Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2010:BO4102

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
12-11-2010
Datum publicatie
16-11-2010
Zaaknummer
220181 / FT RK 10-1561
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

GKB Nijmegen heeft voor verzoekster en haar partner, met wie zij samenwoont, een verzoek dwangakkoord ex artikel 287a Fw en een verzoek wsnp ingediend. Het verzoek dwangakkoord is voor de partner van verzoekster afgewezen. Alle schuldeisers van verzoekster hebben ingestemd met het door haar aangeboden akkoord. Nu er een akkoord is aangeboden op basis van het inkomen van de partner van verzoekster, zal dit akkoord niet nagekomen kunnen worden na toelating van die partner tot de wsnp. Verzoekster verzoekt derhalve, ondanks instemming van al haar schuldeisers met het aangeboden akkoord, toch toelating tot de wsnp.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH

sector civiel recht - enkelvoudige kamer

rekestnummer: 220181 / FT RK 10-1561

uitspraakdatum: 12 november 2010

in de zaak van:

[verzoekster],

geboren op [geboortedatum en geboorteplaats],

wonende te [adres],

hierna te noemen: verzoekster,

tegen

Vodafone Libertel B.V.

statutair gevestigd te Maastricht,

kantoorhoudende te Avenue Ceramique 300, 6221 KX Maastricht

hierna te noemen: Vodafone.

en

H.T.B. Tours B.V.

statutair gevestigd te Helmond,

kantoorhoudende te Van Haestrechtstraat 11, 5171 RB Kaatsheuvel,

hierna te noemen H.T.B. Tours

1. De procedure

Bij de rechtbank is door verzoekster een verzoek tot vaststelling van een dwangakkoord als bedoeld in artikel 287a Faillissementswet (Fw) en een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling als bedoeld in artikel 284 Fw ingediend.

Beide verzoeken zijn ter zitting van 22 oktober 2010 en 12 november 2010 behandeld. Tijdens de behandeling van 22 oktober 2010 is gebleken dat het verzoek dwangakkoord niet op correcte wijze is opgesteld. Derhalve is de behandeling van beiden verzoekschriften aangehouden tot 12 november 2010. Aangezien verzoekster samenwoont buiten gemeenschap van goederen heeft de rechtbank op 25 oktober 2010 de GKB Nijmegen aangeschreven met het verzoek twee afzonderlijke schuldenlijsten op te maken en twee aparte minnelijke regelingen aan te bieden aan de schuldeisers.

Voor de voortgezette behandeling van het aangepaste verzoek dwangakkoord en het verzoek toelating wsnp op 12 november 2010 is verzoekster en haar partner de heer [naam] verschenen. GKB Nijmegen is eveneens opgeroepen voor de voorgezette behandeling. Op 28 oktober heeft mevrouw [X] van GKB Nijmegen schriftelijk laten weten niet aanwezig te zullen zijn voor de behandeling van beide verzoekschriften.

De verzoeken

Verzoekster heeft bij verzoekschrift van 12 oktober 2010 de rechtbank verzocht Vodafone en H.T.B. Tours te bevelen in te stemmen met de namens verzoekster aangeboden schuldregeling als bedoeld in artikel 287a Fw. Bij verzoekschrift van 12 oktober 2010 heeft verzoekster de rechtbank tevens verzocht ten aanzien van haar de toepassing van de schuldsaneringsregeling als bedoeld in artikel 284 Fw uit te spreken. Beide verzoeken zijn door de rechtbank ontvangen op 15 oktober 2010.

2. De beoordeling

Verzoek dwangakkoord

Ingevolge artikel 287a lid 5 Fw kan een verzoek tot vaststelling van een dwangakkoord worden toegewezen, indien de schuldeiser in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat hij heeft bij de uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van de schuldenaar of van de overige schuldeisers die door die weigering worden geschaad.

Bij de beoordeling van het verzoek tot vaststelling van een dwangakkoord op 22 oktober 2010 is de rechtbank gebleken dat het door GKB Nijmegen aangeboden akkoord niet correct is. Er is ondanks dat verzoekster samenwoont buiten gemeenschap van goederen, uitgegaan van een gezamenlijke schuldenlijst op basis waarvan voor verzoekster en haar vriend een gezamenlijke minnelijke regeling is opgestart. De rechtbank heeft GKB Nijmegen bij schrijven van 25 oktober 2010 verzocht de schuldenlijst te splitsen en twee aparte minnelijke regelingen op te starten voor verzoekster en haar vriend. Op 1 november 2010 heeft de rechtbank een schuldenlijst ontvangen die identiek is aan de op 15 oktober 2010 ontvangen schuldenlijst. De rechtbank heeft moeten constateren dat er ondanks haar nadrukkelijke verzoek geen afzonderlijke schuldenlijsten zijn opgemaakt voor verzoekster en haar vriend. De GKB Nijmegen heeft slechts de oude schuldenlijst opnieuw uitgeprint en hierop aangegeven of de schulden betrekking hebben op verzoekster dan wel op haar vriend. Bovendien is voorts gebleken dat alle schuldeisers van verzoekster ingestemd hebben met het door GKB aangeboden akkoord.

Nu er geen sprake is van weigerende schuldeisers met betrekking tot de door verzoekster aangeboden schuldenregeling ziet de rechtbank geen reden om het verzoek tot een dwangakkoord toe te wijzen. Het verzoek ex artikel 287a Fw wordt derhalve afgewezen.

Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling

Verzoekster heeft ter zitting gezegd haar verzoek tot toelating tot de regeling, na een afwijzing van het dwangakkoord te willen handhaven. Gelet op het gegeven dat kennelijk een akkoord is aangeboden op basis van inkomen van de partner van verzoekster, zal dit akkoord niet nagekomen kunnen worden na toelating van die partner tot de wsnp. Dit is reden voor verzoekster, om ondanks instemming van al haar schuldeisers met het aangeboden akkoord, toch toelating tot de regeling te vragen.

Gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 van Verordening 1346/2000 van de Raad van de Europese Unie juncto artikel 284 lid 2 Fw, is de rechtbank bevoegd de hoofdprocedures te openen nu het centrum van de voornaamste belangen van verzoekster in Nederland ligt.

Het verzoekschrift van verzoekster voldoet aan de daaraan gestelde eisen.

Gebleken is dat verzoekster verkeert in de toestand van opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat niet zal kunnen worden voortgegaan met betaling van de schulden. Ten aanzien van verzoekster is verder voldaan aan het bepaalde in artikel 288 lid 1 Fw dan wel aan het bepaalde in artikel 288 lid 3 Fw. Van een grond voor afwijzing van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is niet gebleken.

Het vorengaande leidt tot de volgende beslissingen.

3. Beslissing

De rechtbank

verzoek dwangakkoord:

? wijst het verzoek dwangakkoord af;

verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling:

? spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

[verzoekster],

geboren op [geboortedatum en geboorteplaats],

wonende te [adres];

? benoemt tot rechter-commissaris mr. P.J. Neijt,

en tot bewindvoerder W.B.F. Mombarg,

gevestigd te Postbus 2062, 3800 CB Amersfoort;

? geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaren gerichte brieven en telegrammen;

? verstaat dat alle gelegde bijzondere beslagen ten tijde van dit vonnis met onmiddellijke ingang worden geschorst, in afwachting van nadere instructies zijdens de bewindvoerder;

? kent, bij toereikend actief, gedurende de looptijd van de schuldsaneringsregeling aan de bewindvoerder een voorschot op het salaris toe ter hoogte van het in artikel 2 lid 2 en lid 3 van het Besluit Salaris Bewindvoerder aangegeven minimum salaris.

De beslissing is gegeven door mr. P.A.M. Penders en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van 12 november 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.