Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2011:BP1957

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
26-01-2011
Datum publicatie
26-01-2011
Zaaknummer
01/840610-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Schuldigverklaring zonder oplegging van straf voor de subsidiair tenlastegelegde overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

De verwijtbare handeling van verdachte is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende voor een bewezenverklaring van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, zodat verdachte van het primair tenlastegelegde (overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994) wordt vrijgesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/840610-10

Datum uitspraak: 26 januari 2011

Vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1938,

wonende te [woonplaats], [adres].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 12 januari 2011.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 26 oktober 2010.

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 12 januari 2011 is gewijzigd is aan verdachte tenlastegelegd dat:

1.

zij op of omstreeks 14 december 2009 te 's-Hertogenbosch, althans in

Nederland, als bestuurder van een personenauto rijdende over de weg(en),

Treurenburg en/of Sluisweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar

schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk

geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend te handelen

als volgt:

verdachte heeft bij het naderen en/of oprijden van de rotonde gelegen op of

aan de weg(en) Treurenburg en/of de Sluisweg haar snelheid niet (voldoende)

aangepast en/of te veel aan de linkerzijde van de weg gereden en/of heeft vervolgens met een van haar wiel(en) de/een rand van de

rotonde geraakt en/of heeft vervolgens niet voortdurend de genoegzame controle

over haar auto behouden en/of heeft vervolgens het gaspedaal ingetrapt,

althans ingedrukt en/of is vervolgens (met aanmerkelijke snelheid) het naast

de rotonde gelegen Truckerscafé Treurenburg binnengereden,

waardoor, althans mede waardoor, een (al dan niet directe) botsing en/of

aanrijding is ontstaan tussen die door verdachte bestuurde personenauto en/of

zich in het café bevindende personen

en/of door welke botsing en/of aanrijding:

- [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel, of zodanig lichamelijk letsel dat

daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale

bezigheden is ontstaan, werd toegebracht, te weten kneuzingen rondom zijn

middel, een gekneusde rechterschouder en/of twee scheurtjes in zijn buikwand;

en/of

- [slachtoffer 2] zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte

of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd

toegebracht, te weten kneuzingen aan de rechterzijde van het lichaam;

en/of

- [slachtoffer 3] zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of

verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd

toegebracht, te weten een hersenschudding.

[artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994]

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

zij op of omstreeks 14 december 2009 te 's-Hertogenbosch, althans in

Nederland, als bestuurder van een personenauto daarmee rijdende op de weg,

Treurenburg en/of Sluisweg, heeft gehandeld als volgt:

verdachte heeft bij het naderen en/of oprijden van de rotonde gelegen op of

aan de weg(en) Treurenburg en/of de Sluisweg haar snelheid niet (voldoende)

aangepast en/of te veel aan de linkerzijde van de weg gereden en/of heeft vervolgens met een van haar wiel(en) de/een rand van de rotonde geraakt en/of heeft vervolgens niet voortdurend de genoegzame controle over haar auto behouden en/of heeft vervolgens het gaspedaal ingetrapt, althans ingedrukt en/of is vervolgens (met aanmerkelijke snelheid) het naast de rotonde gelegen Truckerscafé Treurenburg binnengereden, door welke

gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon

worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon

worden gehinderd;

[artikel 5 Wegenverkeerswet 1994]

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Inleiding.

Op 14 december 2009 rijdt verdachte als bestuurder van een personenauto richting de rotonde gelegen aan de Treurenburg te 's-Hertogenbosch komende vanaf Hedel. Verdachte is voornemens om driekwart rond te rijden en de rotonde ter hoogte van de Sluisweg te verlaten. Terwijl zij zich nog op de rotonde bevindt - vlak voor de afslag richting de Sluisweg - raakt zij met haar wielen de binnenrand van de rotonde en verliest de controle over haar auto. In een schrikreactie trapt verdachte op het gaspedaal in plaats van op de rem als gevolg waarvan ze belandt op de weghelft van de Sluisweg die is bestemd voor verkeer uit de tegengestelde richting en vervolgens met aanzienlijke snelheid botst tegen de pui van het ongeveer 50 meter verderop gelegen Chauffeurscafé Restaurant Treurenburg. 1Als gevolg van deze botsing hebben onder meer [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3], die zich ten tijde van het ongeval in het café bevonden, lichamelijk letsel opgelopen.2

De bewijsbeslissing (t.a.v. het primair tenlastegelegde feit).

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie concludeert tot bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde feit. De officier van justitie voert hiertoe aan dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden door te veel aan de linkerzijde van de weg/rotonde te rijden, waardoor zij de rand van de rotonde heeft geraakt, de controle over de auto heeft verloren en als reactie daarop het gaspedaal heeft ingetrapt in plaats van te remmen. Vervolgens heeft verdachte het gaspedaal niet losgelaten en ook niet tijdig bijgestuurd. Door dit rijgedrag heeft verdachte een verkeersongeval veroorzaakt ten gevolge waarvan [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] zodanig lichamelijk letsel hebben opgelopen dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging stelt zich op het standpunt dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde feit omdat niet is gebleken dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden. De raadsman heeft hiertoe aangevoerd dat verdachte slechts een verkeersfout heeft gemaakt door als gevolg van een schrikreactie op het gaspedaal te trappen in plaats van op de rem. De afstand tot het café was vervolgens te kort om adequaat te kunnen reageren en tijdig bij te sturen.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij beantwoording van de vraag of verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gehandeld en dat er aldus sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, dient gekeken te worden naar het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Uit de ernst van de gevolgen van het verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer kan niet reeds worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 is pas sprake in het geval van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid.

De rechtbank dient dus na te gaan of er sprake was van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Vast staat dat verdachte met de wielen van haar auto de verhoging aan de binnenzijde van de rotonde heeft geraakt. De oorzaak is onbekend. Verdachte heeft op dat moment in ieder geval een fout gemaakt, want een bestuurder dient op de weg te blijven en niet op de verhoging van de rotonde te geraken. Deze fout levert echter op zichzelf nog geen aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid op. Verdachte is daardoor de controle over haar voertuig kwijtgeraakt. In een schrikreactie heeft zij op het gaspedaal in plaats van op het rempedaal geduwd en zij is met aanzienlijke snelheid tegen de pui van het café gebotst. De rechtbank merkt op dat het tijdsbestek waarin een en ander heeft plaatsgevonden heel erg kort moet zijn geweest, gelet op de snelheid waarmee verdachte op zijn minst heeft gereden en de afstand tussen de rotonde en het café. Het ging om een tijdsbestek van enkele seconden. Verdachte heeft in dat korte tijdsbestek van schrik verkeerd gereageerd. De rechtbank concludeert uit deze feiten en omstandigheden dat verdachte weliswaar verwijtbaar heeft gehandeld, maar dat haar gedrag niet zodanig is geweest, dat geoordeeld moet worden dat zij aanmerkelijk onvoorzichtig of onoplettend heeft gereden in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Daarbij merkt de rechtbank nog op dat schuld in de zin van dat artikel niet kan worden gelijkgesteld met de uitleg van het begrip schuld in het normale spraakgebruik.

De verwijtbare handeling van verdachte is naar het oordeel van de rechtbank dus onvoldoende voor een bewezenverklaring van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, zodat de verdachte van het primair tenlastegelegde behoort te worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan (t.a.v. het subsidiair tenlastegelegde feit).

Het standpunt van de verdediging.

Volgens de raadsman heeft verdachte één verkeersfout gemaakt die geen schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 oplevert, maar wel tot bewezenverklaring van het subsidiair tenlastegelegde kan leiden.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte door te handelen zoals onder het kopje "Inleiding" is overwogen verwijtbaar gevaar en hinder op de weg heeft veroorzaakt. De rechtbank acht daarom het subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

Subsidiair:

op 14 december 2009 te 's-Hertogenbosch, als bestuurder van een personenauto daarmee rijdende op de weg, Treurenburg en Sluisweg, heeft gehandeld als volgt: verdachte heeft te veel aan de linkerzijde van de weg gereden en heeft vervolgens met een van haar wielen de rand van de rotonde geraakt en bij het naderen en/of oprijden van de de Sluisweg haar snelheid niet (voldoende) aangepast en vervolgens niet voortdurend de genoegzame controle over haar auto behouden en heeft vervolgens het gaspedaal ingetrapt, althans ingedrukt en is vervolgens het naast de rotonde gelegen Truckerscafé Treurenburg binnengereden, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, en het verkeer op die weg kon worden gehinderd.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te hare laste bewezen is verklaard.

Oplegging van straf

De eis van de officier van justitie.

Ten aanzien van het primair tenlastegelegde:

* een geldboete groot € 1000,-, subsidiair 20 dagen hechtenis;

* een voorwaardelijk ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 1 jaar.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

Gelet op de bepleite vrijspraak voor het primair tenlastegelegde verzoekt de raadsman een aanzienlijke matiging van de straf. Hij voert daartoe aan dat verdachte ook zelf is getroffen door het feit omdat ze financiële schade heeft en het contact met haar dochter aanzienlijk is verminderd omdat ze geen auto meer heeft. De verdediging verzoekt de rechtbank om een eventuele geldboete voorwaardelijk op te leggen gelet op de financiële situatie van verdachte, maar ook gelet op de voortreffelijke manier waarop verdachte is omgegaan met de slachtoffers. Volgens de raadsman zou een schuldigverklaring zonder oplegging van straf onder de gegeven omstandigheden het meest passend zijn.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over een eventuele straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Door een verkeersfout van verdachte heeft een ongeval plaatsgevonden waarbij meerdere personen gewond zijn geraakt. Bij de meeste slachtoffers is het letsel beperkt gebleven, maar de slachtoffers [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] hebben gedurende langere tijd de gevolgen ondervonden van het bij het ongeval opgelopen letsel. Café Treurenburg heeft zijn deuren enige tijd moeten sluiten om de schade die verdachte met haar auto aan het pand heeft veroorzaakt te herstellen.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank meegewogen dat verdachte zelf ook letsel heeft opgelopen en, mede gelet op haar beperkte inkomen, financieel is getroffen door het ongeval omdat zij van de door de verzekering uitgekeerde dagwaarde van de auto geen nieuwe kan kopen. Voorts is verdachte ondanks haar jarenlange verkeersdeelname als bestuurder van een auto nooit eerder vanwege een (verkeers)delict met justitie in aanraking geweest. Tot slot acht de rechtbank het van belang dat verdachte al het mogelijke heeft gedaan om haar medeleven aan de slachtoffers te betuigen en meermalen - telefonisch en schriftelijk - spijt aan hen heeft betuigd, welke houding door verschillende slachtoffers uitdrukkelijk is gewaardeerd.

Alles afwegende acht de rechtbank de oplegging van straf niet opportuun, omdat zij van oordeel is dat hiermee in casu geen strafdoel is gediend. Noch vanuit het oogpunt van vergelding, noch vanuit het oogpunt van preventie heeft een straf naar haar oordeel in deze zaak toegevoegde waarde. De rechtbank zal verdachte dan ook met toepassing van het bepaalde in artikel 9a Sr. schuldig verklaren zonder oplegging van een straf.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen

Wetboek van strafrecht art. 9a

Wegenverkeerswet 1994 art. 5

DE UITSPRAAK

De rechtbank spreekt verdachte vrij van het primair tenlastegelegde en verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt haar ook daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de overtreding:

subsidiair:

overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994

De rechtbank verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

BESLISSING:

* Schuldigverklaring zonder oplegging van straf

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.F.M. Pols, voorzitter,

mr. H.M.H. de Koning en mr. M.M.J. Nuijten, leden,

in tegenwoordigheid van mr. J. van Meurs, griffier,

en is uitgesproken op 26 januari 2011.

1 proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 12 januari 2011, verklaring van verdachte;

p. 30 en p. 41 e.v. van het eind proces-verbaal van de politie Brabant-Noord, district Meijerij, team Den Bosch Noord-West, opgemaakt en ondertekend d.d. 21 juli 2010 aantal doorgenummerde pagina's 74 (hierna te noemen 'eind-pv')

2 p. 16-17 eind-pv inhoudende het proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 1], p. 18 eind-pv inhoudende het proces-verbaal van verhoor [getuige] p. 26-27 eind-pv inhoudende het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 2] en het aanvullend proces-verbaal van bevindingen opgemaakt en ondertekend d.d. 7 januari 2011, onder meer inhoudende een proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1] d.d. 7 januari 2011