Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2010:BO2156

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
22-10-2010
Datum publicatie
29-10-2010
Zaaknummer
AWB 09-5999
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eigen bijdrage schoolvervoer bij gescheiden ouders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ’s-HERTOGENBOSCH

Sector bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 09/5999

Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 oktober 2010

inzake

[eiseres],

te [woonplaats],

eiseres,

gemachtigde mr. M.C.W. van der Zanden,

tegen

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haaren,

verweerder,

gemachtigden W.J.M. Loosveld en H.J. Dammingh.

Procesverloop

Bij besluit van 15 juli 2009 heeft verweerder de aanvraag van eiseres om het leerlingenvervoer voor haar zoon [zoon] gedurende het schooljaar 2009/2010 te bekostigen ingewilligd. Daarbij heeft verweerder medegedeeld dat, gelet op het belastbaar gezinsinkomen, een drempelbedrag (eigen bijdrage) van € 264,- in rekening zal worden gebracht.

Het hiertegen door eiseres gemaakte bezwaar is door verweerder bij besluit van 16 november 2009 ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.

Het beroep is behandeld ter zitting van 21 september 2010, waar eiseres is verschenen in persoon, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder is verschenen bij gemachtigden.

Overwegingen

1. Aan de orde is de vraag of verweerder op goede gronden aan eiseres een eigen bijdrage in rekening heeft gebracht.

2. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Eiseres, woonachtig in [woonplaats], heeft op 2 juni 2009 voor het schooljaar 2009/2010 een aanvraag ingediend om in aanmerking te komen voor vergoeding voor de kosten van leerlingenvervoer van haar zoon [zoon] naar SBO Hertog van Brabantschool te Vught.

Daarbij heeft eiseres aangegeven dat zij op 1 maart 2007 officieel is gescheiden en dat het gezinsinkomen minder dan € 22.500,- bedraagt. Zij heeft een inkomensverklaring over 2007 overgelegd. Op verzoek van verweerder heeft eiseres op 22 juni 2009 tevens de inkomensverklaring van haar ex-echtgenoot overgelegd.

3. Blijkens het bestreden besluit heeft verweerder, onder verwijzing naar het verslag van de adviescommissie van 14 oktober 2009, zich op het standpunt gesteld dat op grond van de Verordening leerlingenvervoer van de gemeente Haaren met het begrip 'inkomen' het inkomen van beide ouders is bedoeld. Dat eiseres is gescheiden van de vader van haar zoon [zoon] doet volgens verweerder niet af aan het feit dat beiden nog steeds de ouders zijn van [zoon]. Ten aanzien van het verzoek van eiseres om toepassing van de hardheidsclausule van artikel 29 van de Verordening heeft verweerder gesteld dat de situatie waarin eiseres zich bevindt regelmatig voorkomt en dat in geen van diezelfde gevallen de hardheidsclausule wordt toegepast.

4. Eiseres kan zich met het bestreden besluit niet verenigen en heeft – kort weergegeven – het volgende aangevoerd. Eiseres is van mening dat door de gemeente Haaren ten onrechte een eigen bijdrage van € 264,- voor het schooljaar 2009/2010 is opgelegd. Haar inkomen over peiljaar 2007 blijft immers onder de in artikel 23 van de Verordening vermelde inkomensgrens van € 22.500,-. In die Verordening wordt aangesloten bij de fiscale inkomensbegrippen. Verweerder hanteert deze begrippen echter anders en telt, anders dan de fiscus en ten onrechte, de inkomens van de ouders bij elkaar op, ook als ze gescheiden zijn.

Ter onderbouwing van haar standpunt wijst eiseres op het aanvraagformulier van de gemeente Zandvoort, waarin staat vermeld dat: "als u gescheiden bent of duurzaam gescheiden leeft van de andere ouder, volstaat in de meeste gevallen alleen uw inkomen".

Indien toch sprake zou zijn van een door verweerder juist hanteren van het inkomensbegrip, gebiedt de zorgvuldigheid dat verweerder toepassing geeft aan de hardheidsclausule.

De motivering die verweerder heeft gegeven om de hardheidsclausule niet toe te passen is volstrekt onvoldoende. Het besluit is in strijd met de wet, de rechtszekerheid, het vertrouwens- en het zorgvuldigheidsbeginsel. Eiseres verzoekt om vergoeding van de kosten in beroep.

5. Het wettelijk kader luidt als volgt.

6. In artikel 4, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs is bepaald dat ten behoeve van het schoolbezoek burgemeester en wethouders aan ouders van de in de gemeente verblijvende leerlingen op aanvraag bekostiging verstrekken van de door de burgemeester en wethouders noodzakelijk te achten vervoerskosten. De gemeente stelt daartoe een nadere regeling vast. […].

7. Krachtens artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs heeft de gemeente Haaren de Verordening leerlingenvervoer gemeente Haaren 2004 vastgesteld.

8. In artikel 1 onder l van de Verordening is het begrip 'inkomen' als volgt omschreven:

'Het ingevolge de Wet op de inkomstenbelasting 2001 (Stb. 2000, 215) vastgestelde gecorrigeerde verzamelinkomen van de ouders in het tweede kalenderjaar voorafgaande aan het schooljaar waarvoor bekostiging van de vervoerskosten wordt gevraagd.'

9. In artikel 23, tweede lid, van de Verordening is bepaald dat ingeval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs [bezoekt], per leerling per schooljaar een eigen bijdrage betalen die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 11 bepaald afstand in dien het inkomen van de ouders meer bedraagt dan € 21.150,-.

In het vierde lid van dit artikel is bepaald dat het in het eerste en tweede lid genoemde bedrag van € 21.150,- jaarlijks wordt aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450,-. Het aangepaste bedrag treedt in de plaats van het eerste en tweede lid genoemde bedrag van € 21.150,-.

10. In bijzondere gevallen kan het college op grond van artikel 29 van de Verordening ten gunste van de ouders afwijken van de bepalingen in deze Verordening, zo nodig na advies te hebben aangevraagd aan de permanente commissie leerlingenzorg, de commissie voor de begeleiding, de regionale verwijzingscommissie en/of andere deskundigen (de zogenaamde hardheidsclausule).

11. De rechtbank overweegt het volgende.

12. De grief van eiseres dat verweerder ten onrechte het inkomen van haar ex-partner heeft betrokken bij de berekening van de eigen bijdrage wordt door de rechtbank niet gevolgd.

Daartoe overweegt de rechtbank dat de keus van verweerder om uit te gaan van het inkomen van beide ouders, ook indien deze zijn gescheiden, onder de beleidsvrijheid van verweerder valt. De rechtbank kan slechts toetsen of verweerder de bepalingen uit de Verordening op de juiste wijze heeft toegepast en of deze zich verhouden tot de hogere regelgeving, in dit geval de Wet op het primair onderwijs.

13. Hoewel in artikel 1, onder l, van de Verordening inderdaad wordt verwezen naar het verzamelinkomen ingevolge de Wet op de inkomstenbelasting, wordt in dat artikel, evenals in alle andere artikelen van de Verordening, uitdrukkelijk gesproken over het gecorrigeerde verzamelinkomen van de ouders. In dat kader merkt de rechtbank op dat niet is gebleken dat dit uitgangspunt in strijd is met hogere regelgeving. Immers ook in artikel 4, zevende en elfde lid van de Wet op het primair onderwijs wordt aansluiting gezocht bij het inkomen en de financiële draagkracht van de ouders tezamen.

14. Dat de gemeente Zandvoort er blijkbaar voor heeft gekozen om ingeval van echtscheiding het inkomen van de ex-partner niet mee te laten tellen, maakt – gelet op de beleidsvrijheid – niet dat ook verweerder daartoe gehouden is. Gemeenten kunnen hierin een eigen keuze maken.

15. Vervolgens dient te worden beoordeeld of in dit geval sprake is van bijzondere omstandigheden waarin verweerder aanleiding had moeten zien tot toepassing van de hardheidsclausule uit artikel 29 van de Verordening.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het enkele feit dat eiseres is gescheiden van haar partner onvoldoende is om het bestaan van bijzondere omstandigheden aan te nemen. Het aanmerken van echtscheiding als een bijzondere omstandigheid zou immers neerkomen op een categoriale afwijking voor alle gescheiden ouders ongeacht hun specifieke situatie.

16. Gelet op bovenstaande overwegingen kan de rechtbank niet anders dan concluderen dat verweerder op juiste gronden het inkomen van de ex-partner van eiseres heeft meegenomen bij de vaststelling van de eigen bijdrage voor het leerlingenvervoer van [zoon] voor het schooljaar 2009/2010. Het beroep is derhalve ongegrond.

17. Hetgeen eiseres overigens heeft aangevoerd heeft de rechtbank niet tot een ander oordeel kunnen leiden.

18. De rechtbank acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling of voor een vergoeding van het griffierecht.

19. Beslist wordt als volgt.

Beslissing

De rechtbank,

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gedaan door mr.drs. M.M.L. Wijnen als rechter in tegenwoordigheid van B.V.H. Harperink als griffier en uitgesproken in het openbaar op 22 oktober 2010.

<HR>

<i>Partijen kunnen tegen deze uitspraak binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.</i>

Afschriften verzonden: