Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2010:BO2801

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
24-06-2010
Datum publicatie
03-11-2010
Zaaknummer
660357
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Reisovereenkomst; non-conformiteit ; schadevergoeding wegens langer verblijf ; toekenning van smartengeld.

7:507 BW, 7:510 BW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH

Sector Kanton, locatie Eindhoven

In de zaak van:

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

gemachtigde: mr. E.A.M. Heijdra-Koomans, werkzaam bij ARAG rechtsbijstand te Breda ([postbusnummer]),

t e g e n :

[gedaagde],

gevestigd te Drachten,

gedaagde,

gemachtigde: mr. M.H. van Balen, werkzaam bij DAS rechtsbijstand te Amsterdam, kantoor Groningen ([postbusnummer]),

heeft de kantonrechter te Eindhoven het navolgende vonnis gewezen.

1. De procedure

1.1. De kantonrechter heeft acht geslagen op de volgende processtukken:

- de dagvaarding van 4 november 2009 met 22 producties;

- de conclusie van antwoord van 21 januari 2010 met twee doorgenummerde producties;

- de aantekeningen die de griffier heeft gemaakt tijdens de comparitie van partijen op 28 april 2010, met daaraan gehecht één door eiser in het geding gebrachte productie. Namens eiser zijn verschenen, [eiser], eiser, en mr. Heijdra, gemachtigde voornoemd. Namens gedaagde zijn verschenen, [werknemer], werkzaam bij gedaagde, en, mr. Van Balen, gemachtigde voornoemd.

1.2. De uitspraak is thans bepaald op heden.

1.3. Partijen zullen hierna "[eiser]" en "[gedaagde]" worden genoemd.

2. Het geschil

2.1. [eiser] vordert van [gedaagde] betaling van een bedrag van € 2.167,15, ter zake hoofdsom en buitengerechtelijke incassokosten. Voorts vordert [eiser] betaling van proceskosten. Aan zijn vordering legt [eiser] ten grondslag dat hij met [gedaagde] in januari 2009 een reisovereenkomst heeft gesloten ter zake een reis naar Thailand, met een retourvlucht op 14 mei 2009. Op 14 mei 2009 heeft [eiser] zich in Bangkok gemeld bij de incheckbalie. Vanwege het gehandicapte kind van [eiser], moest [eiser] via een rolstoeltoegankelijke gate het vliegtuig in. Omdat bij die gate niemand verscheen is [eiser] alsnog in de rij bij de oorspronkelijke gate aangesloten. Terwijl [eiser] daar stond te wachten is hij door iemand uit de rij gehaald - tezamen met nog vier willekeurige personen -en werd hem verteld dat hij niet met de vlucht meekon. Een van de andere vier personen - allen Iraniërs - vertelde [eiser] dat derden ieder voor zich een som geld hebben betaald aan personeel van Mahan Air, waarna ze alsnog mee mochten in plaats van de uit de rij gehaalden. [eiser] werd teruggebracht naar zijn koffers (één koffer ontbrak) en de boardingpassen en de uitreisvisa werden ingenomen. Direct daarop heeft [eiser], middels zijn vader in Nederland, contact opgenomen met [gedaagde]. Die heeft [eiser] verzekerd dat er nieuwe tickets zouden worden geregeld en dat alle uit de vertraging voortkomende kosten zouden worden vergoed. Deze kosten bedragen uiteindelijk een bedrag van € 1.810,15, welk bedrag [gedaagde] is verschuldigd aan [eiser]. Gedaagde weigert dit bedrag te betalen. Het bedrag is inclusief een boete van 12.000 Baht aan no-show fee die [eiser] moest betalen omdat Mahan Air stelde dat [eiser] te laat zou hebben ingecheckt. [eiser] betwist dit ten stelligste, hij heeft zich tijdig ingecheckt bij de balie, hij was de douane gepasseerd en hij had tijdig zijn koffers ingeleverd.

2.2. Bij conclusie van antwoord stelt [gedaagde] dat zij naar aanleiding van de schadeclaim van [eiser] onderzoek heeft laten verrichten door Mahan Air. Uit dit onderzoek bleek dat [eiser] en familie zich te laat hebben gemeld bij de gate voor boarding en dat zij om die reden zijn geweigerd om alsnog mee te mogen. Dit was ook niet meer mogelijk, omdat dit een aanzienlijke vertraging - en kosten - zou opleveren. Dat [eiser] tijdig zou zijn ingecheckt, houdt nog niet in dat [eiser] ook tijdig bij de gate is verschenen. [gedaagde] heeft [eiser] niet toegezegd alle kosten te zullen vergoeden, maar zij heeft [eiser] slechts geïnformeerd over de wijze waarop een verzoek om een vergoeding kan worden ingediend. [gedaagde] is dan ook niet tekort gekomen in de nakoming van de reisovereenkomst.

2.3. Vervolgens heeft de kantonrechter een comparitie van partijen gelast. Ter comparitie hebben partijen bij hun respectieve standpunt volhard. Een schikking is vergeefs beproefd. Op de argumenten als in de processtukken en ter comparitie nader aangevoerd, komt de kantonrechter, voor zover voor de beoordeling van belang, hieronder terug.

3. De beoordeling

3.1. Nu evident sprake is van een overeenkomst gesloten door een 'consument' als bedoeld in artikel 110 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is de kantonrechter te Eindhoven bevoegd, nu de consument ([eiser])in het kanton Eindhoven woont.

3.2. Vast is komen te staan dat [eiser] met [gedaagde] een reisovereenkomst heeft gesloten voor een vakantie in Thailand van 29 april 2009 tot 14 mei 2009. [eiser] was in bezit van geldige tickets voor de retourvlucht op 14 mei 2009. [eiser] heeft zich - blijkens door hem overgelegde producties 3A en 3 B bij dagvaarding - op 14 mei 2009 ingecheckt bij de balie op het vliegveld van Bangkok en is vervolgens de douane gepasseerd.

3.2. Over wat hierna gebeurd is lopen de standpunten van partijen uiteen. Daar waar [eiser] stelt dat hij zich tijdig bij de gate heeft gemeld - eerst de rolstoeltoegankelijke en nadat daar niemand verscheen de oorspronkelijke - , stelt [gedaagde] dat [eiser] zich niet tijdig bij de gate heeft gemeld en dat hij dientengevolge door Mahan Air terecht als 'no-show' is geboekt. [gedaagde] is dan ook van mening dat het aan [eiser] te wijten is dat hij onkosten heeft moeten maken en dat [gedaagde] hiervoor niet aansprakelijk kan worden gehouden.

3.3. Onder verwijzing naar artikel 7:507 lid 2 onder a Burgerlijk Wetboek (BW), zal de kantonrechter [gedaagde] in de gelegenheid stellen bewijs te leveren van haar stelling dat [eiser] op 14 mei 2009 niet tijdig op het vliegveld in Bangkok bij de daarvoor aangewezen gate voor de retourvlucht naar Dusseldorf - via Teheran - is verschenen. Voornoemd artikel vermeldt immers dat indien de reis niet verloopt overeenkomstig de verwachtingen die de reiziger op grond van de reisovereenkomst redelijkerwijs mocht hebben, de reisorganisator verplicht is de schade te vergoeden, tenzij de tekortkoming in de nakoming niet aan de reisorganisator is toe te rekenen noch aan de persoon van wiens hulp hij bij de uitvoering van de overeenkomst gebruik maakt (in deze Mahan Air), omdat de tekortkoming in de uitvoering van de reisovereenkomst is toe te rekenen aan de reiziger. De reisorganisator dient gezien het wettelijk systeem de toerekening van de tekortkoming aan de reiziger, in deze [eiser] in geval van betwisting - zoals hier het geval - te bewijzen.

Het niet kunnen vliegen op 14 mei 2009 door [eiser] en zijn familie, terwijl men op het vliegveld was, staat immers vast. Als bewijs van toerekening aan [eiser] is alleen een verklaring van Mahan Air (de gebezigde hulppersoon) niet voldoende, nu vaststaat dat deze heeft verhinderd dat [eiser] het vliegtuig zou nemen.

3.4. De kantonrechter zal de zaak verwijzen naar de rol voor akte uitlating bewijslevering. Indien [gedaagde] bewijs wenst te leveren door middel van het horen van getuigen, kan [gedaagde] in de akte volstaan met een opgave van de getuigen en een opgave van verhinderdata van beide partijen en de getuigen, waarna de kantonrechter een datum voor het getuigenverhoor zal bepalen.

3.5. Iedere verdere beslissing - ook ten aanzien van de ter comparitie reeds besproken schadeposten - zal worden aangehouden.

4. De beslissing

De kantonrechter:

laat [gedaagde] toe te bewijzen dat [eiser] op 14 mei 2009 niet tijdig op het vliegveld in Bangkok bij de daarvoor aangewezen gate voor de retourvlucht naar Dusseldorf - via Teheran - is verschenen;

bepaalt dat [gedaagde] voor ter terechtzitting van de kantonrechter op donderdag 22 juli 2010 te 10.00 uur zich dient uit te laten over de vraag of tot bewijslevering zal worden overgegaan en, zo ja, op welke wijze en - indien bewijslevering plaatsvindt door middel van getuigen - hoeveel en welke getuigen zullen worden gehoord, onder vermelding van de verhinderdata van beide partijen en die van de getuigen, waarna dag en uur voor het horen van die getuigen door de kantonrechter zullen worden vastgesteld;

bepaalt dat [gedaagde] de kantonrechter hierover ook schriftelijk kan informeren; de schriftelijke reactie dient dan uiterlijk op 21 juli 2010 ter griffie van de sector kanton te zijn ontvangen;

iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

Gewezen door mr. R.R.M. de Moor, kantonrechter, en op 24 juni 2010 uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van de griffier.