Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2011:BP1443

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
03-01-2011
Datum publicatie
20-01-2011
Zaaknummer
01/839003-09
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ5768, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zelfgemaakte GHB in wijnflessen gedaan en in een voorraadkast gezet. Zijn vrouw heeft tijdens een feestje per ongeluk van deze GHB gedronken en is ten gevolge daarvan overleden.

Vrijspraak van doodslag. Geen opzet danwel voorwaardelijk opzet op het doden van het slachtoffer.

Verdachte heeft door zijn handelen wel een onaanvaardbaar risico genomen en heeft in sterke mate onzorgvuldig gehandeld.

Bewezenverklaring van aanmerkelijk onvoorzichtig handelen door verdachte, waardoor het aan zijn schuld te wijten is dat het slachtoffer zodanig letsel heeft bekomen dat zij aan de gevolgen daarvan is overleden (art. 307 Sr.).

Schuldigverklaring zonder oplegging van straf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/839003-09

Datum uitspraak: 03 januari 2011

Vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955,

wonende te [woonplaats, adres]

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 20 december 2010.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 26 november 2010.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2008 tot en met 1 januari 2009 te Soerendonk, gemeente Cranendonck, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd,

immers heeft verdachte met dat opzet toen en/of daar

-GHB (gammahydroxyboterzuur) althans een zure vloeistof, gemaakt en/of (vervolgens)

-die GHB, althans die zure vloeistof in een (ongemarkeerde) (wijn)fles gedaan en/of

(vervolgens)

-die (wijn)fles in een voorraadkast gezet en/of laten staan en/of (vervolgens)

-is op of omstreeks 31 december 2008, tijdens een feest/bijeenkomst in zijn woning, door

verdachte (min of meer) ongecontroleerde toegang verschaft tot de drank(voorraad),

tengevolge waarvan die GHB, althans zure vloeistof, (als zijnde witte wijn) in een glas is geschonken en/of waarna [slachtoffer 1] die GHB, althans die zure vloeistof heeft gedronken, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] (op 4 januari 2009) is overleden;

(artikel 287 van het Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2008 tot en met 1 januari 2009 teSoerendonk, gemeente Cranendonck, roekeloos en/of grovelijk, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onachtzaam en/of nalatig en/of onoplettend en/of onnadenkend heeft gehandeld als volgt:

-GHB (gammahydroxyboterzuur) althans een zure vloeistof, gemaakt en/of (vervolgens)

-die GHB, althans die zure vloeistof in een (ongemarkeerde) (wijn)fles gedaan en/of

(vervolgens)

-die (wijn)fles in een voorraadkast gezet en/of laten staan en/of (vervolgens)

-is op of omstreeks 31 december 2008, tijdens een feest/bijeenkomst in zijn woning, door

verdachte (min of meer) ongecontroleerde toegang verschaft tot de drank(voorraad),

tengevolge waarvan die GHB, althans zure vloeistof, (als zijnde witte wijn) in een glas is

geschonken en/of waarna [slachtoffer 1] die GHB, althans die zure vloeistof heeft

gedronken,

waardoor, althans mede waardoor het aan zijn schuld te wijten is dat [slachtoffer 1] zodanig letsel heeft bekomen, dat deze aan de gevolgen daarvan (op 4 januari 2009) is overleden;.

(artikel 307 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op of omstreeks 1 juli 2008 tot en met 1 januari 2009 te Soerendonk, gemeente Cranendonck, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of vervaardigd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, hoeveelheden, althans een hoeveelheid 4-hydroxyboterzuur, zijnde 4-hydroxyboterzuur een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet; [artikel 3 Opiumwet]

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan.

I.Vaststaande feiten.

I.1 Inleiding.

In de nacht van 31 december 2008 op 1 januari 2009 vindt er een feestje plaats in de woning

van verdachte en zijn vrouw [slachtoffer 1] in Soerendonk. Op 1 januari 2009 rond 05:00 uur wordt [slachtoffer] onwel en raakt buiten bewustzijn. [slachtoffer] wordt kort daarop afgevoerd naar het Maxima Medisch Centrum (MMC) locatie Veldhoven.1 Op 4 januari 2009 rond 23:05 komt [slachtoffer] te overlijden.2,3,4,5

I.2 De doodsoorzaak.

Internist-intensivist [intensivist] van het MMC signaleert bij [slachtoffer] intoxicatie van onder meer GHB en concludeert dat er sprake is van een niet natuurlijke dood.6

Tijdens de schouw van het stoffelijk overschot van [slachtoffer] op 5 januari 2010 worden diverse lichaamsvloeistoffen afgenomen en in buisjes geplaatst ten behoeve van de sectie op het lichaam door het NFI.7

Op 6 januari 2009 verricht dr. R. Visser (arts-patholoog van het NFI) sectie op het lichaam. In zijn voorlopige bevindingen concludeert Visser dat er geen anatomische doodsoorzaak is gebleken.8,9

Toxicoloog dr. K.J. Lusthof heeft eerder genoemde buisjes met lichaamsvloeistoffen onderzocht. Dit onderzoek heeft in het plasma van [slachtoffer] onder meer alcohol en een zeer hoge concentratie GHB aangetoond. De inname van enkel de alcohol kan niet dodelijk zijn geweest. De inname van de GHB (al dan niet in combinatie met alcohol) kan de dood

echter wel verklaren. Rapporteur relateert in dit verband: 'een concentratie GHB zoals

aangetroffen is volgens de bij ons beschikbare informatie nooit bij levenden gevonden'.10

De eindconclusie van patholoog dr. R. Visser is dat het intreden van de dood van [slachtoffer]

op basis van de resultaten van de sectie en het toxicologisch onderzoek wordt verklaard

door een zeer hoge concentratie GHB, al dan niet in combinatie met alcohol.11

I.3 Inhoud onderzochte wijnflessen.

[getuige 1] en [getuige 2] waren aanwezig op genoemd feestje. Zij zijn achter de ambulance met daarin [slachtoffer] aangereden en hebben op het MMC een groenkleurige wijnfles (witte wijn) met kurkdop afkomstig uit de woning van verdachte voor onderzoek afgeleverd.12,13

[verbalisant 1] treft 1 januari 2009 in de voorraadkast in de woning van verdachte

een groene wijnfles aan met een wit etiket met daarop groene druiven en inhoudende een doorschijnende vloeistof. De fles stond rechts langs het achteraan gelegen wijnrek op de onderste plank.14

De in het MMC afgeleverde wijnfles is soortgelijk aan de in de voorraadkast in de woning van verdachte aangetroffen wijnfles, met uitzondering van de sluiting. De in het MMC afgeleverde fles is namelijk voorzien van een kurk en de fles uit de woning van verdachte heeft een schroefdop. Eerstgenoemde fles bevat circa 2 cc kleurloze vloeistof en laatst-genoemde fles bevat circa 100 cc kleurloze vloeistof.15 De inhoud van beide flessen

reageert positief op de aanwezigheid van GHB (4-hydroxyboterzuur).16,17

Beide flessen zijn voorzien van een etiket met de tekst: 'Bonne selection vin de pays des cotes de Gascogne'.18,19 Uit beide flessen is een monster genomen en voor onderzoek verzonden aan het NFI.20 Uit dit onderzoek is gebleken dat beide monsters GHB (4-hydroxyboterzuur) bevatten.21

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht niet bewezen dat verdachte het (voorwaardelijk) opzet op de dood van [slachtoffer] heeft gehad. De officier van justitie acht op gronden zoals verwoord in haar schriftelijke requisitoir wel wettig en overtuigend bewezen dat het aan verdachtes schuld te wijten is dat [slachtoffer] is komen te overlijden en dat zijn handelen als roekeloos kan worden aangemerkt. In de kern genomen heeft verdachte een heel gevaarlijke situatie in het leven geroepen en in stand gehouden. Hij heeft GHB gemaakt en op verdekte wijze in de kelderkast gezet, zonder te voorkomen dat deze voor gewone wijn werd aangezien en zonder iemand te waarschuwen, dit terwijl hij kort voor de fatale vergissing nog over zelfgemaakte GHB heeft gesproken.

Het standpunt van de verdediging.

t.a.v. feit 1:

Volgens de raadsvrouwe is het op gronden zoals verwoord in haar pleitnota technisch onmogelijk dat [slachtoffer] is komen te overlijden door inname van de door verdachte zelfgemaakte, 'mislukte' GHB. Immers, indien zij daarvan wél had gedronken dan had

zij net als [persoon 1] -door de hoge zuurgraad- een verbrande slokdarm opgelopen

moeten hebben en daarvan is niets gebleken. Hierbij is van belang dat [persoon 1] slechts een slokje heeft ingenomen van de 'mislukte' GHB en uit het toxicologisch onderzoek blijkt

dat [slachtoffer], omgerekend, twee volle wijnglazen van de haar fataal geworden substantie heeft ingenomen. Uit de hoge concentratie GHB, gevonden in het lichaam van [slachtoffer]

volgt dat zij die fatale GHB eerder op de avond, op een andere wijze dan uit de fles 'mislukte' GHB en aldus afkomstig van iemand anders dan verdachte, moet hebben ingenomen. In dit verband verdient opmerking dat uit de verklaring van [getuige 2] volgt dat hij die bewuste avond GHB bij zich had en hiervan samen met [getuige 3] heeft gebruikt. Een alternatieve toedracht valt daarom niet uit te sluiten. Aldus dient vrijspraak te volgen. Daarbij valt volgens de raadsvrouwe ook overigens niet te bewijzen dat verdachte (voorwaardelijk) opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd. Hij heeft dat gevolg immers niet gewild. Evenmin volgt uit de bewijsmiddelen dat er sprake is van schuld

in de zin van artikel 307 Sr. Immers, verdachte heeft de flessen 'mislukte' GHB op zodanige wijze in de voorraadkast opgeborgen dat niemand die per ongeluk zou kunnen pakken. De flessen waren helemaal uit zicht.

t.a.v. feit 2:

Vrijspraak dient te volgen omdat er sprake is van onbruikbare GHB.

Het oordeel van de rechtbank.

Zoals hiervoor reeds is vast komen te staan is [slachtoffer] overleden als gevolg van -kort gezegd- een overdosis GHB.

Herkomst fatale dosis GHB.

De eerste vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of de fatale dosis GHB afkomstig is geweest uit de in het MMC afgeleverde wijnfles met kurkdop. Voor de beantwoording van deze vraag acht de rechtbank de navolgende verklaringen van doorslaggevend belang.

[getuige 4] staat omstreeks 5 uur met [slachtoffer 1] aan de hangtafel in de woonkamer. [slachtoffer 1] begint vervolgens te gillen nadat zij een slok uit haar wijnglas heeft genomen. [slachtoffer 1] roept: 'Dit is geen witte wijn.' [getuige 4] pakt het glas waaruit

[slachtoffer 1] heeft gedronken en ziet daarin een doorzichtige, stroperige vloeistof. De

substantie ruikt muf. Kort daarop ziet zij verdachte met een groene wijnfles in zijn

handen. Verdachte kijkt hierbij naar het etiket. Hierna ziet [getuige 4] verdachte

de inhoud van de fles in de gootsteen leeggooien. 22

[getuige 2] hoort omstreeks 5 uur dat [slachtoffer 1] iets verkeerds had gedronken. Iemand wijst daarbij in de richting van een groene wijnfles waar witte wijn in hoorde te zitten en die op de hangtafel in woonkamer staat. [getuige 2] nipt wat van de inhoud uit die fles en proeft een hele vieze zure smaak. Hij ziet vervolgens [persoon 1] van de inhoud van diezelfde fles proeven. Zij trekt een vies gezicht. [getuige 2] ziet kort hierop verdachte de inhoud van de bewuste fles in de gootsteen van het aanrecht in de keuken gieten. [getuige 2] heeft de fles samen met [getuige 1] naar het ziekenhuis gebracht. Hij hoort bij terugkomst dat [persoon 1] onwel was geworden en dat zij had overgegeven. Zij had last van een branderig gevoel in de keel en slokdarm. Zij is ook naar het ziekenhuis gebracht.23

[getuige 3] hoort [slachtoffer 1] omstreeks 5 uur in paniek zeggen: 'Dit is geen witte wijn' en ziet [slachtoffer 1] een glas in haar hand hebben en vervolgens in paniek naar het toilet rennen. [getuige 3] ziet [getuige 2] en [persoon 1] met een groene wijnfles. [getuige 2] nipt wat van de vloeistof uit de fles en [persoon 1] neemt een slok daarvan. [getuige 3] zegt tegen verdachte dat 'die fles' mee moet naar het ziekenhuis. Zij ziet verdachte met een groene wijnfles voor witte wijn in zijn hand. [getuige 3] doelt met 'die fles' op de wijnfles waaruit het spul is gekomen. De groene wijnfles stond op de statafel in de woonkamer. Zij heeft deze fles daar zien staan direct nadat [slachtoffer 1] zei dat het geen witte wijn was. Zij bedoelt met 'die fles' dus de fles die op de hangtafel stond. Op deze tafel stonden geen soortgelijke flessen.24

[persoon 1] hoort [slachtoffer 1] op enig moment, zij denkt omstreeks 04:30 uur, gillen en onder meer roepen: 'Het is geen witte wijn.' [persoon 1] ziet [getuige 2] met de fles in zijn handen en hoort hem zeggen 'Ik denk dat zij dit heeft gedronken.' Zij ziet [getuige 2] aan de inhoud van fles nippen en ziet hem een zuur gezicht trekken en hoort hem zeggen: 'Bah, wat zuur'. Vervolgens neemt zij zelf een flinke slok van de inhoud van die lichtgroene wijnfles met etiket. Het heeft een vieze smaak. Zij krijgt een branderig gevoel in haar mond. [persoon 1] ziet verdachte de fles pakken waarvan zij had gedronken en ziet hem die fles leeggooien in de gootsteen. [getuige 2] en [getuige 1] hebben de fles in het ziekenhuis afgeleverd. [persoon 1] voelt zich onwel worden en is naar het ziekenhuis gebracht.25

[getuige 1] hoort omstreeks 5 uur paniek ontstaan en ziet [slachtoffer 1] in de toiletruimte braken. Kort daarop ziet hij verdachte in de keuken staan met een groene glazen wijnfles voor witte wijn in de handen en ziet hem het etiket bestuderen. [getuige 1] heeft de bewuste fles samen met [getuige 2] naar het ziekenhuis gebracht.26

[persoon 2] is met [persoon 1] naar het ziekenhuis gegaan en verneemt dat zij een zuur binnen heeft gekregen.27

Uit de verklaring die verdachte ten overstaan van de rechter-commissaris heeft afgelegd

volgt dat de fles die hij aan het leeggieten was dezelfde fles betreft als de fles die in het ziekenhuis is afgeleverd.28 Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij ergens in juli/augustus 2008 en oktober 2008 GHB heeft gemaakt waarvan de PH-waarde (zuurgraad) niet in orde bleek te zijn. Hij heeft de substanties in twee identieke wijnflessen van 'de Gascogne' met schroefdop gegoten en heeft de flessen in de voorraadkast geplaatst.

Verdachte heeft met zijn vinger genipt in het glas dat [slachtoffer 1] na het onwel worden op het aanrecht heeft geplaatst. Verdachte proefde ervan en constateerde dat het

zuur was. De schroefdop van de fles die verdachte kort na het onwel worden van Prinsen grotendeels leeg heeft gegoten, is voordat deze in het ziekenhuis werd afgeleverd, vervangen door een kurk.29

De rechtbank concludeert op grond van de voorgaande verklaringen, in onderling verband en samenhang met elkander beschouwd alsmede met hiervoor onder I.3 vermelde bewijs-middelen, dat de voor [slachtoffer] noodlottig geworden dosis GHB afkomstig is geweest uit de in het MMC afgeleverde wijnfles met kurkafsluiting met het etiket 'Bonne selection vin de pays des cotes de Gascogne', zijnde één van de flessen waarin verdachte zelfgemaakte GHB heeft gedaan.

De andersluidende stelling van de raadsvrouwe wordt door de rechtbank verworpen.

Het hierbij genomen uitgangspunt dat [slachtoffer] overeenkomstig [persoon 1] een verbrande slokdarm zou moeten hebben opgelopen bij inname van dezelfde GHB (lees: afkomstig uit de in het MMC afgeleverde fles) wordt door de rechtbank niet onderschreven. Dat de slokdarm van [persoon 1] zou zijn verbrand wordt namelijk niet feitelijk ondersteund met medische stukken of anderszins en de enkele verklaring van [persoon 1] dat zij medicijnen slikt voor haar slokdarm is hiervoor onvoldoende. Ook overigens gaat de vergelijking van de raadsvrouwe niet op omdat er geen sprake is van vergelijkbare gevallen, omdat [slachtoffer] een veel grotere hoeveelheid GHB dan [persoon 1] (een slokje) heeft ingenomen, [slachtoffer] die avond alcohol heeft gedronken en [persoon 1], zoals zij verklaart, níet en [slachtoffer] direct na het innemen van de GHB heeft overgegeven.

Het door de raadsvrouwe opgeworpen (mogelijke) scenario dat de door [slachtoffer] ingenomen GHB van [getuige 2] afkomstig zou kunnen zijn geweest omdat hij die bewuste nacht GHB bij zich had, wordt door de rechtbank volstrekt niet aannemelijk geacht. [getuige 2] verklaart in dit verband dat hij een kleine gebruikershoeveelheid GHB bij zich had, dat hij hiervan omstreeks 21:00 uur samen met zijn partner [getuige 3] wat heeft ingenomen en dat hij het overgebleven kleine restant aan [persoon 1] heeft gegeven (blz. 160, 201, 202). Deze verklaring stemt overeen met hetgeen [getuige 3] (blz. 206) en [persoon 1] (blz. 164) hierover verklaren. De rechtbank leidt uit deze verklaringen af dat de door [getuige 2] meegenomen kleine hoeveelheid GHB door [getuige 2],[getuige 3] en [persoon 1] is

opgebruikt. De rechtbank concludeert dan ook dat het dossier geen aanknopingspunten bevat voor het door de raadsvrouwe geschetste scenario.

Opslag zelfgemaakte GHB en de toegang daartoe.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij de door hem vervaardigde GHB, waarvan de PH-waarde (zuurgraad) niet in orde was, in twee identieke wijnflessen van 'de Gascogne' met schroefdop heeft gegoten en deze flessen rechts achterin de voorraadkast (in de keuken) op de onderste plank had weggestopt. De flessen lagen niet rechtstreeks in zicht. Verdachte heeft de flessen niet gemarkeerd met enige waarschuwing of vermelding omtrent de daadwerkelijke inhoud van de flessen. Achterin de voorraadkast bevinden zich diverse wijnrekken alsmede de koelkast. In de koelkast zaten de bewuste nacht mede de diverse (fris)dranken ten behoeve van de gasten van het onderhavige feestje. De gasten konden daarvan gebruik maken.30

[getuige 1] verklaart: 'Het eten en drinken stond in de keuken en bijkeuken. Daar konden wij zelf gebruik van maken. Soms nam iemand het drinken mee voor mensen, maar over het algemeen werd door iedereen zijn eigen drinken gehaald' en

'Ik ben ook de in de voorraadkast geweest. Deze kun je via de keuken binnenlopen. Daar staat de voorraad drank en etenswaren. Ik heb er frisdrank uit gehaald.'31

[getuige 4] verklaart: 'Vervolgens hebben wij een rondleiding door het huis gehad en werd verteld waar alles stond' en 'We mochten alles zelf pakken.' Voorts kan uit haar verklaring worden afgeleid dat zij op enig moment in de koelkast (gelegen in de voor-raadkast; de rechtbank) heeft gekeken.32

[getuige 3] verklaart: 'In de keuken ben ik in de koelkast geweest om drank te pakken. De koelkast staat in de voorraadkast. Ik zag dat in deze voorraadkast soortgelijke flessen stonden.33

De rechtbank leidt uit deze verklaringen af dat de gasten een ongecontroleerde toegang tot de voorraadkast hadden met daarin twee flessen met door verdachte gefabriceerde 'slechte' GHB. En zoals hiervoor onder I.3 reeds is vastgesteld waren deze flessen voorzien van een etiket met de tekst: 'Bonne selection vin de pays des cotes de Gascogne'. Uit verdachtes eigen verklaring volgt voorts dat hij de flessen niet had gemarkeerd met enige waar- schuwing of vermelding omtrent de daadwerkelijke inhoud van de flessen. Op de foto's

van de bewuste flessen is ook te zien dat het voor een buitenstaander niet zichtbaar is geweest dat de flessen een andere substantie dan witte wijn zouden bevatten.34

Conclusie rechtbank feit 1.

Met de officier van justitie en de raadsvrouwe is de rechtbank van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de primair tenlastegelegde doodslag, omdat niet kan worden bewezen dat hij zijn vrouw (voorwaardelijk) opzettelijk van het leven heeft beroofd.

Uit de bewijsmiddelen kan niet worden afgeleid dat verdachte zijn vrouw heeft willen doden, noch dat hij zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans

dat dit gevolg zou intreden.

Wel acht de rechtbank bewezen dat [slachtoffer] door de schuld van verdachte is komen te overlijden en dat hij daarbij aanmerkelijk onvoorzichtig (risicovol) heeft gehandeld.

Er is sprake van schuld indien iemand gelet op de bijzondere omstandigheden van het

geval in aanmerkelijke mate tekort is geschoten. Van aanmerkelijke onvoorzichtigheid is sprake als het gedrag in strijd is met geschreven of ongeschreven normen en van de verdachte onder die omstandigheden, waarbij de voorzienbaarheid op een bepaald gevolg een rol kán spelen, anders mag worden verwacht. Daarbij wordt over het algemeen de gemiddelde mens of, rekening houdend met de bijzondere positie die iemand inneemt (Garantenstellung), de doorsnee beroepsgenoot als maatstaf genomen. Daarbij is voorts

van betekenis in hoeverre (on)geoorloofde risico's zijn genomen en de aard van het gevaarzettende karakter.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte een gevaarlijke situatie gecreëerd

door de onderhavige GHB te maken en deze GHB, waarvan hij wist dat daarvan de

PH-waarde (zuurgraad) niet deugde, op verdekte wijze te bewaren in de voor alle gasten toegankelijke voorraadkast, zonder dat verdachte op enige wijze heeft voorkomen dat deze flessen voor gewone wijn werden aangezien. Daarbij heeft verdachte nagelaten zijn gasten te waarschuwen voor de aanwezigheid van die flessen met 'slechte' GHB in de voorraad-kast, terwijl hij zich op twee momenten gedurende het feestje van de gevaarzettende aanwezigheid van die GHB bewust moet zijn geweest. Zo heeft verdachte tijdens het eten (tussen 19:00 uur en 21:00 uur) aan diverse gasten verteld dat hij zelf GHB had gemaakt35 en heeft hij kort daarop naar eigen zeggen [getuige 1] van een van de flessen zelf vervaardigde GHB laten proeven, waarbij verdachte de fles uit de voorraadkast heeft gehaald en weer heeft teruggeplaatst.36 Voor wat betreft de (on)zichtbaarheid van de flessen GHB merkt de rechtbank nog op dat uit het relaas van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] niet volgt dat de overgebleven fles GHB geheel aan het oog was onttrokken.37

De rechtbank stelt dan ook vast dat de flessen GHB op de bewuste avond niet veilig zijn weggezet.

De rechtbank concludeert dat verdachte door zijn handelen een onaanvaardbaar risico heeft genomen en in sterke mate onzorgvuldigheid heeft gehandeld. De rechtbank kwalificeert verdachtes handelen niet als roekeloos of grovelijk onvoorzichtig, omdat hij de flessen met zelfgemaakte GHB niet tussen de andere wijnflessen in de wijnrekken of voorin de voor-raadkast had geplaatst, doch op een minder zichtbare plek op de onderste plank naast de wijnrekken.

Conclusie rechtbank feit 2.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte GHB heeft vervaardigd en voorhanden heeft gehad. Dit volgt uit de hiervoor onder I.3 opgesomde bewijsmiddelen en verdachtes verklaring ter zitting, inhoudende dat hij in juli/augustus 2008 en in oktober 2008

in zijn woning te Soerendonk GHB heeft gefabriceerd en deze GHB in twee identieke wijnflessen van 'de Gascogne' heeft gegoten en deze flessen in de voorraadkast heeft

geplaatst.38

De stelling van de raadsvrouwe dat het zou moeten gaan om bruikbare GHB om tot een bewezenverklaring te komen, vindt geen steun in het recht en wordt dan ook door de rechtbank verworpen.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte:

1. (subsidiair):

in de periode van 1 juli 2008 tot en met 1 januari 2009 te Soerendonk, gemeente Cranendonck, aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gehandeld als volgt:

-GHB (gammahydroxyboterzuur) heeft gemaakt en vervolgens

-die GHB in een ongemarkeerde wijnfles heeft gedaan en vervolgens

-die wijnfles in een voorraadkast heeft gezet en heeft laten staan en vervolgens

-is op 31 december 2008, tijdens een feest/bijeenkomst in zijn woning, door verdachte

ongecontroleerde toegang verschaft tot de drank(voorraad), tengevolge waarvan die GHB,

in een glas is geschonken en waarna [slachtoffer 1] die GHB heeft gedronken,

waardoor het aan zijn schuld te wijten is dat [slachtoffer 1] zodanig letsel heeft bekomen, dat deze aan de gevolgen daarvan (op 4 januari 2009) is overleden.

2.

omstreeks 1 juli 2008 tot en met 1 januari 2009 te Soerendonk, gemeente Cranendonck, telkens opzettelijk heeft verwerkt en opzettelijk aanwezig heeft gehad, hoeveelheden,

4-hydroxyboterzuur, zijnde 4-hydroxyboterzuur een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Strafoplegging?

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie zoekt aansluiting bij straffen die worden opgelegd bij verkeers-ongevallen met fatale afloop (art. 6 WVW 1994). Hierbij werkt in matigende zin mee

dat de partner van verdachte door zijn strafbare handelen is komen te overlijden, verdachte

zeer gebukt gaat onder het verlies van zijn partner en het rouwproces nog niet heeft kunnen afsluiten, zijn schoonfamilie geen wrok tegen hem koestert en geen strafoplegging wenst

en er reeds geruime tijd is verstreken sedert de door hem gepleegde strafbare feiten.

De officier van justitie vordert:

*een werkstraf van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis;

*een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 jaar met een proeftijd van 2 jaar.

Het standpunt van de verdediging.

Mocht de rechtbank tot een bewezenverklaring komen dan is het bepaalde in art. 9a Sr. van toepassing. Verdachte is door het overlijden van zijn eigen partner reeds voldoende gestraft.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over een eventuele straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Door verdachtes schuld is zijn eigen vrouw komen te overlijden. Daarmee heeft hij, naast zijn schoonfamilie, vooral zichzelf onherstelbaar leed aangedaan. Verdachte zal ermee moeten leven dat hij zijn meest dierbare door zijn eigen verwijtbare handelen moet missen.

Verdachtes schoonvader heeft ter zitting uitdrukkelijk aangegeven dat verdachte door het blijvende gemis van zijn vrouw voldoende is gestraft en dat de schoonfamilie hem heeft vergeven en dat zij een strafoplegging als een dubbele bestraffing zullen ervaren. De rechtbank zal hiermee in overwegende mate rekening houden. Daarnaast houdt de rechtbank ermee rekening dat verdachte nooit eerder vanwege een strafbaar feit is veroordeeld en sedert het tijdstip waarop de strafbare feiten plaats hebben gehad een onwenselijk lange termijn is verstreken.

Afwegende acht de rechtbank de oplegging van een straf niet opportuun, omdat hiermee geen enkel redelijk belang is gediend. Verdachte zal de last van het overlijden van zijn

eigen partner voor de rest van zijn leven moeten dragen. Hiertegenop weegt geen enkele straf. De rechtbank zal verdachte dan ook met toepassing van het bepaalde in artikel 9a Sr.

schuldig verklaren zonder oplegging van een straf.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 9a en 307;

Opiumwet art. 3.

DE UITSPRAAK

t.a.v. feit 1 primair: Vrijspraak.

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

t.a.v. feit 1 subsidiair:

aan zijn schuld de dood van een ander te wijten zijn.

t.a.v. feit 2:

opzettelijk handelen in strijd met het in art. 3, onder C, gegeven verbod,

meermalen gepleegd

en

opzettelijk handelen in strijd met het bepaalde in art. 3, onder D, gegeven

verbod, meermalen gepleegd.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Beslissing:

t.a.v. feit 1 subsidiair en feit 2:

Schuldigverklaring zonder oplegging van straf.

Opheffing van het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden. Deze voorlopige hechtenis is op 16 juli 2009 reeds geschorst.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.L.W.M. Viering, voorzitter,

mr. P.J. Appelhof en mr. M.E. Smorenburg, leden,

in tegenwoordigheid van D.A. Koopmans, griffier,

en is uitgesproken op 3 januari 2011.

1verklaring verdachte ter zitting d.d. 20 december 2010

2relaas van bevindingen verbalisant [verbalisant 2] (blz. 1, eindpv)

3relaas van bevindingen verbalisanten [verbalisant 3], [verbalisant 4] en [getuige 3] (blz. 74, eindpv)

4aanvraag onderzoek NFI (blz. 85 onder kopje 'korte omschrijving delict', eindpv)

5relaas van bevindingen verbalisant [verbalisant 5] (blz. 72, eindpv)

6schrijven [intensivist] (bz. 77, eindpv)

7relaas van bevindingen verbalisant en [verbalisant 3], [verbalisant 4] en [getuige 3] (blz. 75, eindpv)

8relaas van bevindingen verbalisant en [verbalisant 3], [verbalisant 4] en [getuige 3] (blz. 76, eindpv)

9voorlopige bevindingen dr. R. Visser (blz. 78, eindpv)

10deskundigenrapport dr. K.J. Lusthof van het NFI d.d. 18 maart 2009 (blz. 118, eindpv)

11deskundigenrapport dr. R. Visser van het NFI d.d. 8 mei 2009 (blz. 101 t/m 102, eindpv)

12verklaring [getuige 2] (blz. 133, eindpv)

13verklaring [getuige 1] (blz. 126 onderaan en blz. 127 eerste twee alinea's , eindpv)

14relaas van bevindingen verbalisanten [verb[verbalisant 1] en [verbalisant 8] (blz. 59, 3e alinea onderaan, eindpv)

15relaas van bevindingen verbalisant [verbalisant 2] (blz. 5, eindpv)

16relaas van bevindingen verbalisant [verbalisant 2] (blz. 5 onderaan, eindpv)

17relaas van bevindingen verbalisant [verbalisant 6] (blz. 61, eindpv)

18relaas van bevindingen verbalisant [verbalisant 7] (blz. 80, eindpv)

19foto's (bz. 90 t/m 93, eindpv)

20relaas van bevindingen verbalisant [verbalisant 7] (blz. 80, 81, 85 en 86, eindpv)

21deskundigenrapport dr. J.D.J. van den Berg van het NFI d.d. 9 januari 2009 (blz. 89, eindpv)

22verklaring [getuige 4] (blz. 145 onderaan en blz. 146 1e twee aliena's)

23verklaring [getuige 2] (blz. 133, 134, 160, 161, eindpv)

24verklaring [persoon 1] (blz. 130 4e alinea; blz. 155 6e alinea; blz. 207 3e alinea, eindpv)

25verklaring [persoon 1] (blz. 164 na het midden; blz. 165 1e en 3e alinea; blz. 166 1e alinea, eindpv)

26verklaring [getuige 1] (blz. 151 onderaan; blz. 152 bovenaan en na het midden, eindpv)

27verklaring [getuige] (blz. 172 midden, eindpv)

28verklaring verdachte bij rechter-commissaris d.d. 16 juli 209

29verklaring verdachte ter zitting d.d. 20 december 2010

30verklaring verdachte ter zitting d.d. 20 december 2010

31verklaring [getuige 1] (blz. 150 na midden; blz. 151 midden, eindpv)

32verklaring [getuige 4] (blz. 144 laatste alinea; blz. 145; blz. 146 midden, eindpv)

33verklaring [persoon 1] (blz. 207 3e alinea, eindpv)

34foto's wijnflessen (blz. 90 t/m 93, eindpv)

35verklaring verdachte ter zitting d.d. 20 december 2010; verklaring [getuige 4] (blz. 145 midden, eindpv); verklaring

[getuige 1] (blz. 150 midden, eindpv); verklaring [getuige 2] (blz. 159 onderaan en blz. 160 bovenaan, eindpv);

verklaring [persoon 1] (blz. 207, voorlaatste alinea)

36verklaring verdachte ter zitting d.d. 20 december 2010 en verklaring verdachte (blz. 249 onderaan, eindpv)

37relaas van bevindingen verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 8] (blz. 59, 3e alinea onderaan, eindpv)

38verklaring verdachter ter zitting d.d. 20 december 2010