Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2011:BP1514

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
19-01-2011
Datum publicatie
20-01-2011
Zaaknummer
01/993216-09
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2012:BY7461, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medeplegen van ambtelijke corruptie (vragen en aannemen van giften) door een niet-ambtenaar. Dagvaarding partieel nietig wegens innerlijke tegenstrijdigheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM, zetelend te 's-Hertogenbosch

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/993216-09

Datum uitspraak: 19 januari 2011

Verkort vonnis van de rechtbank Rotterdam, zetelend te ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[Verdachte]

geboren te [geboorteplaats] [geboortedatum] 1976,

wonende te [woonplaats], [adres].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 14 juni 2010, 8 december 2010 en 5 januari 2011.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 14 september 2010.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

I

zij op meerdere, althans een, tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de

periode van 01 januari 2005 tot en met 27 januari 2009 te Voerendaal en/of

Maastricht en/of Meerssen, in elk geval in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander als ambtenaar (in de functie van medewerker technisch

beheer wegen bij Provinciale Wegen) van de provincie Limburg,

(om) (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) en/of (een) dienst(en),

te weten

- schilderwerkzaamheden aan/in haar, verdachtes, woning en/of

- (een) rolluik(en) en/of (een) hor(ren) en/of (een) screen(s) en/of een

overkapping en/of een sectionaaldeur (inclusief plaatsing) en/of

- een dakkapel (inclusief plaatsing) en/of

- een aanrechtblad (inclusief plaatsing) en/of

- een airconditioningsinstallatie (inclusief plaatsing) en/of

- meerdere, althans een, contant(e) geldbedrag(en) en/of

- (aanleg)werkzaamheden van/in een tuin behorende bij haar, verdachtes, woning

en/of

- een kraam-/babyborrel bij [naam restaurant],

althans enige gift en/of belofte en/of dienst,

verleend en/of aangeboden en/of gedaan door [medeverdachte 1] (in zijn hoedanigheid

van projectleider bij [bedrijf 1]) en/of [medeverdachte 2] (in zijn

hoedanigheid van projectleider bij [bedrijf 1]) en/of [medeverdachte 3] (in zijn hoedanigheid van projectleider of regiomanager bij [bedrijf 1] en/of [medeverdachte 4] (in zijn hoedanigheid van directeur van

[bedrijf 1]) en/of (een) andere medewerker(s) van [bedrijf 1] en/of (namens) [bedrijf 1]

A. heeft aangenomen terwijl zij, verdachte,

(telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze/die gift(en) en/of

belofte(n) en/of dienst(en) haar en/of haar mededader(s) werd(en) gedaan

teneinde haar en/of haar mededader(s) te bewegen om in strijd met

zijn/haar/hun plicht in zijn/haar/hun bediening iets te doen of na te laten

(sub 1) en/of

(telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze/die gift(en) en/of

belofte(n) en/of dienst(en) haar en/of haar mededader(s) werd(en) gedaan

tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door haar en/of haar mededader(s) in

strijd met zijn/haar/hun plicht in zijn/haar/hun huidige en/of vroegere

bediening is gedaan of nagelaten (sub 2)

en/of

B. heeft gevraagd

(telkens) teneinde haar, verdachte, en/of haar mededader(s) te bewegen om in

strijd met zijn/haar/hun plicht in zijn/haar/hun bediening iets te doen of na

te laten (sub 3) en/of

(telkens) tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door haar, verdachte,

en/of haar mededader(s) in strijd met zijn/haar/hun plicht, in zijn/ huidige

en/of vroegere bediening is gedaan of nagelaten (sub 4)

te weten het (telkens)

- (anders dan om zakelijke redenen) begunstigen van [bedrijf 1]

en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4]

en/of (een) andere medewerker(s) van [bedrijf 1] en/of

- verstrekken/ delen van geheime en/of vertrouwelijke en/of

interne/provinciale en/of niet-openbare en/of concurrentie gevoelige

informatie aan/met [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of

[medeverdachte 4] en/of (een) andere medewerker(s) van [bedrijf 1]

en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) ten gunste van [bedrijf 1]

en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4]

en/of (een) andere medewerker(s) van [bedrijf 1] verstrekken van

(eenzijdige) informatie ten behoeve van besluitvormingsprocedures (binnen de

provincie Limburg) en/of

-(anders dan om zakelijke redenen) (adviseren tot) verstrekken en/of gunnen

van werken en/of opdrachten en/of projecten aan [bedrijf 1] en/of

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of

(een) andere medewerker(s) van [bedrijf 1] en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) goedkeuren van en/of opdracht geven tot

het doen van meerwerk en/of verrichten van aanvullende werkzaamheden door/aan

[bedrijf 1] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of (een) andere medewerker(s) van [bedrijf 1] en/of

- verschaffen van informatie voor het opstellen van een of meerdere fictieve

offerte(s) en/of het (vervolgens) verstrekken van een of meerdere fictieve

opdracht(en) aan [bedrijf 1] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]

en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of (een) andere medewerkers(s) van

[bedrijf 1];

(artikel 363 Wetboek van Strafrecht)

en/of

II

zij op meerdere, althans een, tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode

van 01 januari 2005 tot en met 27 januari 2009 te Voerendaal en/of Maastricht

en/of Meerssen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een

ander als ambtenaar (in de functie van medewerker technisch beheer wegen bij

Provinciale Wegen) van de provincie Limburg,

(om) (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) en/of (een) dienst(en),

te weten

- schilderwerkzaamheden aan/in zijn, verdachtes, woning en/of

- (een) rolluik(en) en/of (een) hor(ren) en/of (een) screen(s) en/of een

overkapping en/of een sectionaaldeur (inclusief plaatsing) en/of

- een dakkapel (inclusief plaatsing) en/of

- een aanrechtblad (inclusief plaatsing) en/of

- een airconditioningsinstallatie (inclusief plaatsing) en/of

- meerdere, althans een, contant(e) geldbedrag(en) en/of

- aanleg(werkzaamheden) van/in een tuin behorende bij zijn, verdachtes, woning

en/of

- een kraam-/babyborrel bij [naam restaurant],

althans enige gift en/of belofte en/of dienst,

verleend en/of aangeboden en/of gedaan door [medeverdachte 1] (in zijn hoedanigheid

van projectleider bij [bedrijf 1]) en/of [medeverdachte 2] (in zijn

hoedanigheid van projectleider bij [bedrijf 1]) en/of [medeverdachte 3] (in zijn hoedanigheid van projectleider of regiomanager bij [bedrijf 1] en/of [medeverdachte 4] (in zijn hoedanigheid van directeur van

[bedrijf 1]) en/of (een) andere medewerker(s) [bedrijf 1] en/of (namens) [bedrijf 1]

A. heeft aangenomen terwijl zij, verdachte,

(telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze/die gift(en) en/of

belofte(n) en/of dienst(en) hem werd(en) gedaan teneinde hem te bewegen om,

zonder daardoor in strijd met haar en/of haar mededader(s) plicht te handelen,

in zijn/haar/hun bediening iets te doen of na te laten (sub 1) en/of

(telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze/die gift(en) en/of

belofte(n) en/of dienst(en) haar en/of haar mededader(s) werd(en) gedaan

tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door haar, zonder daardoor in strijd

met zijn/haar/hun plicht te handelen, in zijn/haar/hun huidige en/of vroegere

bediening is gedaan of nagelaten (sub 2)

en/of

B. heeft gevraagd

(telkens) teneinde haar, verdachte, en/of haar mededader(s) te bewegen om,

zonder daardoor in strijd met zijn/haar/hun plicht te handelen, in

zijn/haar/hun bediening iets te doen of na te laten (sub 3) en/of

(telkens) tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door haar, verdachte,

en/of haar mededader(s) zonder daardoor in strijd met zijn/haar/hun plicht te

handelen, in zijn/haar/hun huidige en/of vroegere bediening is gedaan of

nagelaten (sub 4)

te weten het (telkens)

- (anders dan om zakelijke redenen) begunstigen van [bedrijf 1]

en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4]

en/of (een) andere medewerker(s) van [bedrijf 1] en/of

-(anders dan om zakelijke redenen) verstrekken/ delen van interne/provinciale

informatie aan/met [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of

[medeverdachte 4] en/of (een) andere medewerker(s) van [bedrijf 1]

en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) ten gunste van [bedrijf 1]

en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4]

en/of (een) andere medewerker(s) van [bedrijf 1] verstrekken van

(eenzijdige) informatie ten behoeve van besluitvormingsprocedures (binnen de

provincie Limburg) en/of

-(anders dan om zakelijke redenen) (adviseren tot) verstrekken en/of gunnen

van werken en/of opdrachten en/of projecten aan [bedrijf 1] en/of

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of

(een) andere medewerker(s) van [bedrijf 1] en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) goedkeuren van en/of opdracht geven tot

het doen van meerwerk en/of verrichten van aanvullende werkzaamheden door/aan

[bedrijf 1] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of (een) andere medewerker(s) van [bedrijf];

(artikel 362 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

I

[medeverdachte 5] op meerdere, althans een, tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks

de periode van 01 januari 2005 tot en met 27 januari 2009 te Voerendaal en/of

Maastricht en/of Meerssen, in elk geval in Nederland, als ambtenaar (in de

functie van medewerker technisch beheer wegen bij Provinciale Wegen) van de

provincie Limburg

(om) (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) en/of (een) dienst(en),

te weten

- schilderwerkzaamheden aan/in zijn, verdachtes, woning en/of

- (een) rolluik(en) en/of (een) hor(ren) en/of (een) screen(s) en/of een

overkapping en/of een sectionaaldeur (inclusief plaatsing) en/of

- een dakkapel (inclusief plaatsing) en/of

- een aanrechtblad (inclusief plaatsing) en/of

- een airconditioningsinstallatie (inclusief plaatsing) en/of

- meerdere, althans een, contant(e) geldbedrag(en) en/of

- (aanleg)werkzaamheden van/in een tuin behorende bij zijn, verdachtes, woning

en/of

- een kraam-/babyborrel bij [naam restaurant],

althans enige gift en/of belofte en/of dienst,

verleend en/of aangeboden en/of gedaan door [medeverdachte 1] (in zijn hoedanigheid

van projectleider bij [bedrijf 1]) en/of [medeverdachte 2] (in zijn

hoedanigheid van projectleider bij [bedrijf 1]) en/of [medeverdachte 3] (in zijn hoedanigheid van projectleider of regiomanager bij [bedrijf 1] en/of [medeverdachte 4] (in zijn hoedanigheid van directeur van

[bedrijf 1]) en/of (een) andere medewerker(s) van [bedrijf 1] en/of (namens) [bedrijf 1]

A. heeft aangenomen terwijl hij, verdachte,

(telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze/die gift(en) en/of

belofte(n) en/of dienst(en) hem werd(en) gedaan teneinde hem te bewegen om in

strijd met zijn plicht in zijn bediening iets te doen of na te laten (sub 1)

en/of

(telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze/die gift(en) en/of

belofte(n) en/of dienst(en) hem werd(en) gedaan tengevolge of naar aanleiding

van hetgeen door hem in strijd met zijn plicht in zijn huidige en/of vroegere

bediening is gedaan of nagelaten (sub 2)

en/of

B. heeft gevraagd

(telkens) teneinde hem, verdachte, te bewegen om in strijd met zijn plicht in

zijn bediening iets te doen of na te laten (sub 3) en/of

(telkens) tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem, verdachte, in

strijd met zijn plicht, in zijn huidige en/of vroegere bediening is gedaan of

nagelaten (sub 4)

te weten het (telkens)

- (anders dan om zakelijke redenen) begunstigen van [bedrijf 1]

en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4]

en/of (een) andere medewerker(s) van [bedrijf 1] en/of

- verstrekken/ delen van geheime en/of vertrouwelijke en/of

interne/provinciale en/of niet-openbare en/of concurrentie gevoelige

informatie aan/met [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of

[medeverdachte 4] en/of (een) andere medewerker(s) van [bedrijf 1]

en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) ten gunste van [bedrijf 1]

en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4]

en/of (een) andere medewerker(s) van [bedrijf 1] verstrekken van

(eenzijdige) informatie ten behoeve van besluitvormingsprocedures (binnen de

provincie Limburg) en/of

-(anders dan om zakelijke redenen) (adviseren tot) verstrekken en/of gunnen

van werken en/of opdrachten en/of projecten aan [bedrijf 1] en/of

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of

(een) andere medewerker(s) van [bedrijf 1] en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) goedkeuren van en/of opdracht geven tot

het doen van meerwerk en/of verrichten van aanvullende werkzaamheden door/aan

[bedrijf 1] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of (een) andere medewerker(s) van [bedrijf 1] en/of

- verschaffen van informatie voor het opstellen van een of meerdere fictieve

offerte(s) en/of het (vervolgens) verstrekken van een of meerdere fictieve

opdracht(en) aan [bedrijf 1] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]

en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of (een) andere medewerkers(s) van

[bedrijf 1]

bij het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, toen daar (telkens)

opzettelijk behulpzaam is geweest door meermalen, althans eenmaal,

- opdrachten te geven tot en/of afspraken te maken over de uitvoering van

voornoemde schilderwerkzaamheden en/of (vervolgens) toe te zien op de

uitvoering van die schilderwerkzaamheden en/of

- voornoemde (een) rolluik(en) en/of (een) hor(ren) en/of (een) screen(s)

en/of een overkapping en/of een sectionaaldeur uit te zoeken en/of te

bestellen en/of (vervolgens) toe te zien op de plaatsing van die/dat

rolluik(en) en/of hor(ren) en/of screen(s) en/of overkapping en/of een

sectionaaldeur en/of

- opdracht te geven tot en/of afspraken te maken over de plaatsing van

voornoemde dakkapel en/of (vervolgens) toe te zien op de uitvoering van de

plaatsing van die dakkapel en/of

- opdracht te geven tot en/of afspraken te maken over de plaatsing van

voornoemd aanrechtblad en/of (vervolgens) toe te zien op de plaatsing van dat

aanrechtblad en/of

- voornoemde airconditioningsinstallatie uit te zoeken en/of te bestellen

en/of (vervolgens) toe te zien op de plaatsing van die

airconditioningsinstallatie en/of

- opdrachten te geven tot en/of afspraken te maken over de uitvoering van

voornoemde (aanleg)werkzaamheden van/aan een tuin behorende bij haar,

verdachtes, woning en/of (vervolgens) toe te zien op de uitvoering van die

(aanleg)werkzaamheden en/of

- het reserveren van een zaal/ruimte bij [naam restaurant] ten

behoeve van voornoemde kraam-/babyborrel en/of afspraken te maken over deze

kraam-/babyborrel;

(artikel 363 jo 48 Wetboek van Strafrecht)

en/of

II

[medeverdachte 5] op meerdere, althans een, tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks

de periode van 01 januari 2005 tot en met 27 januari 2009 te Voerendaal en/of

Maastricht en/of Meerssen, in elk geval in Nederland, als ambtenaar (in de

functie van medewerker technisch beheer wegen bij Provinciale Wegen) van de

provincie Limburg

(om) (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) en/of (een) dienst(en),

te weten

- schilderwerkzaamheden aan/in zijn, verdachtes, woning en/of

- (een) rolluik(en) en/of (een) hor(ren) en/of (een) screen(s) en/of een

overkapping en/of een sectionaaldeur (inclusief plaatsing) en/of

- een dakkapel (inclusief plaatsing) en/of

- een aanrechtblad (inclusief plaatsing) en/of

- een airconditioningsinstallatie (inclusief plaatsing) en/of

- meerdere, althans een, contant(e) geldbedrag(en) en/of

- aanleg(werkzaamheden) van/in een tuin behorende bij zijn, verdachtes, woning

en/of

- een kraam-/babyborrel bij [naam restaurant],

althans enige gift en/of belofte en/of dienst,

verleend en/of aangeboden en/of gedaan door [medeverdachte 1] (in zijn hoedanigheid

van projectleider bij [bedrijf 1]) en/of [medeverdachte 2] (in zijn

hoedanigheid van projectleider bij [bedrijf 1]) en/of [medeverdachte 3] (in zijn hoedanigheid van projectleider of regiomanager bij [bedrijf 1] en/of [medeverdachte 4] (in zijn hoedanigheid van directeur van

[bedrijf 1]) en/of (een) andere medewerker(s) van [bedrijf 1] en/of (namens) [bedrijf 1]

A. heeft aangenomen terwijl hij, verdachte,

(telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze/die gift(en) en/of

belofte(n) en/of dienst(en) hem werd(en) gedaan teneinde hem te bewegen om,

zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, in zijn bediening iets

te doen of na te laten (sub 1) en/of

(telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze/die gift(en) en/of

belofte(n) en/of dienst(en) hem werd(en) gedaan tengevolge of naar aanleiding

van hetgeen door hem, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen,

in zijn huidige en/of vroegere bediening is gedaan of nagelaten (sub 2)

en/of

B. heeft gevraagd

(telkens) teneinde hem, verdachte, te bewegen om, zonder daardoor in strijd

met zijn plicht te handelen, in zijn bediening iets te doen of na te laten

(sub 3) en/of

(telkens) tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem, verdachte,

zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, in zijn huidige en/of

vroegere bediening is gedaan of nagelaten (sub 4)

te weten het (telkens)

- (anders dan om zakelijke redenen) begunstigen van [bedrijf 1]

en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4]

en/of (een) andere medewerker(s) van [bedrijf 1] en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) verstrekken/ delen van interne/provinciale

informatie aan/met [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of

[medeverdachte 4] en/of (een) andere medewerker(s) van [bedrijf 1]

en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) ten gunste van [bedrijf 1]

en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4]

en/of (een) andere medewerker(s) van [bedrijf 1] verstrekken van

(eenzijdige) informatie ten behoeve van besluitvormingsprocedures (binnen de

provincie Limburg) en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) (adviseren tot) verstrekken en/of gunnen

van werken en/of opdrachten en/of projecten aan [bedrijf 1] en/of

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of

(een) andere medewerker(s) van [bedrijf 1] en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) goedkeuren van en/of opdracht geven tot

het doen van meerwerk en/of verrichten van aanvullende werkzaamheden door/aan

[bedrijf 1] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of (een) andere medewerker(s) van [bedrijf 1]

bij het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, toen daar (telkens)

opzettelijk behulpzaam is geweest door meermalen, althans eenmaal,

- opdrachten te geven tot en/of afspraken te maken over de uitvoering van

voornoemde schilderwerkzaamheden en/of (vervolgens) toe te zien op de

uitvoering van die schilderwerkzaamheden en/of

- voornoemde (een) rolluik(en) en/of (een) hor(ren) en/of (een) screen(s)

en/of een overkapping en/of een sectionaaldeur uit te zoeken en/of te

bestellen en/of (vervolgens) toe te zien op de plaatsing van die/dat

rolluik(en) en/of hor(ren) en/of screen(s) en/of overkapping en/of een

sectionaaldeur en/of

- opdracht te geven tot en/of afspraken te maken over de plaatsing van

voornoemde dakkapel en/of (vervolgens) toe te zien op de uitvoering van de

plaatsing van die dakkapel en/of

- opdracht te geven tot en/of afspraken te maken over de plaatsing van

voornoemd aanrechtblad en/of (vervolgens) toe te zien op de plaatsing van dat

aanrechtblad en/of

- voornoemde airconditioningsinstallatie uit te zoeken en/of te bestellen

en/of (vervolgens) toe te zien op de plaatsing van die

airconditioningsinstallatie en/of

- opdrachten te geven tot en/of afspraken te maken over de uitvoering van

voornoemde (aanleg)werkzaamheden van/aan een tuin behorende bij haar,

verdachtes, woning en/of (vervolgens) toe te zien op de uitvoering van die

(aanleg)werkzaamheden en/of

- het reserveren van een zaal/ruimte bij [naam restaurant] ten

behoeve van voornoemde kraam-/babyborrel en/of afspraken te maken over deze

kraam-/babyborrel;

(artikel 362 jo 48 Wetboek van Strafrecht)

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2005

tot en met 27 januari 2009 te Voerendaal, in elk geval in Nederland,

- een of meer rolluik(en) en/of een of meer hor(ren) en/of een of meer

screen(s) en/of een overkapping en/of een sectionaaldeur en/of

- een dakkapel en/of

- een aanrechtblad en/of

- een airconditioningsinstallatie en/of

- een of meer (contante) geldbedrag(en)

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl

zij, verdachte, ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van

die/dat

- rolluik(en) en/of hor(ren) en/of screen(s) en/of overkapping en/of

sectionaaldeur en/of

- dakkapel en/of

- aanrechtblad en/of

- airconditioningsinstallatie en/of

- (contante) geldbedrag(en)

wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf

verkregen goed(eren) betrof;

(artikel 416/417bis Wetboek van Strafecht)

De geldigheid van de dagvaarding.

De rechtbank overweegt ambtshalve als volgt.

In de tenlastelegging wordt onder II (primair en subsidiair) aan verdachte in de vorm van medeplegen dan wel medeplichtigheid verweten dat haar echtgenoot, medeverdachte [medeverdachte 5], zich als ambtenaar heeft laten omkopen, waarbij het oogmerk van de omkoper gericht was op handelingen van voornoemde [medeverdachte 5] die niet in strijd zijn met zijn ambtsplicht. In de tenlastelegging zijn de door de omkoper beoogde handelingen van [medeverdachte 5] vervolgens nader uitgewerkt. Naar het oordeel van de rechtbank leveren de in deze nadere uitwerking omschreven feitelijke gedragingen echter steeds strijd met de ambtsplicht op. Met name de zinsnede ‘anders dan om zakelijke redenen’ impliceert naar het oordeel van de rechtbank steeds een handelen van de ambtenaar (in casu [medeverdachte 5]) dat in strijd is met de op hem rustende plicht om belanghebbenden op gelijke voet en zonder onderscheid te behandelen. Dit maakt de tenlastelegging onder II (primiar en subsidiair) innerlijk tegenstrijdig. Het is immers onmogelijk om beoogd handelen dat niet in strijd is met de ambtsplicht nader te omschrijven door middel van feitelijke gedragingen die per definitie hiermee wél in strijd zijn. Gelet op het vorenstaande verklaart de rechtbank de dagvaarding nietig voor zover het betreft het onder II (primair en subsidiair) tenlastegelegde.

Voor het overige voldoet de dagvaarding aan alle wettelijke eisen en is derhalve geldig.

De overige formele voorvragen.

De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in haar vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht bewezen dat verdachte alle in de tenlastelegging genoemde giften samen met haar echtgenoot heeft aangenomen, wetende dat deze werden gedaan met het oogmerk haar echtgenoot te bewegen om in strijd met zijn plicht in zijn bediening handelingen te verrichten ten gunste van [bedrijf 1].

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman van verdachte heeft de rechtbank ter terechtzitting verzocht om zijn cliënte

vrij te spreken ten aanzien van al hetgeen aan haar ten laste is gelegd, waarbij de raadsman aangeeft dat de beweerdelijke giften weliswaar zijn ontvangen, maar dat verdachte voor deze diensten betaald heeft minus de in rekening gebrachte BTW.

[medeverdachte 5] heeft hiervoor, aldus de raadsman, geen tegenprestaties geleverd.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank overweegt ten aanzien van dit verweer als volgt.

Verdachte heeft ten overstaan van de Rijksrecherche met geen woord gerept over het vermeende BTW-voordeel, medeverdachte [medeverdachte 5] heeft in geen enkel tapgesprek richting zijn gesprekspartner (zijnde een medewerker van [bedrijf 1]) gesproken over het BTW-voordeel en verdachte komt pas ter terechtzitting met dit verhaal.

De rechtbank acht het verweer van verdachte, dat zij en haar echtgenoot, medeverdachte [medeverdachte 5] alle hierna te noemen giften contant hebben betaald minus de in rekening gebrachte BTW ongeloofwaardig. Het verweer wordt derhalve verworpen.

De rechtbank acht, op grond van de verklaring van verdachte ter zitting, bewezen dat alle hierna te noemen giften door haar en/of haar echtgenoot aan een medewerker van [bedrijf 1] zijn gevraagd en vervolgens van een medewerker van [bedrijf 1] zijn aangenomen.

Voorts overweegt de rechtbank ambtshalve dat medeplegen nauwe en bewuste samenwerking vereist. Dit houdt in dat de medeplegers willens en wetens, dus met opzet, samenwerken tot het verrichten van de strafbare gedraging. Niet nodig is dat alle medeplegers de uitvoeringshandeling(en) mede verrichten.

Voor het medeplegen van een kwaliteitsdelict als artikel 363 van het Wetboek van Strafrecht is niet vereist dat alle medeplegers in het bezit zijn van de vereiste kwaliteit. Voldoende is dat één van hen de kwaliteit bezit en dat de ander daar weet van heeft of althans bewust de kans daarop aanvaardt (HR 21 juni 1926, NJ 1926, p. 955 en HR 10 april 1973, NJ 1973, 468 en HR 28 februari 2006, LJN AU9096).

De Hoge Raad heeft bepaald (30 mei 2008, NJ 2008, 318) dat onder “wetende dat” ook het zogenaamde voorwaardelijk opzet is begrepen.

De wetsgeschiedenis geeft geen aanleiding daarover ten aanzien van de artikelen 362 en 363 van het Wetboek van Straf anders te oordelen.

Voldoende is derhalve dat de (mede)verdachte redelijkerwijs heeft moeten begrijpen dat de gift niet belangeloos is gedaan. De (mede)verdachte had bij enig nadenken kunnen vermoeden dat de gift hem/haar (mede) werd gedaan met het doel de ambtenaar gunstig te stemmen en de ambtenaar te bewegen om – in strijd met zijn plicht – te handelen.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte actief betrokken is geweest bij het aanvaarden van de hierna bewezen verklaarde giften dan wel het verdoezelen van de herkomst van een bepaalde gift (o.a. de verklaring van verdachte ter zitting d.d. 8 december 2010, de verklaring van [getuige 1], (p. 030410), de verklaring van [getuige 2] (p. 030673) en de verklaring van [getuige 3] (p. 031912)).

Gezien de voor de medewerker(s) van [bedrijf 1] kenbare positie van verdachte [medeverdachte 5] binnen de Provincie Limburg en de aard en de omvang van de giften, acht de rechtbank tevens bewezen dat bij de respectievelijke medewerkers van [bedrijf 1] het oogmerk aanwezig was om deze [medeverdachte 5] door middel van de betreffende giften te bewegen in zijn bediening iets te doen.

De rechtbank is voorts van oordeel dat verdachte moet hebben beseft, dat de giften, die zij en haar echtgenoot, medeverdachte [medeverdachte 5], van wie zij weet dat hij ambtenaar is bij de Provincie Limburg belast met het onderhoud en de aanleg van provinciale wegen, van [bedrijf 1] - een wegenbouwer - hebben aanvaard en waarvoor zij niet hebben hoeven te betalen, niet vrijblijvend aan hen zijn geschonken. De rechtbank is van oordeel dat verdachte, door te handelen als hierboven beschreven, het voorwaardelijk opzet heeft gehad op het handelen door haar echtgenoot in strijd met zijn ambtsplicht, te weten het anders dan om zakelijke redenen begunstigen van [bedrijf 1], in de tenlastelegging genoemd onder het eerste gedachtestreepje.

Gezien het feit dat een direct verband tussen de afzonderlijke giften en bepaalde concrete 'tegenprestaties' vaak niet is vast te stellen, acht de rechtbank niet bewezen dat het oogmerk van de gevers op het moment dat de giften werden gedaan al specifiek gericht was op de in de tenlastelegging onder de tweede en volgende gedachtestreepjes genoemde feitelijke handelingen.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, in de zin van medeplegen, giften van (medewerkers van) [bedrijf 1] heeft gevraagd en aangenomen, wetende dat deze haar en [medeverdachte 5] werden gedaan met het oogmerk [medeverdachte 5] te bewegen om in strijd met zijn ambtsplicht [bedrijf 1] te begunstigen.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

Primair:

I

in de periode van 01 januari 2005 tot en met 27 januari 2009 in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander, als ambtenaar in de functie van medewerker technisch beheer wegen bij Provinciale Wegen van de provincie Limburg

giften,

te weten

- schilderwerkzaamheden aan/in haar, verdachtes, woning en

- rolluiken en horren en screens en een overkapping en een sectionaaldeur inclusief plaatsing en

- een dakkapel inclusief plaatsing en

- een aanrechtblad inclusief plaatsing en

- een airconditioningsinstallatie inclusief plaatsing en

- aanleg(werkzaamheden) van/in een tuin behorende bij haar, verdachtes, woning

en

- een kraam-/babyborrel bij [naam restaurant],

gedaan door medewerkers van [bedrijf 1]

B. heeft gevraagd

en

A. heeft aangenomen

terwijl zij, verdachte,

telkens wist dat deze giften haar en haar mededader werden gedaan

teneinde haar mededader te bewegen om in strijd met zijn plicht in zijn bediening iets te

doen

te weten het

- anders dan om zakelijke redenen begunstigen van [bedrijf 1]

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te harer laste bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

Bewezenverklaring van hetgeen onder primair en I ten laste is gelegd.

Een werkstraf voor de duur van 240 uur, te vervangen door 120 dagen hechtenis, met aftrek overeenkomstig het gestelde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

De officier van justitie maakt kenbaar voornemens te zijn een vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig te maken.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straffen die aan verdachte dienen te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op:

a. de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan,

b. de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Het aannemen van steekpenningen door ambtenaren is een ernstig delict. Het bevoordelen van [bedrijf 1] heeft andere aannemers benadeeld en de overheid geld gekost door het uitschakelen van normale concurrentie. Integriteit van ambtenaren behoort tot de fundamenten van de rechtsstaat. Het maatschappelijk belang van een onkreukbare overheid is groot. De leden van de samenleving moeten er zonder meer op kunnen vertrouwen dat ambtenaren hun positie niet misbruiken ten behoeve van hun privé-belang. Verdachte heeft, als echtgenote van ambtenaar en medeverdachte [medeverdachte 5], door zelf actief betrokken te zijn geweest bij het vragen/ontvangen van de giften, voor lief genomen dat haar man voornoemd vertrouwen zou beschamen.

Tegen personen die op deze wijze opzettelijk en voor eigen gewin het vertrouwen in de overheid schaden, moet dan ook doeltreffend en passend strafrechtelijk worden opgetreden.

Met betrekking tot de op te leggen gevangenisstraf zal de rechtbank bepalen dat die straf niet zal worden tenuitvoergelegd mits verdachte zich tot het einde van de hierna vast te stellen proeftijd aan de voorwaarde houdt dat zij zich niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken. De rechtbank wil met een en ander enerzijds de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 9, 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 47, 57, 363.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Verklaart de dagvaarding nietig, voor zover het betreft het onder II (primair en subsidiair) tenlastegelegde.

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt haar daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. primair, I:

medeplegen van als ambtenaar een gift vragen teneinde hem te bewegen om, in

strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen, meermalen gepleegd

en

medeplegen van als ambtenaar een gift aannemen, wetende dat deze hem gedaan

wordt teneinde hem te bewegen om, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening

iets te doen, meermalen gepleegd

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straffen.

T.a.v. primair:

Werkstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank waardeert een in verzekering doorgebrachte dag op 2 uur te verrichten arbeid.

T.a.v. primair:

Gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.W.H. Renneberg, voorzitter,

mr. S.J.O. de Vries en mr. S.J.W. Hermans, leden,

in tegenwoordigheid van mr. P. van Etteger-Lubbers en mr. C.A.M. Cox-Wentholt, griffiers,

en is uitgesproken op 19 januari 2011.