoeide voet tegen haar hoofd heeft geschopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 287 Jo 45 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 01 januari 2010 te Wanroij, gemeente Sint Anthonis, aan een

persoon genaamd [slachtoffer 2], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een

gebroken neus en/of gebroken oogkas), heeft toegebracht, door opzettelijk die [slachtoffer 2](terwijl die [slachtoffer 2]kort daarvoor door een auto was aangereden) een of meermalen met geschoeide voet tegen haar hoofd te schoppen;

(artikel 302 Wetboek van Strafrecht)

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 01 januari 2010 te Wanroij, gemeente Sint Anthonis, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon

genaamd [slachtoffer 2], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer 2](terwijl die [slachtoffer 2]kort daarvoor door een auto was aangereden) een of meermalen met geschoeide voet tegen haar hoofd te schoppen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 302 Jo 45 Wetboek van Strafrecht)

5.

DELICT 2

hij op of omstreeks 14 november 2009 te Wanroij, gemeente Sint Anthonis, ter

uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om door geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 3]te dwingen tot het ondergaan van (een)

handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3], althans het plegen en/of

dulden van een of meer ontuchtelijke handelingen, die [slachtoffer 3]bij haar

sjaal en/of arm heeft gepakt en/of aan die sjaal en/of arm heeft getrokken,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid alleen

tengevolge van de van zijn wil onafhankelijk omstandigheid dat die[slachtoffer 3] weg kon fietsen, in elk geval alleen tengevolge van een van zijn wil

onafhankelijke omstandigheid;

(artikel 242/246 Jo 45 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 14 november 2009 te Wanroij, gemeente Sint Anthonis,

[slachtoffer 3]heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,

althans met zware mishandeling en/of verkrachting en/of feitelijke aanranding

van de eerbaarheid, immers heeft verdachte toen daar opzettelijk dreigend die

[slachtoffer 3]bij haar sjaal en/of arm gepakt en/of aan die sjaal en/of arm

getrokken (terwijl zij langs verdachte fietse);

(artikel 285 Wetboek van Strafrecht)

6.

DELICT 3

hij op of omstreeks 13 december 2009 te Nijmegen tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen een tas (met inhoud), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd

voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met

geweld tegen die [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan

zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke

bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij verdachte:

- die [slachtoffer 4] (van achter) bij haar keel/hals en/of schouders heeft gepakt en/of

- die [slachtoffer 4] (achterover) van haar fiets heeft getrokken;

(artikel 312 Wetboek van Strafrecht)

7.

DELICT 4

hij op of omstreeks 07 augustus 2009 te Vianen, gemeente Cuijk, door geweld of

(een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 5]heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden

van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het betasten en/of

vastpakken en/of vasthouden van de borsten van die [slachtoffer 5]en/of het met zijn

tong likken van de borsten van die [slachtoffer 5]en bestaande dat geweld of die

andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere

feitelijkhe(i)d(en) uit:

- het duwen van die [slachtoffer 5](terwijl zij op de fiets zat) en/of (vervolgens)

- het boven die [slachtoffer 5]gaan hangen (terwijl zij op de grond lag) en/of

(vervolgens)

- het met zijn handen (met kracht) op de grond duwen van die [slachtoffer 5]en/of

(vervolgens)

- het trekken aan de kleding van die [slachtoffer 5]en/of (vervolgens)

- het (met kracht) ontblootten van de borsten van die [slachtoffer 5];

(artikel 246 Wetboek van Strafrecht)

8.

DELICT 5

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 1995 tot en met 31 december 1995

te Bergen op Zoom, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om

door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of

(een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 6] te dwingen tot het

ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit

het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 6],

heeft gehandeld als volgt: verdachte heeft:

terwijl die [slachtoffer 6] op haar buik op de grond lag en/of hij, verdachte, op haar zat en/of lag

- met zijn, verdachtes, hand de mond van die [slachtoffer 6] dichtgedrukt en/of dicht gedrukt gehouden en/of

- die [slachtoffer 6] een mes voorgehouden en/of haar verwond met dat mes en/of

- die [slachtoffer 6] dreigend de woorden toegevoegd:"houd je bek anders doe ik je wat" en/of

- getracht die [slachtoffer 6] om te laten draaien en/of

- getracht de kleding van die [slachtoffer 6] uit te trekken en/of

- de borsten van die [slachtoffer 6] betast en/of

- kusjes in de nek van die [slachtoffer 6] gegeven,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid alleen

tengevolge van de van zijn wil onafhankelijk omstandigheid dat die [slachtoffer 6] weg is gerend, in elk geval alleen tengevolge van een van zijn wil

onafhankelijke omstandigheid;

(artikel 242 Jo 45 Wetboek van Strafrecht)

9.

DELICT 6

hij op of omstreeks 07 november 2007 te Gassel, gemeente Grave, door geweld of

(een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 7] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een)

handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 7], hebbende verdachte zijn vingers een of meermalen in de vagina van die [slachtoffer 7] gebracht/geduwd en/of zijn vingers tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 7] gebracht/gewreven en/of zijn tong in de mond van die [slachtoffer 7] gebracht/geduwd en bestaande dat geweld of die

andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere

feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- die [slachtoffer 7] van haar fiets heeft geduwd en/of getrokken en/of

- op die [slachtoffer 7] is gaan zitten/liggen (terwijl zij op de grond lag) en/of

- zijn, verdachtes, hand op de mond van die [slachtoffer 7] heeft gehouden/gedrukt en/of

- die [slachtoffer 7] een of meermalen heeft geslagen en/of

- die [slachtoffer 7] haar bh heeft uit laten trekken en/of

- de borsten van die [slachtoffer 7] heeft betast en/of

- het hemdje wat die [slachtoffer 7] aan had kapot heeft getrokken en/of

- die [slachtoffer 7] op de grond heeft geduwd/geworpen en/of

- de broeken van die [slachtoffer 7] omlaag heeft getrokken en/of

- aan de haren van die [slachtoffer 7] heeft getrokken en/of

- die [slachtoffer 7] dreigend de woorden heeft toegevoegd:"je mag tegen niemand iets

zeggen anders vermoord ik je" en/of

- die [slachtoffer 7] heeft geschopt

en/of (aldus) voor die [slachtoffer 7] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

(artikel 242 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 07 november 2007 te Gassel, gemeente Grave,, door geweld

of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een)

andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 7] heeft gedwongen tot het plegen en/of

dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het betasten

van haar borsten en/of vagina en/of het kussen op de mond van die [slachtoffer 7] en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit

- het van haar fiets duwen en/of trekken van die [slachtoffer 7] en/of

- het op die [slachtoffer 7] gaan zitten/liggen (terwijl zij op de grond lag) en/of

- het houden van zijn verdachtes hand over/op de mond van die [slachtoffer 7] en/of

- het een of meermalen slaan van die [slachtoffer 7] en/of

- het uit laten trekken van de bh van [slachtoffer 7] door die [slachtoffer 7] en/of

- het kapot trekken van het hemdje wat die [slachtoffer 7] en/of

- het op de grond duwen/werpen van die [slachtoffer 7] en/of

- het naar beneden trekken van de broeken van die [slachtoffer 7] en/of

- het trekken aan de haren van die [slachtoffer 7] en/of

- het die [slachtoffer 7] dreigend de woorden toevoegen:"je mag tegen niemand iets zeggen anders vermoord ik je" en/of

- het schoppen van die [slachtoffer 7];

(artikel 246 Wetboek van Strafrecht)

10.

DELICT 7

hij op of omstreeks 06 september 2008 te Sint Anthonis door geweld of (een)

andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 8] heeft gedwongen tot het ondergaan van

(een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 8], hebbende verdachte zijn

vingers een of meermalen in de vagina van die [slachtoffer 8] gebracht/geduwd en/of

zijn penis in de vagina, althans tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 8]

gebracht/geduwd en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en)

en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat

verdachte

- die [slachtoffer 8] aan haar haren naar de grond heeft getrokken en/of

- zijn, verdachtes, hand op de mond van die [slachtoffer 8] heeft gehouden/gedrukt

en/of

- de telefoon van die [slachtoffer 8] heeft afgepakt en/of

- die [slachtoffer 8] heeft vastgepakt en/of op de grond heeft gelegd en/of

- de borsten van die [slachtoffer 8] heeft betast en/of

- de broek en/of onderbroek van die [slachtoffer 8] heeft uitgetrokken en/of

- zijn penis tegen haar vagina en/of lichaam heeft gehouden

en/of (aldus) voor die [slachtoffer 8] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

(artikel 242 Wetboek van Strafrecht)

11.

DELICT 8

hij op of omstreeks 31 mei 2008 te Sint Anthonis, door geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 9] heeft gedwongen tot het plegen en/of

dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het over de kleding betasten en/of vastpakken en/of vasthouden van de borsten van die [slachtoffer 9] en/of het betasten van de vagina van die [slachtoffer 9] en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit

- het van de fiets aftrekken van die [slachtoffer 9] en/of

- het op de grond gooien van die [slachtoffer 9] en/of

- het boven op die [slachtoffer 9] gaan zitten en/of

- het met zijn hand de mond van die [slachtoffer 9] dichtdrukken en/of dichthouden

en/of

- het met zijn handen vasthouden van de hals van die [slachtoffer 9] en/of

- het slaan van die [slachtoffer 9] en/of

- het (dreigend) toevoegen van de woorden:"als je nog een keer gilt vermoord

Ik je", althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

(artikel 246 Wetboek van Strafrecht)

12.

DELICT 9

hij op of omstreeks 07 oktober 2007 te Oeffelt, gemeente Boxmeer,, ter

uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om door geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 10] te dwingen tot het ondergaan van (een)

handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 10], althans het plegen en/of dulden

van een of meer ontuchtelijke handelingen, die [slachtoffer 10] bij haar arm gepakt

en/of aan die arm heeft getrokken (terwijl die [slachtoffer 10] langs verdachte

fietste), zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid

alleen tengevolge van de van zijn wil onafhankelijk omstandigheid dat die

[slachtoffer 10] zich los kon rukken en/of weg kon fietsen, in elk geval alleen

tengevolge van een van zijn wil onafhankelijke omstandigheid;

(artikel 242/246 Jo 45 Wetboek van Strafrecht)

13.

DELICT 10

hij op of omstreeks 15 juni 2008 te Oeffelt, gemeente Boxmeer, door geweld of

(een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 11] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een)

handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 11], hebbende verdachte zijn vingers een of meermalen in de vagina van die [slachtoffer 11] gebracht/geduwd en/of zijn vingers een of meermalen tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 11] gebracht/geduwd

en/of zijn penis een of meermalen in de mond van die [slachtoffer 11] gebracht/geduwd en

bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte:

- die [slachtoffer 11] van haar fiets heeft geduwd/getrokken en/of

- de telefoon van die [slachtoffer 11] heeft afgepakt en/of kapot gemaakt en/of gegooid

en/of

- die [slachtoffer 11] op de grond heeft gegooid en/of

- op die [slachtoffer 11] is gaan zitten en/of

- de jas van die [slachtoffer 11] heeft opengemaakt en/of het shirt van die [slachtoffer 11] en/of de bh van die [slachtoffer 11] kapot heeft getrokken en/of gescheurd en/of

- aan de haren van die [slachtoffer 11] heeft getrokken en/of

- heeft gezegd:"hou je bek" en/of

- de broek en/of onderbroek van die [slachtoffer 11] naar beneden heeft getrokken en/of

- heeft gezegd dat hij haar niet ging vermoorden als ze mee zou werken en/of

- haar hoofd aan haar haren op en neer heeft bewogen (terwijl die [slachtoffer 11] zijn penis in haar mond had) en/of (aldus) voor die [slachtoffer 11] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

(artikel 242 wetboek van Strafrecht)

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Partiële nietigheid

Door de raadsman is partiële nietigheid van de dagvaarding bepleit. Daartoe is aangevoerd dat vanwege de samenhang tussen de ten laste gelegde feiten er sprake is van dubbele vervolging.

De rechtbank stelt vast dat de feitelijke gedragingen van verdachte tegen [slachtoffer 1] door de officier zijn ten laste gelegd onder 1 en 2 , waarbij -kort gezegd- feit 1 focust op de geweldscomponent in die gedragingen en feit 2 het seksueel binnendringen aan de rechtbank voorlegt. Bij de feiten 3 en 4 op de dagvaarding heeft de officier van justitie de geweldshandelingen tegen [slachtoffer 2]in twee delen uiteen laten vallen. Deze wijze van ten laste leggen leidt niet tot een dubbele vervolging, maar tot een vorm van samenloop. Gelet op het verschillend te beschermen rechtsbelang van de onder 1 en 2 tenlaste gelegde delicten is er sprake van meerdaadse samenloop. Tot nietigheid van de dagvaarding kan het in elk geval niet leiden.

Vrijspraak

(t.a.v. feit 1 primair, subsidiair, meer subsidiair, meer (meer) subsidiair en feit 3 primair, subsidiair, meer subsidiair)

In de vroege ochtend van 1 januari 2010 fietsen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] op één fiets naar huis. Als zij over de Lindesteeg te Wanroy rijden, worden zij door verdachte van de fiets gereden. De beide slachtoffers vallen op de grond. Na de aanrijding stapt verdachte uit zijn auto, loopt eerst naar [slachtoffer 2] en schopt haar in het gezicht, waarop [slachtoffer 2] bewusteloos raakt. Verdachte loopt dan naar [slachtoffer 1], slaat haar in het gezicht en pakt haar bij de keel en drukt haar keel dicht. Vervolgens ontkleedt hij [slachtoffer 1] en verkracht haar met zijn vingers. Daarna loopt hij naar [slachtoffer 2] die bezig is met opstaan en schopt haar nog een keer in het gezicht.

Verdachte verklaart bij de politie dat hij de slachtoffers opzettelijk heeft aangereden met het doel hen te verkrachten.

De officier van justitie acht de poging tot moord op beide meisjes wettig en overtuigend bewezen. De officier van justitie voert daartoe aan dat het niet verdachtes intentie is geweest om [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] van het leven te beroven maar dat zijn intentie was gericht op de verkrachting van beide slachtoffers. Van opzet in de zin van oogmerk is daarom geen sprake. Wel is sprake van voorwaardelijk opzet op de dood van de slachtoffers.

De feiten en omstandigheden wijzen er op dat de aanrijding risicovol was en hard is gegaan. Verdachte heeft daarmee de kans dat de slachtoffers daarbij om het leven zouden komen op de koop toe genomen.

Voorts is naar het oordeel van de officier van justitie sprake van voorbedachten rade.

Verdachte zag de meisjes rijden en is doelbewust omgekeerd om [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] van hun fiets te rijden teneinde hen te verkrachten.

De raadsman heeft aangevoerd dat alle onder de feiten 1 en 3 tenlastegelegde varianten betrekking hebben op dezelfde verweten handeling: het inrijden op de beide slachtoffers. Verdachte is de beide slachtoffer aanvankelijk gepasseerd en heeft hen daarbij toen niet geraakt. Hij heeft de auto daarna gekeerd, is hen tegemoet gereden en verdachte heeft met de auto de fiets geraakt waardoor de beide slachtoffers zijn gevallen. Uit de aangiften mag blijken dat voor die val misschien wel weinig nodig was. Het fietsen van de slachtoffers ging moeizaam, zij waren al eerder gevallen en in de berm gereden.

De aangevers verklaren zelf weinig over de aanrijding. Verdachte verklaart daarover dat hij is omgedraaid en dat hij de dames heeft geraakt. De schade aan de auto was beperkt, remsporen of sleepsporen zijn niet aan de orde geweest. Er is sprake van een deuk in de auto, deze is zeer wel mogelijk afkomstig van de knie van [slachtoffer 1]. Er is een deuk aan de zijkant van de auto. Verdachte heeft het achterop de fiets gezeten slachtoffer geraakt. Derhalve is geen sprake van een frontale aanrijding. De foto's die zijn gemaakt van de slachtoffers laat aanzienlijk letsel zien. Dat letsel lijkt allemaal het gevolg te zijn van de nadien plaats gehad hebbende mishandelingen.

Nergens blijkt uit de verklaring van verdachte of uit zijn gedraging dat hij de bewuste kans op de dood van de slachtoffers op de koop toe heeft genomen.

De raadsman heeft voorts aangevoerd dat er geen causaal verband bestaat tussen de aanrijding en de gebroken neus van [slachtoffer 1], nu dat letsel lijkt te zijn veroorzaakt door de mishandeling die nadien plaatsvond. Verdachte behoort van die variant te worden vrijgesproken.

De raadsman verzoekt verdachte vrij te spreken van feit 1 primair, subsidiair, meer subsidiair en meer (meer) subsidiair en van feit 3 primair, subsidiair en meer subsidiair.

De raadsman refereert zich ten aanzien van de onder feit 1 meest subsidiair en onder feit 3 meest subsidiair tenlastgelegde poging tot zware mishandeling.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het onder 1 en 3 telkens primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde.

De rechtbank overweegt daartoe dat het inrijden met een auto op een fiets in beginsel een reëel gevaar op dodelijke afloop met zich brengt. Verdachte heeft echter verklaard dat hij, nadat hij was gekeerd, op het moment van de aanrijding niet harder dan 20 tot 30 km per uur reed en dat hij de bedoeling had de slachtoffers van de fiets te rijden om hen te verkrachten. Bij gebrek aan nadere gegevens betreffende de snelheid gaat de rechtbank er van uit dat verdachte met relatief geringe snelheid tegen de fiets is gereden. Ook de fiets reed niet hard. Nu de aanrijding plaatsvond met een relatief geringe snelheid en in aanmerking nemend de achterliggende bedoeling die verdachte met de aanrijding had, is de kans op een dodelijke afloop van de aanrijding niet zodanig geweest dat van opzet, ook niet in voorwaardelijke zin, op het beroven van het leven van de slachtoffers kan worden gesproken.

(feit 1 meer (meer) subsidiair)

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het onder feit 1 meer (meer) subsidiair tenlastegelegde omdat het in de tenlastelegging omschreven letsel, een gebroken neus, niet is veroorzaakt door de aanrijding maar door de later door verdachte gepleegde mishandelingen.

(feit 8)

De officier van justitie acht de poging tot verkrachting van [slachtoffer 6] wettig en overtuigend bewezen.

De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit van de poging tot verkrachting van [slachtoffer 6]. De raadsman voert daartoe aan dat verdachte aanvankelijk heeft verklaard, op de vraag van verbalisanten wat verdachte onder verkrachten verstaat, dat verkrachten is het macht krijgen over iemand. Bij de verhoren van verdachte praatten de verhoorders en verdachte langs elkaar heen en vervolgens moest door verhoorders aan verdachte worden uitgelegd wat verkrachting (in juridische zin) inhoudt.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank acht op grond van de voorliggende stukken niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzet had tot het verkrachten van [slachtoffer 6]. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van de poging tot verkrachting. De rechtbank neemt daartoe in aanmerking de verklaring van verdachte afgelegd bij de politie (op de vraag van verbalisant of het de bedoeling was om seks te hebben): " Ik vond het meer dat ik de macht over haar wilde hebben...... In Bergen op Zoom dacht ik, dat meisje kan ik wel aan" en (op de vraag welke bedoeling hij had, antwoordde verdachte) "verkrachten, ik bedoel daarmee dat er een stuk komt kijken van de macht over iemand hebben" en "als ik niet gebloed had aan mijn hand dan was mijn bedoeling haar kleren van boven uit te trekken".

Op grond van de verklaringen van verdachte afgelegd bij de politie in combinatie met de aangifte kan niet met zekerheid worden vastgesteld dat verdachte in 1995 in Bergen op Zoom de bedoeling had tot seksueel binnendringen bij het slachtoffer. Weliswaar kunnen de in de dagvaarding terzake dit feit opgesomde feitelijkheden, die door verdachte ter terechtzitting zijn bekend, worden gekwalificeerd als feitelijke aanranding van de eerbaarheid, maar omdat ten aanzien van dat feit (feitelijke aanranding van de eerbaarheid) het recht tot strafvordering is verjaard, komt de rechtbank aan verdere beoordeling van dat feit niet toe.

De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan.

(feit 1 meest subsidiair en 3 meest subsidiair)

De raadsman heeft zich terzake het onder feit 1 meest subsidiair en 3 meest subsidiair tenlastegelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank acht op grond van de aangifte van [slachtoffer 1]1 respectievelijk [slachtoffer2]2 en van de verklaringen van verdachte bij de politie3 en ter terechtzitting van 11 februari 2011 wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met voorbedachten rade met de door hem bestuurde auto op [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]is ingereden. Verdachte zag de beide slachtoffers rijden op de fiets, is omgedraaid, en is vervolgens opzettelijk met zijn auto tegen de fiets en/of een van de slachtoffers aangereden met de bedoeling hen beiden van de fiets te rijden. Zijn handelen is daarom met voorbedachten rade uitgevoerd. Ook is er sprake van voorwaardelijk opzet tot het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Het handelen van verdachte is naar uiterlijke verschijningsvorm gericht op en geschikt tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Ook bij een relatief geringe snelheid van 20 tot 30 kilometer per uur is de kans al redelijk groot dat door het botsend geweld of de daaropvolgende val op de grond botbreuken worden veroorzaakt bij de slachtoffers. Een slachtoffer kan echter ook vallen en onder de auto terecht komen, met alle ernstige gevolgen van dien. Ook verdachte moet zich van deze (mogelijke) gevolgen bewust zijn geweest.

Verdachte heeft daarmee willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat aan de beide slachtoffers door die aanrijding zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht.

(feit 2)

De officier van justitie acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank acht de verkrachting van [slachtoffer 1] wettig en overtuigend bewezen op grond van de aangifte van [slachtoffer 1]4 en de bekennende verklaringen van verdachte bij de politie5 en ter terechtzitting van 11 februari 2011.

(feit 4 primair)

Aangeefster [slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij met [slachtoffer 1] naar huis fietste en dat aangeefster de fiets bestuurde en dat dat het laatste is wat zij zich herinnert. Voort verklaart aangeefster dat zij pijn voelt aan haar neus, haar oog, wang en kaak. In het ziekenhuis hoorde zij dat zij een gebroken neus had, een gebroken oogkas en er was een stuk van twee voortanden af. Verder had zij heel veel zwellingen en blauw in haar gezicht, haar lip was gezwollen6.

Chirurg Claes heeft gerapporteerd dat hij bij [slachtoffer 2] heeft waargenomen:

een brilhematoom, afgebroken voortand, een fractuur os nasale en een fractuur orbita rechts7.

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij [slachtoffer 2] een schop in het gezicht heeft gegeven, dat [slachtoffer 2] achterover viel en buiten bewustzijn was geraakt. [slachtoffer 2] zat op de hurken of op de knieën op het moment dat verdachte schopte. Toen [slachtoffer 2] later bezig was met opstaan heeft verdachte haar nog een keer tegen het gezicht geschopt8. Ter terechtzitting van 11 februari 2011 heeft verdachte verklaard dat hij [slachtoffer 2] hard in het gezicht schopte en dat hij op dat moment zogenaamde kistjes droeg.

De officier van justitie acht de primair tenlastegelegde poging tot doodslag op [slachtoffer 2] wettig en overtuigend bewezen en voert daartoe aan dat verdachte het slachtoffer, dat op de grond zat, hard tegen het hoofd heeft geschopt. Verdachte heeft daarmee willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat [slachtoffer 2] tengevolge van dat schoppen zou overlijden.

De raadsman heeft aangevoerd dat het van de concrete feiten en omstandigheden afhangt of een trap tegen het hoofd als poging tot doodslag in de voorwaardelijk opzetvariant kan worden gekwalificeerd.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank acht de primair tenlastegelegde poging tot doodslag wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank overweegt daartoe dat verdachte zware werkschoenen droeg en tot tweemaal toe, zoals hij zelf ter terechtzitting heeft verklaard, hard daarmee in het gezicht schopte van [slachtoffer 2] die op dat moment op de grond zat. Dergelijke harde trappen tegen het hoofd zijn naar uiterlijke verschijningsvorm gericht op en geschikt tot het toebrengen van dodelijk letsel omdat er door dergelijke trappen een reële kans op dodelijk hersenletsel en/of andere levensbedreigende letsels ontstaat. Daarmee heeft verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat [slachtoffer 2] tengevolge van dat schoppen tegen een kwetsbaar deel van het lichaam, zoals het hoofd, komt te overlijden.

(feit 5)

Aangeefster [slachtoffer 3]heeft verklaard dat zij op 14 november 2009 omstreeks 04.00 uur samen met een vriendin van een schoolfeest naar huis fietste. In de Molenstraat te Wanroij gekomen namen zij afscheid. Toen aangeefster haar weg vervolgde over de ventweg van de Molenstraat zag zij een man in haar richting komen lopen. Aangeefster wilde met een boog om hem heen fietsen. Toen zij ter hoogte van de man was, zag zij de man op haar toe komen. De man trok aan haar shawl. Aangeefster voelde dat de shawl strakker om haar hals kwam, zij gilde en fietste hard door.9

Verdachte verklaarde dat hij zag dat de meisjes afscheid namen en dat een van de meisjes in zijn richting kwam. Hij wilde het meisje tegenhouden en hij zag dat ze hard begon te fietsen. Hij pakte haar arm vast maar had niet genoeg grip. Verdachte hoorde haar schreeuwen en zag dat zij hem ontweek. Verdachte wilde haar kleding uittrekken en aan haar borsten en tussen haar benen zitten.10

De officier van justitie acht de poging verkrachting wettig en overtuigend bewezen. Naar het oordeel van de officier van justitie was er begin van uitvoering van het delict verkrachting. Voor verkrachting is het allereerst van belang dat het slachtoffer onder controle wordt gebracht en duidelijk is dat verdachte daarmee was begonnen. Over zijn verdere bedoeling kan naar het oordeel van de officier van justitie weinig twijfel bestaan.

De raadsman heeft ter terechtzitting aangevoerd dat er een begin van uitvoering was dat werd gevolgd door het vastpakken van aangeefster, maar dat het verdachte zelf is geweest die van verdere uitvoering heeft afgezien. De raadsman heeft vrijspraak van het primair tenlastegelegde bepleit. De raadsman refereert zich ten aanzien van de subsidiair tenlastegelegde bedreiging.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van de poging tot verkrachting. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte de bedoeling had tot seksueel binnendringen. Verdachte verklaarde tegenover verbalisanten, nadat hem was gevraagd wat hij onder verkrachten verstaat,: "Tegen de wil aan iemand zitten. Ik wilde haar kleding uittrekken en aan haar borsten en tussen haar benen zitten".

Op grond van de verklaringen van verdachte afgelegd bij de politie acht de rechtbank niet bewezen dat het opzet van verdachte gericht was op verkrachting.

De rechtbank acht de poging tot feitelijke aanranding van de eerbaarheid wettig en overtuigend bewezen. Verdachte heeft verklaard dat hij die avond was gaan rondrijden en dat hij de twee meisjes zag fietsen en dat hij seks met de meisjes wilde. Hij is de meisjes voorbij gereden en heeft hen in de gaten gehouden. Nadat hij was gedraaid heeft hij zijn auto onopvallend geparkeerd omdat de meisjes zijn auto niet mochten zien en hij heeft een zwarte trui aangetrokken. Verdachte is in de berm gaan staan en nadat hij zag dat de meisjes afscheid van elkaar hadden genomen is hij in de richting van het slachtoffer gelopen. Verdachte zag dat het slachtoffer in zijn richting fietste. Verdachte pakte het slachtoffer bij haar arm. Verdachte hoorde haar schreeuwen en naar haar vriendin roepen en zag dat zij hem met de fiets ontweek en hard verder fietste.11

De rechtbank verwerpt het beroep van de raadsman op vrijwillige terugtred omdat naar het oordeel van de rechtbank de aanranding niet is voltooid doordat het slachtoffer gilde en wegfietste en verdachte er niet in slaagde het slachtoffer onder controle te krijgen.

(feit 6)

De officier van justitie acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank acht de diefstal met geweld op 13 december 2009 te Nijmegen wettig en overtuigend bewezen op grond van de aangifte van [slachtoffer 4]12, en de bekennende verklaringen van verdachte bij de politie13 en ter terechtzitting van 11 februari 2011. De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte dit feit samen met een ander heeft gepleegd.

(feit 7)

De officier van justitie acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank acht de aanranding van [slachtoffer 5]op 7 augustus 2009 in Vianen wettig en overtuigend bewezen op grond van de aangifte van [slachtoffer 5]14, het rapport van het NFI betreffende de DNA-match15 en de bekennende verklaringen van verdachte bij de politie16 en ter terechtzitting van 11 februari 2011.

(feit 9 primair)

De officier van justitie acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Op grond van de aangifte van [slachtoffer 7]17, het rapport van het NFI betreffende de DNA-match18 en de bekennende verklaringen van verdachte bij de politie19 en ter terechtzitting van 11 februari 2011, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 7 november 2007 te Gassel [slachtoffer 7] heeft verkracht.

(feit 10)

De officier van justitie acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 6 september 2008 in St. Anthonis [slachtoffer 8] heeft verkracht, op grond van de aangifte van [slachtoffer 8]20

en de bekennende verklaringen van verdachte bij de politie21 en ter terechtzitting van 11 februari 2011.

(feit 11)

De officier van justitie acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank acht op grond van de aangifte van [slachtoffer 9]22 en de bekennende verklaringen van verdachte bij de politie23 en ter terechtzitting van 11 februari 2011 wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 31 mei 2008 in St. Anthonis [slachtoffer 9] heeft aangerand.

(feit 12)

De officier van justitie acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank acht op grond van de aangifte van [slachtoffer 10]24 en de bekennende verklaringen van verdachte bij de politie25 en ter terechtzitting van 11 februari 2011 wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 7 oktober 2007 in Oeffelt heeft geprobeerd om [slachtoffer 10] te verkrachten.

(feit 13)

De officier van justitie acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank acht op grond van de aangifte van [slachtoffer 11]26 en op de bekennende verklaringen van verdachte bij de politie27 en ter terechtzitting van 11 februari 2011 wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 15 juni 2008 te Oeffelt [slachtoffer 11] heeft verkracht.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1. meest subsidiair:

op 1 januari 2010 te Wanroij, gemeente Sint Anthonis, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een door hem bestuurde auto in te rijden op of aan te rijden tegen die [slachtoffer 1] (terwijl die [slachtoffer 1] zich op dat moment op de fiets naast of voor de auto van verdachte bevond), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

2.

op 1 januari 2010 te Wanroij, gemeente Sint Anthonis, door geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van een handeling die bestond uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende verdachte zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer 1] gebracht/geduwd, en bestaande dat geweld hierin dat verdachte:

- met zijn auto tegen die [slachtoffer 1] aan is gereden en

- op het lichaam van die [slachtoffer 1] is gaan zitten en

- de nek van die [slachtoffer 1] tussen zijn voet en zijn knie(ën) geklemd heeft gehouden en

- met zijn handen de keel/hals van die [slachtoffer 1] heeft dichtgedrukt en

- die [slachtoffer 1] meermalen in haar gezicht heeft geslagen en/of gestompt

3. meest subsidiair:

op 1 januari 2010 te Wanroij, gemeente Sint Anthonis, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 2], opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een door hem bestuurde auto in te rijden op of aan te rijden tegen die [slachtoffer 2](terwijl die [slachtoffer 2]zich op dat moment op de fiets naast of voor de auto van verdachte bevond), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

4.

op 1 januari 2010 te Wanroij, gemeente Sint Anthonis, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 2]van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer 2](terwijl die [slachtoffer 2]kort daarvoor door een auto was aangereden) meermalen met geschoeide voet tegen haar hoofd heeft geschopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

5. primair

op 14 november 2009 te Wanroij, gemeente Sint Anthonis, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 3]te dwingen tot het dulden van een of meer ontuchtelijke handelingen, die [slachtoffer 3]bij haar sjaal of arm heeft gepakt en aan die sjaal of arm heeft getrokken, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid alleen tengevolge van de van zijn wil onafhankelijk omstandigheid dat die [slachtoffer 3]weg kon fietsen

6.

op 13 december 2009 te Nijmegen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tas met inhoud, toebehorende aan [slachtoffer 4], welke diefstal werd

voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat hij verdachte:

- die [slachtoffer 4] (van achter) bij haar keel/hals en/of schouders heeft gepakt en

- die [slachtoffer 4] (achterover) van haar fiets heeft getrokken;

7.

op 7 augustus 2009 te Vianen, gemeente Cuijk, door geweld en een andere feitelijkheid [slachtoffer 5]heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit het betasten en vastpakken en vasthouden van de linkerborst van die [slachtoffer 5]en het met zijn tong likken van die borst van die [slachtoffer 5]en bestaande dat geweld en die andere feitelijkheid uit:

- het duwen van die [slachtoffer 5](terwijl zij op de fiets zat) en (vervolgens)

- het boven die [slachtoffer 5]gaan hangen (terwijl zij op de grond lag) en (vervolgens)

- het met zijn handen (met kracht) op de grond duwen van die [slachtoffer 5]en (vervolgens)

- het trekken aan de kleding van die [slachtoffer 5]en (vervolgens)

- het (met kracht) ontbloten van de borst van die [slachtoffer 5]

9. primair

op 7 november 2007 te Gassel, gemeente Grave, door geweld en een andere feitelijkheid

en bedreiging met geweld [slachtoffer 7] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 7], hebbende verdachte zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer 7] gebracht/geduwd en zijn tong in de mond van die [slachtoffer 7] gebracht/geduwd en bestaande dat geweld en die andere feitelijkheid en die bedreiging met geweld hierin dat verdachte

- die [slachtoffer 7] van haar fiets heeft geduwd en/of getrokken en

- op die [slachtoffer 7] is gaan zitten/liggen (terwijl zij op de grond lag) en

- zijn, verdachtes, hand op de mond van die [slachtoffer 7] heeft gehouden/gedrukt en

- die [slachtoffer 7] meermalen heeft geslagen en

- die [slachtoffer 7] haar bh heeft uit laten trekken en

- de borsten van die [slachtoffer 7] heeft betast en

- het hemdje, dat die [slachtoffer 7] aan had, kapot heeft getrokken en

- die [slachtoffer 7] op de grond heeft geduwd/geworpen en

- de broeken van die [slachtoffer 7] omlaag heeft getrokken en

- aan de haren van die [slachtoffer 7] heeft getrokken en

- die [slachtoffer 7] dreigend de woorden heeft toegevoegd:"je mag tegen niemand iets zeggen anders vermoord ik je"

10.

op 6 september 2008 te Sint Anthonis door geweld [slachtoffer 8] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 8], hebbende verdachte zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer 8] gebracht/ geduwd en zijn penis tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 8] gebracht/geduwd en bestaande dat geweld hierin dat verdachte

- die [slachtoffer 8] aan haar haren naar de grond heeft getrokken en

- zijn, verdachtes, hand op de mond van die [slachtoffer 8] heeft gehouden/gedrukt en

- de telefoon van die [slachtoffer 8] heeft afgepakt en

- die [slachtoffer 8] heeft vastgepakt en op de grond heeft gelegd en

- de borsten van die [slachtoffer 8] heeft betast en

- de broek en onderbroek van die [slachtoffer 8] heeft uitgetrokken

11.

op 31 mei 2008 te Sint Anthonis, door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 9] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit het over de kleding betasten en/of vastpakken en/of vasthouden van de borsten van die [slachtoffer 9] en/of het betasten van de vagina van die [slachtoffer 9] en bestaande dat geweld en die bedreiging met geweld uit

- het van de fiets aftrekken van die [slachtoffer 9] en

- het op de grond gooien van die [slachtoffer 9] en

- het boven op die [slachtoffer 9] gaan zitten en

- het met zijn hand de mond van die [slachtoffer 9] dichtdrukken en/of dichthouden en

- het met zijn handen vasthouden van de hals van die [slachtoffer 9] en

- het slaan van die [slachtoffer 9] en

- het (dreigend) toevoegen van de woorden:"als je nog een keer gilt vermoord ik je"

12.

op 7 oktober 2007 te Oeffelt, gemeente Boxmeer, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 10] te dwingen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 10], die [slachtoffer 10] bij haar arm gepakt

en aan die arm heeft getrokken (terwijl die [slachtoffer 10] langs verdachte fietste), zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid alleen tengevolge van de van zijn wil onafhankelijk omstandigheid dat die [slachtoffer 10] zich los kon rukken en weg kon fietsen

13.

op 15 juni 2008 te Oeffelt, gemeente Boxmeer, door geweld en bedreiging met geweld

[slachtoffer 11] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 11], hebbende verdachte zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer 11] gebracht/geduwd en zijn penis in de mond van die [slachtoffer 11] gebracht/geduwd en bestaande dat geweld en die bedreiging met geweld hierin dat verdachte:

- die [slachtoffer 11] van haar fiets heeft geduwd/getrokken en

- de telefoon van die [slachtoffer 11] heeft afgepakt en weggegooid en

- die [slachtoffer 11] op de grond heeft gegooid en

- op die [slachtoffer 11] is gaan zitten en

- de jas van die [slachtoffer 11] heeft opengemaakt en het shirt van die [slachtoffer 11] en de bh van die [slachtoffer 11] kapot heeft getrokken en/of gescheurd en

- aan de haren van die [slachtoffer 11] heeft getrokken en

- heeft gezegd:"hou je bek" en

- de broek en onderbroek van die [slachtoffer 11] naar beneden heeft getrokken en

- heeft gezegd dat hij haar niet ging vermoorden als ze mee zou werken en

- haar hoofd aan haar haren op en neer heeft bewogen (terwijl die [slachtoffer 11]

zijn penis in haar mond had)

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie acht een gevangenisstraf voor de duur van twaalf jaren met aftrek van voorarrest, alsmede oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging op zijn plaats.

De officier van justitie acht de vordering van de benadeelde partijen [slachtoffer 5], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4], [slachtoffer 10], [slachtoffer 6], [slachtoffer 9] en [slachtoffer 11] integraal toewijsbaar en verzoekt ten aanzien van alle vorderingen tevens de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Tot slot is de officier van justitie van oordeel dat de bij verdachte in beslaggenomen gsm aan verdachte kan worden teruggegeven.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft ter terechtzitting aangevoerd dat indien de rechtbank overgaat tot het opleggen van de tbs-maatregel met dwangverpleging de rechtbank daarmee wil zeggen dat zij van oordeel is dat verdachte behandelding behoeft voor zijn stoornis. Als aan die behandeling dan nog een langdurige gevangenisstraf vooraf gaat is dat naar het oordeel van de raadsman strijdig met de tbs-maatregel en de dwangverpleging.

Indien de rechtbank deze conclusie niet deelt dan is de raadsman van oordeel dat een nader deskundigenadvies over de gevolgen van een langdurige gevangenisstraf voor verdachte noodzakelijk is.

Het oordeel van de rechtbank.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting en aanranding en beroving van een groot aantal jonge vrouwen en aan pogingen daartoe. Hij heeft op brute wijze deze jonge vrouwen in het donker van de fiets gesleurd en op gewelddadige wijze verkracht of aangerand. Daarnaast is verdachte welbewust met zijn auto tegen twee jonge vrouwen aangereden die vervolgens door verdachte werden mishandeld ten gevolge waarvan zij aanzienlijke verwondingen opliepen.

De rechtbank acht dit zeer ernstige en schokkende feiten. Verdachte heeft op ernstige wijze de lichamelijke integriteit van de slachtoffers geschonden en heeft zich na het plegen van de feiten volstrekt niet om het lot van de slachtoffers bekommerd. Het bewezenverklaarde moet voor de slachtoffers een uitermate schokkende en beangstigende ervaring zijn geweest die zij nog lang met zich meedragen, hetgeen ook blijkt uit verklaringen die enkele slachtoffers daarover hebben afgelegd. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dit soort feiten nog gedurende lange tijd de fysieke en geestelijke gevolgen daarvan ondervinden.

Verdachte heeft bij dit alles kennelijk nooit stilgestaan en heeft zijn eigen bevrediging vooropgesteld. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

De op te leggen straf.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

In strafmatigende zin heeft de rechtbank meegewogen dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank verdachte zal vrijspreken van het onder feit 1 primair, subsidiair, meer subsidiair en meer (meer) subsidiair en onder feit 3 primair, subsidiair, meer subsidiair en onder feit 8 tenlastegelegde en de rechtbank van oordeel is dat de op te leggen straf de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden. Om die reden wijst de rechtbank het verzoek van de raadsman tot aanhouding van de behandeling voor een deskundigenadvies over de gevolgen voor verdachte van een langdurige gevangenisstraf in combinatie met de maatregel van terbeschikkingstelling af.

De op te leggen maatregel.

Door het Pieter Baan Centrum is een onderzoek ingesteld naar de geestvermogens van verdachte, hetgeen heeft geresulteerd in een rapport d.d. 2 februari 2011. Dit rapport houdt onder meer, verkort en zakelijk weergegeven, in:

als diagnostische beschouwing van de psycholoog A.G.M. Weenink:

Betrokkene is in aanleg belast met een pervasieve ontwikkelingsstoornis (PDD-NOS), waardoor een scheefgroei in zijn ontwikkeling optreedt. Deze scheefgroei mondt uit in een parafilie NAO en een gemengde persoonlijkheidsstoornis met vermijdende, afhankelijke narcistische en antisociale trekken. Betrokkene raakt opgewonden van het zoeken naar en overmeesteren van een niet-meewerkend slachtoffer, hierbij is sprake van een toename van geweld. Zijn agressieregulatie is problematisch en er is sprake van omvangrijke psycho-seksuele problematiek.

Betrokkene imponeert sociaal emotioneel als kinderlijk en onvolwassen. Betrokkene staat eenzaam en niet op waarde geschat in het leven, beschikt over weinig netwerk en beperkte vaardigheden om intieme relaties aan te knopen en te behouden. Dit vormt een stabiele risicofactor die meespeelt in het tenlastegelegde.

Een andere dynamische risicofactor wordt gevormd door de zelfregulatiestijl van betrokkene, die niet alleen betrekking heeft op het afremmen of onderdrukken van gedrag maar ook het versterken, in stand houden en opwekken daarvan. Er is sprake van impulsiviteit die hem in de problemen brengt.

De probleemoplossende vaardigheden van betrokkene zijn beperkt. Het valt hem moeilijk om negatieve consequenties van zijn gedrag te overzien, zelfs als hij daarop gewezen wordt.

Voorts is er in zijn algemeenheid sprake van negatieve emotionaliteit en vijandigheid, zeker naar vrouwen toe. Hij piekert over negatieve emoties en gebeurtenissen, wentelt zich in zelfmedelijden. Seks is voor betrokkene een oplossing voor negatieve emoties en stress.

als diagnostische beschouwing van G.B. van de Kraats, psychiater i.o. onder supervisie van psychiater P.K.J. Ronhaar:

Bij betrokkene is sprake van parafilie, met op de voorgrond staand een sterke lustbeleving aan eigen fysieke agressie en overmacht op zijn slachtoffers. De parafilie valt classificerend niet nader te specificeren, maar is als "niet anderszins" omschreven (NAO). Uit wat betrokkene vertelt over zijn (seksuele) fantasieën spreekt een hoge mate van expressieve agressie en een veel lagere mate van seksuele drang. Dit kan wijzen op een dynamiek waarin de onderliggende drijfveer in zijn fantasieën bestaat uit boosheid en wraakzucht. Volgens de wetenschappelijke literatuur hebben de typisch wraakzuchtige verkrachters vooral als doel om vrouwen te vernederen. Slachtoffers moeten boeten voor krenkingen van de eigen mannelijkheid. Betrokkene geeft aan te herkennen en te erkennen dat een dergelijk mechanisme ook bij hem mogelijk een rol speelt in de totstandkoming van het delictgedrag. Onderliggend is bij betrokkene sprake van een sociale incompetentie. Ook in het onderzoek wordt betrokkene soms als sociaal onhandig ervaren.

Tekorten in het sociaal functioneren van betrokkene zijn chronisch en van jongs af aanwezig bij betrokkene. Hij kan zich moeilijk in de opvattingen en emoties van een ander verplaatsen (=mentaliserend vermogen). Betrokkene heeft moeite zijn affecten te reguleren. Zijn identiteitsontwikkeling is hierdoor weinig gedifferentieerd geweest en heeft niet geleid tot een gewenst stabiel "zelf". Genoemde afwijkingen hebben trekken van een autismespectrum- stoornis met beperkingen aangaande de wederkerigheid in het contact met betrokkene, zijn sociaal onhandig optreden en rigide gedragingen. Dit kan worden benoemd als PDD-NOS.

Bij betrokkene bestaan problemen met betrekking tot zijn agressiehuishouding. Hij heeft de neiging zich in (sociale) situaties subassertief op te stellen, waardoor anderen gemakkelijk over zijn grenzen heen gaan en gevoelens van boosheid en agressie bij betrokkene op een later tijdstip of in een andere hoedanigheid, bijvoorbeeld in een seksualiserende vorm, tot uiting komen.

De bovenomschreven patronen van sociale incompetentie in combinatie met risicovolle compensatoire gedragingen, een problematische agressiehuishouding en afhankelijke en ambivalente (intieme) relaties, zijn bij betrokkene zodanig nadrukkelijk en langdurig aanwezig dat deze in zijn persoonlijkheid zijn ingeslepen en gesproken kan worden van een persoonlijkheidsstoornis met daarin op de voorgrond staand vermijdende, afhankelijke, antisociale en narcistische trekken.

als forensische analyse van de psycholoog A.G.M. Weening en G.B. van de Kraats, psychiater i.o. onder supervisie van psychiater P.K.J. Ronhaar:

Bij betrokkene is sprake van deviante seksuele gedragingen en fantasieën gedurende een periode van zes maanden zodanig dat in classificerende zin van een parafilie gesproken moet worden. De parafilie uit zich bij betrokkene in het ervaren van een sterke lustbeleving bij het (fantaseren over of het zien van videobeelden van het) door middel van fysieke agressie overmeesteren en uitoefenen van macht over vrouwen. Er is bij betrokkene sprake van cognitieve vertekeningen en vrouwonvriendelijk denken.

Bij betrokkene is verder sprake van enkele autistiforme kenmerken, zonder dat hij voldoet aan de criteria van een specifieke autistische stoornis (PDD-NOS). Deze kenmerken worden bij betrokkene zichtbaar in zijn sociaal onhandig functioneren, rigiditeit, beperkte mentaliserende vermogens en de beperkte wederkerigheid in het contact met betrokkene. Deze PDD-NOS is een aangeboren aandoening en is van invloed geweest op zijn verdere psycho-seksuele en persoonlijkheidsontwikkeling. Betrokkene onderscheidt zich met een PDD-NOS door zijn vermijdende, afhankelijke, narcistische en antisocilae trekken in zijn persoonlijkheid die zodanig zijn dat bij betrokkene gesproken kan worden van een persoonlijkheidsstoornis NAO. De combinatie van PDD-NOS en de persoonlijkheidsstoornis gaat bij betrokkene gepaard met problemen in zijn agressiehuishouding. Er is voorts sprake van omvangrijke psycho-seksuele problematiek.

Genoemde ziekelijke stoornis (parafilie en PDD-NOS) en gebrekkige ontwikkeling (de persoonlijkheidsstoornis) waren ook aanwezig ten tijde van de aan betrokkene ten laste gelegde feiten en hebben invloed gehad op de gedragskeuzes en gedragingen van betrokkene ten tijde van het tenlastegelegde en wel zodanig dat dit mede daaruit kan worden verklaard.

Onderzoekers adviseren betrokkene verminderd toerekeningsvatbaar te achten.

Het gevaar op herhaling van feiten als ten laste gelegd komt naar het oordeel van onderzoekers vooral voort uit de parafilie en de daarbij behorende cognitieve vervormingen. De frustraties die betrokkene opdoet door de combinatie van PDD-NOS en de persoonlijkheidsstoornis in het dagelijks leven vormt hierbij een belangrijke motor. Zonder behandeling van de parafilie en de daarbij optredende cognitieve vervormingen is het zeer waarschijnlijk dat betrokkene in de toekomst weer in herhaling zal vervallen en de bij hem levende fantasieën zal omzetten in vergelijkbaar delictgedrag als de ten laste gelegde feiten. Afgaand op de trend van die feiten, is sprake van een verharding in het delictgedrag van betrokkene.

De kans op herhaling van vergelijkbaar seksueel gewelddadig gedrag komt op basis van het gestructureerd professioneel oordeel voor betrokkene uit op: hoog.

Gegeven de aard, de ernst en de frequentie van de ten laste gelegde feiten en hun samenhang met onderliggende stoornissen, en gegeven de klinische recidiverisicotaxatie van onderzoekers, menen onderzoekers dat een gedwongen behandelingskader noodzakelijk is teneinde bedoelde recidiverisico te verminderen.

Onderzoekers adviseren om aan betrokkene de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging op te leggen. Voor behandeling in een minder gedwongen kader zien onderzoekers geen argumenten gegeven de aard en de ernst van de bij betrokkene gevonden stoornissen, het hieruit voortvloeiende recidiverisico en de relatief beperkte aanwezigheid van beschermende factoren bij betrokkene.

De rechtbank neemt deze conclusie en de gronden waarop zij berust over en maakt deze tot de hare. Zij zal hiermede bij het opleggen van de straf rekening houden.

De rechtbank overweegt dat de hierna te kwalificeren feiten misdrijven betreffen waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld terwijl de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling eist. Deze misdrijven betreffen feiten die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

Uit voornoemd rapport blijkt dat de kans op herhaling van de tenlastegelegde feiten hoog is

De rechtbank zal bevelen dat de ter beschikking gestelde van overheidswege zal worden verpleegd, omdat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van de personen de verpleging eist.

De vordering van de benadeelde partijen.

(feit 5)

De benadeelde partij [slachtoffer 3]vordert een schadevergoeding van € 581,60, vermeerderd met de wettelijke rente, waarvan een bedrag van € 31,60 ter zake materiële schade en een bedrag van € 550,- ter zake immateriële schade.

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

(feit 6)

De benadeelde partij [slachtoffer 4] vordert een schadevergoeding van € 275,- ter zake immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente.

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

(feit 7)

De benadeelde partij [slachtoffer 5]vordert een schadevergoeding van € 1.402,28, vermeerderd met de wettelijke rente, waarvan een bedrag van € 502,28 ter zake materiële schade en een bedrag van € 900,- ter zake immateriële schade.

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

(feit 8)

De benadeelde partij [slachtoffer 6] vordert een schadevergoeding van € 750,- ter zake immateriële schade.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de verdachte wordt vrijgesproken van het feit waarop de vordering van de benadeelde partij betrekking heeft. De rechtbank zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van de verdachte als bedoeld in artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering. Deze kosten worden begroot op nihil.

(feit 11)

De benadeelde partij [slachtoffer 9] vordert een schadevergoeding van € 996,87, vermeerderd met de wettelijke rente, waarvan een bedrag van € 96,87 ter zake materiële schade en een bedrag van € 900,- ter zake immateriële schade.

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

(feit 12)

De benadeelde partij [slachtoffer 10] vordert een schadevergoeding van € 500,-, vermeerderd met de wettelijke rente, ter zake immateriële schade.

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

(feit 13)

De benadeelde partij [slachtoffer 11] vordert een schadevergoeding van € 2200,-, vermeerderd met de wettelijke rente, ter zake immateriële schade.

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor de toegekende vorderingen, zoals hiervoor vermeld, tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan slachtoffers bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

Beslag.

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen aan verdachte nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van de inbeslaggenomen goederen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 24c, 27, 36f, 37a, 37b, 45, 57, 242, 246, 287, 302, 303, 310, 312.

DE UITSPRAAK

T.a.v. feit 1 primair, feit 1 subsidiair, feit 1 meer subsidiair, feit 1 meer (meer) subsidiair, feit 3 primair, feit 3 subsidiair, feit 3 meer subsidiair en feit 8:

vrijspraak.

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1 meest subsidiair:

poging tot zware mishandeling gepleegd met voorbedachte rade

T.a.v. feit 2:

verkrachting

T.a.v. feit 3 meest subsidiair:

poging tot zware mishandeling gepleegd met voorbedachte rade

T.a.v. feit 4 primair:

poging tot doodslag

T.a.v. feit 5 primair:

poging tot feitelijke aanranding van de eerbaarheid

T.a.v. feit 6:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met

het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

T.a.v. feit 7:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid

T.a.v. feit 9 primair:

verkrachting

T.a.v. feit 10:

verkrachting

T.a.v. feit 11:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid

T.a.v. feit 12:

poging tot verkrachting

T.a.v. feit 13:

verkrachting

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf(fen) en/of maatregel(en).

T.a.v. feit 1 meest subsidiair, feit 2, feit 3 meest subsidiair, feit 4 primair,

feit 5 primair, feit 6, feit 7, feit 9 primair, feit 10, feit 11, feit 12, feit 13:

Gevangenisstraf voor de duur van 9 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27

Wetboek van Strafrecht

T.a.v. feit 1 meest subsidiair, feit 2, feit 3 meest subsidiair, feit 4 primair,

feit 5 primair, feit 6, feit 7, feit 9 primair, feit 10, feit 11, feit 12, feit 13:

Terbeschikkingstelling, met bevel tot verpleging van overheidswege.

Teruggave inbeslaggenomen goed, te weten: gsm, Nokia 6300, kleur grijs, aan verdachte.

T.a.v. feit 5 primair:

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3]van een bedrag van € 581,60 (zegge: vijfhonderdeenentachtig euro en zestig cent), te weten € 550,- immateriële schadevergoeding (post 2) en € 31,60 materiële schadevergoeding (post 1).

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Maatregel van schadevergoeding van € 581,60 subsidiair 11 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3]van een bedrag van € 581,60 (zegge: vijfhonderdeen- entachtig euro en zestig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 11 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van € 550,- immateriële schadevergoeding (post 2) en een bedrag van € 31,60 materiële schadevergoeding (post 1).

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor

zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

T.a.v. feit 6:

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] van een bedrag van € 275,- (zegge: tweehonderdvijfenzeventig euro) terzake immateriële schade.

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Maatregel van schadevergoeding van € 275,00 subsidiair 5 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4] van een bedrag van € 275,- (zegge: tweehonderdvijf-

enzeventig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 dagen hechtenis, terzake immateriële schadevergoeding. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

T.a.v. feit 7:

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5]

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 5]van een bedrag van € 1.402,28 (zegge: eenduizendvierhonderdtwee euro en achtentwintig cent), te weten € 900,- immateriële schadevergoeding (post 2) en € 502,28 materiële schadevergoeding (post 1).

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Maatregel van schadevergoeding van €1.402,28 subsidiair 24 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 5]van een bedrag van € 1.402,28 (zegge: eenduizend vierhonderdtwee euro en achtentwintig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 24 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van € 900,- immateriële schadevergoeding (post 2) en € 502,28 materiële schadevergoeding (post 1).

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

T.a.v. feit 8:

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [slachtoffer 6] in haar vordering.

Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden begroot op nihil.

T.a.v. feit 11:

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 9]

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 9] van een bedrag van € 996,87 (zegge: negenhonderdzesennegentig euro en zevenentachtig cent), te weten € 900,- immateriële schadevergoeding (post 2) en € 96,87 materiële schadevergoeding (post 1).

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Maatregel van schadevergoeding van € 996,87 subsidiair 19 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 9] van een bedrag van € 996,87 (zegge: negenhonderdzes- ennegentig euro en zevenentachtig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 19 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van € 900,- immateriële schadevergoeding (post 2) en € 96,87 materiële schadevergoeding (post 1).

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

T.a.v. feit 12:

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 10]

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 10] van een bedrag van € 500,- (zegge: vijfhonderd euro), terzake immateriële schade.

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Maatregel van schadevergoeding van € 500,00 subsidiair 10 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 10] van een bedrag van € 500,- (zegge: vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 dagen hechtenis, terzake immateriële schadevergoeding.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde

betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

T.a.v. feit 13:

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 11]

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 11] van een bedrag van € 2.200,- (zegge: tweeduizendtweehonderd euro) terzake immateriële schade.

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Maatregel van schadevergoeding van € 2.200,00 subsidiair 32 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 11] van een bedrag van € 2.200,- (zegge: tweeduizendtweehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 32 dagen hechtenis, terzake immateriële schadevergoeding.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde

betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. drs. W.A.F. Damen, voorzitter,

mr. E.C.M. de Klerk en mr. C.B.M. Bruens, leden,

in tegenwoordigheid van L.F.M. Schulte, griffier,

en is uitgesproken op 25 februari 2011.

1 aangifte van [slachtoffer 1], p. 551 e.v. van het eindpv

2 aangifte van [slachtoffer 2], p. 583 e.v. van het eindpv

3 verklaring van verdachte, p. 125 e.v. van het eindpv

4 aangifte van [slachtoffer 1], p. 551 e.v. van het eindpv

5 verklaring van verdachte, p. 125 e.v. van het eindpv

6 aangifte van [slachtoffer 2, p. 583 van het eindpv

7 bericht van chirurg Claes, p. 604 van het eindpv

8 verklaring verdachte, p. 125 e.v. van het eindpv

9 aangifte van [slachtoffer 3]p. 705 van het eindpv

10 verklaringen verdachte p. 719 e.v. en p. 750 e.v. van het eindpv

11 verklaring verdachte, p. 750 van het eindpv

12 aangifte van [slachtoffer 4], p. 77 van het eindpv

13 verklaring verdachte, p. 249 e.v. van het eindpv

14 aangifte van [slachtoffer 5], p. 906 e.v. van het eindpv

15 rapport NFI d.d. 30 september 2009, p. 1003 e.v. van het eindpv

16 verklaring verdachte, p. 782 en 241 van het eindpv

17 aangifte [slachtoffer 7], p. 1094 e.v. van het eindpv

18 rapport NFI d.d. d.d 29 april 2010, p. 1963 e.v. van het eindpv

19 verklaringen verdachte p. 1109 e.v. en 1128 e.v. van het eindpv

20 aangifte van [slachtoffer 8], p. 1145 e.v. van het eindpv

21 verklaringen verdachte p. 1164 e.v., 844 e.v. en 1183 e.v. van het eindpv

22 aangifte van [slachtoffer 9], p. 1197 e.v. van het eindpv

23 verklaringen van verdachte, p. 1224 e. v. en 1243 e.v. van het eindpv

24 aangifte van [slachtoffer 10], p. 1254 e. v. van het eindpv

25 verklaringen verdachte, p. 1257 e.v. en 1289 e.v. van het eindpv

26 aangifte van [slachtoffer 11], p. 1307 e.v. van het eindpv

27 verklaringen van verdachte, p. 1316 e.v. en 1335 e.v. van het eindpv

??

??

33

Parketnummer: 01/845005-10

[verdachte]