Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2011:BP2304

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
28-01-2011
Datum publicatie
28-01-2011
Zaaknummer
01/889106-10 en 01/885040-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Den Bosch heeft een 33-jarige Eindhovenaar conform de eis van de officier van justitie veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar.

De rechtbank acht bewezen dat hij in de loop van bijna drie jaren 4 vrouwen (achtereenvolgens) bij hem onderdak heeft verschaft en hen heeft gedwongen of bewogen tot prostitutie. Ten aanzien van 2 slachtoffers heeft de rechtbank bewezenverklaard dat sprake is geweest van geweld en bedreiging met geweld. Een van de slachtoffers werd op 17-jarige leeftijd verliefd op verdachte en is van haar 18de tot haar 20ste jaar seksueel uitgebuit door verdachte. De rechtbank acht ook de wijze waarop twee slachtoffers feitelijk door verdachte werden behandeld in strijd met de menselijke waardigheid van die slachtoffers. De inkomsten van de vrouwen gingen vrijwel volledig op aan de cocaineverslaving van verdachte en de slachtoffers.

De rechtbank heeft verdachte voorts veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding aan twee van de vier slachtoffers.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummers: 01/889106-10 en 01/885040-10 (ter terechtzitting gevoegd)

Datum uitspraak: 28 januari 2011

Vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaken tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum]1977,

wonende te [woonplaats], [adres],

thans gedetineerd te: P.I.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 26 oktober 2010 en 14 januari 2011 (de zaak met parketnr. 01/889106-10) en 14 januari 2011 (de zaak met parketnr. 01/885040-10).

Op de zitting van 14 januari heeft de rechtbank de tegen verdachte, onder de hiervoor genoemde parketnummers, aanhangig gemaakte zaken gevoegd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 28 september 2010 (parketnummer 01/889106-10) en bij dagvaarding van 20 december 2010 (parketnummer 01/885040-10).

Aan verdachte is in de zaak met parketnummer 01/889106-10 tenlastegelegd dat:

1.

Hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 11 maart 2007

tot en met 30 augustus 2009 te Eindhoven en/of Waalwijk en/of Utrecht en/of

elders in Nederland,

[slachtoffer 1] door dwang, geweld of één of meer andere feitelijkheden,

door dreiging met geweld of één of meer andere feitelijkheden, door misleiding

dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht

en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen dan wel bewogen

zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten, te

weten het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen

betaling

en/of

[slachtoffer 1] door dwang, geweld of één of meer andere feitelijkheden,

door dreiging met geweld of één of meer andere feitelijkheden, door misleiding

dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht

en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen dan wel bewogen

hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handeling(en)

van [slachtoffer 1] met of voor een derde,

Immers heeft/is hij, verdachte in voornoemde periode:

-een liefdesrelatie onderhouden met voornoemde [slachtoffer 1] en/of

- voornoemde [slachtoffer 1] onderdak verschaft en/of

- voornoemde [slachtoffer 1] verzocht/bewogen in de prostitutie te gaan

werken en/of

- voornoemde [slachtoffer 1] cocaïne geleverd en/of voornoemde [slachtoffer 1] afhankelijk gemaakt/gehouden van cocaïne en/of

- voornoemde [slachtoffer 1] geslagen en/of gestompt en/of

- voornoemde [slachtoffer 1] (meermalen) naar een prostitutieplek vervoerd

en/of klanten naar het huis van hem, verdachte, gebracht en/of

- (de werkzaamheden van) die [slachtoffer 1] gecontroleerd, althans haar

verdiensten uit haar prostitutiewerkzaamheden gecontroleerd en/of

- voornoemde [slachtoffer 1] bewogen om zijn, verdachtes, naam op haar

lichaam te laten tatoeëren en/of

- die [slachtoffer 1] gedwongen/bewogen (een groot deel van) haar

verdiensten uit de prostitutie aan hem af te staan/af te dragen;

(artikel 273f lid 1 sub 4 en sub 9 Wetboek van Strafrecht)

2.

Hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 mei 2009

tot en met 31 juli 2009 te Eindhoven en/of Waalwijk en/of Utrecht en/of elders

in Nederland,

[slachtoffer 2] door dwang, geweld of één of meer andere feitelijkheden,

door dreiging met geweld of één of meer andere feitelijkheden, door misleiding

dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend

overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen dan

wel bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of

diensten, te weten het verrichten van seksuele handelingen met of voor een

derde tegen betaling

en/of

[slachtoffer 2] door dwang, geweld of één of meer andere feitelijkheden,

door dreiging met geweld of één of meer andere feitelijkheden, door misleiding

dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht

en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen dan wel bewogen

hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handeling(en)

van [slachtoffer 2] met of voor een derde,

Immers heeft/is hij, verdachte, in voornoemde periode:

- voornoemde[slachtoffer 2] onderdak verschaft en/of

- voornoemde[slachtoffer 2] verzocht/bewogen in de prostitutie te gaan werken en/of

- tegen voornoemde[slachtoffer 2] gezegd dat het geld gespaard zou worden en/of

- voornoemde[slachtoffer 2] cocaïne geleverd en/of voornoemde[slachtoffer 2] afhankelijk

gemaakt/gehouden van cocaïne en/of

- voornoemde[slachtoffer 2] (meermalen) naar een prostitutieplek vervoerd en/of

klanten naar het huis van hem, verdachte, gebracht en/of

- die[slachtoffer 2] gedwongen/bewogen (een groot deel van) haar verdiensten uit de

prostitutie aan hem af te staan/af te dragen;

(artikel 273f lid 1 sub 4 en sub 9 Wetboek van Strafrecht)

3.

Hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2009

tot en met 25 november 2009 te Eindhoven en/of Waalwijk en/of elders in

Nederland,

[slachtoffer 3] door dwang, geweld of één of meer andere feitelijkheden, door

dreiging met geweld of één of meer andere feitelijkheden, door misleiding dan

wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht

en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen dan wel bewogen

zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten, te

weten het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen

betaling

en/of

[slachtoffer 3] door dwang, geweld of één of meer andere feitelijkheden, door

dreiging met geweld of één of meer andere feitelijkheden, door misleiding dan

wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht

en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen dan wel bewogen

hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handeling(en)

van [slachtoffer 3] met of voor een derde,

Immers heeft/is hij, verdachte, in voornoemde periode:

- voornoemde [slachtoffer 3] onderdak verschaft en/of

- voornoemde [slachtoffer 3] verzocht/bewogen in de prostitutie te gaan werken en/of

- tegen voornoemde [slachtoffer 3] gezegd dat het geld gespaard zou worden en/of

- voornoemde [slachtoffer 3] cocaïne geleverd en/of voornoemde [slachtoffer 3]

afhankelijk gemaakt/gehouden van cocaïne en/of

- voornoemde [slachtoffer 3] (meermalen) naar een prostitutieplek vervoerd en/of

klanten naar het huis van hem, verdachte, gebracht en/of

- die [slachtoffer 3] gedwongen/bewogen (een groot deel van) haar verdiensten uit

de prostitutie aan hem af te staan/af te dragen;

(artikel 273f lid 1 sub 4 en sub 9 Wetboek van Strafrecht)

Aan verdachte is in de tenlastelegging met parketnummer 01/885040-10 tenlastegelegd dat:

1.

Hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 december

2009 tot en met 13 juli 2010 te Eindhoven en/of elders in Nederland,

[slachtoffer 4]door dwang, geweld of één of meer andere feitelijkheden, door

dreiging met geweld of één of meer andere feitelijkheden, door misleiding dan

wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht

en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen dan wel bewogen

zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten, te

weten het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen

betaling

en/of

[slachtoffer 4]door dwang, geweld of één of meer andere feitelijkheden, door

dreiging met geweld of één of meer andere feitelijkheden, door misleiding dan

wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht

en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen dan wel bewogen

hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handeling(en)

van [slachtoffer 4]met of voor een derde,

Immers heeft/is hij, verdachte in voornoemde periode:

- een liefdesrelatie onderhouden met voornoemde [slachtoffer 4]en/of

- voornoemde [slachtoffer 4]onderdak verschaft en/of

- voornoemde [slachtoffer 4]in een sociaal isolement gebracht en/of

- voornoemde [slachtoffer 4]cocaïne geleverd en/of voornoemde [slachtoffer 4]afhankelijk

gemaakt/gehouden van cocaïne en/of

- voornoemde [slachtoffer 4]verzocht/bewogen in de prostitutie te gaan werken en/of

- voornoemde [slachtoffer 4]geslagen en/of gestompt en/of

- voornoemde [slachtoffer 4](meermalen) naar een prostitutieplek vervoerd en/of klanten

naar het huis van hem, verdachte, gebracht en/of

- (de werkzaamheden van) die [slachtoffer 4]gecontroleerd, althans haar verdiensten uit

haar prostitutiewerkzaamheden gecontroleerd en/of

- die [slachtoffer 4]gedwongen/bewogen (een groot deel van) haar verdiensten uit de

prostitutie aan hem af te staan/af te dragen;

(artikel 273f lid 1 sub 4 en sub 9 Wetboek van Strafrecht)

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaardingen geldig zijn. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan.

Het standpunt van de officier van justitie.

Met betrekking tot parketnumer 01/889106-10

Feit 1:

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte door geweld, dreiging met geweld, misbruik van een kwetsbare positie en misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht [slachtoffer 1] heeft gedwongen dan wel bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen tegen betaling, én heeft gedwongen dan wel bewogen hem te bevoordelen uit de opbrengst van deze seksuele handelingen.

Feit 2:

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte door misbruik van een kwetsbare positie en misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht [slachtoffer 2] heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen tegen betaling, én heeft bewogen hem te bevoordelen uit de opbrengst van deze seksuele handelingen.

Feit 3:

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte door misbruik van een kwetsbare positie en misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht [slachtoffer 3] heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen tegen betaling, én heeft bewogen hem te bevoordelen uit de opbrengst van deze seksuele handelingen.

Met betrekking tot parketnummer 01/885040-10

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte door geweld, dreiging met geweld, misbruik van een kwetsbare positie en misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht [slachtoffer 4]heeft gedwongen dan wel bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen tegen betaling, én heeft gedwongen dan wel bewogen hem te bevoordelen uit de opbrengst van deze seksuele handelingen.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft primair vrijspraak bepleit en daartoe het volgende aangevoerd:

De precieze rol van verdachte wordt niet duidelijk uit het dossier. Er is geen sprake van geweld of andere dwangmiddelen als vereist voor een veroordeling voor mensenhandel. Ook blijkt niet dat verdachte de vrouwen heeft gedwongen dan wel bewogen om seksuele handelingen te verrichten. De aanvankelijke drijfveer van verdachte was om [slachtoffer 1] behulpzaam te zijn door het verschaffen van onderdak. Verdachte was eveneens verslaafd en kwetsbaar. Er was feitelijk dan ook geen sprake van overwicht van verdachte maar veeleer van een trieste lotsverbondenheid van verdachte met [slachtoffer 1],[slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4]als verslaafden onder elkaar. [getuige 1] verklaart onder andere dat [slachtoffer 1] en[slachtoffer 2] de grootste lol met elkaar hadden (op weg naar en op de parkeerplaats in Waalwijk waar zij op auto´s afstapten). Hij verklaart ook dat hij nooit heeft gezien dat sprake was van dwang door verdachte. Het lijkt er op dat juist[slachtoffer 2] voorstelde om ook in Waalwijk op de parkeerplaats te gaan tippelen.

Er is nauwelijks sprake van ondersteunend bewijs naast de verklaringen van aangeefsters en [slachtoffer 1] en [slachtoffer 4]. De verklaring van [getuige 2] is niet geloofwaardig. Zij verklaart immers dat ook [betrokkene] zich prostitueerde, terwijl [betrokkene]zelf verklaart dat zij zich nooit zou prostitueren.

[slachtoffer 3] was een volwassen vrouw die, voordat ze bij verdachte introk, al een gevangenisstraf wegens drugs had uitgezeten en die daarnaast heeft gepoogd de moeder van verdachte op te lichten. Dat werpt een ander licht op de geloofwaardigheid van haar verklaring.

[slachtoffer 4] werkte al in Amsterdam in de prostitutie voor zij verdachte leerde kennen. Voorts bestonden haar activiteiten in het plassen over klanten, hetgeen niet als een seksuele handeling is te beschouwen.

Het oordeel van de rechtbank.

Met betrekking tot parketnumer 01/889106-10

Feit 1:

[slachtoffer 1] (hierna ook [slachtoffer 1] genoemd) is geboren op (datum) 1989.1

Zij heeft sinds haar 14de levensjaar niet meer thuis gewoond en heeft daarna in jeugdinrichtingen gezeten.2 In januari 2007 is zij weggelopen uit de jeugdgevangenis.3

Op of omstreeks 11 maart 2007, zij was toen 17 jaar, heeft ze bij verdachte onderdak gekregen. Ze heeft bij verdachte gewoond tot en met 30 augustus 2009.4

[Betrokkene] verklaart dat zij [slachtoffer 1] aan verdachte heeft gekoppeld. Zij wist dat [slachtoffer 1] op straat stond en zij wilde die stumpert ([slachtoffer 1])destijds van de straat afhalen. Verdachte had toen net een uitkeringsbedrag in verband met zijn verbranding gekregen en hij zat in een hotel. Ze heeft toen verdachte voorgesteld om [slachtoffer 1] mee te nemen en zo hebben ze iets gekregen.5

Ook verdachte verklaart dat [slachtoffer 1] op straat stond toen hij haar leerde kennen, dat hij wist dat ze 17 jaar was, dat ze had vastgezeten, dat haar ouders niets van haar wilden hebben en dat ze een problematische achtergrond had.6

[slachtoffer 1] heeft, gehoord door de rechter-commissaris, onder meer verklaard dat zij verdachte leerde kennen, toen hij net een uitkering had gekregen. Ze gebruikten regelmatig drugs en gingen in die periode steeds meer drugs gebruiken. De zucht naar drugs werd bij verdachte en bij haar groter. Verdachte probeerde op andere manieren om aan geld te komen. Een van die manieren was dat zij betaalde seks moest hebben. In het begin deed zij dat mede op eigen initiatief. Zij was toen 18 jaar. Er waren ook momenten dat zij het moest van verdachte. Als zij, [slachtoffer 1], geen betaalde seks wilde hebben, bleef verdachte zeuren en smeken tot zij wel ging. Tijdens de zwangerschap heeft verdachte haar drie keer een blauw oog geslagen. Op een vraag van de rechter-commissaris of verdachte wel eens controleerde of zij geld onder zich hield, antwoordt [slachtoffer 1] dat het twee of drie keer is voorgekomen dat zij zich heeft uitgekleed om te laten zien dat zij geen geld onder zich hield. [slachtoffer 1] verklaart voorts dat zij al het geld dat zij met de betaalde seks verdiende aan verdachte moest afgeven. Het klopt dat toen de betaalde seks voor de eerste keer aan de orde kwam verdachte haar dit heel lief vroeg. Zij weet niet meer of het zijn of haar idee was. Ze herinnert zich wel dat ze het wilde proberen. Het klopt dat zij 7 dagen per week betaalde seks had. Zij schat dat ze 2 tot 4 klanten per dag had. Zij had ook betaalde seks toen ze zwanger was. Ze werkte toen in de massagesalonen op [adres]. Zij is ook met verdachte naar een parkeerplaats in Waalwijk geweest om daar te werken. [slachtoffer 2] was daar ook bij. In Waalwijk was het beter dan in Eindhoven omdat mensen daar aan haar vroegen of verdachte haar sloeg. Zij heeft dat ontkend maar het klopte wel, aldus [slachtoffer 1]. Als ze ruzie hadden was meestal de aanleiding dat zij geen betaalde seks wilde hebben. Hij begon dan te zeuren en te smeken. Hij sloeg haar alleen als hij erg veel zucht had naar drugs. Zij heeft veel voor verdachte gevoeld. Zij was zijn eerste liefde, aldus [slachtoffer 1].7 Deze bij de rechter-commissaris afgelegde verklaring komt in grote lijnen overeen met eerder door [slachtoffer 1] afgelegde verklaringen bij de politie.8

[slachtoffer 2] (hierna ook [slachtoffer 2] genoemd) heeft van mei 2009 tot juli 2009 bij verdachte en [slachtoffer 1] in Eindhoven gewoond. Zij9 heeft onder andere verklaard dat [slachtoffer 1] haar vertelde dat een aantal klanten al 2 jaar kwam. De klanten die verdachte thuis ontving hadden niet elke dag tijd en daarom moest [slachtoffer 1] van verdachte gaan tippelen.10

Zij heeft gezien dat verdachte [slachtoffer 1] op de fiets naar [adres] bracht. Elke keer dat [slachtoffer 1] thuis kwam na het tippelen moest ze zich uitkleden van verdachte. Ze moest al het geld afgeven. [slachtoffer 2] verklaart dat [slachtoffer 1] zich ook moest uitkleden waar zij, [slachtoffer 2], bij was. Ze verklaart vaak genoeg gezien te hebben dat [slachtoffer 1] het door haar verdiende geld aan verdachte gaf, als verdachte het zelf al niet van de klant had gekregen.11 [slachtoffer 2] verklaart dat [slachtoffer 1] haar wel eens vertelde dat verdachte haar sloeg. Ze mocht ook niet naar de stad of winkelen van hem. [slachtoffer 1] liet [slachtoffer 2] wel eens blauwe plekken zien, waarvan [slachtoffer 1] zei dat die van de klappen van verdachte afkomstig waren. Die blauwe plekken zaten dan over haar hele lichaam, aldus [slachtoffer 2]. Zij heeft ook wel eens gehoord dat verdachte tegen [slachtoffer 1] zei dat hij haar zou schoppen, slaan of dat hij sprak in de trant van "dadelijk doe ik je wat". Verdachte werd boos op [slachtoffer 1] als ze niet wilde gaan tippelen. Het gevolg was dat [slachtoffer 1] uiteindelijk toch maar ging werken, aldus [slachtoffer 2].12

[slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] moesten van verdachte ook een keer op de tippelzone in Utrecht werken.13

[getuige 1] heeft onder meer verklaard dat hij verdachte al kent vanaf zijn 18de jaar. Verdachte noemde hem op een gegeven moment zijn stiefvader. Verdachte en [slachtoffer 1] hebben ook ongeveer een maand tot 6 weken bij hem gewoond (begin 2008). Als hij [slachtoffer 1] moet omschrijven dan denkt hij dat zij het slaafje van verdachte was. Dat kwam door de wijze waarop verdachte haar behandelde. Hij hoorde verdachte zeggen "doe dit, doe dat". Het kwam ook door het tippelen waar ze slaafs in was. [slachtoffer 1] had geen vaste woon- of verblijfplaats toen; ze had ook geen inkomen toen. Zij bracht de centen binnen door het tippelen. Verdachte heeft [slachtoffer 1] ook een keer aan hem aangeboden, aldus [getuige 1]. Verdachte had dan geld nodig. Volgens [getuige 1] heeft [slachtoffer 1] van het door haar verdiende geld zelf niets gehouden en gaf ze alles aan verdachte.14

Hij verklaart voorts dat hij, waarschijnlijk in de zomer van 2008, met verdachte en [slachtoffer 1] naar Waalwijk, de parkeerplaats, is gereden. De meisjes staan daar aan de kant, stappen in bij een klant en rijden dan ergens naar toe voor seks. Hij kan zich herinneren dat verdachte eerst onderhandelde over de prijs, waarop een klant het geld van te voren aan verdachte gaf. Ook heeft hij gezien dat [slachtoffer 1] het door haar verdiende geld achteraf aan verdachte gaf.15

Hij verklaart voorts dat hij verdachte, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] een keer naar Utrecht heeft gebracht. [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] zijn toen uitgestapt bij een industrieterrein. Volgens [getuige 1] zijn ze maar een half uurtje op het industrieterrein geweest omdat een van hen door een politieagent was aangesproken.16

[getuige 3] heeft bij de politie op 14 juli 2010 een verklaring afgelegd. Hij stelt verdachte en [slachtoffer 1] in 2008 op de [adres] ontmoet te hebben. Zij waren op de fiets.17 Verdachte zei de prijs en [getuige 3] moest hem betalen. Zo is [slachtoffer 1] een paar keer met [getuige 3] meegegaan voor betaalde seks. Hij betaalde elke keer 120 euro. Dat was voor een goed uur. Hij heeft een keer tegen [slachtoffer 1] gezegd dat ze met verdachte moest stoppen. Hij heeft haar namelijk een keer bont en blauw gezien; blauwe plekken op haar rug, armen en gezicht. Hij vroeg haar wie dat gedaan had en [slachtoffer 1] zei toen een klant. Toen ze later bij verdachte weg was zei ze dat verdachte haar zo blauw had geslagen, aldus [getuige 3]. Hij denkt dat hij 5 keer betaalde seks met [slachtoffer 1] heeft gehad. Al die keren betaalde hij aan verdachte.18

Op 19 augustus 2010 heeft de politie [getuige 2] gehoord. Zij heeft onder meer verklaard dat zij op de tippelzone op de [adres] heeft gelopen. Zij werkte daar voor zichzelf. [slachtoffer 1] vertelde toen tegen haar dat ze daar liep voor [verdachte] (bijnaam van verdachte verklaring verdachte ter terechtzitting van 14 januari 2011, rb). Ze zei ook tegen haar dat [verdachte] haar sloeg en dat ze het verdiende geld aan hem af moest geven. Zij heeft [slachtoffer 1] toen wel eens met een blauw oog en blauwe plekken gezien. [slachtoffer 1] zei toen dat [verdachte] dat gedaan had. Als [slachtoffer 1] moest werken was [verdachte] er bijna altijd bij op de fiets.19

Op 27 augustus 2010 is [getuige 4] gehoord. Zij verklaart onder meer dat ze bij verdachte kwam om drugs te gebruiken. Verdachte had toen een relatie met [slachtoffer 1]. Ze weet dat verdachte afspraken regelde voor [slachtoffer 1] om betaalde seks met [slachtoffer 1] te hebben, ook toen ze zwanger was. Ze was er zelf bij in hun woning dat verdachte een klant geregeld had voor [slachtoffer 1], maar dat ze aan haar gezicht zag dat ze niet wilde. Ze hoorde toen dat verdachte tegen [slachtoffer 1] zei dat ze alleen maar hoefde te trekken of te pijpen.20 Zij heeft vaak gezien dat [slachtoffer 1] blauw geslagen ogen had of blauwe plekken. [slachtoffer 1] vertelde haar dat ze door verdachte werd geslagen omdat ze niet altijd zin had om te werken. [slachtoffer 1] is maar een tenger meisje. Zij heeft [slachtoffer 1] ook een aantal keren zien huilen. Daarom wist ze dat ze gedwongen moest werken voor verdachte. Dit wist zij zeker toen [slachtoffer 1] dit tegen haar bevestigde. De relatie met verdachte was toen uit en [slachtoffer 1] vertelde haar toen dat ze door verdachte gedwongen werd om te werken als prostituee voor geld.21

Op 23 juni hebben 2 verbalisanten een gesprek met mw. M.T. (personalia zie dossier) van [escortbureau] te Eindhoven.22

Zij verklaarde dat zij het vermoeden had dat een ex-medewerkster van haar het slachtoffer is van een loverboy, of onder dwang in de prostitutie zit. Zij leidde dit af uit het niet normale werkschema voor een jong meisje met een jong kind. Deze werkneemster ([slachtoffer 1]) had immers de volgende werktijden opgegeven: dinsdag van 14.00 tot 3.00 uur (13 uur), woensdag van 16.00 tot 3.00 uur (11 uur), donderdag van 14.00 tot 04.00 uur (12 uur, rb: 14 uur), vrijdag van 18.00 tot 5.00 uur (11 uur), zaterdag van 18.00 tot 5.00 uur (11 uur) en zondag van 21.00 tot 3.00 uur (6 uur).

Verdachte heeft ter zitting van 14 januari 2011 verklaard dat hij regelmatig meeging met [slachtoffer 1] als zij naar de [adres] ging om haar te beschermen bij het tippelen en dat het ook voorkwam dat hij het geld in ontvangst nam. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat het door [slachtoffer 1] verdiende geld in een gezamenlijke pot ging, die hij beheerde. Verdachte heeft voorts ter zitting verklaard dat [slachtoffer 1] zich wel eens had uitgekleed om aan te tonen dat zij geen geld achter hield. Dat deed zij, aldus verdachte, echter geheel op eigen initiatief. Ook heeft verdachte ter zitting verklaard dat hij [slachtoffer 1] tijdens hun relatie heeft geslagen en dat zij beiden aan cocaïne verslaafd waren.

De rechtbank acht, gelet op de vorenstaande bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hierna onder 1 bewezenverklaarde feit heeft begaan.

De rechtbank verwerpt het verweer dat geen sprake was van een kwetsbare positie of een uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht waarvan verdachte misbruik heeft gemaakt. Uit de bewijsmiddelen, zeker in onderlinge samenhang bezien, blijkt de kwetsbare positie van [slachtoffer 1]. Zij had geen ander onderkomen, had een relatie met verdachte, was aan drugs verslaafd en werd door hem van drugs voorzien. De rechtbank weegt voorts mee dat verdachte ten tijde van het begin van de relatie 29 jaar was en [slachtoffer 1] 17 jaar. De omstandigheid dat ook verdachte verslaafd was aan drugs doet daaraan niet af.

Uit de bewijsmiddelen blijkt voorts genoegzaam dat sprake is geweest van geweld en dreiging met geweld door verdachte teneinde [slachtoffer 1] te dwingen tot seksuele handelingen en dat verdachte daarvan voordeel heeft getrokken. Dat er momenten zijn geweest dat [slachtoffer 1] opgewekt was tijdens de werkzaamheden of zelf wel eens het initiatief heeft genomen, doet daaraan niet af. Dat [slachtoffer 1] (uiteindelijk) instemde met de werkzaamheden doet volgens vaste rechtspraak ook niet af aan de bewezenverklaring van mensenhandel.

De rechtbank acht de tenlastegelegde feiten niet bewezen over de periode dat [slachtoffer 1] nog geen 18 jaar was en zal verdachte daarvan vrijspreken.

Feit 2

[slachtoffer 2] geboren op (datum) 1991, heeft op 29 maart 2010 aangifte gedaan tegen verdachte 23 en onder meer het volgende verklaard. Zij is op 14jarige leeftijd uit huis geplaatst en in een gesloten jeugdinrichting terecht gekomen. Zij heeft [slachtoffer 1] leren kennen in Den Heyakker in Breda. In mei 2009 kwam zij [slachtoffer 1] tegen bij een parkeergarage in Eindhoven. [slachtoffer 2] stond toen op straat en [slachtoffer 1] stelde voor om bij haar te komen wonen. Zij is vervolgens ingetrokken bij verdachte en [slachtoffer 1] aan [adres] in Eindhoven.24 De eerste avond rookten [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en verdachte cocaïne. De cocaïne werd aangeboden door verdachte. Een paar weken nadat zij bij verdachte en [slachtoffer 1] was gaan wonen, is ze mee gaan doen aan de betaalde seks om geld te verdienen voor cocaïne.25

Op een gegeven moment moest zij ook van verdachte gaan tipppelen. Met name de eerste keer wilde zij helemaal niet mee. Na de seks kwam verdachte met de drugs. Dit werd een soort gewoonte. Na de derde of vierde dag vroeg zij verdachte hoe het met het geld zat. Verdachte zei dat het goed zat, dat hij het geld voor hen apart legde en zo spaarde. Verdachte maakte altijd het door [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] verdiende geld op aan cocaïne.26 Wat moest zij anders? Zij had geen andere plaats om te blijven en anders zou ze ook geen drugs hebben.27 Meestal ging het zo dat verdachte mannen opbelde. Zij hoorde hem dan iets zeggen over een nieuw meisje. Zij ging er van uit dat hij haar daarmee bedoelde. Dan kwamen de mannen naar de woning en daar maakte verdachte met hen afspraken. Verdachte regelde de prijzen met die mannen. Dan moesten [slachtoffer 1] en zij met de mannen seks hebben. Zij had 7 dagen op rij meerdere keren seks met die mannen. In de tijd dat zij seks hadden ging verdachte drugs halen. Verdachte kreeg vooraf het geld van de klanten. Verdachte besliste alles. Verdachte zei: over vijf minuten komt er iemand en dan moet jij mee. Zij werd dan door een klant opgehaald om met de klant in diens woning seks te hebben.28 Op een gegeven moment zei verdachte tegen [slachtoffer 1] en haar dat zij naar Waalwijk moesten om te werken. Op de parkeerplaats in Waalwijk moesten ze uitstappen. Verdachte zei dat ze naar de geparkeerde auto's moesten lopen en vragen of ze wat wilden. Verdachte zei dat ze 50 euro moesten vragen voor pijpen en neuken. Verdachte en [getuige 1] zouden in de auto wachten. 29 Al het geld dat op de parkeerplaats is verdiend, is naar verdachte gegaan.30 Op een gegeven moment gingen ze naar Utrecht. In het kantoor bij de bootjes werd hen gezegd dat ze daar pas met 21 jaar mochten werken. Verdachte zei dat ze dan maar naar de tippelzone moesten gaan. Ze denkt dat ze die dag ongeveer 3 klanten heeft gehad. Ze moesten het door hen verdiende geld aan hem afgeven.31

Zij is ongeveer 2,5 maanden bij verdachte geweest. Zij heeft iedere dag gewerkt. Als er thuis geen of te weinig klanten waren dan moest ze gaan tippelen, continue. Ze denkt dat ze gemiddeld drie klanten op een dag had. Dat is 3 keer 50 euro.32

[getuige 1] is door de politie gehoord en heeft onder meer verklaard dat hij [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en verdachte een keer naar Waalwijk heeft gebracht.33 Hij verklaart voorts dat hij verdachte, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] een keer naar Utrecht heeft gebracht. [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] zijn toen uitgestapt bij een industrieterrein.34

De moeder van [slachtoffer 2], heeft onder meer verklaard dat [slachtoffer 2] uit huis is geplaatst, in half gesloten inrichtingen heeft gezeten en dat zij afhankelijk was van verdachte en [slachtoffer 1] voor haar woonruimte en dat zij geen inkomsten had.35

Op 19 augustus 2010 heeft de politie [getuige 2] gehoord. Zij heeft onder meer verklaard dat zij op de tippelzone op [adres] heeft gelopen. Zij werkte daar voor zichzelf. 36 Zij sprak de meisjes van [verdachte] (bijnaam van verdachte, rb) regelmatig. Dat die meisjes gedwongen werden om daar te werken vertelden ze haar regelmatig, aldus [getuige 2].37 Zij verklaart met naam en toenaam over die meisjes en heeft het ook over een [slachtoffer 2]. Zij, [slachtoffer 2], heeft, aldus [getuige 2], ook voor [verdachte] gewerkt, maar niet zo lang want zij kreeg al vrij snel een vriend. [getuige 2] heeft [slachtoffer 2] ook op de tippelbaan gezien.38

De rechtbank overweegt dat [slachtoffer 2] zich gelet op haar leeftijd (destijds 18 jaar), achtergrond en het feit dat ze geen ander onderdak had, in een kwetsbare positie bevond en dat verdachte daarvan misbruik heeft gemaakt. Ook heeft verdachte [slachtoffer 2] aanvankelijk misleid met de mededeling dat het verdiende geld zou worden gespaard.

De omstandigheid dat verdachte ook verslaafd was doet daaraan niet af.

De rechtbank verwerpt het door verdachte gevoerde verweer dat [slachtoffer 2] geen geld uit prostitutie aan hem zou hebben afgedragen. In het licht van alle, ook onder de andere feiten aangehaalde, bewijsmiddelen acht de rechtbank die verklaring ongeloofwaardig.

De rechtbank acht niet bewezen dat sprake is geweest van dwang, geweld of bedreiging met geweld en zij zal verdachte daarvan vrijspreken.

Feit 3.

[slachtoffer 3] heeft op 15 maart 2010 aangifte gedaan tegen verdachte. Ze verklaart dat ze 1 jaar en 2 maanden in de gevangenis heeft gezeten in Ecuador, dat ze op 12 juni 2009 is teruggekeerd in Nederland, dat ze aanvankelijk bij haar moeder en daarna bij haar zus heeft gewoond, maar dat ook die laatste situatie niet houdbaar was.39 Via een jongen die ze al langer kende, ene [bekende van verdachte], kwam ze rond juli 2009 op een avond bij verdachte, die toen op de (naam)straat in Eindhoven woonde, terecht.40 [bekende van verdachte] en verdachte rookten cocaïne en zij probeerde dat ook.41

Na die avond is ze terug naar haar zus in Weert gegaan. Verdachte bleef haar bellen en sms´en. Hij schreef dat hij haar leuk vond en haar wilde zien en leren kennen. Een paar dagen later is ze uit Weert vertrokken en heeft verdachte haar opgehaald in Eindhoven en naar zijn huis gebracht.42 Op een gegeven moment zei verdachte dat hij bij een telefooncel een afspraak had. Dat was aan de (naam)laan in Eindhoven. Er stond een onbekende auto. Verdachte sprak met de bestuurder. Verdachte kwam toen naar haar en zei: Hij wil een meisje, maar als je goed doet wat ik zeg gebeurt je niets. Je stapt in en pakt het geld. Dan doe je alsof je je telefoon bent vergeten en dan stap je uit en via de brandgangetjes loop je naar mij. [slachtoffer 3] dacht dat het eenmalig zou zijn en ze had net cocaïne gebruikt. Ze heeft dat gedaan, is ingestapt en heeft 100 euro gekregen. Uiteindelijk is ze weggerend. Terug in de woning vroeg verdachte direct naar het geld. Ze gaf verdachte het geld en hij kocht er drugs van. Samen rookten ze wat. [slachtoffer 3] besefte dat ze bij verdachte niet goed zat, maar ze had een plek nodig en besloot daarom bij verdachte te blijven.43 De dag na het geld jatten rookten ze weer cocaïne. Verdachte vroeg aan haar of ze weer mee liep naar [supermarkt]. Ze zag weer een auto staan met een man erin. Verdachte kreeg 60 of 70 euro van de bestuurder. Ze is ingestapt en heeft seks gehad met de bestuurder. Het geld was immers al betaald aan verdachte. Er ging van alles door haar heen. Ook dacht ze er aan dat verdachte haar het huis uit zou gooien als ze het niet met de man zou doen. Daarna had verdachte al drugs gehaald en heeft ze met verdachte cocaïne gerookt.44 Zo ging het dagelijks door. Als het met seks door haar verdiende geld op was, moest ze weer.45 Met de meeste klanten sprak verdachte af bij de [supermarkt]. Verder is ze ook eens met verdachte en anderen naar een parkeerplaats gegaan. Ze bevestigt dat dat in Waalwijk was. Daar aangekomen begreep ze dat het om prostitutie ging. Ze wilde daar weg en is vervolgens door iemand naar huis gebracht. 46 Ze heeft ongeveer 4 maanden voor verdachte gewerkt en denkt ongeveer 2 tot 3 klanten per dag te hebben gehad; 7 dagen per week. Gemiddeld betaalde men 50 euro.47 Uiteindelijk is ze toch naar de politie gegaan om aangifte te doen.

Op 19 augustus 2010 heeft de politie [getuige 2] gehoord. Zij heeft onder meer verklaard dat zij op de tippelzone op [adres] heeft gelopen. Zij werkte daar voor zichzelf.48 Zij sprak de meisjes van [verdachte] regelmatig. Dat die meisjes gedwongen werden om daar te werken vertelden ze haar regelmatig, aldus [getuige 2].49 Het ging bij alle meisjes hetzelfde; ze moesten voor [verdachte] werken en het geld aan hem afgeven. [slachtoffer 1] was de eerste, [slachtoffer 2] was ongeveer tegelijkertijd met [slachtoffer 1]. Daarna kwam volgens mij, aldus [getuige 2], [betrokkene], toen [slachtoffer 3] en toen/nu [slachtoffer 4].50

Op 27 augustus 2010 is [getuige 4] gehoord. Zij verklaart onder meer dat ze ook een keer met [slachtoffer 3] op de parkeerplaats in Waalwijk is geweest. Verdachte was daar toen ook bij. Ze weet niet meer of [slachtoffer 3] daar toen ook klanten heeft gehad. Dat was wel de bedoeling. Ze denkt dat [slachtoffer 3] 2 of 3 klanten heeft gehad.

De rechtbank acht de door [slachtoffer 3] [slachtoffer 3] afgelegde verklaring geloofwaardig. Deze verklaring vindt ook steun in de verklaringen van Koenders en [getuige 2]. De rechtbank verwerpt de stelling van de verdediging dat aan de verklaring van [getuige 2] weinig waarde kan worden gehecht. Niet alleen is die verklaring gedetailleerd, maar zij vindt ook steun in verklaringen van [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3]. Bovendien maakt [getuige 2] juist een voorbehoud ten aanzien van haar mededeling over [betrokkene], terwijl ook geenszins is uit te sluiten dat [betrokkene] mogelijk met betrekking tot dit aspect niet naar waarheid verklaart.

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat de situatie van [slachtoffer 3], aan wie door verdachte onderdak en cocaïne werd verschaft, niet gelijk was aan de omstandigheden waarin een mondige Nederlandse prostituee pleegt te verkeren. Gelet op alle hiervoor verrnelde feiten en omstandigheden wordt het verweer van verdachte dat [slachtoffer 3] geen geld uit prostitutie aan hem afdroeg, verworpen.

De rechtbank acht niet bewezen dat sprake is geweest van dwang, geweld of bedreiging met geweld en zij zal verdachte daarvan vrijspreken.

Met betrekking tot parketnummer 01/885040-10

[slachtoffer 2][slachtoffer 2] heeft onder meer verklaard dat [slachtoffer 4] [slachtoffer 4]al voor de kerst 2009 bij verdachte is gaan wonen. Verder heeft zij het volgende verklaard. [slachtoffer 4] heeft geen eigen telefoonnummer. Verdachte heeft haar telefoon afgepakt. [slachtoffer 4] mag alleen met haar moeder praten. [slachtoffer 2] ging wel eens naar [slachtoffer 4] toe. Alleen als verdachte er niet was. Al vrij snel vertelde [slachtoffer 4] haar dat verdachte haar slaat en dat ze van hem in de prostitutie moet werken terwijl ze dat niet wil. [slachtoffer 4] vertelde ook tegen [slachtoffer 2] dat ze nooit geld ziet en dat verdachte daar drugs van haalt. Ook verteld [slachtoffer 4] tegen [slachtoffer 2] dat ze op de kamer moet blijven als verdachte weg is. [slachtoffer 2] heeft haar ook een keer gezien met een gat in haar hoofd. [slachtoffer 4] zei toen tegen haar dat verdachte kwaad was en haar sloeg, zodat ze met haar hoofd tegen een balk aan kwam.51

Bij de rechter-commissaris heeft [slachtoffer 2][slachtoffer 2] op 15 december 2010 verklaard dat zij weet dat verdachte [slachtoffer 4] heeft geslagen. [slachtoffer 4] heeft littekens op haar bil en op haar been.

[slachtoffer 4] [slachtoffer 4]heeft op 16 december 2010 bij de rechter-commissaris verklaard dat zij ongeveer 800 euro per maand verdiende met plasseks vanaf 10 december 2010. Het geld dat zij daarmee verdiende heeft ze aan verdachte afgestaan. Er waren momenten dat ze geen zin in plasseks had maar er geen boodschappen of eten in huis was. Verdachte zei dan, je kunt één klant doen. Het klopt dat als zij dat dan niet deed zij klappen kreeg. Zij bevestigt dat verdachte haar respectloos behandelde en dat zij op zolder moest blijven als verdachte wegging. Ook in een MSN-gesprek met [slachtoffer 2] heeft [slachtoffer 4] op 2 november 2010 bevestigd dat zij door verdachte werd geslagen als niet naar "de Edison" (prostitutieplek in Eindhoven, rb) wilde.52

[getuige 1] heeft verklaard dat hij verdachte en [slachtoffer 4] ooit heeft thuisgebracht op [adres] in Eindhoven. Daar stond al een klant te wachten. [getuige 1] zag toen dat de klant geld aan verdachte gaf en dat [slachtoffer 4] met de klant meeging.53

[getuige 4] heeft verklaard dat zij [slachtoffer 4] eind 2009 in contact heeft gebracht met verdachte. Vanaf dat moment is [slachtoffer 4] bij verdachte gebleven. Zij heeft [slachtoffer 4] nog gesproken en zag dat ze bloeduitstortingen op haar armen en een wond op haar hoofd had. [slachtoffer4] vetelde haar toen dat verdachte haar geslagen heeft. Ze vertelde dat ze geslagen was omdat ze weigerde te gaan werken.54

[getuige 2] heeft verklaard dat zij op de tippelzone in Eindhoven heeft gelopen, dat zij [slachtoffer 4] ook wel eens heeft gezien met een blauw oog en blauwe plekken op haar arm. [slachtoffer 4] zei tegen haar dat [verdachte] dat had gedaan. Het ging bij alle meisjes hetzelfde. Ze moesten voor [verdachte] werken en het geld aan hem afgeven. Sommigen van hen, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 4], zeiden tegen haar dat ze weg wilden bij [verdachte], maar het niet durfden.55

Verdachte heeft ter zitting van 14 januari 2011 verklaard dat hij [slachtoffer 4] verbood om de woning te verlaten als hij wegging. Hij stelt dat hij daarmee wilde verhinderen dat [slachtoffer 4] ging tippelen op [adres]. De rechtbank acht die verklaring echter niet geloofwaardig, aangezien niet aannemelijk is geworden dat verdachte daar daadwerkelijk problemen mee had. Integendeel om in de behoefte aan verdovende middelen te voorzien moesten er juist inkomsten uit seksuele handelingen verworven worden. Verder heeft verdachte ter zitting bekend dat hij [slachtoffer 4] meermalen had geslagen en dat zij daardoor letsel heeft opgelopen.

De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging dat plasseks niet valt onder seksuele handelingen als bedoeld in art. 273f -van het Wetboek van Strafrecht. Het betreft een intieme handeling, waaraan sommige personen bevrediging van hun seksuele behoeften ontlenen.

Ten aanzien van feit 1 en 2:

De rechtbank verstaat onder het brengen van klanten naar verdachtes huis ook het regelen van afspraken met klanten die de meisjes vervolgens bij verdachte thuis bezochten of daar ophaalden voor seks.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

01/889106-10

1.

op tijdstippen in de periode van 27 augustus 2007 tot en met 30 augustus 2009 te

Eindhoven en Waalwijk en Utrecht,

[slachtoffer 1] door geweld, door dreiging met geweld, door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen dan wel bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten, te weten het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling

en

[slachtoffer 1] door geweld, door dreiging met geweld, door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen dan wel bewogen hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van [slachtoffer 1] met of voor een derde,

Immers heeft hij, verdachte in voornoemde periode:

-een liefdesrelatie onderhouden met voornoemde [slachtoffer 1] en

- voornoemde [slachtoffer 1] onderdak verschaft en

- voornoemde [slachtoffer 1] bewogen in de prostitutie te werken en

- voornoemde [slachtoffer 1] cocaïne geleverd en voornoemde [slachtoffer 1]

afhankelijk gehouden van cocaïne en

- voornoemde [slachtoffer 1] geslagen en

- voornoemde [slachtoffer 1] meermalen naar een prostitutieplek vervoerd

en klanten naar het huis van hem, verdachte, gebracht en

- de werkzaamheden van die [slachtoffer 1] gecontroleerd, haar

verdiensten uit haar prostitutiewerkzaamheden gecontroleerd en

- die [slachtoffer 1] bewogen haar verdiensten uit de prostitutie aan hem af te staan/af te dragen;

2.

op tijdstippen in de periode van 1 mei 2009 tot en met 31 juli 2009 te Eindhoven en Waalwijk en Utrecht,

[slachtoffer 2] door misleiding, door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten, te weten het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling

en

[slachtoffer 2] door misleiding, door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft bewogen

hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen

van [slachtoffer 2] met of voor een derde,

Immers heeft hij, verdachte, in voornoemde periode:

- voornoemde[slachtoffer 2] onderdak verschaft en

- voornoemde[slachtoffer 2] bewogen in de prostitutie te werken en

- tegen voornoemde[slachtoffer 2] gezegd dat het geld gespaard zou worden en

- voornoemde[slachtoffer 2] cocaïne geleverd en voornoemde[slachtoffer 2] afhankelijk

gehouden van cocaïne en

- voornoemde[slachtoffer 2] meermalen naar een prostitutieplek vervoerd en

klanten naar het huis van hem, verdachte, gebracht en

- die[slachtoffer 2] bewogen (een groot deel van) haar verdiensten uit de

prostitutie aan hem af te staan/af te dragen;

3.

op tijdstippen in de periode van 1 juli 2009 tot en met 25 november 2009 te Eindhoven en Waalwijk,

[slachtoffer 3] door misbruik van een kwetsbare positie heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten, te weten het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling

en

[slachtoffer 3] door misbruik van een kwetsbare positie heeft bewogen hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van [slachtoffer 3] met of voor een derde,

Immers heeft hij, verdachte, in voornoemde periode:

- voornoemde [slachtoffer 3] onderdak verschaft en

- voornoemde [slachtoffer 3] bewogen in de prostitutie te werken en

- voornoemde [slachtoffer 3] cocaïne geleverd en voornoemde [slachtoffer 3]

afhankelijk gehouden van cocaïne en

- voornoemde [slachtoffer 3] naar een prostitutieplek vervoerd en

- die [slachtoffer 3] bewogen haar verdiensten uit de prostitutie aan hem af te staan/af te dragen;

01/885040-10

1.

op tijdstippen in de periode van 10 december 2009 tot en met 13 juli 2010 te Eindhoven

[slachtoffer 4]door geweld, door dreiging met geweld en door andere feitelijkheden, heeft gedwongen dan wel bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten, te weten het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen

betaling

en

[slachtoffer 4]door geweld, door dreiging met geweld en door andere feitelijkheden, heeft gedwongen dan wel bewogen hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van [slachtoffer 4]met of voor een derde,

Immers heeft hij, verdachte in voornoemde periode:

- een liefdesrelatie onderhouden met voornoemde [slachtoffer 4]en

- voornoemde [slachtoffer 4]onderdak verschaft en

- voornoemde [slachtoffer 4]in een sociaal isolement gebracht en

- voornoemde [slachtoffer 4]cocaïne geleverd en

- voornoemde [slachtoffer 4]verzocht/bewogen in de prostitutie te werken en

- voornoemde [slachtoffer 4]geslagen en

- die [slachtoffer 4]bewogen (een groot deel van) haar verdiensten uit de

prostitutie aan hem af te staan/af te dragen.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

Een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren met aftrek van voorarrest.

Toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] tot een bedrag van 6000 euro, met oplegging van de maatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

Toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] tot een bedrag van 9000 euro (materiële schade) en 2000 euro (immateriële schade), met oplegging van de maatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

De officier van justitie maakt kenbaar voornemens te zijn een ontnemingsvordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig te maken.

De officier van justitie heeft aangevoerd dat verdachte groot leed heeft berokkend aan de slachtoffers. De slachtoffers zijn uitgebuit zodat verdachte in zijn forse cocaïneverslaving kon voorzien, zonder daarvoor te hoeven werken. Het uitbuiten van een vrouw in de prostitutie is een mensonterend misdrijf. Verdachte heeft inbreuk gemaakt op de menselijke waardigheid van vier kwetsbare slachtoffers. Het gaat bovendien om een pleegperiode van 3 jaar. De officier van justitie verwijst naar de nieuwe richtlijn voor strafvordering mensenhandel. Ten voordele van verdachte houdt de officier van justitie er rekening mee dat een deel van de feiten is gepleegd vóór 1 juli 2009, het moment waarop het strafmaximum voor enkelvoudige mensenhandel is verhoogd van 6 tot 8 jaar. De richtlijn is mede gebaseerd op die wetswijziging,

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging voert aan dat bij verdachte het oogmerk van uitbuiting nimmer voorop heeft gestaan. Verdachte is nooit actief op zoek gegaan naar slachtoffers voor mensenhandel. Hij heeft geprobeerd om behulpzaam te zijn en heeft in dat kader onderdak verschaft aan mensen die ook verslaafd waren. Een aantal slachtoffers werkte al in de prostitutie voordat verdachte ze leerde kennen. De slachtoffers verrichtten de seksuele handeling vrijwillig met het oogmerk om in het gezamenlijke levensonderhoud en drugsbehoefte te voorzien.

Verdachte wil zo snel mogelijk een kappersopleiding volgen en trouwen met [slachtoffer 4].

Er is geen sprake van relevante recidive. Een deels voorwaardelijke gevangenisstraf is daarom passend.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Ten aanzien van de aard van het bewezenverklaarde merkt de rechtbank het volgende op. Mensenhandel in de zin van seksuele uitbuiting maakt een grove inbreuk op de menselijke waardigheid en integriteit van de slachtoffers. Verdachte wordt veroordeeld voor het uitbuiten van vier vrouwen die allen in een afhankelijke positie verkeerden. Schrijnend is de langdurige uitbuiting van [slachtoffer 1] [slachtoffer 1], die op 17 jarige leeftijd en na langdurig verblijf in jeugdinrichtingen, verliefd werd op verdachte. Zij is gedurende 2 jaar seksueel uitgebuit door verdachte. In die relatie heeft verdachte, evenals in de relatie met [slachtoffer 4] [slachtoffer 4]niet teruggedeinsd voor het gebruik van geweld en dreiging met geweld jegens deze jonge slachtoffers om hen te dwingen tot seksuele handelingen met derden gedurende een lange periode enkel om te voorzien in zijn behoefte aan cocaïne. Dit geweld en de wijze waarop hij met name [slachtoffer 1] (zij was als het ware zijn slaafje, zie de getuigenverklaring van [getuige 1]) en [slachtoffer 4] [slachtoffer 4] (zij werd door hem feitelijk in een thuis- isolement geplaatst) verder heeft behandeld zijn in strijd met de menselijke waardigheid van deze jonge vrouwen. De rechtbank rekent het verdachte voorts ernstig aan dat hij vanaf eind augustus 2007 tot aan zijn aanhouding vrijwel voortdurend voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4].

De rechtbank is dan ook van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden. Zij acht de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf dan ook een passende straf voor de bewezenverklaarde feiten.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2].

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, materiële schadevergoeding, tot een bedrag van 5300 euro.

De rechtbank gaat daarbij uit van een periode van 60 dagen, gedurende welke [slachtoffer 2][slachtoffer 2] gemiddeld drie klanten per dag heeft gehad en deze gemiddeld vijftig euro betaalden (60 x 3 x €50,-). Daarop brengt zij een bedrag van vijftig euro per dag in mindering omdat[slachtoffer 2] zelf ook een deel van de cocaïne gebruikte. Volgens verdachte kocht hij de cocaïne ruim onder de gewone prijs.

Verder brengt de rechtbank aan kost en inwoning € 350,- per maand in mindering. Daarbij heeft zij gelet op de door verdachte zelf genoemde woonkosten van € 150,- per maand voor een extra inwoner en de verklaringen waaruit blijkt dat aan voedingsmiddelen weinig geld werd besteed. Het voorgaande resulteert in een bedrag van (60 x 3 x € 50,-) - (60 x € 50,-) - (2 x € 350,-) = € 5300,-.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren in het overige deel van de vordering, omdat de rechtbank van oordeel is dat behandeling van dat deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

De benadeelde partij kan deze onderdelen van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3].

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, de volgende onderdelen van de vordering te weten immateriële schadevergoeding tot een bedrag van 2000 euro en materiële schadevergoeding tot een bedrag van 7950 euro vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Bij de begroting van de door [slachtoffer 3] geleden materiële schade hanteert de rechtbank dezelfde uitgangspunten als hiervoor genoemd. Zij gaat daarbij uit van een periode van 90 dagen. Dat resulteert in een bedrag van (90 x 3 x € 50,-) - (90 x € 50,-) - 3 x € 350,-) =

€ 7950,-

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren in het overige

deel van de vordering, omdat de rechtbank van oordeel is dat behandeling van dat deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

De benadeelde partij kan deze onderdelen van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 24c, 27, 36f, 57, 273f.

DE UITSPRAAK

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. 01/889106-10 feit 1:

mensenhandel, meermalen gepleegd

T.a.v. 01/889106-10 feit 2:

mensenhandel, meermalen gepleegd

T.a.v. 01/889106-10 feit 3:

mensenhandel, meermalen gepleegd

T.a.v. 01/885040-10:

mensenhandel, meermalen gepleegd

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf en maatregel.

T.a.v. 01/889106-10 feit 1, feit 2, feit 3, 01/885040-10:

Gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27

Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. 01/889106-10 feit 2:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 5300,00 subsidiair 61 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten

behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] van een bedrag van EUR 5300,-

(zegge: vijfduizenddriehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te

vervangen door 61 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit materiële

schadevergoeding.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde

betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte

mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] ,

van een bedrag van EUR 5300,- (zegge: vijfduizenddriehonderd euro), zijnde een

materiële schadevergoeding.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot heden

begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet

ontvankelijk is.

Verdachte is van schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor

zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot

vergoeding van deze schade.

T.a.v. 01/889106-10 feit 3:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 9950,00 subsidiair 84 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten

behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3] van een bedrag van EUR 9950,-

(zegge: negenduizendnegenhonderdenvijftig euro), bij gebreke van betaling en

verhaal te vervangen door 84 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag

van EUR 2000,- immateriële schadevergoeding en materiële schadevergoeding tot

een bedrag van 7950,- EUR.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde

betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van

het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte

mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] ,

van een bedrag van EUR 9950,- (zegge: negenduizendnegenhonderdenvijftig euro),

te weten EUR 2000,- immateriële schadevergoeding en materiële schadevergoeding

tot een bedrag van 7950,- EUR.

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de

datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot heden

begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet

ontvankelijk is.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor

zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot

vergoeding van deze schade.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. P.P.M. Rousseau, voorzitter,

mr. J.F.M. Pols en mr. S. van Lokven, leden,

in tegenwoordigheid van L.D. Wittenberg, griffier,

en is uitgesproken op 28 januari 2011.

1 Zie GBA-uitdraai p. 69 Eindproces-verbaal van politie-onderzoek Westfaler van de Gezamenlijke Recherche Eindhoven, Regiopolitie Brabant Zuid-Oost, dossiernummer 2009196688 (hierna: eindpv).

2 Zie verklaring A (moeder van [slachtoffer 1]), p. 104 eindpv en verklaring [slachtoffer 1] d.d. 14 oktober 2010, opgenomen in proces-verbaal benadeelde opgemaakt op 19 oktober 2010 onder nr. PL 2233 2009196688-42, blad 2.

3 Zie verklaring [slachtoffer 1] d.d. 14 oktober 2010, opgenomen in proces-verbaal benadeelde opgemaakt op 19 oktober 2010 onder nr. PL 2233 2009196688-42, blad 2

4 Zie verklaring [slachtoffer 1] zoals gerelateerd in het proces-verbaal van bevindingen p. 73 eindpv.

5 Zie verklaring [betrokkene], p. 135 eindpv.

6 Verklaringen verdachte, p. 143 eindpv en ter terechtzitting van 24 januari 2010.

7 Verhoor [slachtoffer 1] bij de rechter-commissaris d.d. 15 december 2010.

8 Zie onder meer proces-verbaal van bevindingen, eindpv p. 73-74; proces-verbaal verhoor benadeelde, eindpv p. 86; proces-verbaal verhoor benadeelde 14 oktober 2010 (PL 2233 2009196688-42), blad 1 t/m 5.

9 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2]eindpv. p. 112 en 212

10 Proces-verbaal van aangifte, eindpv. p. 196.

11 Proces-verbaal van aagifte, eindpv p. 198.

12 Proces-verbaal van aangifte, eindpv p. 195.

13 Proces-verbaal van aangifte, eindpv. p. 202-203

14 Proces-verbaal verhoor getuige, eindpv. p. 110.

15 Proces-verbaal verhoor getuige, eindpv. P. 111.

16 Proces-verbaal verhoor getuige, eindpv. P. 112.

17 Proces-verbaal verhoor (verdachte), eindpv. P 125.

18 Proces-verbaal verhoor (verdachte), eindpv. P 126

19 Proces-verbaal verhoor getuige, eindpv. p. 139-140

20 Proces-verbaal verhoor getuige, eindpv. P. 288-289

21 Proces-verbaal verhoor getuige, eindpv. P. 291

22 Processen-verbaal van bevindingen, eindpv p. 159-165

23 Proces-verbaal van aangifte, eindpv. P. 183-214.

24 Proces-verbaal van aangifte, eindpv. P. 192.

25 De verklaring van [slachtoffer 2] d.d. 15 december bij de rechter-commissaris (laatste pagina) en het proces-verbaal van aangifte, eindpv. p 198 (hier zegt [slachtoffer 2] dat het tippelen een week, hooguit 2 weken nadat zij er woonde begon).

26 Proces-verbaal van aangifte, eindpv. P. 195.

27 Proces-verbaal van aangifte, eindpv. P. 198.

28 Proces-verbaal van aangifte, eindpv. P. 194

29 Proces-verbaal van aangifte, eindpv. P. 200.

30 Proces-verbaal van aangifte, eindpv. P. 202.

31 Proces-verbaal van aangifte, eindpv. P 202-203

32 Proces-verbaal van aangifte, eindv. P. 212

33 Proces-verbaal van verhoor, eindpv. P. 111

34 Proces-verbaal van verhoor, eindpv. P. 112

35 Proces-verbaal van verhoor, eindpv. P. 215-217

36 Proces-verbaal verhoor getuige, eindpv. P. 139-140

37 Proces-verbaal verhoor getuige, eindpv. P.139.

38 Proces-verbaal verhoor getuige, eindpv. P. 140.

39 Proces-verbaal van aangifte, eindpv. P 235.

40 Proces-verbaal van aangifte, eindpv. P. 236.

41 Proces-verbaal van aangifte, eindpv. P. 236.

42 Proces-verbaal van aangifte, eindpv. P. 237

43 Proces/verbaal van aangifte, eindpv. P.237. De rechtbank merkt op dat het "rippen" van een klant geen seksuele handeling is.

De seksuele handelingen volgden pas na dit incident.

44 Proces-verbaal van aangifte, eindpv. P. 240.

45 Proces-verbaal van aangifte, eindpv. P. 241.

46 Proces-verbaal van aangifte, eindpv. P. 242.

47 Proces/verbaal van aangifte, eindpv. P. 245.

48 Proces-verbaal verhoor getuige, eindpv. P. 139-140

49 Proces-verbaal verhoor getuige, eindpv. P.139.

50 Proces-verbaal verhoor getuige, eindpv. P.140

51 Proces-verbaal van aangifte, eindpv. P. 210-211.

52 Bijlage bij het proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 16 december 2010

53 Proces-verbaal verhoor getuige, eindpv. P. 110.

54 Proces-verbaal verhoor getuige, eindpv. P. 290

55 Proces-verbaal verhoor getuige, eindpv p. 139-140.