Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2010:BN9274

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
01-10-2010
Datum publicatie
04-10-2010
Zaaknummer
217422 - KG ZA 10-596
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Dit kort geding gaat over de door de provincie Noord-Brabant gehouden Europese openbare aanbestedingsprocedure voor het verstrekken van een opdracht tot het distribueren van de OV-chipkaart ten behoeve van de provincie Noord-Brabant. Als gunningcriterium gold de economisch meest voordelige aanbieding.

Mcom en CCV zijn de enige inschrijvers en de provincie heeft te kennen gegeven dat zij voornemens is de opdracht aan CCV te gunnen.

Aangezien CCV voldoende belang heeft om als partij in dit kort geding met eigen argumenten de vorderingen van Mcom te bestrijden en zij tevens een eigen vordering heeft ingesteld, heeft de voorzieningenrechter CCV toegestaan om te mogen tussenkomen in dit kort geding.

De primaire vordering van Mcom tot uitsluiting van de inschrijving van CCV en gunning van de opdracht aan haarzelf heeft de voorzieningenrechter afgewezen, omdat Mcom onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat CCV niet aan één van de minimumeisen zou kunnen voldoen.

De subsidiaire vordering tot het deugdelijk motiveren van de gunningbeslissing heeft de voorzieningenrechter toegewezen. Naar zijn oordeel is aan de hand van de motivering van de gunningbeslissing niet vast te stellen of de beoordeling door de provincie voldoet aan de normen van transparantie, objectiviteit, non-discriminatie en toetsbaarheid achteraf.

De voorzieningenrechter heeft het door CCV in de tussenkomst gevorderde gebod tot gunning van de opdracht aan haarzelf afgewezen.

Wetsverwijzingen
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Aanbesteding 2010/287
JAAN 2010/107
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 217422 / KG ZA 10-596

Vonnis in kort geding van 1 oktober 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MOBILITY COMMERCE SERVICES B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

eiseres in hoofdzaak,

verweerster in tussenkomst,

advocaat mr. S.C. Brackmann te Rotterdam,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

PROVINCIE NOORD-BRABANT,

zetelend te 's-Hertogenbosch,

gedaagde in hoofdzaak,

verweerster in tussenkomst,

advocaat mr. J.A.M. van Heijningen te 's-Hertogenbosch.

In welke zaak heeft verzocht te mogen tussenkomen dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van de gedaagde in hoofdzaak:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CCV HOLLAND B.V.,

gevestigd te Arnhem,

tussenkomende partij,

eiseres in tussenkomst,

advocaat mr. T. van Wijk te Nijmegen.

Partijen zullen hierna Mcom, de provincie en CCV genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Mcom heeft bij exploot van 18 augustus 2010 de provincie in kort geding gedagvaard.

1.2. Bij incidentele conclusie houdende een verzoek tot tussenkomst/voeging d.d. 20 september 2010 heeft CCV verzocht in dit kort geding te mogen tussenkomen dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van de provincie.

1.3. Op 21 september 2010 heeft Mcom een akte houdende aanvulling van de gronden van de primaire vordering en een wijziging van eis ingediend.

1.4. Vervolgens heeft op 23 september 2010 een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Partijen hebben zich over het verzoek van CCV tot tussenkomst/voeging uitgelaten, waarna de voorzieningenrechter hen te kennen heeft gegeven bij vonnis op dit verzoek te zullen beslissen.

1.5. Partijen hebben daarna hun standpunten - en CCV (ingeval zij zal worden toegestaan in de hoofdzaak tussen te komen) tevens haar vorderingen in tussenkomst - nader toegelicht aan de hand van pleitnota’s en/of producties.

1.6. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De relevante vaststaande feiten

2.1. Door de provincie is dit jaar een Europese openbare aanbestedingsprocedure gehouden voor het verstrekken van een opdracht tot het distribueren van de OV-chipkaart ten behoeve van de provincie Noord-Brabant (hierna te noemen: de opdracht). Mcom en CCV zijn de enige inschrijvers.

2.2. Op deze aanbestedingsprocedure zijn het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten (Bao) en de Wet implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden (Wira) van toepassing.

2.3. Als gunningcriterium gold de economisch meest voordelige aanbieding. Dit gunningcriterium is onderverdeeld in vijf subgunningcriteria, te weten:

1. prijs

a. totaalprijs voor 60 distributiepunten

b. kortingspercentage voor optionele opdrachten

2. kwaliteit

a. implementatieplan

b. kwaliteitsplan

c. beheer- en onderhoudsplan.

2.4. In hoofdstuk 5 “De opdracht” van het toepasselijke “Beschrijvend document bij Europese openbare aanbesteding Distributie OV-chipkaart ten behoeve van Provincie Noord-Brabant, zaaknummer: 1682723” (hierna te noemen: het beschrijvend document) staat onder meer minimumeis “E.18” vermeld:

“Het Distributiebedrijf dient de regie over de uitvoering van deze activiteiten ten behoeve van de baliediensten te voeren en is eindverantwoordelijk voor het werkend opleveren van de baliediensten per 1 september 2010.”

2.5. Het begrip baliediensten houdt in dat een reiziger die een OV-chipkaart wil kopen of bepaalde producten op de OV-chipkaart wil laden daarvoor terecht kan bij een distributiepunt, zoals een postkantoor of tabakswinkel. Een medewerker van het distributiepunt zet de gewenste producten en/of diensten (zoals bijvoorbeeld abonnementen, opladen van saldo of activeringen) in een centrale, digitale ophaallijst klaar. Via ophaalautomaten in het land kunnen deze producten en diensten vervolgens door de kaarthouder op de kaart worden geschreven. Deze elektronische distributieketen voor reisrecht, saldo en dienstverlening rond de OV-chipkaart wordt de National Action List (NAL) genoemd.

2.6. De inschrijver aan wie de opdracht definitief wordt gegund, dient de benodigde software en applicaties (hierna te noemen: de baliefunctie) ten aanzien van de baliediensten aan te leveren. Het is vervolgens Trans Link Systems (TLS) die de aansluiting op de NAL faciliteert.

2.7. Bij brief d.d. 13 juli 2010 heeft de provincie aan Mcom te kennen gegeven dat de berichtgeving inzake de gunning en afwijzing is uitgesteld en dat de datum van de “bedrijfsklare oplevering van het distributienetwerk - 1 september 2010 -, zoals genoemd in het Beschrijvend Document d.d. 6 mei 2010, dienovereenkomstig zal worden opgeschoven”. Volgens Mcom is de opleverdatum vervolgens gewijzigd in 1 oktober 2010. De provincie heeft dit ter zitting erkend, maar stelt zich op het standpunt dat deze tweede datum inmiddels is gewijzigd in 1 november 2010.

2.8. Bij brief d.d. 3 augustus 2010 heeft de provincie Mcom laten weten dat de inschrijving van CCV de economisch meest voordelige is en dat zij daarom voornemens is om de opdracht te gunnen aan CCV.

2.9. Mcom heeft de provincie bij brief van 12 augustus 2010 (abusievelijk gedateerd op 2 augustus 2010) verzocht om de gunningbeslissing nader te motiveren.

3. De incidentele vordering tot tussenkomst/voeging en de beoordeling daarvan

3.1. CCV heeft primair verzocht in de procedure te mogen tussenkomen en subsidiair zich te mogen voegen aan de zijde van de provincie, op grond van haar belang liggende in het gunningvoornemen van de provincie aan haar te gunnen.

3.2. Mcom heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen voeging, maar wel tegen tussenkomst van CCV. De Provincie heeft zich ten aanzien van de tussenkomst/voeging gerefereerd aan het oordeel van de voorzieningenrechter.

3.3. CCV heeft - als inschrijver aan wie de provincie voornemens is de opdracht te gunnen - voldoende belang om als partij in dit kort geding met eigen argumenten de vorderingen van Mcom te bestrijden. Nu zij tevens een eigen vordering heeft ingesteld die zich richt tegen zowel Mcom als de provincie, zal de voorzieningenrechter CCV toestaan in de hoofdzaak tussen te komen.

4. Het geschil

In de hoofdzaak

4.1. Mcom vordert na genoemde eiswijziging in de hoofdzaak (samengevat):

primair: veroordeling van de provincie tot het uitsluiten van de inschrijving van CCV, dan wel de provincie te verbieden aan een eventueel reeds gesloten overeenkomst met CCV uitvoering te geven, alsmede (indien de provincie de opdracht nog immer wenst te verstrekken) veroordeling van de provincie tot gunning van de opdracht aan haar, Mcom (inclusief het samen doorlopen van de testprocedure);

subsidiair: veroordeling van de provincie tot het deugdelijk motiveren van de gunningbeslissing met betrekking tot haar inschrijving en aan haar, Mcom, een termijn te gunnen van 15 kalenderdagen om bezwaar te maken tegen de gunningbeslissing op de wijze zoals voorgeschreven in het beschrijvend document;

meer subsidiair: veroordeling van de provincie tot het herbeoordelen van haar inschrijving, haar inschrijving op basis daarvan op te nemen in de rangschikking en (indien dat volgt uit de rangschikking) de opdracht aan haar te gunnen op de wijze zoals beschreven in het beschrijvend document, dan wel haar te informeren over het resultaat van de beoordeling, dit resultaat deugdelijk te motiveren en haar een termijn te gunnen van 15 kalenderdagen om bezwaar te maken tegen de gunningbeslissing op de wijze zoals voorgeschreven in het beschrijvend document;

meer meer subsidiair: een andere maatregel te treffen die in goede justitie redelijk is en recht doet aan haar belangen;

in alle gevallen: a) veroordeling van de provincie in de kosten van het geding, waaronder begrepen een redelijke tegemoetkoming in de kosten van rechtsbijstand, alsmede de nakosten van € 131,00 zonder betekening en van € 199,00 met betekening van dit vonnis, met de aantekening dat als niet binnen twee weken na wijzing van het vonnis aan de proceskostenveroordeling is voldaan daarover de wettelijke rente is verschuldigd;

b) veroordeling van de provincie tot betaling van een dwangsom van € 50.000,00 per dag of dagdeel dat de provincie de veroordeling(en) niet nakomt.

4.2. Mcom legt hieraan - kort gezegd - het navolgende ten grondslag.

4.2.1. Zij is primair van oordeel dat CCV de baliediensten niet per 1 oktober 2010 werkend kan opleveren, omdat CCV geen testtijd heeft gereserveerd bij TLS en haar baliefunctie dus niet tijdig kan testen. Hierdoor voldoet CCV niet aan de minimumeis E.18, is haar inschrijving ongeldig en moet deze inschrijving worden uitgesloten.

4.2.2. Subsidiair stelt zij dat zij de provincie per brief d.d. 12 augustus 2010 heeft verzocht de gunningbeslissing nader toe te lichten, hetgeen de provincie weigert. Op de provincie rust een motiveringsplicht en zij dient onder meer te handelen in overeenstemming met het transparantiebeginsel. Zonder nadere motivering kan zij, Mcom, niet inschatten of de provincie de beoordeling van de inschrijvingen correct heeft uitgevoerd.

4.2.3. Meer subsidiair is zij van mening dat de provincie bij de beoordeling van haar inschrijving een aantal fouten heeft gemaakt en dat haar inschrijving daarom opnieuw beoordeeld dient te worden.

4.3. De provincie voert de navolgende verweren.

4.3.1. De primaire vorderingen betreffen geen ordemaatregelen.

4.3.2. CCV heeft bij de inschrijvingsstukken een ondertekende conformiteitenlijst bijgevoegd, waarin zij verklaart dat zij de baliediensten per 1 september 2010 (lees: 1 oktober 2010 en thans: 1 november 2010) werkend oplevert. Zij, de provincie, heeft geen reden om aan te nemen dat deze verklaring onjuist is. Voor uitsluiting van de inschrijving van CCV bestaat dus geen aanleiding. Indien de opleverdatum niet wordt gehaald, ligt dit bovendien niet aan CCV, maar aan de instabiliteit van de NAL. Zowel CCV als Mcom zijn afhankelijk van het aansluitbeleid van TLS.

4.3.3. De gevorderde gunning aan Mcom is niet toewijsbaar nu zij, de provincie, op grond van paragraaf 2.7 van het beschrijvend document niet verplicht is om de opdracht te gunnen. Bovendien mist de gestelde verplichting om de testfase in te gaan elke grondslag.

4.3.4. Zij heeft wel degelijk aan haar motiveringsplicht voldaan door middel van haar brief d.d. 3 augustus 2010. Zij, de provincie, heeft bij de beoordeling van de gunningcriteria een beoordelingsvrijheid die zij in acht mag nemen. Uit de door haar gegeven expliciete motivering wordt Mcom in staat gesteld om haar positie na afwijzing te beoordelen. Voorts heeft zij Mcom in een gesprek d.d. 21 september 2010 reeds antwoord gegeven op de gestelde vragen.

4.3.5. De vordering tot voldoening van de redelijke kosten van rechtsbijstand is niet toewijsbaar, omdat de voorzieningenrechter slechts een proceskostenveroordeling kan uitspreken conform het puntensysteem gebaseerd op het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Voor een hogere of andere proceskostenveroordeling is geen grondslag aanwezig. Een vordering tot veroordeling in de nakosten mist eveneens grondslag.

4.3.6. De gevorderde dwangsom dient te worden afgewezen. Een dwangsom is onnodig en ongebruikelijk, omdat zij, de provincie, als overheidsorgaan toezegt aan een (uitvoerbaar bij voorraad verklaarde) rechterlijke uitspraak te zullen voldoen.

4.4. De provincie is vervolgens op een aantal punten van de beoordeling nader ingegaan.

4.5. CCV heeft tegen de vorderingen van Mcom het volgende aangevoerd.

4.5.1. De stelling van Mcom, inhoudende dat de opleverdatum van de baliediensten 1 oktober 2010 zou zijn, vindt geen steun in de stukken. Het ziet er naar uit dat de opleverdatum 1 november 2010 is.

4.5.2. Voor zover de baliediensten wél op 1 oktober 2010 moeten worden opgeleverd, staat niet vast dat zij, CCV, hieraan niet kan voldoen. Zo heeft zij haar baliefunctie al positief getest. Het wachten is slechts op TLS, die voor aansluiting op de NAL dient zorg te dragen.

4.5.3. Indien zij de baliediensten niet per 1 oktober 2010 werkend kan opleveren, dan is dit niet aan haar, maar aan TLS te wijten. Een tekortkoming zijdens TLS leidt niet tot uitsluiting van haar inschrijving. Voor zover dit wél het geval zou zijn, dan deelt de inschrijving van Mcom hetzelfde lot. De vorderingen van Mcom kunnen dus niet worden toegewezen.

4.5.4. De voorzieningenrechter dient de inhoudelijke toets van de inschrijving met terughoudendheid te beoordelen. De beoordeling van de provincie, zoals neergelegd in haar brief d.d. 3 augustus 2010, voldoet aan deze marginale toets. Een nadere beoordeling respectievelijk bespreking van haar inschrijving (ten opzichte van de inschrijving van Mcom) kan niet plaatsvinden, aangezien daarmee (in strijd met het in artikel 6 Bao bepaalde) bedrijfsvertrouwelijke gegevens uit haar inschrijving bekend worden en haar concurrentiepositie wordt benadeeld.

4.6. Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

In de tussenkomst

4.7. CCV vordert in de tussenkomst (samengevat):

1) de provincie te gebieden de opdracht definitief aan haar te gunnen;

2) veroordeling van Mcom tot het hengen en gedogen van de definitieve gunning aan haar, CCV;

3) veroordeling van de provincie tot betaling van een dwangsom van € 50.000,00 per overtreding van de sub 1 genoemde veroordeling en een dwangsom van € 5.000,00 voor elk(e) dag(deel) dat die overtreding voortduurt;

4) veroordeling van Mcom tot betaling van een dwangsom van € 50.000,00 per overtreding van de sub 2 genoemde veroordeling en een dwangsom van € 5.000,00 voor elk(e) dag(deel) dat die overtreding voortduurt;

5) veroordeling van Mcom en/of de provincie in de kosten van het geding.

4.8. CCV legt hieraan - kort gezegd - ten grondslag dat zij een geldige inschrijving heeft gedaan, die voor definitieve gunning gereed ligt.

4.9. De provincie heeft geen verweer gevoerd.

4.10. Mcom heeft verweer gevoerd en verwijst daarvoor naar hetgeen zij in de hoofdzaak reeds heeft aangevoerd.

4.11. Op de stellingen (en verweren) van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling

In de hoofdzaak

5.1. Anders dan in de zaak Grossmann (arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJ EG) van 12 februari 204, Grossmann Air Service, zaak C-230/02), waarin een gegadigde niet had ingeschreven en pas na kennisneming van het gunningvoornemen opkwam tegen de voorwaarden die aan zijn deelname aan de aanbestedingsprocedure in de weg hadden gestaan, heeft Mcom wél deelgenomen aan de aanbesteding. Zij heeft dan ook in beginsel het recht om tegen de voorgenomen gunning haar bezwaren aan te tekenen, nu zij meent nadeel te ondervinden van de voorgenomen gunning. Daarbij speelt nog een rol dat aan het Grossmann arrest de gedachte ten grondslag ligt dat nodeloze vertraging in de aanbesteding en in de in dat kader te voeren beroepsprocedures dient te worden voorkomen. Nu Mcom een aantal bezwaren niet eerder kenbaar heeft kunnen maken, omdat die zich richten op de wijze waarop de provincie de inschrijving beoordeeld heeft, kan niet worden gezegd dat Mcom de voortgang van de aanbesteding op onaanvaardbare wijze heeft vertraagd.

De primaire vordering

5.2. De eerste vraag van dit kort geding is of voldoende aannemelijk is dat de inschrijving van CCV ongeldig is en moet worden uitgesloten. Volgens Mcom moet deze vraag bevestigend worden beantwoord, maar dit standpunt deelt de voorzieningenrechter niet. Hij baseert zijn oordeel met name op het navolgende.

5.3. Mcom voert aan dat de inschrijving van CCV ongeldig is, omdat zij niet aan de minimumeis E.18 zou voldoen: de baliediensten per 1 oktober 2010 werkend opleveren. Los van de vraag of de opleverdatum nu 1 oktober 2010 of later is, als enige toelichting heeft Mcom slechts gesteld dat CCV haar baliefunctie nog niet heeft getest en niet tijdig kan testen, omdat zij geen testtijd bij TLS heeft gereserveerd. Zonder testen kunnen de baliediensten naar de mening van Mcom niet tijdig werkend worden opgeleverd. CCV heeft gemotiveerd betwist dat zij nog geen testen zou hebben uitgevoerd. Zij stelt de door haar ontwikkelde baliefunctie zelfs positief getest te hebben bij TLS. Het had op de weg van Mcom gelegen om vervolgens een nadere onderbouwing van haar standpunt te geven, hetgeen zij heeft nagelaten.

5.4. Voorts speelt een rol dat de provincie en CCV onweersproken hebben gesteld dat zowel CCV als Mcom afhankelijk zijn van het aansluitbeleid van TLS op de NAL. Beide inschrijvers hebben dit volgens de provincie bij de inschrijving ook expliciet aangegeven. Indien TLS nieuwe aansluitingen op de NAL niet op tijd mogelijk maakt, geldt dat dus ook voor de baliefunctie van Mcom. De provincie heeft dit gegeven naar eigen zeggen in haar beoordeling meegenomen en heeft - in overeenstemming met het gelijkheidsbeginsel - besloten beide (en tevens enige) inschrijvers niet vast te pinnen op de in eis E.18 vermelde opleverdatum voor zover deze datum wegens het door TLS gehanteerde aansluitbeleid niet haalbaar is. Beide inschrijvingen zijn op dit punt dus geldig verklaard, zodat er geen grond is om aan te nemen dat Mcom op enige wijze in haar belangen zou zijn geschaad.

5.5. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is onvoldoende aannemelijk geworden dat CCV de baliediensten niet werkend zou kunnen opleveren, indien en zodra TLS de door CCV ontwikkelde baliefunctie aansluit op de NAL. Hetzelfde geldt ten aanzien van de door Mcom ontwikkelde baliefunctie. Nu beide inschrijvers voor het werkend opleveren van de baliediensten kennelijk slechts afhankelijk zijn van een door TLS te faciliteren aansluiting op de NAL, valt niet in te zien waarom Mcom ten aanzien van eis E.18 een geldige en CCV een ongeldige inschrijving zou hebben gedaan.

5.6. Op grond van het hiervoor onder r.o. 5.2. tot en met 5.5. overwogene zal de primaire vordering worden afgewezen.

De subsidiaire vordering

5.7. Vervolgens dient de (door Mcom opgeworpen) vraag te worden beantwoord of de provincie de gunningbeslissing deugdelijk heeft gemotiveerd. Met andere woorden: is aan de hand van de motivering van de gunningbeslissing vast te stellen of de beoordeling door de provincie voldoet aan de normen van transparantie, objectiviteit, non-discriminatie en toetsbaarheid achteraf. Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter dient deze vraag ontkennend te worden beantwoord. Daarvoor is het volgende van belang.

5.8. In dit geval heeft de provincie de drie globale kwaliteitsgunningcriteria (“kwaliteit van het implementatieplan”, “kwaliteit van het kwaliteitsplan” en “kwaliteit van het beheer- en onderhoudsplan”) nader uitgewerkt in paragraaf 4.3.2 van het beschrijvend document, zonder dat zij - ook niet nadat zij daarom per brief d.d. 12 augustus 2010 is gevraagd door Mcom - voldoende inzicht heeft verschaft in de weging van de in die paragraaf opgesomde “wensen/elementen/onderdelen” (zo genoemd door de provincie in het beschrijvend document). De provincie heeft het gewicht van deze wensen tevoren niet kenbaar gemaakt, noch nadien te kennen gegeven dat dit onmogelijk is. Het niet melden van de onderlinge weging van de geformuleerde wensen doet afbreuk aan de transparantie van deze aanbestedingsprocedure, hetgeen nog wordt versterkt door de niet-inzichtelijke wijze, zoals hierna zal blijken, waarop de beoordeling door de provincie heeft gefunctioneerd.

5.9. Zo heeft de provincie in haar brief d.d. 3 augustus 2010 zowel bij het kwaliteitscriterium “kwaliteit van het implementatieplan” één (eind)rapportcijfer vermeld (een 8,17 voor CCV en een 4,87 voor Mcom), als bij het kwaliteitscriterium “kwaliteit van het kwaliteitsplan” (een 7,93 voor CCV en een 7,17 voor Mcom) en het kwaliteitscriterium “kwaliteit van het beheer- en onderhoudsplan” (een 7,67 voor CCV en een 6,50 voor Mcom) één rapportcijfer vermeld. Het is niet duidelijk of het toekennen van deze drie rapportcijfers (immers de provincie heeft hierover in de stukken en ook ter zitting geen duidelijkheid kunnen verschaffen) aan enig protocol of schema is gebonden. Weliswaar is in het beschrijvend document opgenomen dat ieder van de beoordelaars een rapportcijfer toekent aan elk kwaliteitscriterium en dat deze rapportcijfers vervolgens worden gemiddeld en omgezet in een score, maar de door de verschillende beoordelaars toegekende rapportcijfers zijn niet bekend gemaakt. Het is dus niet inzichtelijk hoe de verschillende beoordelaars de kwaliteitscriteria hebben beoordeeld en of de beoordelaars de door henzelf toegekende rapportcijfers na plenair overleg desgewenst nog konden aanpassen en - zo ja - hebben aangepast. Met het slechts vermelden van het eindrapportcijfer per kwaliteitscriterium heeft de provincie in ieder geval de schijn van willekeur over zich afgeroepen. Een dergelijke motivatie van de gunningbeslissing voldoet niet aan de eisen van objectiviteit en toetsbaarheid achteraf.

5.10. Hoewel de provincie kan worden gevolgd in haar standpunt dat de beoordeling van de drie kwaliteitscriteria van Mcom vrij uitvoerig is gemotiveerd in haar brief d.d. 3 augustus 2010, wreekt zich hier dat dit met name de motivering betreft van de beoordeling van Mcom en dat dus geen afdoende vergelijking kan plaatsvinden met de beoordeling van CCV. Bovendien kent de motivering ook niet een nadere concretisering, bijvoorbeeld per wens/element/onderdeel, zodat de motivering even goed kan dienen ter onderbouwing van een ander eindrapportcijfer, hetgeen de beoordeling ook niet verder inzichtelijk maakt.

5.11. Op grond van het voorgaande komt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat de gunningbeslissing niet deugdelijk aan Mcom is gemotiveerd. De motivering van de beoordeling van de inschrijving van Mcom op het punt van de kwaliteitscriteria voldoet niet aan normen van transparantie en toetsbaarheid. Nu de facto en in afwachting van dit kort geding nog niet is gegund, dient het voorgaande reeds te leiden tot toewijzing van de subsidiaire vordering op de hierna te vermelden wijze.

5.12. Al hetgeen partijen overigens hebben aangevoerd, kan niet tot een ander oordeel leiden en zal dus buiten bespreking blijven. Ook een afweging van belangen leidt niet tot een ander oordeel.

5.13. De voorzieningenrechter gaat er vanuit dat de provincie als overheidsorgaan een rechterlijke beslissing nakomt - hetgeen zij ook ter zitting heeft toegezegd - zodat voor het opleggen van een dwangsom onvoldoende aanleiding bestaat.

5.14. De provincie zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van de hoofdzaak worden veroordeeld, alsmede in de door Mcom gevorderde nakosten. De kosten aan de zijde van Mcom worden begroot op:

- dagvaarding € 73,89

- vast recht 263,00

- salaris advocaat 1.500,00

Totaal € 1.836,89

De kosten aan de zijde van CCV worden begroot op:

- vast recht € 263,00

- salaris advocaat 1.500,00

Totaal € 1.763,00

In de tussenkomst

5.15. Uit het oordeel in de hoofdzaak volgt reeds dat de voorzieningenrechter de vorderingen van CCV in de tussenkomst zal afwijzen.

5.16. CCV zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van de tussenkomst worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Mcom worden begroot op

€ 500,00 aan salaris advocaat van de provincie en € 500,00 aan salaris advocaat van Mcom.

6. De beslissing

De voorzieningenrechter

In het incident tot tussenkomst/voeging:

6.1. laat CCV toe als tussenkomende partij in het kort geding;

In de hoofdzaak

6.2. veroordeelt de provincie om binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis:

een nadere schriftelijke motivatie/onderbouwing van de beoordeling van de inschrijving van Mcom (per e-mail, fax of post) aan Mcom te zenden, welke nadere motivatie/onderbouwing ten minste de navolgende informatie dient te bevatten:

- de door ieder van de drie beoordelaars toegekende rapportcijfers aan de drie kwaliteitscriteria (kwaliteit van het implementatieplan, kwaliteit van het kwaliteitsplan en kwaliteit van het beheer- en onderhoudsplan);

- het antwoord op de vraag of de drie beoordelaars de door henzelf toegekende rapportcijfers na het door hen gehouden plenair overleg desgewenst nog konden aanpassen en - zo ja - of dat ook is gebeurd ten aanzien van één of meerdere kwaliteitscriteria en - zo ja - ten aanzien van welke kwaliteitscriteria dat is gebeurd;

- het relatieve gewicht van de wensen/elementen/onderdelen (zoals vermeld onder W.1., W.2. en W.3. in paragraaf 4.3.2 van het beschrijvend document) per kwaliteitscriterium;

- een concretisering van de motivering van de beoordeling per bedoeld(e) wens/element/onderdeel,

dan wel, indien de provincie daartoe niet in staat is:

om Mcom binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis schriftelijk (per e-mail, fax of post) mede te delen dat zij niet in staat is om de hiervoor bedoelde motivatie/onderbouwing te geven;

6.3. bepaalt dat Mcom binnen een termijn van 15 dagen na de ontvangst van de hiervoor onder 6.2. bedoelde motivatie/onderbouwing of mededeling nogmaals bezwaar kan maken tegen de gunningbeslissing (door middel van het aanhangig maken van een kort geding procedure);

6.4. veroordeelt de provincie in de proceskosten, aan de zijde van Mcom tot op heden begroot op € 1.836,89 - te vermeerderen met € 131,00 aan nakosten, te verhogen met

€ 68,00 indien betekening van dit vonnis aan de provincie plaatsvindt en de provincie niet binnen veertien dagen na deze betekening aan dit vonnis heeft voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten ad € 1.836,89 vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling - en aan de zijde van CCV begroot op

€ 1.763,00;

6.5. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.6. wijst het meer of anders gevorderde af;

In de tussenkomst

6.7. wijst de vorderingen af;

6.8. veroordeelt CCV in de proceskosten, aan de zijde van de provincie tot op heden begroot op € 500,00 en aan de zijde van Mcom begroot op € 500,00;

6.9. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Loesberg en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2010.