Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2010:BO0423

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
26-08-2010
Datum publicatie
14-10-2010
Zaaknummer
621583
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Onderwijsovereenkomst vernietigd op grond van dwaling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

DE KANTONRECHTER TE EINDHOVEN

In de zaak van:

1. [opposante sub 1], procederend met rechtsbijstand ingevolge toevoeging van de Raad voor de Rechtsbijstand [nummer];

2. [opposante sub 2], procederend met rechtsbijstand ingevolge toevoeging van de Raad voor de Rechtsbijstand [nummer];

3. [opposant sub 3], procederend met rechtsbijstand ingevolge toevoeging van de Raad voor de Rechtsbijstand [nummer];

allen wonende te [woonplaats];

opposanten in conventie, eisers in reconventie;

gemachtigde voor alle opposanten: mr. F.E.C. Koopman, advocaat te Apeldoorn,

t e g e n :

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Best Business School B.V.,

onder andere handelende onder de naam The Stewardess Academy,

gevestigd te Best;

geopposeerde in conventie, verweerster in reconventie;

gemachtigde: E.A.P. van Lith, deurwaarder te Eindhoven,

heeft de kantonrechter het navolgende vonnis gewezen.

Opposanten, tevens eisers in reconventie, zullen hierna in het enkelvoud worden aangeduid als '[opposante c.s.]', en geopposeerde, tevens verweerster in reconventie, als 'BBS'.

1. Het verloop van het geding

Dit blijkt uit de navolgende stukken:

­ de verzetdagvaarding, tevens houdende eis in reconventie, met producties;

­ de conclusie van antwoord in oppositie, tevens antwoord in reconventie, met producties;

­ de conclusie van repliek in oppositie, tevens conclusie van repliek in reconventie, met producties;

­ de conclusie van dupliek in oppositie, tevens dupliek in reconventie, met een productie;

­ de akte uitlating producties van de zijde van [opposante c.s.].

2. Het geschil en de beoordeling daarvan

In conventie en in reconventie

2.1 Het gaat in dit geding om het volgende.

[opposante sub 1] ambieerde een baan als stewardess. Via internet en via de krant is zij in contact gekomen met BBS. Zij ontving daarop van BBS een studiegids: 'maak vliegensvlug carrière als steward(ess) of grondsteward(ess)'.

Er was een begeleidende brief van: 'The Stewardess Academy', waarin [opposante sub 1] onder meer werd uitgenodigd om naar een toelatingsgesprek bij BBS te komen. Op die uitnodiging is [opposante sub 1] ingegaan en zij heeft toen een toelatingstest gemaakt. Daarna is er een gesprek geweest met een studieadviseuse van BBS en vervolgens heeft zij samen met een van haar ouders (opposante 2 of opposant 3) een onderwijsovereenkomst gesloten voor het schooldiploma SRH (steward(ess), grondsteward(ess), reisleid(st)er, host(ess), receptionist(e), telefonist(e)). Dit voor een bedrag van € 4.600,--, te betalen in twaalf maandelijkse termijnen van € 383,33 per maand. Vrij snel na het begin van de opleiding heeft [opposante sub 1] de opleiding gestaakt en ook de maandbetalingen.

Hierop heeft BBS bij dagvaarding d.d. 10 maart 2009 van [opposante c.s.] hoofdelijk betaling gevorderd van € 3.600,-- met rente en kosten. Bij vonnis d.d. 19 (of 25, kantonrechter) maart 2009 heeft de kantonrechter te Eindhoven deze vordering bij verstek toegewezen.

[opposante c.s.] is - naar aangenomen moet worden tijdig - tegen deze veroordeling in verzet gekomen bij bovenvermelde verzetdagvaarding. Zij vordert kort gezegd ontheven te worden van die veroordeling en alsnog afwijzing van de oorspronkelijke vordering en in reconventie vordert zij veroordeling van BBS tot betaling aan haar van € 1.241,49 alsmede voor recht te verklaren dat de overeenkomst d.d. 26 juli 2008 is vernietigd, althans ontbonden. Subsidiair vordert [opposante c.s.] deze overeenkomst alsnog te ontbinden.

[opposante c.s.] grondt haar verweer in conventie en haar vorderingen in reconventie op een wilsgebrek (primair dwaling, subsidiair bedrog), subsidiair op onrechtmatig handelen van de zijde van BBS en meer subsidiair op een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van BBS.

Verder stelt [opposante c.s.] dat BBS de door haar ingeroepen algemene voorwaarden nimmer aan [opposante c.s.] ter hand heeft gesteld en dat BBS aldus geen redelijke mogelijkheid aan [opposante c.s.] heeft geboden om van die voorwaarden kennis te nemen. Ook betwist [opposante c.s.] dat de ouders van [opposante sub 1] (opposanten 2 en 3) zich borg voor haar hebben gesteld zodat opposanten 2 en 3 in ieder geval ten onrechte door BBS in rechte zijn betrokken. Opposante 2 heeft de onderwijsovereenkomst meegetekend ten bewijze van haar toestemming om een overeenkomst aan te gaan als vereist in artikel 1:234, lid 1 van het Burgerlijk Wetboek. Tenslotte stelt [opposante c.s.] dat de door BBS gevorderde en bij verstek toegewezen buitengerechtelijke incassokosten door haar in ieder geval niet verschuldigd zijn. In de eerste plaats niet omdat de hoofdvordering van BBS moet worden afgewezen en in de tweede plaats niet omdat er geen zodanige buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht dat daarvoor een aparte vergoeding op zijn plaats zou zijn.

2.2 Met uitzondering van [opposante c.s.]'s stelling over de beweerde borgtocht van haar ouders heeft BBS alle door [opposante c.s.] aangevoerde gronden en weren betwist. BBS concludeert tot bevestiging van het verstekvonnis en tot afwijzing van de eis in reconventie.

2.3 De kantonrechter zal eerst het door [opposante c.s.] gedane beroep op dwaling beoordelen.

2.4 [opposante c.s.] stelt dat zij bij het aangaan van de met BBS gesloten overeenkomst een onjuiste voorstelling van zaken had en dat zij bij een juiste voorstelling van zaken de overeenkomst niet zou hebben gesloten. Zij stelt dat BBS haar onjuiste inlichtingen heeft verschaft over de aangeboden opleiding en dat BBS ook in gebreke is gebleven haar te informeren over de werkelijke aard van die opleiding.

2.5 BBS stelt dat zij [opposante c.s.] correct en voldoende heeft geïnformeerd. Dat is gebeurd via de internetsite van BBS, via de aan [opposante c.s.] opgestuurde studiegids, via de toelatingstest en via het toelatingsgesprek. [opposante c.s.] is erover geïnformeerd dat zij de keuze had uit de opleiding SRH met een schooldiploma of de erkende opleiding luchtvaartdienstverlener.

[opposante c.s.], zo vervolgt BBS, heeft bewust gekozen voor de opleiding SRH, waarmee zij na het behalen van een diploma grondstewardess zou kunnen worden, maar ook hostess, reisbegeleider of telefoniste/receptioniste.

2.6 [opposante c.s.] betwist dat zij geïnformeerd is over deze keuze. Zij heeft in de schriftelijke informatie tijdens het toelatingsgesprek de indruk gekregen dat er één opleiding werd aangeboden, een opleiding tot (grond)steward(ess) die ook wel aangeduid werd als: 'SRH'-opleiding. Als zij geweten had dat zij na het behalen van het diploma SRH nog een andere opleiding moest volgen om een erkend diploma te verwerven waarmee zij met kans op succes als stewardess zou kunnen solliciteren, dan had zij de overeenkomst tot het volgen van de SRH-opleiding niet afgesloten.

2.7 De kantonrechter is het met [opposante c.s.] eens dat de schriftelijke voorinformatie niet de duidelijkheid verschaft zoals BBS nu, in deze procedure, stelt dat het geval is. Er wordt vrijwel steeds gesproken over een opleiding tot (grond)steward(ess). Soms valt ook de term SRH-opleiding. De toelatingstest is uitsluitend gericht op de SRH-opleiding die in de aanhef onder meer het volgende vermeldt: 'The Stewardess Academy wil u een goed advies geven ten aanzien van uw opleiding stewardess/grondstewardess SRH. Deze test maakt een belangrijk onderdeel uit van de toelatingsprocedure die op u gericht is. Deze test biedt ons een goed beeld van uw persoonlijkheid." De aan [opposante c.s.] toegestuurde studiegids spreekt ook over een opleiding die bestaat uit drie deelopleidingen: telefoniste/receptioniste, reisleidster/hostess en luchtvaartdienstverlener en uit vier modules: telefoniste/receptioniste, hostess/gastheer/gastvrouw, reisleidster/medewerker reizen en toeristische informatie en luchtvaartdienstverlener/(grond)stewardess, aldus is te lezen op pagina 6 en pagina 38. Op pagina 8 is het volgende vermeld: "De opleidingen bij The Stewardess Academy brengen je stap voor stap verder. Er zijn in totaal vier modules. Je start met het onderdeel receptioniste/telefoniste (1A) en gaat daarna door met hostess en reisleidster (1B). Vervolgens doe je de module grondstewardess en stewardess (1C). Wil je als stewardess op internationale vluchten werken, dan doe je tenslotte ook nog de module luchtvaartdienstverlener. Daarin wordt extra aandacht gegeven aan Engels, Duits en Spaans. Bij elke module doe je examen om een certificaat te verkrijgen. Een certificaat en het einddiploma luchtvaartdienstverlener zijn erkend door het ministerie van onderwijs, cultuur en wetenschap." De kantonrechter merkt op dat deze passage niet geheel te rijmen valt met de uiteenzettingen op pagina 6 en pagina 38 over de inrichting van de opleiding. Stap 1B op pagina 8 spreekt over hostess en reisleidster, terwijl deze tweede stap op de pagina's 6 en 38 wordt geëtiketteerd als hostess/gastheer/gastvrouw en stap 1C krijgt op pagina 8 het etiket grondstewardess en stewardess terwijl deze derde stap op pagina 6 en pagina 38 als opschrift krijgt: reisleidster/medewerker reizen en toeristische informatie. De term: "(grond)stewardess" wordt op de pagina's 6 en 38 - uitsluitend - gekoppeld aan het begrip luchtvaartdienstverlener. Op de overeenkomst die [opposante c.s.] van BBS krijgt aangeboden is dan - voor de eerste keer in geschrifte - sprake van een keuze: er kan worden ingeschreven op een opleiding luchtvaartdienstverlener voor de somma van € 7.200,-- of voor de cursus SRH voor de som van € 5.200,--. Opvallend in deze tekst is dat daarin de woorden stewardess en grondstewardess uitsluitend gekoppeld worden aan de opleiding SRH en weer niet aan de opleiding luchtvaartdienstverlener.

Alle schriftelijke informatie zoals hiervóór genoemd tezamen nemend oordeelt de kantonrechter dat het door BBS aan [opposante c.s.] aangeboden contract [opposante c.s.] niet tot het besef heeft moeten brengen dat zij ter verwezenlijking van haar ambitie om stewardess te worden de keuze had uit twee opleidingen, laat staan tot het besef dat voor haar het diploma luchtvaartdienstverlener met erkend mbo-niveau 4 nodig was om met vrucht als stewardess te kunnen solliciteren.

Dat BBS mondeling wel de nodige duidelijkheid aan [opposante c.s.] heeft verschaft is niet gesteld of gebleken. De hierboven geciteerde tekst uit de aanhef van de door [opposante sub 1] voorafgaande aan het toelatingsgesprek gemaakte test maakt het veeleer aannemelijk dat [opposante c.s.]'s stelling juist is dat haar door BBS geadviseerd is de SRH-opleiding te volgen.

2.8 De kantonrechter komt tot de slotsom dat een weloverwogen keuze die [opposante c.s.] volgens BBS moest en ook kon maken, in feite niet kon worden gemaakt omdat er onvoldoende informatie voor is gegeven en zelfs het feit dat er kon worden gekozen pas aan de orde is gekomen in het aan [opposante c.s.] aangeboden contract en dan nog op een onheldere en verwarrende wijze.

De vraag of [opposante c.s.] zelf op grond van de hierboven aangestipte onduidelijkheden en ongerijmdheden onraad had moeten ruiken en nadere informatie had moeten inwinnen beantwoordt de kantonrechter in de gegeven omstandigheden ontkennend. Vast staat dat [opposante c.s.] al van kinds af aan de droom had stewardess te worden en dat BBS er alles aan doet om op deze droom in te spelen. Weidse beroepsperspectieven winnen het in haar informatie van nauwgezette onderwijsinformatie.

2.9 Het beroep op dwaling is gegrond, reeds op grond van het voren overwogene. Al hetgeen partijen verder over en weer hebben aangevoerd, bijvoorbeeld over de hierboven onder 2.1 genoemde punten en over bijvoorbeeld de vraag of er al dan niet een baangarantie is gegeven door BBS, over de vraag of er extra moet worden betaald voor examens en over een praktijkstage op Schiphol kan verder onbesproken blijven: de tussen partijen gesloten onderwijsovereenkomst is nietig op grond van dwaling, de vordering van BBS dient alsnog te worden afgewezen en de vordering van [opposante c.s.] in reconventie is toewijsbaar.

Als de in het ongelijk gestelde partij dient BBS te worden verwezen in de kosten van het geding, met uitzondering van de kosten van de verzetdagvaarding die ingevolge de wet voor rekening van [opposante c.s.] moeten blijven.

3. De beslissing

De kantonrechter:

in conventie:

vernietigt het vonnis dat de kantonrechter te Eindhoven op 19 (of 25) maart 2009 onder rolnummer 09-2362 tussen partijen heeft gewezen;

en opnieuw rechtdoende:

wijst de vordering van BBS af;

in reconventie:

veroordeelt BBS aan [opposante c.s.] te betalen de somma van € 1.241,49;

verklaart voor recht dat de tussen partijen gesloten overeenkomst d.d. 26 juli 2008 nietig is;

in conventie en in reconventie:

veroordeelt BBS in de kosten van het geding aan de zijde van [opposante c.s.] gevallen en tot op heden begroot op € 600,-- gemachtigdensalaris, te voldoen aan de griffier door overmaking op bankrekeningnummer 56.99.90.572 van de Royal Bank of Scotland (RBS) ten name van MvJ Arrondissement Den Bosch (536), Postbus 90155, 5200 MG Den Bosch, onder vermelding van zaaknummer 621583 en rolnummer 09-4115.

Aldus gewezen door mr. W.E.M. Leclercq, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van donderdag 26 augustus 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.