Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2010:BO2445

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
26-10-2010
Datum publicatie
01-11-2010
Zaaknummer
AWB 10-4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontvankelijkheid. Onduidelijke adressering van (primair) besluit.

In deze handhavingszaak was de adressering van het primaire besluit onduidelijk: zij kon aan meerdere overtreders (zowel een BV als een natuurlijk persoon) zijn gericht. In de bezwaarfase is dit aan de orde geweest. De rechtbank oordeelt dat uit de onderliggende stukken in bezwaar, alsmede uit de redactie van de beslissing op bezwaar, blijkt dat uitsluitend de natuurlijke persoon is aangeschreven. Het door de andere overtreder (de BV) ingestelde beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij weliswaar belanghebbende is, maar een afgeleid belang heeft. Zij wordt immers niet geraakt door het (enige) directe rechtsgevolg van de last: het verbeuren van de dwangsom(men).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Omgevingsvergunning in de praktijk 2011/3725
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ’s-HERTOGENBOSCH

Sector bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 10/4

Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 oktober 2010

inzake

[eiseres],

te [plaats],

eiseres,

gemachtigde mr. T.I.P. Jeltema,

tegen

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bladel,

verweerder,

gemachtigden mr.drs. S.M.W. Verouden en I.M. van Ishoven.

Procesverloop

Bij besluit van 17 februari 2009 heeft verweerder een last onder dwangsom opgelegd teneinde –voor zover in deze procedure van belang, kort weergegeven- te bevorderen dat overtredingen van de Woningwet op het perceel [perceel] te [plaats] worden beëindigd.

Het hiertegen gemaakte bezwaar is door verweerder bij besluit van 10 november 2009 ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.

De zaak is behandeld op de zitting van 11 oktober 2010, waar eiseres is verschenen bij gemachtigde. Verweerder is eveneens verschenen, vertegenwoordigd door zijn gemachtigden.

Overwegingen

1. Alvorens de zaak inhoudelijk te kunnen behandelen ziet de rechtbank zich gesteld voor de vraag of het beroep van eiseres ontvankelijk is.

2. De rechtbank heeft vastgesteld dat de adressering van de primaire beslissing van17 februari 2009 luidt: “[bedrijf], t.a.v. de heer [A]”. Naar ter zitting is komen vast te staan wordt door partijen onderschreven dat deze aanschrijving in theorie zowel eiseres als de heer [A] privé kan betreffen. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling), bijvoorbeeld blijkend uit haar uitspraak van 27 maart 2001, LJN AN6893, volgt immers dat bij één overtreding meer overtreders betrokken kunnen zijn.

3. Eiseresses gemachtigde heeft in zijn bezwaarschrift opgemerkt dat de adressering niet juist is, en dat de juiste naam zou moeten zijn die van eiseres, zijn cliënte.

4. In het verweerschrift in bezwaar d.d. 1 juli 2009 heeft verweerder verduidelijkt dat de last onder dwangsom is opgelegd aan de heer [A]. Uit een uittreksel van de Kamer van Koophandel blijkt niet dat het bedrijf [bedrijf] op de [perceel] te [plaats] wordt geëxploiteerd door eiseres, aldus verweerder. Voorts is aangegeven dat blijkens het kadaster [A] eigenaar is van het betreffende pand. Dit is ter zitting van de rechtbank door eiseresses gemachtigde ook bevestigd.

5. De beslissing op bezwaar bevat de zinsnede: “Ons college heeft een last onder dwangsom opgelegd aan uw cliënt de heer [A]”.

6. In het beroepschrift merkt eiseres vervolgens op dat het bestreden besluit ten onrechte zou zijn gericht aan [A] in privé.

7. De rechtbank vermag - in het licht van wat hiervoor in rechtsoverweging 2. reeds werd vermeld - niet in te zien dat de last niet gericht zou kunnen zijn aan [A].

8. Voor zover over de adressering in de primaire beslissing nog onduidelijkheid bestond, is die onduidelijkheid naar het oordeel van de rechtbank weggenomen in de beslissing op bezwaar. De commissie voor de bezwaarschriften van verweerder is gemotiveerd ingegaan op de opmerking in het bezwaarschrift van eiseres terzake en blijkens het verslag is de kwestie op de hoorzitting aan de orde geweest. Uit de onderliggende stukken in bezwaar alsmede uit de redactie van het bestreden besluit blijkt naar het oordeel van de rechtbank voldoende duidelijk dat uitsluitend [A] in privé is aangeschreven.

9. De rechtbank stelt vervolgens vast dat eiseres in de onderhavige beroepzaak, als mede-overtreder, belanghebbende is bij het aan [A] gerichte besluit. Naar het oordeel van de rechtbank betreft dit evenwel slechts een afgeleid belang. Eiseres zal immers door de eventuele tenuitvoerlegging van de aan [A] opgelegde last onder dwangsom niet rechtstreeks in haar belang(en) worden geraakt.

10. Dat verweerder ter zitting van de rechtbank een ander standpunt heeft ingenomen, namelijk dat het primaire besluit en de bestreden beslissing aan twee entiteiten, zowel aan eiseres als aan [A] privé, zouden zijn gericht en dat hij aldus meent dat het beroep van eiseres ontvankelijk is, doet aan het oordeel van de rechtbank niet af, nu zij gehouden is om ontvankelijkheidskwesties ambtshalve te toetsen.

11. De rechtbank komt op basis van het vorenoverwogene tot de conclusie komen dat eiseres niet als rechtstreeks belanghebbende kan worden beschouwd, zodat zij niet in haar beroep kan worden ontvangen. Dat betekent dat de rechtbank aan de inhoudelijke grieven van eiseres niet toekomt.

12. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

13. Beslist wordt als volgt.

Beslissing

De rechtbank,

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus gedaan door mr. J.D. Streefkerk als rechter in tegenwoordigheid van mr.drs. J.J.M. Goosen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 26 oktober 2010.

<HR>

<i>Partijen kunnen tegen deze uitspraak binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.</i>

Afschriften verzonden: