Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2010:BO4178

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
17-11-2010
Datum publicatie
17-11-2010
Zaaknummer
01/825157-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bewezenverklaring medeplichtigheid. Verdachte heeft wapens en een bivakmuts aan medeverdachten geleverd. De medeverdachten hebben, nadat een eerste poging tot het plegen van een woningoverval op een groeteman is mislukt, diezelfde avond een gewapende overval op een kapper gepleegd. De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte niet heeft kunnen weten dat de medeverdachten die laatste overval zouden plegen, omdat dat plan pas later zou zijn ontstaan. De rechtbank acht niet van doorslaggevend belang of het plan om de overval op de kapper te plegen, al vaststond voordat de medeverdachten op pad gingen. Verdachte heeft de wapens en bivakmuts opzettelijk geleverd, dat staat niet ter discussie. Evenmin staat ter discussie dat verdachte wist dat deze wapens en bivakmuts bij een overval zouden worden gebruikt. Hij wist zelfs dat er sprake was van meerdere potentiële slachtoffers (een groenteman en een kapper), zo blijkt uit zijn verklaringen. De reden voor het plegen van de misdrijven was voor de medeverdachten om aan geld te komen en daarbij stond niet centraal bij wie zij het geld die nacht zouden buitmaken. Opzet op beide feiten bewezen. Van vrijwillige terugtred van de medeverdachten bij de poging tot een overval is geen sprake.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/825157-10

Datum uitspraak: 17 november 2010

Vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,

wonende te [woonplaats], [adres],

thans gedetineerd te: P.I. Breda - HvB De Boschpoort.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 29 juni 2010, 14 september 2010 en 3 november 2010.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 8 juni 2010.

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 14 september 2010 is gewijzigd is aan verdachte tenlastegelegd dat:

1.

Hij op een tijdstip gelegen in de nacht van 20 op 21 maart 2010 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] voornoemd, te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren

en/of

hij op een tijdstip gelegen in de nacht van 20 op 21 maart 2010 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen met het oogmerk zich of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot afgifte van enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- voornoemde [slachtoffer 1] nadat deze de voordeur had geopend, naar achteren heeft/hebben geduwd en/of (vervolgens);

- een geweer, althans een wapen, tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geduwd en/of daarbij heeft/hebben gezegd "geld en de kluis moet open" en/of (vervolgens):

- de keel van die [slachtoffer 1] heeft/hebben dichtgeknepen en/of de loop van het geweer tegen diens hoofd is/zijn blijven houden en/of (vervolgens);

- met een hard voorwerp (meermalen) tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geslagen en/of (vervolgens);

- wederom heeft/hebben geroepen "Kluis open" en/of (vervolgens);

- de keel van die [slachtoffer 1] verder heeft/hebben dichtgeknepen;

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 312/317 jo 47 jo 45 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4], en/of een of meer ander(e) perso(o)n(en), op een tijdstip gelegen in de nacht van 20 op 21 maart 2010 te Eindhoven,in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door voornoemde perso(o)n(en) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen enig goed en/of geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of een of meer ander(e) perso(o)n(en) en/of zijn mededader(s) en/of aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4], en/of een of meer ander(e) perso(o)n(en), op een tijdstip gelegen in de nacht van 20 op 21 maart 2010 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door voornoemde perso(o)n(en) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen met het oogmerk zich of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot afgifte van enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan voornoemde [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of een of meer ander(e) perso(o)n(en) en/of aan zijn mededader(s) en/of aan verdachte

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat voornoemde [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of een of meer ander(e) perso(o)n(en):

- voornoemde [slachtoffer 1] nadat deze de voordeur had geopend, naar achteren heeft/hebben geduwd en/of (vervolgens);

- een geweer, althans een wapen, tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geduwd en/of daarbij heeft/hebben gezegd "geld en de kluis moet open" en/of (vervolgens):

- de keel van die [slachtoffer 1] heeft/hebben dichtgeknepen en/of de loop van het geweer tegen diens hoofd is/zijn blijven houden en/of (vervolgens);

- met een hard voorwerp (meermalen) tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geslagen en/of (vervolgens);

- wederom heeft/hebben geroepen "Kluis open" en/of (vervolgens);

- de keel van die [slachtoffer 1] verder heeft/hebben dichtgeknepen;

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op een tijdstip gelegen in de nacht van 20 op 21 maart 2010 te Eindhoven en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door voornoemde [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of een of meer ander(e) perso(o)n(en) te

voorzien van een of meer (vuur)wapen(s) en/of bivakmuts(en) en/of panty('s) welke zijn gebruikt bij voornoemd feit,

terwijl de uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid;

(artikel 312/317 jo 45 jo 48 Wetboek van Strafrecht)

2.

Hij op of omstreeks 21 maart 2010 te Stiphout, gemeente Helmond, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen uit een woning aan de [straatnaam] een of meer goed(eren) en/of geld, geheel of ten dele toebehorende [overige slachtoffers], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen een of meer van bovengenoemde perso(o)n(en), te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met voormeld oogmerk met een of meer van zijn, verdachtes, mededader(s)

- plannen/afspraken heeft/hebben gemaakt teneinde een overval op bovengenoemd(e) perso(o)n(en) voor te bereiden en/of

- (vervolgens) zich met bivakmuts(en) en/of panty(s) over hun/zijn hoofd, althans met medeneming van bivakmuts(en) en/of panty(s), en/of met medeneming van een of meer vuurwapen(s), in elk geval een of meer voor bedreiging en/of afdreiging geschikte voorwerp(en), naar bovengenoemde woning heeft/hebben begeven en/of (vervolgens) bij voornoemde woning heeft/hebben aangebeld,

en/of

hij op of omstreeks 21 maart 2010 te Stiphout, gemeente Helmond, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk zich of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of door bedreiging met geweld [vijf overige slachtoffers], althans een of meer

onbekend gebleven perso(o)n(en), te dwingen tot afgifte van een of meer goed(eren) en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, met voormeld oogmerk met een of meer van zijn, verdachtes, mededader(s)

- plannen/afspraken heeft/hebben gemaakt teneinde een overval op bovengenoemd(e) perso(o)n(en) voor te bereiden en/of

- (vervolgens) zich met bivakmuts(en) en/of panty(s) over hun/zijn hoofd, althans met medeneming van bivakmuts(en) en/of panty(s), en/of met medeneming van een of meer vuurwapens, in elk geval een of meer voor bedreiging en/of afdreiging geschikte voorwerp(en), naar bovengenoemde woning heeft/hebben begeven en/of (vervolgens) bij voornoemde woning heeft/hebben aangebeld,

terwijl de uitvoering van die/dat voorgenomen misdrij(f)(ven) niet is/zijn voltooid;

(artikel 312/317 jo 47 jo 45 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of een of meer ander(e) perso(o)n(en), op of omstreeks 21 maart 2010 te Stiphout, gemeente Helmond, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door voornoemde perso(o)n(en) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening weg te nemen enig goed en/of geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [overige slachtoffers], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of een of meer ander(e) perso(o)n(en) en/of zijn mededader(s) en/of aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen een of meer van bovengenoemde perso(o)n(en) gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met voormeld oogmerk

- plannen/afspraken heeft/hebben gemaakt teneinde een overval op bovengenoemd(e) perso(o)n(en) voor te bereiden en/of

- (vervolgens) zich met bivakmuts(en) en/of panty(s) over hun/zijn hoofd, althans met medeneming van bivakmuts(en) en/of panty(s), en/of met medeneming van een of meer vuurwapen(s), in elk geval een of meer voor bedreiging en/of afdreiging geschikte voorwerp(en), naar bovengenoemde woning heeft/hebben begeven en/of (vervolgens) bij voornoemde woning heeft/hebben aangebeld,

en/of

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4], en/of een of meer ander(e) perso(o)n(en), op of omstreeks 21 maart 2010 te Stiphout, gemeente Helmond, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door voornoemde perso(o)n(en) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen met het oogmerk zich of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [vijf overige slachtoffers], althans een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en), te dwingen tot afgifte van enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan voornoemde [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of een of meer ander(e) perso(o)n(en) met voormeld oogmerk

- plannen/afspraken heeft/hebben gemaakt teneinde een overval op bovengenoemd(e) perso(o)n(en) voor te bereiden en/of

- (vervolgens) zich met bivakmuts(en) en/of panty(s) over hun/zijn hoofd, althans met medeneming van bivakmuts(en) en/of panty(s), en/of met medeneming van een of meer vuurwapen(s), in elk geval een of meer voor bedreiging en/of afdreiging geschikte voorwerp(en), naar bovengenoemde woning heeft/hebben begeven en/of (vervolgens) bij voornoemde woning heeft/hebben aangebeld,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 21 maart 2010 te Stiphout, gemeente Helmond, en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door voornoemde [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of een of meer ander(e) perso(o)n(en) te voorzien van (vuur)wapen(s) en/of bivakmuts(en) en/of panty('s) welke zijn gebruikt bij voornoemde feit,

terwijl de uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid;

(artikel 312/317 jo 45 jo 48 Wetboek van Strafrecht)

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan.

Aan verdachte wordt kort gezegd het volgende tenlastegelegd:

1 primair: medeplegen van een poging tot diefstal met geweld / afpersing te Eindhoven;

1 subsidiair: medeplichtigheid aan bovengenoemd feit;

2 primair: medeplegen van een poging tot diefstal met geweld / afpersing te Stiphout;

2 subsidiair: medeplichtigheid aan bovengenoemd feit.

Vaststaande feiten.

De rechtbank leidt uit het procesdossier1 en het onderzoek ter terechtzitting het volgende af.

De dagen direct voor 20 maart 2010 hebben [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] telefonisch contact met elkaar gehad over het plegen van een overval op een woning van een eigenaar van een groentewinkel in de [straatnaam] te Stiphout.2 [medeverdachte 1] had gehoord dat er in deze woning contant geld in een kluis zou liggen.3 Hij was van tevoren naar deze woning gereden om te kijken of de informatie die hij erover had gekregen juist was.4

Op donderdag 18 maart 2010 hebben [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [verdachte] elkaar ontmoet in Breda, waar zij hebben gesproken over een te plegen overval. Tussen [medeverdachte 3] en [verdachte] is besproken dat er daarvoor een 'echt wapen', een AK, door [verdachte] zou worden geregeld.5

Op vrijdag 19 maart 2010 is vanaf een mobiele telefoon, die toebehoort aan [medeverdachte 4], een sms gestuurd naar een mobiele telefoon van [medeverdachte 5], met de inhoud: "Hee neemt [verdachte] die gun mee na jou".6

Op zaterdag 20 maart 2010 heeft [verdachte] wapens en munitie opgehaald bij een vriend. Hij heeft de wapens in een camouflagetas gestopt en afgesproken om de wapens de volgende dag terug te brengen.7 Die avond is [verdachte] door [medeverdachte 2] en (destijds) zijn vriendin [medeverdachte 6], met haar auto, opgehaald bij het centraal station in Rotterdam.8 [verdachte] had de camouflagetas met de wapens bij zich.9

[medeverdachte 6] is met [medeverdachte 2] en [verdachte] naar Oosterhout gereden, waar zij [medeverdachte 3] hebben opgehaald. Vervolgens zijn zij naar de woning van [medeverdachte 6] in Tilburg gegaan.10 In de woning van [medeverdachte 6] zijn de wapens uit de tas van [verdachte] op tafel gekomen en bekeken.11 [medeverdachte 3] of [medeverdachte 2] heeft een panty van [medeverdachte 6] meegenomen, die bij de overval kon worden gebruikt.12

Een korte tijd later is [medeverdachte 6] met [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [verdachte] naar winkelcentrum Woensel in Eindhoven gereden,13 waar zij [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] hebben ontmoet.14 [medeverdachte 6] is in haar auto achter de auto van [medeverdachte 4] aangereden, naar de woning van [medeverdachte 5] aan de [adres medeverdachte 5] in Eindhoven.15 [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [verdachte] zijn de woning van [medeverdachte 5] binnen gegaan en [medeverdachte 6] is buiten blijven wachten, totdat [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [verdachte] weer in haar auto stapten om [medeverdachte 1] bij het winkelcentrum Woensel op te halen.16 [medeverdachte 1] is bij winkelcentrum Woensel ook in de auto van [medeverdachte 6] gestapt, waarna [medeverdachte 6] al haar passagiers ([medeverdachte 2], [medeverdachte 3], [verdachte] en [medeverdachte 1]) bij de woning van [medeverdachte 5] heeft afgezet.17 [medeverdachte 6] is vervolgens naar haar woning in Tilburg teruggereden.18 In de woning van [medeverdachte 5] zijn opnieuw de wapens uit de camouflagetas gehaald en zijn afspraken over de overval gemaakt.19 [medeverdachte 3] hield de AK47 bij zich, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] de andere wapens (een pistool en een neppistool).20

Op enig moment die avond zijn [medeverdachte 4], [medeverdachte 3], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] in de auto van [medeverdachte 4] vertrokken naar Stiphout.21 [medeverdachte 4] heeft zijn auto in Stiphout geparkeerd, waarna de anderen zijn uitgestapt en naar de woning aan de [straatnaam] zijn gelopen. Het was inmiddels na middernacht.22 [medeverdachte 3] stond bij de voordeur van de woning, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] hadden zich zo opgesteld dat zij niet zichtbaar waren vanuit de deur van de woning.23 [medeverdachte 3] had een pantykous voor de helft over zijn gezicht getrokken en de AK47 voor de helft in een sporttas zitten,24 en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] waren voorzien van een pistool en neppistool en hadden beiden een bivakmuts bij zich.25 [medeverdachte 3] heeft bij de woning aangebeld, maar er werd niet open gedaan.26 De bewoner van de woning werd wakker van de voordeurbel. Hij is naar beneden gelopen en zag door het raam van de voordeur [medeverdachte 3] staan. De bewoner heeft gezegd dat hij weg moest gaan en dat hij anders de politie zou bellen.27 [medeverdachte 3], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zijn toen teruggegaan naar de auto van [medeverdachte 4].28

[medeverdachte 4], [medeverdachte 3], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zijn vervolgens vanuit Stiphout naar de woning van [slachtoffer 1] aan de [adres slachtoffer 1] te Eindhoven gereden. [medeverdachte 1] was destijds werkzaam in de kapsalon van [slachtoffer 1] en zijn partner, en hij woonde bij hen op dit adres. 29 In de auto is besproken op welke wijze de overval zou plaatsvinden en welke taak iedereen had bij de uitvoering van het plan.30 [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] zouden de woning naar binnen gaan om het geld te halen. [medeverdachte 1] heeft tegen [medeverdachte 3] gezegd dat hij de naam '[betrokkene]' moest noemen en moest zeggen dat ze van [betrokkene] wisten dat er een kluis binnen was. [medeverdachte 1] wist dat [betrokkene] door [slachtoffer 1] verdacht werd van de overval in 2008 en op die manier dacht hij zelf buiten schot te blijven en niet te worden verdacht. [medeverdachte 1] heeft verder tegen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] gezegd waar ze de kluis konden vinden en dat de honden zouden blaffen. [medeverdachte 1] wist dat [slachtoffer 1] alleen thuis was. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] konden aanbellen, omdat [slachtoffer 1] zou denken dat [medeverdachte 1] dan voor de deur zou staan en open zou doen.31

[medeverdachte 4] heeft zijn auto schuin tegenover de woning aan de [adres slachtoffer 1] in Eindhoven geparkeerd. [medeverdachte 1] is in de auto gebleven, hij zou niet mee naar binnen gaan omdat hij anders zou worden herkend.32 [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] zijn uitgestapt en hebben aangebeld. [medeverdachte 3] had de AK47 bij zich en een bivakmuts op, [medeverdachte 2] was ook gewapend en had een panty over zijn hoofd.33 De deur werd geopend door [slachtoffer 1].34 [medeverdachte 3] is naar binnen gegaan, [medeverdachte 2] is er achteraan gegaan.35

[slachtoffer 1] werd naar achteren geduwd en zag en voelde dat een groot wapen tegen de rechterkant van zijn hoofd werd gehouden.36 Hij hoorde roepen: "Geld en de kluis moet open". Hij antwoordde dat er geen geld en geen kluis was, waarna er nogmaals werd geroepen "Kluis open en de woonkamer in, licht aan." [slachtoffer 1] voelde en zag dat hij met een arm om zijn keel werd vastgehouden en voelde dat de loop van het wapen tegen de rechterzijde van zijn hoofd drukte. Hij voelde dat hij met een hard voorwerp tegen zijn hoofd werd geslagen en begreep dat dit de achterkant van het wapen moest zijn. Hij voelde meerdere doffe klappen en hele erge pijn. Hij dacht dat hij dood ging en voelde tegelijkertijd dat zijn keel steeds harder werd dichtgeknepen. Hij hoorde opnieuw roepen: "Kluis open", waarop hij antwoordde: "Er is geen kluis". Hij hoorde roepen: "Er is wel een kluis, want [betrokkene] zegt dat hier een kluis in huis is." [slachtoffer 1] schrok hiervan. [medeverdachte 2] is de kluis gaan zoeken. [slachtoffer 1] voelde dat zijn keel verder werd dicht geknepen. [medeverdachte 3] heeft [slachtoffer 1] nog een keer met zijn vuist geslagen en hem bij zijn nek of hoofd geraakt.37

Op enig moment werd er aangebeld door [slachtoffer 1]'s buurman.38 [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] zijn hierop weggerend naar de auto van [medeverdachte 4] en samen met hem en [medeverdachte 1] weggereden. [medeverdachte 4] heeft zijn auto een eind van de woning van [slachtoffer 1] geparkeerd, waar [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] hebben gebeld naar [medeverdachte 6] om hen op te halen. [medeverdachte 6] heeft hen met haar auto opgehaald. Zij heeft [medeverdachte 3], met de tas met wapens, in Breda afgezet en is met [medeverdachte 2] doorgereden naar haar woning in Tilburg.39 [medeverdachte 1] is in de auto van [medeverdachte 4] teruggereden naar de woning van [medeverdachte 5] aan de [adres medeverdachte 5] in Eindhoven.40

[medeverdachte 3] heeft de tas met wapens op 21 maart 2010 aan [medeverdachte 7] gegeven en hem verteld dat deze wapens waren gebruikt bij een overval.41 [medeverdachte 7] zou voor hem de wapens bewaren, totdat [verdachte] de wapens weer terug wilde hebben.42

Op 14 april 2010 is door de politie onderzoek verricht in de woning van [medeverdachte 7] aan de [adres medeverdachte 7] te Breda. Onder het bed werd in een legertas in camouflagekleuren onder meer aangetroffen en veiliggesteld een automatisch geweer merk Zastava model M70AB2 (replica AK47, vuurregeling automaat type Kalashnikov)43, met daarin een patroonhouder met 21 patronen van het kaliber 7.65 x 39 en een zwart pistool. In de kast in de woonkamer werd een pistool aangetroffen van het merk Ekol, met een patroonhouder met 6 patronen van het kaliber 9 mm.44 Bij nader onderzoek is gebleken dat het zwarte pistool een speelgoedpistool was (BB gun) dat voor wat betreft vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een echt bestaand pistool, met de kenmerken Browning, model BDA 380.45

Het standpunt van de officier van justitie.

Ten aanzien van feit 1:

Verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde medeplegen van de poging tot diefstal met geweld en/of afpersing.

De officier van justitie acht de medeplichtigheid van verdachte bij de poging tot diefstal met geweld en/of afpersing bewezen, aangezien verdachte de wapens en een bivakmuts aan de medeverdachten heeft verschaft.

Ten aanzien van feit 2:

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat er gelet op de uiterlijke verschijningsvormen sprake is van een begin van uitvoering van een overval. Hierbij heeft hij verwezen naar het arrest van de Hoge Raad van 3 maart 2009, LJN: BG9152.

De overval heeft uiteindelijk niet plaatsgevonden omdat de bewoner het niet vertrouwde en besloot de deur niet open te maken. Dit is een omstandigheid die niet afhankelijk is van de wil van verdachte en medeverdachten. Dat de wil van verdachte en medeverdachten erin bestond om de woning binnen te treden blijkt uit het feit dat zij nog geen uur later daadwerkelijk de woning van slachtoffer [slachtoffer 1] (feit 1) zijn binnengetreden. Van vrijwillige terugtred is derhalve geen sprake.

Op grond daarvan stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat er sprake is van een poging tot diefstal met geweld en/of afpersing.

Voorts acht de officier van justitie de medeplichtigheid van verdachte bij de poging tot diefstal met geweld en/of afpersing bewezen, aangezien ook hier gebruik is gemaakt van door verdachte verstrekte wapens. Verdachte dient derhalve te worden vrijgesproken van feit 2 primair.

Het standpunt van de verdediging.

Ten aanzien van feit 1 primair:

De verdediging stelt zich - kort samengevat - op het standpunt dat verdachte geen enkele uitvoeringshandeling heeft verricht en dat de bewuste en nauwe samenwerking ontbreekt. Er is geen sprake van opzet, ook niet in voorwaardelijke zin. Verdachte dient dan ook van feit 1 primair te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 1 subsidiair:

De verdediging stelt zich op het standpunt dat verdachte met het leveren van wapens, munitie, bivakmutsen en handschoenen niet het oogmerk heeft gehad om opzettelijk behulpzaam te zijn bij het plegen van een overval op slachtoffer [slachtoffer 1]. Hij kon op dat moment niet vermoeden dat de door hem verstrekte hulpmiddelen zouden worden ingezet bij die overval.

Derhalve dient verdachte van feit 1 subsidiair te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 2 primair:

De verdediging stelt zich - kort samengevat - op het standpunt dat het bewijs ten aanzien van de betrokkenheid van verdachte bij het maken van plannen of afspraken ontbreekt. Er is derhalve geen sprake van een bewuste of nauwe samenwerking.

Voorts is aangevoerd dat, mocht de rechtbank anders oordelen, dat er sprake is van vrijwillige terugtred.

Verdachte dient derhalve van feit 2 primair te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 2 subsidiair:

De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte wist dat de door hem geleverde wapens, bivakmutsen en handschoenen gebruikt zouden gaan worden bij het in Stiphout gepleegde strafbare feit. Ter zitting heeft de verdediging betoogd dat er ten aanzien van dit feit geen sprake is van een poging. Er moet sprake zijn van een begin van uitvoering naar zijn uiterlijke verschijningsvorm en dat was er niet. Mocht de rechtbank oordelen dat er sprake was van een begin van uitvoering, dan moet verdachte worden ontslagen van rechtsvervolging omdat er sprake was van vrijwillige terugtred van de medeverdachten die naar de woning in Stiphout zijn gegaan.

Het oordeel van de rechtbank.

Begin van uitvoering feit 2 (Stiphout)

Uit de gebruikte bewijsmiddelen blijkt dat [medeverdachte 3], [medeverdachte 2], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] in de nacht van 20 op 21 maart naar de woning van de eigenaar van de groentewinkel aan de [straatnaam] te Stiphout, gemeente Helmond, zijn gereden. [medeverdachte 4] heeft zijn auto nabij deze woning geparkeerd, waarna zijn medeverdachten gewapend en voorzien van bivakmutsen en een panty naar de woning zijn toegegaan en hebben aangebeld. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat dit moet worden gezien als een begin van uitvoering van het voornemen tot een gewapende overval. Het verweer dat geen sprake is van een begin van uitvoering bij feit 2 faalt. Voor de bespreking van het verweer dat er sprake zou zijn van vrijwillige terugtred van de medeverdachten verwijst de rechtbank naar de overwegingen omtrent de strafbaarheid (p. 12).

Ten aanzien van feit 1 primair en feit 2 primair:

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat verdachte moet worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde medeplegen van de pogingen tot diefstal met geweld.

Ten aanzien van feit 1 subsidiair en feit 2 subsidiair:

De rechtbank acht wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte medeplichtig is geweest aan de pogingen tot diefstal met geweld in Eindhoven en in Stiphout in de nacht van 20 op 21 maart 2010.

Verdachte heeft op donderdag 18 maart 2010 [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] ontmoet in Breda, waar zij hebben gesproken over een te plegen overval. Tussen verdachte en [medeverdachte 3] is besproken dat daarvoor een 'echt wapen', een AK, door verdachte zou worden geregeld. [medeverdachte 3] heeft hierover verklaard dat hij verdachte heeft bijgepraat over wat zij van plan waren. Hij hoorde verdachte toen zeggen dat hij voor wapens zou zorgen. Verdachte zei letterlijk: "Ik zorg ervoor dat ik die AK meeneem."46 Dat heeft hij ook gedaan.

Verdachte heeft op 20 maart 2010 wapens (een AK47 en een BB-gun) en munitie opgehaald bij een vriend. De jongen had daar ook een bivakmuts liggen. Verdachte heeft de wapens in een camouflagetas gestopt. Die avond is hij door [medeverdachte 6] opgehaald bij het centraal station in Rotterdam, die hem met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] naar winkelcentrum Woensel heeft gebracht. Nadat zij ook [medeverdachte 1] hadden opgehaald, hoorde verdachte in de auto dat [medeverdachte 3], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] naar binnen zouden gaan bij de overval.47 In de woning van [medeverdachte 5] aan de [adres medeverdachte 5] in Eindhoven zijn de wapens uit de tas gehaald en verdeeld. [verdachte] heeft de bivakmuts uit de tas gehaald en aan [medeverdachte 3] gegeven.48 In de gang van de woning heeft verdachte gehoord dat er werd gesmoesd over de overval.49 Verdachte wist dat [medeverdachte 4], [medeverdachte 3], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] een overval gingen plegen, met medeneming van de door hem geleverde wapens en bivakmuts. De wapens zouden volgens verdachte na de overval terug worden gebracht naar de woning van [medeverdachte 5].50

De verdediging heeft vrijspraak van de medeplichtigheid bij de overval in Eindhoven (feit 1 subsidiair) bepleit op de grond dat verdachte niet kon vermoeden dat de wapens en bivakmuts bij het plegen van deze overval zouden worden gebruikt. Pas na het mislukken van de overval in Stiphout hebben de medeverdachten besloten de baas van [medeverdachte 1] in Eindhoven te overvallen en daar was verdachte niet van op de hoogte, aldus de verdediging.

De rechtbank overweegt daaromtrent het volgende. Reeds voordat verdachte de wapens heeft verstrekt, heeft [medeverdachte 3] aan verdachte uitgelegd dat hij een overval wilde plegen. Verdachte wist gelet op het voorgaande dat de door hem te leveren wapens en bivakmuts voor een overval zouden worden gebruikt. Naar verdachte toen begreep zou het gaan om een overval op een groenteboer.51 Verdachte heeft een van de medeverdachten bovendien later, op 20 maart 2010, in de auto horen praten over een baas, een kapperszaak, een kluis en dat 'daar geld kon worden gemaakt'.52 De hier bedoelde persoon, de baas van [medeverdachte 1], is later die nacht ook daadwerkelijk het slachtoffer van de overval in Eindhoven geworden.

Voor een bewezenverklaring van de medeplichtigheid van verdachte aan de pogingen tot diefstal met geweld is vereist dat hij opzettelijk de wapens leverde en ook dat hij opzet had op de te plegen misdrijven. De rechtbank acht niet van doorslaggevend belang of het plan om de overval in Eindhoven te plegen, al vaststond voordat de medeverdachten op pad gingen. Verdachte heeft de wapens en bivakmuts opzettelijk geleverd, dat staat niet ter discussie. Evenmin staat ter discussie dat verdachte wist dat deze wapens en bivakmuts bij een overval zouden worden gebruikt. Hij wist zelfs dat er sprake was van meerdere potentiële slachtoffers (een groenteman en een kapper), zo blijkt uit zijn verklaringen. De reden voor het plegen van de misdrijven was voor de medeverdachten om aan geld te komen en daarbij stond niet centraal bij wie zij het geld die nacht zouden buitmaken. Gelet op al het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte opzet heeft gehad op beide door de medeverdachten gepleegde pogingen tot diefstal met geweld.

Onder deze omstandigheden moet verdachte als medeplichtige worden aangemerkt.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

Ten aanzien van feit 1 subsidiair:

[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] in de nacht van 20 op 21 maart 2010 te Eindhoven, tezamen en in vereniging, ter uitvoering van het door voornoemde personen voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], welke voorgenomen diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken:

- voornoemde [slachtoffer 1] nadat deze de voordeur had geopend, naar achteren heeft geduwd en vervolgens;

- een geweer tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft geduwd en daarbij heeft gezegd "geld en de kluis moet open" en vervolgens;

- de keel van die [slachtoffer 1] heeft dichtgeknepen en vervolgens;

- met een hard voorwerp meermalen tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft geslagen en vervolgens;

- wederom heeft geroepen "Kluis open" en vervolgens;

- de keel van die [slachtoffer 1] verder heeft dichtgeknepen,

tot het plegen van welk misdrijf verdachte op 20 maart 2010 in Nederland opzettelijk middelen heeft verschaft door voornoemde [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] te voorzien van vuurwapens en een bivakmuts welke zijn gebruikt bij voornoemd feit, terwijl de uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid;

Ten aanzien van feit 2 subsidiair:

[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4], op 21 maart 2010 te Stiphout, gemeente Helmond, tezamen en in vereniging, ter uitvoering van het door voornoemde personen voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen enig geldbedrag toebehorende een of meer ander(e) perso(o)n(en) en zijn mededader(s) en aan verdachte, welke voorgenomen diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen een of meer perso(o)n(en) gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij

het bezit van het gestolene te verzekeren, met voormeld oogmerk

- plannen/afspraken hebben gemaakt teneinde een overval op perso(o)n(en) voor te bereiden en

- vervolgens zich met een bivakmuts en een panty over hun hoofd, met medeneming van vuurwapens, naar bovengenoemde woning hebben begeven en vervolgens bij voornoemde woning hebben aangebeld,

tot het plegen van welk misdrijf verdachte op 20 maart 2010 in Nederland opzettelijk middelen heeft verschaft door voornoemde [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] te voorzien van vuurwapens en een bivakmuts welke zijn gebruikt bij voornoemd feit, terwijl de uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Ten aanzien van feit 2:

De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging dat er sprake is van vrijwillige terugtred. Van vrijwillige terugtred is sprake als het misdrijf niet is voltooid tengevolge van omstandigheden van de wil van de dader afhankelijk. In het onderhavige geval is de voorgenomen diefstal met geweld slechts niet voltooid als gevolg van het feit dat de bewoner de deur niet heeft geopend en heeft gedreigd de politie te bellen als [medeverdachte 3] niet weg zou gaan. Deze van buiten komende factor heeft ertoe geleid dat geen misdrijf heeft plaatsgevonden en dit staat aan een geslaagd beroep op vrijwillige terugtred in de weg.

Er zijn overigens geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

Ten aanzien van feit 1 subsidiair en feit 2 subsidiair een gevangenisstraf van 3 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van feit 1 primair hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 2250,-- met wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor dit bedrag.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging stelt zich op het standpunt dat, nu verdachte dient te worden vrijgesproken van feit 1 en feit 2 primair, de eventueel op te leggen straf dient te worden gematigd.

Verder dient naar het oordeel van de verdediging de benadeelde partij niet ontvankelijk te worden verklaard in haar vordering.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte zelf niet degene is geweest die de pogingen tot diefstal met geweld heeft gepleegd. Niettemin acht de rechtbank een langdurige gevangenisstraf op zijn plaats, gelet op de onderstaande strafverzwarende omstandigheden:

- verdachte is de leverancier geweest van de vuurwapens die door de medeverdachten in Stiphout en Eindhoven bij het plegen van de strafbare feiten zijn gebruikt. Eén van die wapens was zelfs een machinegeweer. Daarmee heeft verdachte een hele belangrijke en kwalijke rol bij de gepleegde feiten gespeeld en een groot gevaar voor anderen in het leven geroepen;

- een woningoverval is een ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de bewoners;

- bij de overval in Eindhoven is door de medeverdachten fors geweld tegen het slachtoffer gebruikt;

- verdachte werd vanwege strafbare feiten soortgelijk aan de door hem gepleegde feiten blijkens een hem betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie reeds eerder veroordeeld, immers hij is in april 2008 veroordeeld voor onder andere meerdere straatroven en woninginbraken. Hem is toen een PIJ-maatregel opgelegd. Tijdens een proefverlof heeft hij de onderhavige feiten gepleegd.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

De vordering van de benadeelde partij.

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De rechtbank stelt vast dat verdachte de strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders/medeplichtige(n) samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 27, 45, 48, 49, 57, 310, 312.

DE UITSPRAAK

T.a.v. feit 1 primair, feit 2 primair:

Vrijspraak, achtende de rechtbank het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen.

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1 subsidiair:

medeplichtigheid aan een poging tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

T.a.v. feit 2 subsidiair:

medeplichtigheid aan een poging tot diefstal, voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf en maatregel.

T.a.v. feit 1 subsidiair, feit 2 subsidiair:

Gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht .

T.a.v. feit 1 subsidiair:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 2250,00 subsidiair 32 dagen hechtenis. Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], van een bedrag van EUR 2250,-- (zegge: tweeduizendtweehonderdvijftig euro), zijnde immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 32 dagen hechtenis.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van) zijn mededader(s)/medeplichtige(n) is betaald.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van EUR 2250,-- (zegge: tweeduizendtweehonderdvijftig euro), te weten immateriële schadevergoeding. Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van) zijn mededader(s)/medeplichtige(n) is betaald.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de zijn opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. P.P.M. Rousseau, voorzitter,

mr. J.F.M. Pols en mr. M.E. Smorenburg, leden,

in tegenwoordigheid van F.H.M. Klerkx, griffier,

en is uitgesproken op 17 november 2010.

Mr. Smorenburg is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Voor zover in de eindnoten wordt verwezen naar het eindproces-verbaal, wordt hiermee bedoeld een einddossier van de regiopolitie Brabant-Zuid-Oost, gezamenlijke recherche, dossiernummer 2233100312, sluitingsdatum 1 juni 2010.

2 Eindproces-verbaal, p. 553: proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2], p. 576: proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] en p. 485, 504 en 505: processen-verbaal van verhoor verdachte [verdachte].

3 Eindproces-verbaal, p. 505: proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] en p. 569: proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3],

4 Eindproces-verbaal, p. 505: proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1].

5 Eindproces-verbaal, p. 576: proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] en eindproces-verbaal, p. 721: proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte].

6 Eindproces-verbaal, p. 1186: proces-verbaal onderzoek historische verkeersgegevens '[medeverdachte 4]'.

7 Eindproces-verbaal, p. 723-724: proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte].

8 Eindproces-verbaal, p. 558: proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 2], p. 724: proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte].

9 Eindproces-verbaal, p. 558: proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2].

10 Eindproces-verbaal, p. 558: proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2], p. 724: proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte].

11 Eindproces-verbaal, p. 555: proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2], p. 569: proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 3] en p. 724: proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte].

12 Eindproces-verbaal, p. 569: proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3], p. 724: proces-verbaal van verklaring verdachte [verdachte].

13 Eindproces-verbaal, p. 558: proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2].

14 Eindproces-verbaal, p. 726: proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], p. 686: proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 5], p. 569: proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3].

15 Eindproces-verbaal, p. 686: proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 5].

16 Eindproces-verbaal, p. 726: proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte].

17 Eindproces-verbaal, p. 468: proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1], p. 726: proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte].

18 Eindproces-verbaal, p. 571: proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3].

19 Eindproces-verbaal, p. 559: proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2], p. 571: proces-verbaal van verklaring verdachte [medeverdachte 3].

20 Eindproces-verbaal, p. 512: proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] en p. 571: proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3].

21 Eindproces-verbaal, p. 507: proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1].

22 Eindproces-verbaal, p. 795: proces-verbaal van verhoor van getuige [overige slachtoffer].

23 Eindproces-verbaal, p. 507: proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1], p. 571: proces-verbaal van verklaring [medeverdachte 3].

24 Eindproces-verbaal, p. 571: proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3].

25 Eindproces-verbaal, p. 571: proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3].

26 Eindproces-verbaal, p. 553: proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2].

27 Eindproces-verbaal, p. 559: proces-verbaal van verklaring verdachte [medeverdachte 2] en p. 796: proces-verbaal van verhoor van getuige [overige slachtoffer].

28 Eindproces-verbaal, p. 553 en 559: proces-verbaal van verklaring verdachte [medeverdachte 2].

29 Eindproces-verbaal, p. 510: proces-verbaal van verklaring [medeverdachte 1].

30 Eindproces-verbaal, p. 559: proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2].

31 Eindproces-verbaal, p. 507: proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1].

32 Eindproces-verbaal, p. 554: proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2].

33 Eindproces-verbaal, p. 555: proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2].

34 Eindproces-verbaal, p. 554: proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2].

35 Eindproces-verbaal, p. 554: proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2].

36 Eindproces-verbaal, p. 327: proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1].

37 Eindproces-verbaal, p. 572: proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3].

38 Eindproces-verbaal, p. 560: proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2].

39 Eindproces-verbaal, p. 554: proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2].

40 Eindproces-verbaal, p. 508: proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1].

41 Eindproces-verbaal, p. 577: proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3].

42 Eindproces-verbaal, p. 570: proces-verbaal van verklaring verdachte [medeverdachte 3].

43 Eindproces-verbaal, p. 858: proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1], brigadier, Gezamenlijke Recherche Eindhoven.

44 Eindproces-verbaal, p. 855: proces-verbaal van bevindingen wet wapens en munitie.

45 Eindproces-verbaal, p. 843: proces-verbaal sporenonderzoek en p. 852: proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 2], brigadier, Afdeling Eindhoven Strijp.

46 Eindproces-verbaal, p. 576: proces-verbaal van verklaring verdachte [medeverdachte 3].

47 Eindproces-verbaal, p. 725: proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte].

48 Eindproces-verbaal, p. 726: proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte].

49 Eindproces-verbaal, p. 710: proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte].

50 Eindproces-verbaal, p. 725: proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte].

51 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] bij de rechter-commissaris op 19 oktober 2010.

52 Eindproces-verbaal p. 709: proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte].

??

??

19

Parketnummer: 01/825157-10

[verdachte]