Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2011:BP4903

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
18-02-2011
Datum publicatie
18-02-2011
Zaaknummer
01/825551-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Het heimelijk filmen van leerlingen, waarbij de camera is gericht op de schaamstreek en het laten doen van oefeningen, waardoor de schaamstreek en/of het decolleté ook (beter) zichtbaar waren, levert ''door een feitelijkheid iemand dwingen tot het dulden van een ontuchtige handeling'' op in de zin van artikel 246 Sr.

Onder meer de bijzondere voorwaarde opgelegd dat verdachte gedurende een proeftijd van 3 jaar geen zang- en of pianoles aan huis mag geven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/825551-10

Datum uitspraak: 18 februari 2011

Vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962,

wonende te [woonplaats], [adres],

thans gedetineerd te: [PI].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 4 februari 2011.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 13 januari 2011.

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 4 februari 2011 is gewijzigd is aan verdachte tenlastegelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2003

tot en met 26 oktober 2010 te [pleegplaats], in elk geval in Nederland, (telkens)

één of meermalen een afbeelding en/of een gegevensdrager, te weten

videobestanden vastgelegd op een DVD (DVD videobestanden, bestandsnaam

[bestandsnaam], zoals omschreven op pagina's 60 en 61 van het proces-verbaal)

bevattende één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen, te weten een of

meer videofragment(en) van - zakelijk weergegeven - een (slapend) meisje

(tussen de vier en acht jaar oud) dat (met de benen ver gespreid) alleen een

onderbroek draagt en/of waarop te zien is dat een man (zijnde verdachte) de

onderbroek van dat meisje (meermalen) opzij doet/trekt en/of ten gevolge

waarvan de vulva/vagina van dat meisje deels en/of geheel in beeld wordt

gebracht en/of met een wijsvinger (van verdachte) de rechter schaamlip van het

meisje wordt betast waarbij de vulva/vagina iets wordt geopend en/of de man

(verdachte) met zijn wijsvinger tussen de schaamlippen van dat meisje gaat

en/of de man (verdachte) met zijn wijsvinger en middelvinger de beide

schaamlippen van dat meisje spreidt en gespreid houdt, bij welke vorenbedoelde

afbeelding(en)/videofragmenten (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd

van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was

betrokken, (telkens) heeft verspreid en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of

uitgevoerd en/of in bezit heeft gehad;

(artikel 240b van het wetboek van strafrecht)

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2003

tot en met 26 oktober 2010 te [pleegplaats], met een onbekend gebleven meisje

(tussen vier en acht jaar oud), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet

had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of

mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van dat

meisje, te weten uit het betasten van de rechter schaamlip van het meisje

(waarbij de vulva/vagina van dat meisje iets wordt geopend) en/of het met zijn

verdachte('s) wijsvinger gaan tussen de schaamlippen van dat meisje en/of met

zijn verdachte('s) wijsvinger en middelvinger spreiden van de beide

schaamlippen van dat meisje;

(artikel 244 van het wetboek van strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 januari 2003 tot

en met 26 oktober 2010 te [pleegplaats], met een slapend (onbekend gebleven) meisje

(tussen de vier en acht jaar oud), van wie hij, verdachte, wist dat dat meisje

in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht

verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke

stoornis van zijn/haar geestvermogens leed dat dat meisje niet of onvolkomen

in staat was zijn/haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of

daartegen weerstand te bieden, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft

gepleegd, bestaande uit het betasten van de rechter schaamlip van het meisje

(waarbij de vulva/vagina van dat meisje iets wordt geopend) en/of het met zijn

verdachte('s) wijsvinger gaan tussen de schaamlippen van dat meisje en/of met

zijn verdachte('s) wijsvinger en middelvinger spreiden van de beide

schaamlippen van dat meisje;

(artikel 247 van het wetboek van strafrecht)

3.

primair

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 1998

tot en met 26 oktober 2010 te [pleegplaats], (in zijn hoedanigheid als zang-

en/of pianoleraar) (telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en)

en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) meerdere (na

te noemen) meisje(s) en/of vrouw(en), te weten:

- (in de periode van 18 maart 1998 tot en met 18 maart 2004) [slachtoffer 1]

(geboren op [geboortedatum] 1986) en/of

- (in de periode van 1 mei 2007 tot en met 15 oktober 2010) [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum] 1991) en/of

- (in de periode van 1 januari 2005 tot 1 januari 2009) [slachtoffer 3]

(geboren [geboortedatum] 1992),

(telkens) heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer

ontuchtige handeling(en), bestaande uit het (onder het mom van oefeningen)

laten spreiden van de benen en/of het laten maken van kniebuigingen en

bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit het heimelijk filmen van de

schaamstreek van die vrouw(en) en/of meisje(s);

(artikel 246 van het wetboek van strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 1998 tot en met 26 oktober 2010 te [pleegplaats] (in zijn hoedanigheid als zang- en/of pianoleraar) (telkens) gebruik makende van een technisch hulpmiddel, te weten een (film)camera, waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk van een of meer perso(o)n(en), te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], aanwezig in een woning, een of meer afbeelding(en) en/of filmopname(n) heeft vervaardigd;

(artkel 139f Wetboek van Strafrecht)

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht de feiten 1, 2 primair en 3 primair wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging.

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde refereert de raadsman van verdachte zich aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte het meisje heeft betast, maar niet haar lichaam is binnengedrongen met zijn vingers. De raadsman heeft dan ook vrijspraak van het onder 2 primair tenlastegelegde bepleit. Ten aanzien van het onder 2 subsidiair tenlastegelegde refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van feit 3 primair dient verdachte te worden vrijgesproken nu er geen sprake is van geweld of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid.

Vaststaande feiten.

Ten aanzien van de feiten 1 en 2.

Op een tijdstip in de periode van 1 januari 2003 tot en met 26 oktober 2010 heeft verdachte in zijn woning te [pleegplaats] met een videocamera beelden gemaakt van een slapend onbekend gebleven meisje tussen de vier en acht jaar oud. Het meisje ligt met de benen ver gespreid. Zij heeft een onderbroekje aan. Verdachte heeft het onderbroekje van het meisje meerdere malen opzij gedaan, waardoor de vulva/vagina van het meisje zichtbaar was. Verdachte heeft de schaamlippen van het meisje betast. Deze videobeelden heeft verdachte in deze periode vervolgens op een DVD gezet en deze in zijn woning te [pleegplaats]

bewaard.1 2 3

De bestandsnaam van deze videobestanden is [bestandsnaam].4

Ten aanzien van feit 3.

Op tijdstippen in de periode van 1 januari 2003 tot en met 26 oktober 2010 heeft verdachte heimelijk de schaamstreek van zijn leerlingen [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum] 1986), [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum] 1991) en [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum] 1992) gefilmd, door in een kast een filmcamera te plaatsen en deze in werking te stellen op het moment dat deze meisjes van hem piano- en/of zangles kregen in zijn woning te [pleegplaats]. Verdachte was de piano- en/of zangleraar van deze meisjes.

Verdachte heeft deze leerlingen tijdens de lessen oefeningen laten doen onder meer inhoudende het spreiden van de benen en/of het laten maken van kniebuigingen.

De lens was bewust op de schaamstreek van de leerlingen gericht.5 6 7

Voor wat betreft [slachtoffer 1] betrof dit de periode 1 januari 2003 tot en met 18 maart 2004.8

Voor wat betreft [slachtoffer 2] betrof dit de periode 1 mei 2007 tot en met 15 oktober 2010.9

Voor wat betreft [slachtoffer 3] betrof dit de periode 1 januari 2005 tot 1 januari 2009.10

Het oordeel van de rechtbank.

Feit 1

Op grond van de hiervoor in de vaststaande feiten genoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte -kort gezegd- op een tijdstip in de periode van 1 januari 2003 tot en met 26 oktober 2010 te [pleegplaats] het onderbroekje van een slapend meisje meerdere malen opzij heeft gedaan en de schaamlippen van dat meisje heeft betast en dit heeft gefilmd. Het meisje is tussen de vier en acht jaar oud. Deze videofragmenten heeft verdachte vervolgens op DVD gezet en bewaard onder bestandsnaam [bestandsnaam].

Verdachte ontkent met zijn vingers in het meisje te zijn geweest.

De door verdachte gemaakte beelden zijn in beslag genomen11 en op 25 oktober 2010 door [verbalisant], zedencoördinator, bekeken. [verbalisant] voornoemd beschrijft de beelden onder meer als volgt.

Ik zie de schaamstreek van het meisje in het roze onderbroekje.

Ik zie dat de man met de wijsvinger van zijn linkerhand het kruis van het roze onderbroekje van het meisje terzijde schuift. Ik zie een deel van de vulva van het meisje. De man trekt het kruis van het onderbroekje zover terzijde dat nagenoeg de hele vulva van het meisje zichtbaar wordt. Ik zie dat de man met de wijsvinger van zijn linkerhand de rechter schaamlip van het meisje betast en daarbij de vulva iets opent. Ik zie dat de man met zijn wijsvinger tussen de schaamlippen van het meisje gaat. Ik zie dat de man met de wijsvinger en de middelvinger van zijn linkerhand de beide schaamlippen van het meisje spreidt.

Ik zie dat de man met de wijsvinger en de middelvinger van zijn linkerhand nog steeds de beide schaamlippen van het meisje spreidt. Ik zie dat de camera inzoomt op de vulva van het meisje. Ik zie dat de hand van de man uit beeld gaat. De vulva van het meisje is duidelijk zichtbaar. 12

De beschrijvingen van de beelden zijn naar het oordeel van de rechtbank duidelijk. Op grond van deze beschrijvingen, neergelegd in een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal, acht de rechtbank eveneens wettig en overtuigend bewezen dat verdachte door het betasten van de rechter schaamlip van het meisje de vagina iets heeft geopend, met zijn wijsvinger tussen de schaamlippen van het meisje is gegaan en met zijn wijsvinger en middelvinger de beide schaamlippen van het meisje heeft gespreid en gespreid gehouden.

Deze beelden zijn eveneens gefilmd, op DVD gezet en bewaard.

Feit 2

Verdachte ontkent dat er sprake is geweest van seksueel binnendringen van het lichaam van het meisje.

Zoals hiervoor al is weergegeven acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte door het betasten van de rechter schaamlip van het meisje de vagina iets heeft geopend, met zijn wijsvinger tussen de schaamlippen van het meisje is gegaan en met zijn wijsvinger en middelvinger de beide schaamlippen van het meisje heeft gespreid en gespreid gehouden.

De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of verdachte door deze feitelijke handelingen het lichaam van het meisje seksueel heeft binnengedrongen. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte met zijn wijsvinger tussen de schaamlippen van het meisje is gegaan en de beide schaamlippen van het meisje heeft gespreid en gespreid gehouden. Dit is meer dan alleen een uitwendige aanraking van de vagina.

Het is vaste jurisprudentie dat elke vorm van binnendringen in het lichaam met een seksuele strekking onder de reikwijdte van artikel 242/244 van het Wetboek van Strafrecht valt (HR 21 april 1998, NJ 1998, 781). Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte tussen de schaamlippen van het meisje is gegaan met een seksuele strekking.

Volgens de Hoge Raad dwingt de wetsgeschiedenis tot de opvatting dat de wetgever voor de toepassing van artikel 242, respectievelijk 244 van het Wetboek van Strafrecht, geen beperking heeft willen aanbrengen in de wijze waarop het lichaam is binnengedrongen. Dat strookt ook met de bedoeling van de bepaling, namelijk het beschermen van de (seksuele) integriteit van het lichaam van de jeugdige. Ook het met de vingers tussen de schaamlippen gaan valt onder het seksueel binnendringen van het lichaam.

De rechtbank acht daarom het onder 2 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna bewezen is verklaard.

Feit 3

Vaststaat dat verdachte in de periode van 1 januari 2003 tot en met 26 oktober 2010 heimelijk de schaamstreek van zijn leerlingen [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum] 1986), [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum] 1991) en [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum] 1992) heeft gefilmd, door in een kast een filmcamera te plaatsen en deze in werking te stellen op het moment dat deze leerlingen van hem piano- en/of zangles kregen in zijn woning te [pleegplaats].

Kan worden gezegd dat verdachte door een feitelijkheid de slachtoffers heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen?

Vaststaat dat de in de tenlastelegging genoemde meisjes tijdens de lessen niets hebben gemerkt van het filmen. Zij zijn pas eind 2010 op de hoogte gesteld van de heimelijke opnames.

Verdachte liet de slachtoffers tijdens de lessen oefeningen doen, bestaande uit het laten spreiden van de benen en/of het laten maken van kniebuigingen. Deze oefeningen zouden in het belang van de ontwikkeling van de stem en/of het soepel maken van de rug zijn. Door deze oefeningen was de schaamstreek en/of het decolleté van de leerlingen ook (beter) zichtbaar voor de camera.13

Bij de rechter-commissaris heeft verdachte verklaard dat hij met een verborgen camera opnamen heeft gemaakt, terwijl hij die personen oefeningen liet doen.14

Het laten doen van oefeningen, zoals het spreiden van de benen en maken van kniebuigingen, waarbij onder meer heimelijk de schaamstreek wordt gefilmd levert, naar het oordeel van de rechtbank, ontuchtige handelingen op.

Door het onopgemerkt maken van deze beelden door een verborgen camera vindt vervolgens het gedwongen dulden van deze ontuchtige handelingen plaats. Dat de slachtoffers pas veel later via de politie tot de ontdekking zijn gekomen dat de heimelijke beelden zijn gemaakt, doet hier niet aan af.

De rechtbank zal het begin van de de bewezen verklaarde periode vaststellen op 1 januari 2003 omdat [slachtoffer 1] op 12 november 2010 heeft verklaard, na confrontatie met de gemaakte opnames, dat de opnames ongeveer 7 jaar geleden moeten zijn gemaakt.15

De rechtbank acht het onder 3 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

1.

op een tijdstip in de periode van 1 januari 2003 tot en met 26 oktober 2010 te [pleegplaats], een gegevensdrager, te weten videobestanden vastgelegd op een DVD (DVD videobestanden, bestandsnaam [bestandsnaam], bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, te weten videofragmenten van - zakelijk weergegeven - een (slapend) meisje

tussen de vier en acht jaar oud dat met de benen ver gespreid een

onderbroek draagt en waarop te zien is dat verdachte de onderbroek van dat meisje meermalen opzij doet en ten gevolge waarvan de vulva/vagina van dat meisje deels en/of geheel in beeld wordt gebracht en met een wijsvinger van verdachte de rechter schaamlip van het meisje wordt betast waarbij de vulva/vagina iets wordt geopend en

verdachte met zijn wijsvinger tussen de schaamlippen van dat meisje gaat

en de verdachte met zijn wijsvinger en middelvinger de beide

schaamlippen van dat meisje spreidt en gespreid houdt, bij welke vorenbedoelde

videofragmenten een persoon die kennelijk de leeftijd

van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken heeft vervaardigd en in bezit heeft gehad.

2.

Op een tijdstip in de periode van 1 januari 2003

tot en met 26 oktober 2010 te [pleegplaats], met een onbekend gebleven meisje

tussen vier en acht jaar oud, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet

had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die

mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van dat

meisje, te weten uit het betasten van de rechter schaamlip van het meisje

waarbij de vulva/vagina van dat meisje iets wordt geopend) en het met zijn

verdachte's wijsvinger gaan tussen de schaamlippen van dat meisje en met

zijn verdachte's wijsvinger en middelvinger spreiden van de beide

schaamlippen van dat meisje.

3.

Primair:

op tijdstippen in de periode van 1 januari 2003 tot en met 26 oktober 2010 te [pleegplaats], in zijn hoedanigheid als zang- en/of pianoleraar, telkens door een feitelijkheid na

te noemen meisjes, te weten:

- in de periode van 18 januari 2003 tot en met 18 maart 2004 [slachtoffer 1]

(geboren op [geboortedatum] 1986) en

- in de periode van 1 mei 2007 tot en met 15 oktober 2010 [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum] 1991) en

- in de periode van 1 januari 2005 tot 1 januari 2009 [slachtoffer 3]

(geboren [geboortedatum] 1992),

heeft gedwongen tot het dulden van een ontuchtige handeling, bestaande uit het (onder het mom van oefeningen) laten spreiden van de benen en/of het laten maken van kniebuigingen en bestaande die andere feitelijkheid uit het heimelijk filmen van de

schaamstreek van die meisjes.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

Ten aanzien van feit 1, feit 2 primair, feit 3 primair:

- een gevangenisstraf van 20 maanden met aftrek voorarrest waarvan 10 maanden voorwaardelijk

- met een proeftijd van 2 jaar en de bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht, ook als dit inhoudt ambulante behandeling;

- met een proeftijd van 10 jaar en de bijzondere voorwaarde dat verdachte gedurende deze proeftijd geen piano en/of zanglessen aan huis mag geven;

- teruggave computer aan verdachte;

- onttrekking aan het verkeer van de gegevensdragers, usb, harddisk en dvd;

- verbeurdverklaring van de filmcamera;

- toewijzing vordering benadeelde partij tot een bedrag van € 450,-- en toewijzen wettelijke rente, overige niet-ontvankelijk;

- maatregel 36f van het Wetboek van Strafrecht € 450,-- subsidiair 9 dagen hechtenis.

Bij het bepalen van haar eis heeft de officier van justitie rekening gehouden met de navolgende omstandigheden. Het betreft ernstige feiten. Ten aanzien van feit 2 betreft het een kind dat als logé aan de zorg van onder meer verdachte wordt toevertrouwd.

Verdachte heeft door zijn handelen het vertrouwen van meerdere meisjes geschaad.

Het onder 3 ten laste gelegde feit heeft in ieder geval bij twee meisjes emotionele schade berokkend. Verdachte heeft pas hulp gezocht, toen hij werd betrapt.

Verdachte kan als licht verminderd toerekeningsvatbaar worden beschouwd. Het is belangrijk dat er een behandeling komt. Tevens is het belangrijk dat verdachte gedurende een langere periode geen piano- en zangles aan huis mag geven. Daarom eist de officier van justitie voor wat betreft deze bijzondere voorwaarde een langere proeftijd dan gebruikelijk.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman van verdachte heeft de rechtbank verzocht om zoveel mogelijk een voorwaardelijke straf op te leggen. Mocht de rechtbank van mening zijn dat een onvoorwaardelijk deel dient te worden opgelegd, dan heeft de raadsman verzocht de duur hiervan gelijk te stellen aan het voorarrest. Ten aanzien van de bijzondere voorwaarden kan aansluiting worden gezocht bij het rapport van de reclassering.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank enerzijds in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden ten bezware van verdachte.

Verdachte heeft de vagina van een meisje van tussen de vier en acht jaar oud betast en is met zijn wijsvinger tussen de schaamlippen gegaan. Verdachte heeft daarvan video-opnames gemaakt en deze opnames jarenlang bewaard. Naar eigen zeggen betrof dit meisje een vriendinnetje van zijn dochter die in de woning van verdachte logeerde. Verdachte heeft het vertrouwen, dat ouders doorgaans in een dergelijke situatie in een oppas stellen, ernstig beschaamd door zijn handelen.

Verdachte heeft gedurende een lange periode leerlingen aan wie hij piano- en/of zangles gaf heimelijk gefilmd, waarbij de camera was gericht op het kruis van deze leerlingen. Ook hier heeft verdachte ernstig misbruik gemaakt van het vertrouwen van de leerlingen en de ouders van deze leerlingen. Zo vermeldt de schriftelijke slachtofferverklaring van [slachtoffer 3] dat dit feit een grote impact heeft gehad op haar leven. Zij vertrouwde verdachte volledig. Door dit alles is zij wantrouwend geworden naar mensen.

Ook [slachtoffer 2] heeft in haar schriftelijke slachtofferverklaring aangegeven dat zij door dit voorval moeite heeft mensen te vertrouwen. Door het gedrag van verdachte heeft zij minder plezier gekregen in haar zanghobby. Verdachte heeft door zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke en lichamelijke integriteit van zijn slachtoffers.

Anderzijds zal de rechtbank ten gunste van verdachte rekening houden met de volgende omstandigheden.

Uit het rapport van de klinisch psycholoog F. van Nunen d.d. 28 januari 2011 blijkt dat op grond van een ziekelijke seksuele stoornis in combinatie met persoonlijkheidsproblematiek verdachte ten tijde van het tenlastegelegde als licht verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd. De rechtbank volgt deze conclusie van de psycholoog.

Uit het uittreksel uit het documentatieregister blijkt dat verdachte niet eerder met politie en/of justitie in aanraking is gekomen.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

Met betrekking tot een deel van de op te leggen gevangenisstraf zal de rechtbank bepalen dat dat deel van die straf niet zal worden tenuitvoergelegd mits verdachte zich gedurende een hierna vast te stellen proeftijd aan de voorwaarde houdt dat hij zich niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken en de hierna te melden bijzondere voorwaarden zal naleven. De rechtbank wil met een en ander enerzijds de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan.

De rechtbank acht het nodig, mede gezien de inhoud van het reclasseringsrapport d.d. 25 januari 2011 en het rapport van de psycholoog d.d. 28 januari 2011, dat verdachte gedurende een periode van 2 jaar wordt begeleid door de reclassering en ambulant zal worden behandeld voor zijn problematiek. De rechtbank zal dan ook de bijzondere voorwaarde van toezicht van de reclassering als na te melden opleggen.

Ter voorkoming van recidive acht de rechtbank het nodig dat verdachte gedurende een periode van drie jaar bij hem thuis geen zang- en of pianoles zal geven aan minderjarigen. De rechtbank zal dan ook in dit kader een bijzondere voorwaarde stellen. De rechtbank acht in dit verband een proeftijd van 10 jaar, zoals door de officier van justitie is geëist, te vergaand en zal deze beperken tot 3 jaar. In deze periode kan verdachte door middel van intensieve therapie aan zijn problemen werken.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de op te leggen straf de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De rechtbank zal de voorlopige hechtenis opheffen met ingang van het tijdstip waarop de duur daarvan gelijk wordt aan de duur van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde vrijheidsstraf.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2].

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit onder 3 toegebrachte schade, de volgende onderdelen van de vordering te weten immateriële schadevergoeding van € 450,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het ontstaan van de schade tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank bepaalt de datum van het ontstaan van de schade op 29 oktober 2010, nu dit het tijdstip is dat benadeelde voor het eerst via de politie op de hoogte is gekomen van de heimelijke filmopnamen.

Benadeelde partij heeft nog een bedrag van € 540,-- als materiële schade gevorderd. Dit betreft de betaling voor de in die periode genoten zanglessen.

De rechtbank zal dit deel van de vordering afwijzen als zijnde ongegrond. Benadeelde heeft in die periode daadwerkelijk zanglessen van verdachte gehad en verdachte is daarvoor destijds betaald. Dat er heimelijk filmopnamen zijn gemaakt, betekent niet dat het slachtoffer voor de genoten zanglessen het afgesproken bedrag niet verschuldigd is.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum ontstaan schade (29 oktober 2010) tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Beslag.

De rechtbank is van oordeel dat het in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerp (filmcamera)vatbaar is voor verbeurdverklaring, omdat -zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting- dit een voorwerp is met behulp van welke de feiten zijn begaan en dit voorwerp ten tijde van het begaan van de feiten aan verdachte toebehoorde.

De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting - dit voorwerpen zijn:

met behulp van welke de feiten zijn begaan en deze van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en/of het algemeen belang.

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen (computers) aan verdachte nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van deze inbeslaggenomen goederen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 33, 33a,

36b, 36c, 36f, 57, 240b, 244, 246.

DE UITSPRAAK

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1:

Een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging,

waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft

bereikt, is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben

T.a.v. feit 2 primair:

Met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen, die mede

bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam

T.a.v. feit 3 primair:

Feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf(fen) en/of maatregel(en).

T.a.v. feit 1, feit 2 primair, feit 3 primair:

Gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27

Wetboek van Strafrecht waarvan 6 maanden

voorwaardelijk

met een proeftijd van 2 jaren en de bijzondere voorwaarde:

1.

dat veroordeelde zich gedurende voornoemde proeftijd van 2 jaren zal gedragen

naar de aanwijzingen hem te geven door of namens de Reclassering Nederland,

Regio 's-Hertogenbosch, Eekbrouwersweg 6, 5233 VG te 's-Hertogenbosch, zolang

deze instelling zulks noodzakelijk acht, ook als dit inhoudt ambulante behandeling bij de GGzE of een soortgelijke instelling.

Verleent aan de Reclassering voornoemd de opdracht als bedoeld in artikel 14d

van het Wetboek van Strafrecht.

en met een proeftijd van 3 jaren en met de bijzondere voorwaarde:

2.

dat verdachte gedurende de proeftijd van 3 jaren aan huis geen piano en/of zangles

mag geven aan minderjarigen.

- Verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen goederen, te weten: filmcamera.

- Onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen goederen, te weten: cd-rom,

film, usb-sticks, 3 harddisks.

- Teruggave inbeslaggenomen goederen, te weten: 2 computers Aspire en

LG, aan verdachte

T.a.v. feit 3 primair:

Maatregel van schadevergoeding van € 450,00 subsidiair 9 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten

behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] van een bedrag van € 450,--

(zegge: vierhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te

vervangen door 9 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit immateriële

schadevergoeding.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde

betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van

het ontstaan van de schade (29 oktober 2010) tot aan de dag der algehele

voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]:

Wijst de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk

toe en veroordeelt verdachte

mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], van een

bedrag van € 450,-- (zegge: vierhonderdvijftig euro), te weten immateriële

schadevergoeding.

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de

datum van ontstaan schade (29 oktober 2010) tot aan de dag der algehele

voldoening.

Wijst de vordering voor wat betreft de gevorderde materiële schade af.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden

begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor

zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot

vergoeding van deze schade.

Opheffing van het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis met

ingang van het tijdstip waarop de duur daarvan gelijk wordt aan de duur van het

onvoorwaardelijk deel van de opgelegde vrijheidsstraf.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.F. van Hoorn, voorzitter,

mr. M.Th. van Vliet en mr. S.J.W. Hermans, leden,

in tegenwoordigheid van L. Scholl, griffier,

en is uitgesproken op 18 februari 2011.

1 Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 4 februari 2011

2 Bevindingen verbalisant pag. 60-61

3 Verklaring [getuige], pag. 45-47

4 Bevindingen verbalisant pag. 60-61

5 Verklaring verdachte d.d. 4 februari 2011

6 Bevindingen verbalisant pag. 60-63

7 Verklaring [getuige], pag. 45-47

8 Verklaring [slachtoffer 1], pag. 55-56

9 Verklaring [slachtoffer 2], pag. 69-71

10 Verklaring [slachtoffer 3], pag. 73-74

11 Bevindingen verbalisant, pag. 58

12 Bevindingen verbalisant, pag. 59-61

13 Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 4 februari 2011

14 Verklaring verdachte bij de rechter-commissaris d.d. 29 oktober 2010

15 Verklaring [slachtoffer 1], pag. 56